Posts tonen met het label Blog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blog. Alle posts tonen

zaterdag 28 augustus 2021

Wassen

Ik was

Het begint op het moment dat ik de spiegels ingeklapt heb. De beslissing om te doen wat ik doe is al genomen. Het kiezen van een programma en het afrekenen, ligt dan al achter me. 
Vanaf nu ga ik nog één keer verzitten, een tikkie onderuit en mijn armen ontspannen naast me. De radio gaat uit en de telefoon negeer ik. Dat laatste lukt niet altijd maar de intentie is er wel.
Dan komen de eerste stralen schuim die als dikke, maar altijd zachte sneeuwvlokken zich hechten aan de diverse onderdelen die mij omringen. De wetenschap dat er niets overgeslagen wordt, stemt me gelukkig.
Intussen beginnen er wat rollen te draaien. Stevige harde, laag-bij-de-grondse borstels pakken mijn velgen aan. Sporen van weide- en bosavonturen worden woordeloos uitgewist. Voor mij komt een brede, langzaam op gang komende rol naar beneden zakken. De streling van de voorbumper en gril gaat over in een hardhandig schrobben van de laklaag. Of misschien voelt dat zo omdat het dichterbij komt.
Al deze minuten zit ik roerloos, als in een trance te genieten van het gespetter en de luidruchtige maar kloppende bewegingen om mij heen.
Ik weet mij niet alleen veilig in het mij compleet omhullende rijdende verblijfplaats maar veel meer voelt het als mijn eigen kosmos waar niets of niemand invloed heeft op gebeurtenissen. Waar gemaakte keuzes gewoon hun vervolg vinden in iets zuiverends.
De climax komt op het moment dat geluiden langzaam wegsmelten. Zelfs het geraas van de droger verstomt en maakt plaats voor een heerlijke zachte strokendans. Lange zijdezachte, ietwat harige, linten zetten mijn auto weer in de was en poetsen dit glansrijk op.
Ik wacht altijd op de laatste strook die, alsof ze geen afscheid kan nemen, als enige nog een keer extra zwaait via het zijraam. 
Niet veel later rijd ik, gelukkig als een monnik na zijn ochtendbiecht, de wasstraat uit de wijde wereld in.


dinsdag 22 juni 2021

Kriebel

Puur toeval' kopt een landelijk krant een dag nadat een hevige valwind Leersum teisterde. Verderop in het artikel wordt uitgelegd wat een valwind is en waarin het verschilt van een windhoos.
Als ik die kop lees denk ik: Ja en?
Waarom is het belangrijk dat we gelijk te horen krijgen dat het toeval is? Maakt het voor die mevrouw aan de rand van het dorp uit nu haar auto platgedrukt onder een omgevallen beuk muurvast op de oprit staat?
Zou het de twee hardlopers die ternauwernood aan een vallende tak ontsnapten echt uitmaken dat het toeval is?
Is er een kans dat ze anders zouden denken dat het bewust gebeurde? Dat er opzet in het spel zat? 
Eén of ander mysterie van de natuur? Of een menselijke fout? Had er geen code knalrood afgegeven moeten worden? Niet alleen een waarschuwing maar ook een verplichting om met een valhelm op onder de keukentafel te gaan zitten tot er een signaal zou komen dat alles veilig is?
Hebben we geen kernteam nodig die van tijd tot tijd samenkomt en ons bewaart voor dit soort natuurrampen? En als dat niet mogelijk is, dan in ieder geval ons handvatten geeft hoe we er mee om moeten gaan?
Maakt de kop 'puur toeval' niet dat we nog angstiger gaan worden? Wat een ander vandaag toevallig overkomt kan mij morgen gebeuren.
Kom nou niet aan met het verhaal dat wij christenen het allemaal anders zien. Ook ik herinner me Zondag tien van de Heidelberger (een leerboek van de kerk uit de zestiende eeuw). Niet alleen de vraag wat wij 'van den voorzienigheid Gods geloven' maar ook het antwoord dat alle dingen 'niet bij geval geschieden en we in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig moeten zijn'.
Natuurlijk geloven we dat in theorie nog, maar praktisch hebben we dit allang uitgeschakeld. We moeten bij alles wat ons overkomt oorzaken weten en als het enigszins kan gelijk een systeem in het leven roepen dat er voor zorgt dat dit niet weer gebeurt.
Ergens snap ik dat het zo werkt en doe ik er aan mee. Ook bij mij gaat 's nachts de deur op slot. En als ik straks een paar weken richting Spanje ga, controleer ik ook of de reisverzekering deugt en laat mijn auto nog even checken in de garage. 
Maar het kriebelt. Het voelt alsof we denken de natuur de baas te kunnen zijn. Niet alleen de natuur maar ook alles wat buiten en misschien wel boven onze macht ligt, kunnen beheersen.
Zoals we een jaar lang gehoord hebben dat we samen het virus onder controle gaan krijgen. En misschien is dat het geval. Misschien zijn we samen in staat geweest om een middel te ontwikkelen dat er voor zorgt dat we dit virus kunnen verslaan en we onze leefstijl van voor de komst van dit virus hadden, voort kunnen zetten.
Maar wat als het niet aanviel om ons te vernietigen maar om ons wat te leren? 
   

vrijdag 28 mei 2021

Dromende engelen

Dromende engelen

Gisteren liep ik op een begraafplaats. In een stoet die zich langzaam van de plek verwijderde waar we iemand hadden begraven.
Het blijft elke keer weer een gebeurtenis die indruk maakt. Zelfs al heb je, zoals ik gisteren, de overledene niet echt persoonlijk gekend.

Wie het ooit gezegd heeft, weet ik niet maar de uitdrukking 'bij elke begrafenis begraaft ieder mens opnieuw zijn eigen doden', klopt wat mij betreft helemaal.
Er was veel wat indruk maakte. Het knisperende grint onder onze gehakte schoenen en het onwaarschijnlijke mooie voorjaarsgroen van de laaghangende beukentakken, die ons dwingen het hoofd te buigen bij het betreden van de begraafplaats.
De met meiregen vermengde zon die het gras laat schitteren tussen de zerken. De toespraak van de dominee bij het graf en de voelbare stilte als de kist naar de bodem van zijn bestemming zakt.
Maar van alles raakte me bij het verlaten van deze dodenplaats de tekst op een verder onbeschreven zerk: 'Engelen van licht dromen onze gedachten verder'.

zaterdag 25 november 2017

Nevelig

Gisteren postte ik een gedichtje. Ging over liefde. En dan over de rafels en de randen. Dat het wel eens ingewikkeld is. Vervolgens vliegt mijn inbox vol met verontruste vragen. Of het wel goed met me gaat. Ze ergens iets gemist hebben. Echt superlief hoe omzichtig of juist rechtstreeks één en ander geformuleerd is. 


Op het moment dat je een schrijfsel moet uitleggen, hol je vaak achter de feiten aan. Het is leuk om niet alles in te vullen en dit de lezer zelf te laten doen. Helemaal raak als er meer mogelijkheden zijn. 

Laat ik beginnen te zeggen dat het goed met me gaat. Heel goed. Ik leef met hoofdletters. Bruis van energie. Naast dat november gewoon ook november is. Soms een beetje mistig.

Deze week was gevuld met van alles over liefde. Mooie dingen en gebeurtenissen. Die zijn er altijd op het vlak van de liefde. Kwestie van kijken. En van zien. Liefde gebeurt. Liefde overkomt. Liefde is een beslissing. Dit laatste hoorde ik in een preek. Mooie gedachte meestal. 

Afgelopen week ook de andere kant van liefde. Ik sprak een goede vriend die in scheiding ligt. Het lukt niet meer, ze gaan uit elkaar. Hij is wat minder van de woorden, maar ik zag wel zijn pijn.  
Daarnaast een jonge homo  die op het punt staat uit de kast te komen. Hoorde zijn twijfel over dit al dan niet kunnen en willen. Naast de onzekerheid over de reacties hierop.

Tussen deze twee mensen in nog wat verhalen over lief en leed. Deze keer trof me dat 'leed' wat meer dan een beetje. En het meeste leed van deze week begon ooit met liefde.  Vandaar mijn schrijfsel van gisteren.

Maar met mij gaat het fantastisch!


woensdag 30 augustus 2017

Luizenleventje

Tja, het klinkt misschien wat raar om mee te beginnen, maar ik verdien zeshonderd euro per maand meer dan mijn collega die lesgeeft op een basisschool. Netto heb ik het over.  Mijn collega moet er meer voor doen en krijgt er minder voor terug. In loon dan.
Hij (of in de meeste gevallen zij, maar voor de leesbaarheid beperk ik me vanaf hier tot de mannelijke variant) heeft wel drie keer per dag contact met ouders. Aan het schoolhek kan dat, en anders zoeken ze hem wel op in zijn lokaal. En het voordeel van deze tijd, waarin iedereen wel een keer een cursus assertiviteit heeft gevolgd, is dat hij daar heel veel tips krijgt; hoe hij het anders en beter kan doen.
Ik daarentegen heb drie keer per jaar een zogenaamd tienminutengesprek met ouders. Volledig geregisseerd en ingekaderd. Alleen als er echte bijzonderheden zijn, nodig ik ouders uit voor een gesprek op school. Meestal is dat niet een setting waarin ik veel tips en/of verbeterpunten van hen krijg.
Daarnaast heeft mijn collega het voorrecht dat in zijn klas alle niveaus vertegenwoordigd zijn. Hij mag zich verdiepen in alle verschillen in cognities waardoor hij zo gedifferentieerd mogelijk kan lesgeven. Ik moet mij beperken tot één niveau.
Ook mag mijn collega in het basisonderwijs veel meer registreren over elke leerling. Allerlei diagnostische toetsen komen langs. Vlak ook al die cursussen die gevolgd mogen worden, om deze toetsen af te nemen, niet uit. Plus nog eens de cursussen om de uitkomsten van deze toetsen juist te duiden en vast te leggen.
Dan het het numerieke voordeel: Waar ik het gemiddeld met een leerling of twintig, vijfentwintig moet doen, heeft mijn collega op de basisschool er al snel een stuk of zeven, acht meer.  Tel uit je winst! Zeven schriften meer om na te kijken. Per vak hé! En ook zeven oudercontacten meer.
Om nog iets te noemen: De leeftijd. Heb ik de leerling zo gemiddeld rond de leeftijd van een jaar of veertien, mijn collega heeft ze jaren jonger. Hij mag zich druk maken over lichamelijk opvoedkundige dingetjes (u weet wel; toiletbezoekjes, luizen, broodtrommeltjes en gezonde hapjes), bij mij valt daar geen eer meer aan te behalen. Doen ze zelf wel.
Oh ja, bijna vergeten: Voor hem is het klimaat in het dorp, buurt of streek ook van belang. Hij weet precies wat er speelt tussen ouders onderling.  Heeft de mogelijkheid om het zoontje van de ietwat snobistische aandoende bankier naast de dochter van de dorpsvrijbuiter te zetten. Nee, dat lukt mij niet op een school met vierduizend leerlingen.
Als laatste, stel dat die meester (of juf; ik kan 't niet laten om haar toch even te noemen) toch evenveel  als ik zou verdienen: Wanneer zou hij, of zij, dat nu op moeten maken?  Ik heb echte vakanties, die ik helemaal kan benutten, en daarnaast nog een uurtje of vijftig per jaar die ik facultatief kan opnemen. Maar hij? Hij staat zelfs op zaterdag nog bij de Action in de rij. Viltstiften, markers en stempels te kopen. Zijn bovenschoolse directeur, die dit normaal gesproken deed, is namelijk leraar bij ons geworden.



dinsdag 1 augustus 2017

Er is altijd wel een ezel.


Vakantie in stukjes van 120-woorden (doen mee met het weekthema bij 120W.nl):




Deel 1.
Vanmorgen vertrokken voor een fikse voettocht vanuit ons natuurhuisje in de Sierra del Baza (Andalusië) naar het dichtstbijzijnde dorpje.
Aangekomen heeft mijn visioen van dorpspleintjes, koud water en een heerlijke siësta al vrij grote vormen aangenomen.
Wat nog in de weg blijkt te staan tussen mij en mijn geluk is een ezel. Dwars in de nauwe doorgang die mij toegang moet verlenen tot mijn verbeelde eldorado.
Dichterbij gekomen zie ik twee dingen. Hij staat vast en draagt een last.
Terwijl ik hem met zachte dwang ruimte wil laten maken komt er iemand aan. Deze man, slingert hem wat verwensingen toe en zorgt dat ik er langs kan.
Naast de fontein gezeten, bedenk ik, dat er altijd wel een ezel is.

Deel 2.
's Avonds installeer ik me op ons terras. Een soort ruwe plavuizen, afgewisseld met stukken marmer, bedekken de grond. Gestapelde terracotta-kleurige stenen vormen de muurtjes. Met op de hoeken vierkante pilaren, van dezelfde stenen, die het dak torsen. Langs de pilaren slingert zich allerlei groen naar boven. Het dak is van leistenen op een ondergrond van leem en riet. De tafel waar ik aan zit te schrijven heeft een gietijzeren poot met een niet te tillen marmeren blad. Er is hier van alles van marmer, het wordt in deze omgeving gewonnen zag ik vandaag. Alleen de stoelen. Die zijn gemaakt van hard plastic. In een hardblauwe Ikea-kleur.  Gemakkelijk aan de kant te schuiven voor de foto's op mijn tijdlijn van Facebook.





Deel 3.
Na een ontspannen dagje heb ik vanavond de top beklommen. Geen bijzondere prestatie daar ons huisje op zo'n twaalfhonderd meter staat. En de berg in z'n geheel zo'n zestienhonderd meter haalt. Weer wordt mijn weg gekruist door een ezel. Een witte ditmaal. Ik zie hem al in de verte staan terwijl ik via een smal slingerpaadje de berg afdaal.  Zo te zien staat hij bezijden het pad. Vast aan een paal. Genoeg ruimte voor mij om te passeren. Mijn gedachten nemen de vrije loop. Ik begin steeds meer te betwijfelen of het nou wel echte sta-in-de-wegs zijn. Ergens krijg ik het idee dat deze ezels mij wat te zeggen hebben. Ik besluit te luisteren naar de ezels op mijn pad.





Deel 4
Tijdens een fikse bergwandeling denk ik na over ezels. Mijn historisch ezels-besef beperkt zich tot de ezels-geschiedenissen in de bijbel.
Bileam luisterde niet naar zijn ezel. Een bloedbad was het gevolg. Eigenlijk was het een ezelin zoals iemand mij vertelde. Een ezel in vrouwelijke vorm lijkt me sowieso iets om rekening mee te houden.
Mordechaï kreeg, nadat bekend werd dat hij een aanslag op de koning verijdeld had, zijn ererondje op een ezel. Voorafgegaan door zijn aartsvijand Haman die aan de galg eindigde. Hiermee werd een genocide voorkomen.
Simson slingerde met een bot van een dode ezel in het rond en redde daarmee zijn volk van de vijand.
Langzamerhand zie ik de ezel als het viervoetige equivalent van de vredesduif. 



Deel 5
’s Morgens in de tuin van ons natuurhuisje Las Castanetas, komt de zon tevoorschijn  vanachter de hoogste berg in de omgeving. Deze berg, El Blanquillo genaamd, is bijna tweeduizend meter hoog. Er zijn westelijker nog veel hogere. Niet voor niets is de Sierra Nevada, die zich door Andalusië slingert, op de Alpen na,  de hoogste bergketen in West-Europa.                                                           Hier huist naast de ezel ook de steenbok. Mijn sterrenbeeld. Benieuwd of ik hem, net als de ezel, nog ga tegenkomen. Ik lees dat waar de steenbok solitair leeft, de ezel eigenlijk een kuddedier is. Het mannetje bakent een terrein af met zijn poep. Daarbinnen leeft zijn kudde; ezelinnen en veulens. Je leven begrenzen door je eigengemaakte troep.  Best wel pientere ezel.

Deel 6
Gisteren is hier iets heel ergs gebeurd. Terwijl wij met onze auto naar de garage zijn, iets met koppelingsplaten, overloopt de eigenaresse van ons huisje  een hert. Deze schrikt en rent naar de enige plek op het perceel waar het gaas hoog en sterk is. Waarschijnlijk omdat haar jong aan de andere kant staat. De pogingen om over en door het gaas te komen mislukken. Het  dier breekt haar nek. Het kadaver is vervolgens weggebracht naar een plek hogerop in de bergen, waar de gieren er iets mee kunnen. Er blijven hier een eenzaam reekalfje en een paar verbijsterde mensen achter. Geen conclusie over een vermeende wrede natuur en mens. Gewoon een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Daarom des te verdrietiger.



Deel 7


De dag begon door een ontmoeting met een kudde koeien. Midden op mijn pad. De ezel kwam niet vandaag. Bleef al een paar dagen uit. Vandaar dat ik mijn eigen ezelsstal maar ga uitmesten.
Gezeten onder een notenboom waarvan de notendoppen van vorig jaar nog getuigen van een goede oogst, passeren de verschillende ezels mijn gedachten

Op een avond als deze, met een opkomende volle maan boven het omringende gebergte, voelt het goed om je ezels weer eens te bekijken. Of te koesteren. Of na te denken hoe je sommige op afstand houdt. Kan ik ze onderwijl een beetje voor de geest halen; al die ezels die hierin ooit huisden. Of dat nog doen. Tijdelijk of permanent.

.

Ezelslot
Vanaf de garage, waar mijn gemotoriseerde ezel van nieuwe koppelingsplaten is voorzien, vertrek ik richting ons huisje.
Eerst een bergrug over, dan een dal door, om vervolgens aan de andere kant weer omhoog te gaan. Het dal is bedekt met olijfgaarden. Deze strekken zich uit tot halverwege de bergen. Daarboven rotsen, vlaktes en naaldbomen. Met een blik op de volgende bocht overdenk ik de nachtelijke ontmoeting met mijn ezels.
In gedachten komen ze allemaal nog eens langs: De boerenezel, de vogelaarsezel, de familie-ezel, de bevindelijke ezel, de verslavingsezel, de kankerezel, de pijnezel, de reisezel de vriendenezel, de hardloopezel, de geloofsezel, de hoopezel en de liefdesezel.
Gekoesterd, verdwenen of af en toe terugkomend; het zijn mijn ezels. En dat blijven ze.





vrijdag 7 juli 2017

Ik moet mama nog ajuus zeggen

Ik heb een fantastische baan! Dat is niet alleen omdat ik nu aan de vooravond sta van zes weken vakantie. 
Ook niet omdat ik net een heerlijke lunch achter de kiezen heb met een stuk of zes, zeven geweldige mensen. Die in de loop der jaren meer geworden zijn dan alleen maar collega's.
Maar grotendeels is de inhoud van mijn werk bepalend. Men geeft mij namelijk het kostbaarste wat we hebben. De jeugd.  
De ouderdom kan mooi zijn. Sierlijk soms. Maar ook pijnlijk en hard en eenzaam.
De middelbare leeftijd heeft zijn charmes. Zelfs de crises die erbij horen. Wel slaat ook hier de weerbarstigheid van het leven soms hard toe. 
Maar de jeugd. De dromen, de verwachtingen, het niet neer willen leggen bij onrecht. Het vallen en weer opstaan. Natuurlijk weet ik dat soms op jonge leeftijd dingen onherstelbaar stuk gaan. Maar dat is vandaag even niet mijn punt. 
Afgelopen jaar kreeg ik meer dan 25.000 keer (ik schreef al eens over dit aantal) een stukje jeugd in mijn lokaal. De gezichten die je op die leeftijd vaak nog redelijk kunt lezen.
Bas die met een vrolijk 'dag meneer' begroet. Gewoon omdat hij altijd vrolijk is. Stefan die wat bedrukt kijkt, waarschijnlijk weer eens zijn huiswerk niet gemaakt. Jolien die blij naar binnen huppelt en mij in 't voorbijgaan nog een keer vertelt dat ze er volgende week een dag niet is omdat ze een bruiloft heeft. Anita die gelijk na binnenkomst weer naar het toilet wil. Waarschijnlijk om haar mobiel te checken.
Jan Willem die een beetje mokkend groet, nog niet helemaal eens met de nieuwe klassenplattegrond, waarbij hij naast Gerrianne moet zitten. Diezelfde Gerrianne die even later al giechelend met Coby, haar hartsvriendin, binnenkomt. 
Martha die zoals gewoonlijk eigenlijk te laat is maar nu met een sprintje het redt om binnen te zijn voor ik de deur dichtdoe. Nog snel even triomfantelijk goedemorgen roept en gaat zitten.
Ariënne die me vaak even nadenkend aankijkt aan het begin van de les. Het is alsof ze telkens wil polsen hoe de vlag erbij hangt.
Zo zou ik door kunnen gaan. Als ik op het afgelopen jaar terugkijk, zie ik nogal wat langs komen in mijn klassen. Veel wat blij maakte. Ook andere zaken die verdrietig maakten of zorgen gaven.  
Contacten met ouders:nodig en zinvol. Helpend ook om gedrag van kinderen te herkennen. Wel eens boos geweest over de manier hoe sommige ouders invulling geven aan opvoeding. En mij machteloos gevoeld bij het zien van het onvermogen op dat gebied.

Jaren geleden had ik een mentorleerling waar het thuis niet goed ging. Ik noem hem hier even Martijn. Via de voorlopers van Veilig Thuis en andere instanties kwam één en ander aan het rollen.  Gesprekken volgden. Met ouders en met Martijn. Totdat het echt niet meer ging. 
’s Morgens was er een uitspraak van de rechter tot uithuisplaatsing.
 ’s Middags haalde ik Martijn uit de klas. Ik ging met hem naar een kamertje in de school. Hij vroeg niets. En ik zei niets. Afspraak was dat er pas in dat kamertje uitleg zou gegeven worden. Daar zaten een maatschappelijk werker en een gezinsvoogd. In de hoek van de kamer stonden enkele volle weekendtassen.
Martijn werd verteld dat hij door de twee dames naar een ander huis gebracht zou worden. Waar hij vanaf nu zou wonen.
Martijn keek mij aan en zei: ‘Dan moet ik naar huis om spullen te halen.’
De gezinsvoogd wees naar de tassen en vertelde hem dat zij dit al gedaan had.
Nog hoor ik Martijn zeggen: ’Maar ik moet mama nog ajuus zeggen’.
Op dit soort momenten snap ik nog steeds niet dat je pas in een auto mag rijden na een theorie en praktijkexamen en dat het enige criterium voor kinderen op de wereld zetten de leeftijd is.
Meer dan tien jaar geleden inmiddels. Van tijd tot tijd deze situatie overdacht. Ook wel mijn twijfels over de procedure. Mijn eigen aandeel hierin.
Tot ik een paar weken terug de gezinsvoogd ontmoette. Door een bijzondere samenloop van omstandigheden troffen we elkaar.
En uiteindelijk hebben we op een terrasje alles nog eens doorgesproken.  Natuurlijk wist zij ook niet alles meer, maar ze kon m’n twijfels wel wegnemen. Ik was er blij om.

Nu aan het eind van een schooljaar alles overziend, durf ik te zeggen: Het was goed. De mooie en de moeilijke momenten.
En geloof me: Mijn collega’s en ik hebben die zes weken hard nodig om even afstand te nemen om straks weer klaar te zijn om ons kostbaar kroost te koesteren.

zaterdag 10 juni 2017

Meer doen dan denken.

En nu weet ik het zeker. Bijna. Ik ga een politieke partij oprichten. Uiteindelijk was het een bedrag van €3,95 wat de doorslag gaf. Maar daarover later meer.
Sinds ik bijna twee weken geleden een blog postte en daar echt duizenden reacties op kreeg, loop ik al een beetje met dit idee te spelen. 
Die politieke partij moet er gewoon komen. De naam heb ik al: DOEN! 
Eerst een vereniging oprichten. Notariële akte laten opmaken. Inschrijven bij de Kamer van Koophandel. De naam registreren bij de Kiesraad. En voilà, we kunnen van start als politieke partij. De speerpunten worden: onderwijs en gezondheidszorg.
Nadat we eind vorig millennium de hele wereld overhoop gehaald hebben door klantgericht te gaan werken, zijn we deze twee belangrijke pijlers van onze beschaving vergeten. 
Het onderwijs wordt nog steeds door anderen vormgegeven dan de directbetrokkenen. 
In de top van de zorg is echt niet doorgedrongen dat het uiteindelijk om de zorgvrager draait. Elke leerling, cliënt, verpleegkundige, ouder en leraar snapt dit. En daarom denk ik: DOEN!

Zo maar een paar uitkomsten van wat onderzoek op het gebied van onderwijs:
- Werkdruk wordt als te hoog ervaren.
- Meer burnout-klachten dan elders.
- Grotere klassen dan meeste andere Europese landen.
- Leerkrachten geven meer uur les dan in veel omringende landen.
- Met geld is niet alles op te lossen.
- Cultuur van 'alles meten' geeft geen verbetering.
- Na de invoering van passend onderwijs zijn we hier op gaan bezuinigen.

En dan de zorg:
Tja, waar zal ik beginnen? Met verontwaardiging las ik vanmorgen wat over de 'graaicultuur'. Nee, niet zo'n mooi woord. Maar we hebben met ons allen afgesproken dat bestuurders in de (semi)publieke sector niet meer mogen verdienen dan een ministerssalaris van een kleine € 200.000,- 
En vanaf volgend jaar wordt daar ook op gecontroleerd en eventueel gesanctioneerd. Wat blijkt er nu?
Het gros van de bestuurders gaat nog even maximaal cashen voordat de regel helemaal niet meer overtreden kan worden.
Ik zie het al voor me: We hebben jaren gewacht op een nieuw verkeerslicht. Gewoon om de buurt veiliger te maken. Verkeerslicht arriveert. Alles doet het. Voelt een stuk beter. Dan komt er bericht dat er met ingang van volgend jaar een camera bij komt hangen. En gaan wij nu het resterende half jaar als een stel malloten door rood rijden? Zo van 'het kan nog'? Dacht het niet.
Ondertussen zie ik om mij heen hardwerkende verpleegkundigen die uren in moeten leveren, vakantiedagen zelfs. Ik snap het gewoon niet.

Dan de zorgverzekeringen (het verhaal van de € 3,95):
Sta ik net bij de apotheek. In het ziekenhuis. Het recept is door de afdeling chirurgie afgegeven. Een aardige dame laat me de middelen zien en geeft wat uitleg.
Aan het eind zegt ze: 'De maagbeschermers, die u nodig heeft bij het gebruik van de pijnmedicatie, moet u zelf betalen. Deze worden niet vergoed.'
Terwijl ik € 3,95 afreken, vraag ik waarom ze eigenlijk niet vergoed worden. Ze lacht wat schaapachtig en zegt: 'Tja, dat vinden wij ook heel raar maar de verzekering wil dit alleen vergoeden als je ze minimaal zes maanden achtereen aantoonbaar gebruikt.'
Deze keer was de medicatie niet voor mijzelf. Maar mijn ervaring met dit soort middelen is dat het niet echt handig is om deze zes maanden te slikken.  De apotheker deelt deze mening maar geeft aan zelf machteloos te staan tegen dit soort regelingen van verzekeringsmaatschappijen.

En nee, het lukt niet om gelijk met alle oplossingen te komen. Die zijn ook niet allemaal kant en klaar voor handen.  Maar er zijn al best heel veel zaken die met gezond en nuchter verstand op te lossen zijn. Daarover in een volgend blog meer. 
Voor nu de focus op doen. Echt doen. Begrijp me goed: Ik ben niet tegen denken.  Menigeen die eerst deed, voordat hij dacht, kreeg daar spijt van.
Toch denk ik dat we teveel denken. Laat de uitvoering vooral aan de doeners over. En denk daar niet teveel over. Daarom een nieuwe politiek partij. Die zich sterk maakt voor de doeners. Ik zeg: DOEN!



dinsdag 30 mei 2017

'Ik heb nog nooit een acht gehaald'

Een paar jaar geleden kwam een meisje aan het eind van de les naar mijn bureau.  Haar repetitie-blaadje in de hand. 
Ze aarzelde en zei 'Klopt dit wel meneer?'
'Wat bedoel je Joke?'
'Nou, hier staat een acht.'
'Ja, zoals ik al zei, heel goed gedaan!'
'Maar ik heb nog nooit een acht gehaald.' Ik meende een traan te zien glinsteren. 
Achteraf gezien was dit het moment dat ik de beslissing nam om me helemaal te richten op deze kinderen. Leerlingen die het vmbo volgen. En dan de kader-, of liever nog de basisberoepsgerichte leerweg. Mensen waarvan ik merk dat ze veel talenten hebben. Alleen niet op cognitief niveau.
Leerlingen die de hele basisschooltijd doorgebracht hebben in de hoek van 'kan niet', 'wil niet', 'mag niet' en ten slotte 'durf niet'.  Ik weet dat ik chargeer, maar toch.
Het gesprek met Joke was nog niet over. Nou ja, wel met haar maar niet met haar moeder. Die belde me 's avonds.
'Joke staat hier naast me. Ze is zo blij met haar mooie cijfer'
'Ha ja mevrouw,  leuk dat u daarvoor belt.  Feliciteer haar maar. Ze heeft het echt helemaal zelf verdiend'
'Ja daarvoor bel ik u ook' vervolgde ze, 'eigenlijk willen we u vragen of ze naar kader kan, een niveautje hoger.'
'Waarom wilt u dat mevrouw?'
'Nou ja, haar broer Paul doet gewoon havo, en nu vinden we het een beetje naar dat Joke helemaal op basis zit.'
Ik zal u mijn reactie besparen, het was niet mijn beleefdste antwoord ooit.
Hiermee zeg ik niet dat de onderwaardering van het vmbo aan ouders, of alleen aan ouders te danken is.  
Ook wij schoolmensen maken er een potje van. Zolang wij blijven praten over opstromen en afstromen, niveau hoger of niveau lager verandert er niets.
Om nog maar niet te praten over methodes en hun totstandkoming. Ben er zelf ook wel eens bij betrokken geweest. Wil niets afdoen van de goede intenties van de mensen die hier  veel uren insteken. Ook in hun vrije tijd. Maar per definitie worden methodes geschreven door mensen die zelf aan de andere kant van het spectrum zitten.
Dit betekent in de praktijk dat een methode vaak geschreven wordt voor een havo/vwo-niveau.
En uiteindelijk na veel schaven en alle vierlettergrepige woorden verwijderen, blijft er iets over dat geschikt is voor een vmbo-leerling. Denken we.
Dat deze leerling vaak niets heeft met onze manier van werken, vergeten we.
Wil ik echt dat degene die in de toekomst mijn huis bouwt, de weg aanlegt of mij verzorgt, het verschil weet tussen een onderwerp en een lijdend voorwerp?
Vanmorgen waren we aan het ontleden.  De zin "Ik ga vissen vangen met een schepnet." stond in het boek.  Hierbij een paar reacties:
'Meneer ik vis niet.'
'Mijn broer vist met een hengel.'
'Pas een snoek van zestig centimeter gevangen.'
'Vissen is saai.'
Toen we uiteindelijk de opdracht maakten, vond de helft 'vissen' ook een werkwoord.  Natuurlijk hadden ze gelijk, alleen niet in deze zin. Typisch geval van verkeerd voorbeeld op een verkeerde plaats.
Ik heb het nu over mensen die de rest van hun leven bezig zullen zijn met uitvoerende taken.  Veelal met hun handen gaan werken. Mooie, moeilijke en zware dingen doen.
Hiermee zeg ik niets over die mens. IQ maakt geen goede of slechte mensen. Zelf denk ik wel eens dat ik slim ben. Maar al mijn slimmigheid heeft me niet behoed voor een paar domme keuzes. Het waren juist mijn vmbo-leerlingen die indruk op mij maakten. Op het moment dat gevolgen van foute keuzes zichtbaar werden. En nogal breed uitgemeten werden. Toen het voor mijn directe omgeving al lang oud nieuws was.  Het waren mijn leerlingen die me op één van mijn donkerste momenten verrasten met een cadeau als hart onder de riem. En een bos bloemen. ‘Voor uw vrouw, want zij kan er helemaal niets aan doen.'  
Het zijn inmiddels vrachtwagenchauffeurs, schoonmakers, metselaars en verzorgenden geworden. Ik ben onwijs trots op ze. Verschillende van hen spreek ik nog regelmatig. Ze zijn geworden wat ze toen al waren. Grote mensen.




zondag 14 mei 2017

Moederdag

Op deze mooie zondagmorgen doe ik dienst in Gouwestein. Een zorginstelling in onze achtertuin. Elke zondagmorgen wordt er een kerkdienst belegd.  Altijd door één van de vele wijkgemeenten die ons stadje rijk is. Vandaag is onze wijk aan de beurt. Wij 'leveren' dan een dominee, een ouderling, een organist en een diaken. Ik ben er één van.


Daar ik de laatste tijd wat vaker in soortgelijke instellingen geweest ben, niet als kerkenraadslid maar als familielid, kijk ik nu toch met wat andere ogen.
En sta ik verbaasd over alle mensen die hier bezig zijn. Naast de professionals (zowel het verplegend als facilitair personeel) de vele vrijwilligers. De gastvrouwen en heren, de mensen die bewoners van en naar de kamer halen en brengen. De koffie-schenkers, collectanten en organisten. Soms zelfs een heel koor.
Zoals altijd, wanneer ik dienst heb, ben ik veel te vroeg. Ik maak wat foto's van wat kunstwerken.  En snuffel wat rond. Spreek wat mensen. 
Dan de dienst. Mooi, kort en krachtig. Over psalm 23. De Heer is mijn Herder en zo. In deze omgeving komt deze psalm nog meer tot zijn recht. Er komt ook een geweldig mooi gezang langs. In ieder geval de laatste regel daarvan raakt mij altijd.
Vanuit één van de speciaal gereserveerde 'kerkenraadsstoeltjes' heb ik een goed zicht op de gemeente deze morgen.
Zo'n vijf à zes mannen. En een stuk of dertig vrouwen. Mijn gedachten dwalen af naar mijn moeder. Op dit moment een honderd kilometer verderop, in een andere zorginstelling.
Ondertussen hoor ik flarden van de overbekende psalm voorbijkomen. Over grazige weiden. Stille wateren. Gaan door een dal van schaduw des doods. En ook het 'mij zal niets ontbreken' komt een paar keer langs. 
In de loop van de dag zoek ik wat levens van moeders uit de bijbel op. Toen werd er ook al geleden. Door moeders. Manhaftige moeders
Eva die door haar man 'die vrouw' genoemd werd. Haar oudste zoon wordt een moordenaar. 
Sara die het grootste gedeelte van haar leven op een kind wacht. En door te weinig geduld haar huiselijke vrede in rook op ziet gaan.
Rebekka, vrouw met een goed huwelijk, zet haar zoon tot leugen aan en moet hem daardoor missen. 
En via Rachel en Batshéba kom ik uit bij Maria. Die op een afstand stond te lijden toen haar Zoon gekruisigd werd.
Dan heb ik Lea en Naomi nog niet eens genoemd.
Zei ik net manhaftige moeders? Misschien toch maar veranderen. Wij mannen zijn de watjes. 



zaterdag 13 mei 2017

Spruitjeslucht in duinlandschap

Wat is dat toch met ons als christenen? Hoe komt het dat we er op één of andere manier telkens in slagen om onszelf in de voet te schieten? Ik kan geen andere groep mensen bedenken, die zo goed is staat is zichzelf in een kwaad daglicht te stellen.
Zijn we zover dat we, de verzuiling voorbij, een paar prachtige maatschappelijke verantwoorde organisaties hebben, gaan we ze langs ons eigen meetlatje leggen. 
We hebben een organisatie: 'Tot Heil des Volks'. Deze doet al meer dan 150 jaar prachtig werk. Grotendeels in Amsterdam. Met de bedoeling om het leven van mensen te verbeteren. Lichamelijk en geestelijk. Verslaafden, prostituees en andere mensen aan de rand van de samenleving worden geholpen.
In de loop van de anderhalve eeuw hebben ze hun beleid wel eens aangepast. Zo zijn ze overgestapt van scholing voor kinderen en vrouwen naar hulp aan werklozen. Daarna de drugsverslaafden en de prostituees. 
Zo'n beetje de meest praktische invulling van onze diaconale opdracht: Helpen daar, waar geen helper is. 
Natuurlijk is hun manier van werken ook wel wat aangepast. Eerst relatie en verbinding, daarna proberen mensen te laten zien dat een leven met Jezus een rijk leven is.  Lijkt me niet zo'n probleem toch?
Uiteindelijk vertrekken er toch ook geen schepen van de VOC meer met specerijen-handelaren op het achterdek en missionarissen in het vooronder?  
Maar wat schetst mijn verbazing de afgelopen week? Blijkbaar voldoet "Tot Heils des Volks' niet helemaal aan de strenge eisen die we elkaar in refo-land zo graag opleggen. 
En natuurlijk zal er best iets zijn. Iets met rook en vuur en zo. Maar moet dat op deze manier? Niet alleen elkaar in de haren vliegen in krant voor eigen parochie. Maar via de social-media de hele wereld over. 

Wat dan? Bij (vermeend) onrecht zwijgen? Nee, dat niet. Er is denk ik al veel te veel en veel te lang over van alles en nog wat gezwegen. Zeker in ons eigen zuiltje.

Maar bij een flagrante schending van de eerbaarheid van zowel de genoemde Stichting als hun huidige directie, verwacht ik toch minimaal een paar zaken die alle onrust en opschudding waard zijn.
Wanneer dit niet het geval is, mogen, wat mij betreft, titels boven ingezonden stukken, die suggereren dat het heil er vandoor is, achterwege blijven. Zolang 'Tot Heil des Volks' niet collaboreert met het kwaad, in welke vorm of gedaante dan ook hebben ze mijn steun.

dinsdag 2 mei 2017

Vijfentwintigduizend leerlingen in een lokaal


Eén week vakantie. Naast die andere elf weken per jaar die ik al heb. Onderwijs is wel zo ontzettend gaaf!
Dan heb ik het er nog niet eens over dat om vijf over drie 's middags de lessen er op zitten. En mijn leerlingen verdwenen zijn. Vergaderen? Nee hoor, dat doen we tegenwoordig een stuk minder.  We doen het meest digitaal.
Ooit ontbond een school, waar ik voor werkte, van de één op de andere dag, alle (sub)commissies. In het kader van bezuinigingen en werkdrukverlaging. Geen leerling heeft daar wat van gemerkt.
Maar om bij het begin te beginnen. Ik werk in het voortgezet onderwijs. Van mij wordt verwacht dat ik elke week 26 uur les geef. Lesuren van 50 minuten. Dat is iets meer dan 21 uur werken per week. Dit doe ik veertig weken per jaar. 
Geen wonder dat mijn vrienden me nog wel eens iets over vrije tijd in het oor fluisteren. 
Laat ik voorop stellen dat ik een fantastische baan heb. Elke schooldag trek ik
op met jongeren. Jongens en meiden in een leeftijdsfase, die ingewikkeld is.Te oud om alleen als kind gezien te worden en te jong om zelf van alles te mogen beslissen. En wij volwassenen weten verdraaid goed wanneer we welke van deze twee moeten gebruiken. 
Onderdeel uitmaken van, en een klein beetje bij mogen dragen aan, het proces van volwassen worden, is mooi.
Een geweldige baan, die wat uren betreft, echt niet alles van mij vergt. Ik kan er zijn voor mijn gezin. Heb leuke vrijetijdsbestedingen
Vanwaar de discrepantie tussen de beleving van de zwaarte van ons werk en de niet overdreven veel uren makende weken? Want ook al besteden we vier uur per dag aan nakijken, voorbereiden en oudercontacten, dan nog zitten we op jaarbasis onder een veertigurige werkweek. En vanwaar het hoogste percentage ziekteverzuim in het onderwijs? Uitval van mensen? De burn-outs? 
Misschien is het wel helemaal geen uren-verhaal. En ook niet les-gerelateerd. Natuurlijk moet je stof over kunnen brengen en een klas met pubers aan kunnen. Dat is het punt niet. Maar er is ook nog wat anders. 
Tijdens een gemiddelde dag komen er ongeveer honderdvijftig leerlingen mijn lokaal binnen. De meesten begroeten me, verwachten een groet terug. Zowel bij binnenkomen als bij vertrek. Daarnaast komen er meestal voor schooltijd wel een paar leerlingen bij me binnenvallen. Na de les blijft er ook nog wel eens één hangen voor een ditje of datje.
Zo kan het gebeuren dat ik iets voor achten in mijn lokaal ben. Daar de eerste leerling voor mijn deur tref. Na een gesprekje is het tijd voor de eerste les, die wordt opgevolgd door les twee en drie. Hierna  een snelle lunch met mijn leerlingen. Daarna blijven er nog wat hangen.
Snel om tien over elf naar de docentenkamer. Plastic bekertje koffie. Beetje ongein met hartstikke leuke collega's en weer terug naar het lokaal. Waar de eerste leerlingen weer staan. De volgende lessen gaan van start.
De meeste dagen kun je mij om drie uur opvegen. Gewoon eventjes leeg. Zit in mijn dan lege lokaal bij te komen. Laat de dag passeren. De mooie en moeilijke ontmoetingen. Zoveel leerlingen die allemaal gezien willen worden. Gekend willen zijn. Energie die komt en gaat.
Gemiddeld komt er vijfentwintigduizend keer per jaar een leerling mijn lokaal binnen. Die gezien en gekend wil worden. Dit gebeurt in veertig weken. Mooie weken meestal. Die andere gebruik ik om weer op te laden. 

dinsdag 18 april 2017

Zo makkelijk kan het zijn

Ik heb een actieve buurman. Hij heet Jacco. Loopt elke morgen met zijn hond in het park als ik naar mijn werk fiets. 
Van tijd tot tijd spreken we elkaar.  En we lopen wel eens met elkaar via een buurt-hardloopgroepje.
Hij is christen. Maar hij loopt niet te preken. Althans niet met woorden. Niet met een Bijbel onder de arm door de straat.  Maar waar wat te doen is, daar is hij.
Maakt niet uit of het een buurtfeestje is, of even luisteren naar een buurman waar het wat minder mee gaat.
Vorige week appte hij me met de vraag of ik hem wilde helpen bij het paasontbijt op de markt in de stad.
Het idee is dat er tien rijen van tien tafels komen. Plaats voor meer dan duizend man. Georganiseerd door meer dan honderd vrijwilligers uit zo'n twaalf kerken.
Jacco regelt één zo'n rij. Had tien vrijwilligers nodig (voor elke tafel één). Kwam er nog een paar tekort. Natuurlijk zei ik ja. Charterde nog een buurvrouw die ik ken via de buurtbijbelkring. En een goede vriend waar ik soms mee hardloop en van tijd tot tijd een biertje mee drink in de stad.
Zo sta ik op tweede paasdag om kwart voor acht 's morgens bij genoemde buurvrouw voor het huis. 
Samen fietsen we naar de markt. In het oude Stadhuis van Gouda komen we met meer dan honderd vrijwilligers samen.
Al snel tref ik mijn vriend en vinden we 'Groep Jacco'.
Paar uurtjes tafels en banken sjouwen. Tafels dekken. Eitjes (chocolade en echte), kaas en ander beleg. 



Met een kruiwagen de glossy's van het Nieuwe Testament ophalen bij de plaatselijke Bijbelshop. Elke bezoeker mag een gratis exemplaar meenemen. Afspraak is dat we ze niet opdringen. We gaan ook niet preken of zoiets. Gewoon dienen. Gasten verwelkomen. Zich eventjes thuis laten voelen.
Koffie en thee schenken we in als er gasten zijn. En we gaan met manden brood rond. Ieder bij zijn/haar tafel. Croissantjes, bolletjes, met en zonder pitten, krentenbrood (met en zonder spijs). In alles is rijk voorzien.


Langzaam stroomt de markt vol met bezoekers. Van dichtbij en ver weg.
Er arriveert een fietsgroep uit Canada. Ze schuiven vrolijk aan. Naast een paar mensen op leeftijd die met scootmobiel en al aan tafel zitten.
Een paar uurtjes gevuld met korte gesprekjes. Vaak luchtig. Soms wat zwaarder.  Ik praat, maar probeer vooral te luisteren. Dat blijft leren voor mij.
Maar super gaaf om met mandje brood rond te lopen en te dienen. Niet meer en niet minder.
En de volgende dag staat het verhaal in de krant. Natuurlijk vind ik het leuk dat ik er zelf ook in sta. Met foto en al.
Maar het mooiste is nog wel dat een pagina-groot artikel afsluit met een verwijzing naar het verhaal van de vijf broden en twee vissen.  Zo voelde ik me gisterenmorgen namelijk. Als een uitdeler.  En het enige wat ik ervoor heb moeten doen, is ja zeggen op een vraagje van mijn buurman. Dankjewel Jacco!

  




dinsdag 21 maart 2017

Voltooid sterven

Tja en dan gebeurt het, dat je moeder je niet meer herkent. Voor het eerst. Je weet dat het er aan zit te komen. Maar toch. En op diezelfde dag rijd je met je vader, voor het eerst in een rolstoel, door het ziekenhuis.
Beiden ver in de tachtig. Hun leven wel zo'n beetje voltooid. Mooie dingen hebben ze gedaan. Actief betrokken geweest, bij de wederopbouw in de tweede helft van de vorige eeuw. Hun steentje bijgedragen aan de vooruitgang. Op verschillende terreinen. 
Ziekte, dood en gebrokenheid kwamen soms heel dichtbij. Niet het minst in de laatste jaren. Hebben inmiddels hun zichtbare en niet-zichtbare sporen getrokken. 
Voltooid leven. Wanneer ik  op synoniemen zoek dan lees ik afgerond,  klaar, af,
perfect en gereed. En de Dikke Van Dale zegt: 'Waarin men zich de handeling als afgelopen denkt.'
En ja, eerlijk is eerlijk. Veel van wat zij gedaan hebben is af. Klaar. Afgerond. Niet altijd perfect. Ook niet alles afgelopen. Iets in mij pleit ervoor om los te laten. Te laten gaan. Nu. Voordat het nog erger wordt. Een echtpaar dat elkaar voor de helft niet herkent, hoe echt paar is dat? 

Maar hoor ik iemand zeggen: 'Jij als christen, jij bent toch zeker niet voor voltooid leven?' Nee, eigenlijk niet. Maar ik lees ook in de Bijbel dat Jakob zijn zonen zegent en zijn voeten bij elkaar legt en de geest geeft.
Staat er wel een beetje als een activiteit. Klinkt ook  als voltooid leven. Het wordt ook niet gevolgd, door reanimatiepogingen of iets dergelijks. Maar ben geen theoloog. Die kan hier vast meer over zeggen. Je bent oud, ligt in een tent, lichaam wil niet meer zo. De geest nog scherp. Zegen je zonen, stop met drinken en in een woestijnklimaat ben je zo verstorven. Heeft ook wel iets moois. Maar weet niet of het zo gegaan is.
Treffend dat ook bij de vader en opa van Jakob staat, dat zij de geest gaven en stierven. Bij hen staat er ook nog bij dat ze de dagen zat waren. Klinkt ook weer als voltooid en er klaar mee zijn.

Aan de andere kant: Op de dag waar dit verhaal mee begon, heb ik wel een heel mooi gesprek met mijn vader gehad. Nou ja, hij praatte en ik luisterde. Die combi was nooit onze sterkste kant. En nu gebeurde het. 
En mijn moeder? Echt bereiken kunnen we elkaar niet meer met woorden. Maar er is zoveel meer. Wat te denken van samen eten, elkaar zien, even aanraken. Kreeg pas een handdruk van iemand, zonder woorden. In een situatie die wat ingewikkeld was geworden. Deze handdruk zei me meer dan duizend woorden.

Hoe meer ik er over na denk, hoe meer ik het gewoon niet weet. Wel denk ik, dat we niet voor een ander moeten beslissen. Ook al betekent dat lijden. Dit pleit er tevens voor, om zaken te regelen, wanneer we nog kunnen. Ook die met betrekking tot de wens, al dan niet tot het laatst toe, alle pogingen in het werk te stellen, leven te rekken.

De mogelijkheid om datgene wat achterligt, of achterblijft te zegenen, de voeten bij elkaar te leggen en de geest te geven, mag best wel eens over nagedacht worden. Voltooid sterven.




maandag 13 maart 2017

"Kaa-Uu-Tee-wijf! Je kan beter dood zijn"

Een collega, van een andere school, opent een paar dagen geleden haar mail. Zij leest het volgende:

“KUTWIJF JE KAN BETER DOOD ZIJN BEMOEI JE MET JE EIGEN ZAKEN” 

Zonder afzender. De dader wordt al snel opgespoord. Het is een leerling van haar, hij is vijftien en boos.
Voor zover ik begrepen heb is er met desbetreffende leerling gepraat. Ouders waren niet te bereiken en daarom kon de schoolleiding eigenlijk niet zoveel. Betreffende collega post haar verhaal op Facebook, in een besloten docentengroep.
Er blijven reacties binnenkomen op haar verhaal. 
Veel reacties gaan over de achtergrond van de leerling en de eventuele redenen voor zijn gedrag. En de wil om hierover in gesprek gaan. Gewoon als oplossing. Ik kijk hier erg van op. Begrijp me goed, als leerkracht maak je deel uit van een pedagogisch proces. Wil je graag gedrag begrijpen. En wil je ook graag in gesprek blijven met leerlingen.
Maar dit is wangedrag. Dat ga je eerst aanpakken. De boel veilig maken. Een signaal afgeven. De dader een sanctie opleggen. Hierna prima om in gesprek te gaan. Maar niet andersom. Zelfs bij de brandweer blussen ze eerst, voor ze onderzoek gaan doen waar de brand begonnen is.
Ik sta net zo lang voor de klas als dat bovengenoemde leerling oud is. Wat ik geleerd heb, is dat veiligheid binnen school, binnen een klas de absolute
basisvoorwaarde is. In een veilige omgeving wordt geleerd, gedeeld en geleefd. En daar mogen we fouten maken. Zijn we school voor. En mijn leerlingen maken fouten, net als ik. Zijn ze mij niet minder om. We leren van elkaar. 
Maar wangedrag is van een andere orde. Daar zit een keuze-element in. Zeker in bovengenoemd geval. De computer opstarten, anoniem account aanmaken en vervolgens de woorden intypen en ook nog eens versturen. Genoeg tijd om zich te bedenken.
Zeg ik hiermee dat we een vijftienjarige in de cel moeten stoppen? Nee, maar wel aanpakken. Duidelijk en consequent. En ouders niet bereikbaar? Anno 2017? Ja dat gebeurt helaas. 

Een paar jaar geleden had ik een leerling met een wapen in haar tas. Ze zat in mijn mentorklas. Eén telefoontje (volgens het protocol) naar de politie en binnen tien minuten stond de Hermandad op het schoolplein.
Ze stelden haar een paar vragen, namen wapen in beslag en zij moest mee. Ouders waren niet te vinden. Als mentor werd mij toen gevraagd om mee te komen. Ik heb vier uur op het bureau gezeten terwijl daar een heel protocol in werking trad. Dit in verband met de leeftijd van onze leerling.  Kwam zelfs een dokter aan te pas.
Ondertussen vader van de leerling aan de lijn. Boos omdat dochterlief aan zijn wapenkast had gezeten.  En deze open had kunnen krijgen. Oom agent die bij dat telefoongesprek aanwezig was, zag mijn boosheid toenemen. Over een vader in een situatie, waar je gewoon niet weg kunt blijven. En al helemaal over een vader die zich druk maakt over zijn wapenverzameling. Ik had meneer graag door de telefoonlijn heen getrokken. En hem zijn dochter laten zien. Die er ondertussen knap doorheen zat.
Begreep van oom agent dat zijn collega’s onderweg waren voor een inspectie van genoemde wapenkast. En begreep zo tussen neus en lippen door dat vader die wel eens kwijt kon raken. In ieder geval de inhoud.

Ieder gezond mens wil dat iemand die ontspoort, hulp krijgt. Maar wel in de juiste volgorde.
Laten we weer gaan opvoeden. Dat gebeurt in een gemiddelde week 32 uur op school, 14 uur op straat en 122 uur thuis.
De meeste uren hebben we niet in de hand als leerkrachten. Laten we alsjeblieft de uren op school benutten om dingen te doen waar we goed in zijn. Leerlingen te leren. Met alle middelen die ons ten dienste staan.

En ouders?  Geef kinderen een duidelijke koers; Blijf alsjeblieft fouten accepteren en helpen herstellen. Maar wangedrag? Help onze kinderen door dit niet te tolereren. Ook en juist nu.