woensdag 31 december 2025

Tussen wat was en wat komt

 
Het jaar legt zich neer. Niet met een klap, maar als een jas die je uittrekt aan het eind van de dag. Even voel je de kou, omdat je huid nog warm is van alles wat je hebt meegedragen.

Ik kijk terug en zie geen rechte lijn. Meer een pad door het bos, soms breed en licht, soms nauwelijks zichtbaar. Een geitenpaadje misschien. Met modder. Met wortels waar je over struikelt als je te ver vooruitkijkt.
Dit jaar werd ik opa. Een woord dat ik nog onwennig in de mond neem. Alsof het groter is dan ikzelf en de tijd ineens een andere maat kreeg. In mijn handen lag iets dat nog niets weet van jaren, van zorgen, van aftellen. Alleen van warmte, huid en adem.
Ik ben vader gebleven. Dat ook. Want vaderschap verandert niet omdat er iets bijkomt.
Dit jaar leerde ik wat wachten is. Stilzitten in wachtruimtes waar de tijd geen haast heeft. Reizen die niet alleen voelden als onderweg zijn, maar als uitgesteld leven. Scans. Meters ziekenhuisgang. Een grens over, België in en weer terug, met dezelfde vragen in de auto als waarmee je vertrok. Het leven werd smaller, niet armer. Alles wat overbleef, werd zwaarder van betekenis.
Het bos bleef. Altijd weer het bos. Bomen die niets van agenda’s weten, niets van uitslagen, niets van plannen. Ze staan, laten los en wachten. Ik heb er vaak gelopen dit jaar, soms biddend, vaak zwijgend. Als iemand die probeert te begrijpen wat dragen eigenlijk betekent. En wie nu eigenlijk wie draagt, als het erop aankomt.
Mijn diakenzijn bleef ook. Als voorzitter mij verwonderd over de trouw van zoveel mensen die proberen op zoveel manieren betekenisvol te zijn voor de ander. Soms alleen maar door aanwezig te zijn in de nood van die ander. Gaaf om daar onderdeel van te zijn.
Ik schreef aan mijn nieuwste roman. Schrijven is voor mij geen ontsnappen, het is blijven. Zinnen zoeken die niet groter zijn dan de werkelijkheid, maar haar wel even optillen. Ik ben dankbaar voor de grandioze lancering een maand geleden. Prachtig om met een ‘Zullen we zwijgen’ dat nu echt helemaal af is, het oude jaar uit te gaan.
Aan het eind van dit jaar weet ik minder zeker dan aan het begin. En dat voelt niet als verlies. Eerder als ruimte. Ruimte voor wat komt. Voor wat niet gepland is. Voor genade misschien, al is dat een woord dat ik liever niet te snel gebruik.
Het nieuwe jaar ligt nog open. Onbeschreven. Ik hoop dat het mild zal zijn. Maar ik weet ook: als het dat niet is, zullen we weer lopen. Stap voor stap en door het bos. Over dat ene pad dat zich pas toont als je het gaat.
Voor nu is dit genoeg. Ik wens je dagen met ademruimte en momenten die blijven hangen, ook als het jaar zelf alweer verdergaat.

maandag 29 december 2025

Op stap met Maarten #5


De Tuin
Achter het restaurant langs de snelweg, tussen Amsterdam en Utrecht, lag een Chinese tuin. Je zag haar niet als je voorbijraast. Je moest afslaan. Vertragen.
Maarten deed dat. Hier ontmoette hij Karel. Ze liepen over bruggetjes en stonden aan de rand van het water, tussen stenen die ouder leken dan hun zwijgen. Het riet luisterde mee. De vijver hield alles vast.
Karel sprak. Over familie en over wat generaties lang verzwegen bleef. Geheimen die niet schreeuwen, maar blijven liggen, als slib op de bodem. Maarten zei weinig. Hij keek. Hij nam het in zich op.
Soms is een plek geen decor, maar een medeplichtige.
Hier, tussen snelweg en stilte, kreeg het verleden een stem.

zondag 21 december 2025

Op stap met Maarten #4

Het café

Voor het schrijven van Zullen we zwijgen bezocht ik plekken die het verhaal richting gaven. Ik neem jullie mee langs negen van die locaties. Vandaag nummer 4.
Met Sonja zit hij maandelijks aan een tafel in hun stamcafé. Veel wordt er niet gezegd. De glazen tussen hen blijven halfvol. Er hangt iets van afscheid nog voordat het woord gevallen is.
Met Marie is het rumoeriger. Gelach, verhalen en handen die elkaar even raken en weer loslaten. Zij kennen elkaar minder en willen dit meer. Hun gesprek gaat alle kanten op, maar komt telkens terug bij dezelfde vraag: waar blijf je als het stil wordt?
Met Karel is het anders. Zwaarder. Meer restaurant dan café. Woorden zijn voorzichtig, alsof elke zin iets kan breken. Ze spreken over schuld, over dingen die niet meer recht te zetten zijn.
Soms zwijgen ze samen. En dat is genoeg. Zullen we zwijgen is te koop bij de lokale boekhandel en via uitgeverijtoon.nl

zaterdag 20 december 2025

Kerstmist

Ik loop waar de mist

de bomen voorzichtig uitgumt,
alsof ze zich schamen
voor hun eigen hoogte.

Het pad is een vraag
zonder vraagteken,
bedekt met natte bladeren
die knisperen als oude brieven
die niemand meer leest.

Een hek blijft halfopen staan,
alsof het mij nog iets wil zeggen
maar het woord vergeten is.
Hier mag je door,
hier moet je terug 
het verschil doet er vandaag niet toe.

Mijn adem hangt even stil
tussen stammen en stilte.
Elke stap klinkt te hard
in een wereld die fluistert
dat blijven ook een vorm
van vertrekken is.

De mist weet alles,
maar vertelt niets.
Ik loop,
het is genoeg.

donderdag 18 december 2025

Op stap met Maarten #3

 De uiterwaarden

Voor het schrijven van Zullen we zwijgen bezocht ik plekken die het verhaal richting gaven. Ik neem jullie mee langs negen van die locaties. Vandaag nummer 3.
Wanneer de laatste wandelaars verdwenen waren en het pad alleen nog wist dat het ooit gebruikt werd, liep Maarten de uiterwaarden in. Het leek of hij verwacht werd.
’s Nachts was alles anders. Het water was zwart en glanzend tegelijk, de kribben tekenden zich af als ruggen van slapende dieren. De wind fluisterde door het gras, niet om iets te zeggen, maar om te laten horen dat hij er was.
Maarten luisterde hier naar de rivier die nooit stilstaat, maar ook nergens heen hoeft. Hier valt niets uit te leggen. Niet aan zichzelf. Niet aan een ander.
In Zullen we zwijgen is dit de plek waar woorden oplossen. Waar stilte geen leegte is, maar een aanwezigheid. Waar je kunt verdwijnen zonder echt weg te zijn.
Maarten kwam hier niet om iets te zoeken.
Hij kwam om eve
n niemand te zijn.

dinsdag 16 december 2025

Op pad met Zullen we zwijgen # 2

 De Grebbeberg


Voor het schrijven van Zullen we zwijgen bezocht ik allerlei plekken die het verhaal richting gaven. Ik neem jullie mee langs negen van die locaties, plekken waar iets openviel, waar een zin begon, of waar Maarten dichterbij kwam. Vandaag nummer 2.

In Zullen we zwijgen wordt Maarten op latere leeftijd geconfronteerd met familiegeheimen. In zijn zoektocht naar waarheid, en naar de vraag of hij die waarheid wel echt wil kennen, dienen herinneringen zich steeds nadrukkelijker aan.

De Grebbeberg is zo’n verhaal van vroeger. Als jongen lag Maarten ’s avonds in bed met het raam open. Vanuit de verte hoorde hij de uilen die te horen waren vanaf de helling van de berg. Dat geluid keert later terug in zijn gedachten, als een echo uit een tijd waarin niet alles werd uitgesproken, maar wel werd gevoeld.
Ook Thomas hoort bij die herinnering. Hun verbondenheid, hun gezamenlijke luisteren, geeft de scène haar lading. Zonder dat Maarten het beseft, helpt het verleden hem begrijpen wat er nu speelt.

Zullen we zwijgen is
te koop bij de boekhandel en via uitgeverijtoon.nl

donderdag 11 december 2025

Op pad met Zullen we zwijgen #1

 #1 De parkeerplaats

Voor het schrijven van 'Zullen we zwijgen' bezocht ik allerlei plekken die het verhaal richting gaven. Ik neem jullie mee langs negen van die locaties; plekken waar iets openviel, waar een zin begon, of waar Maarten dichterbij kwam. Vandaag de eerste.
Sommige plekken dragen hun verhalen ongezien. Deze parking langs de snelweg is er zo één. Overdag haast je je eraan voorbij, maar ’s avonds verandert de lucht. Auto’s die blijven staan, blikken die elkaar zoeken, mensen die even willen verdwijnen of gevonden worden.
Hier, tussen asfalt en struikgewas, begrijp ik iets van de spanning waarin Maarten leeft: het verlangen dat fluistert, de schaamte die in de schaduw blijft hangen, de eenzaamheid die zich verstopt achter routinematig verkeer.
Het is geen plek om lang te blijven, maar wel een plek waar een verhaal kan beginnen. Of waar het, heel even, naar de oppervlakte komt.
Het is bijzonder om een paar uur in het bos achter de parkeerplaats te dwalen. De overgang tussen bos en heide en die tussen loof- en dennenbos treft me. De natuur laat zich van haar rijkste kant zien. Hier een poosje rondlopen is geen straf. Maarten komt wat dichterbij en ik ook.