Posts tonen met het label Kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerk. Alle posts tonen

donderdag 2 december 2021

Lichte hemel

Lichte hemel

Een beetje in de mineur fiets ik naar Open Kerk. Sinds twee weken zijn we weer open. Een plek waar iemand 's avonds even op adem kunt komen. Binnenlopen, moment van stilte, een kaarsje branden of een gesprekje met een vrijwilliger. Waar je tegen aan kunt praten en die eventueel met je bidt. 
Deze avond is het ons niet gelukt om twee vrijwilligers in te roosteren. Ik heb nog wel een oproepje op de groepsapp geplaatst, maar deze niet voorzien van woorden die de urgentie aangeven. Het feit dat we binnen twee weken al een avond dicht moeten, bezorgt me een gevoel van mislukking. Om in zo'n kort tijdsbestek al een nood-oproep te doen, voelt als falen. 
We zijn net van start gegaan en hebben gewisseld van gebouw. Van Sint-Jan naar Sint-Joost; allebei mooie kerkgebouwen met een eeuwenoude traditie. Zo'n opstart en wisseling veroorzaakt altijd wat deining en is denk ik de reden dat niet alle vrijwilligers gelijk staan te trappelen. 
Zelf kan ik deze avond niet en ben nu onderweg om alleen het bij de kerk behorende zaaltje open te maken voor een bijbelkring. Die heeft geen vrijwilliger nodig, ik hoef alleen de deur maar open te doen.
Het is ook niet zo erg om vanavond een keer geen Open Kerk te hebben, zeg ik tegen mezelf, terwijl ik mijn fiets langs de gracht tegenover het Godshuis stal. Deze kerk zat een paar weken geleden ook gewoon dicht 's avonds.
Als ik me omdraai en naar de zijdeur, die van het zaaltje, loop, ontwaar ik een zittende gedaante voor de grote kerkdeur. Hij zit ineengedoken met zijn rug tegen de deur en zijn voeten op de trap.
Ik loop naar hem toe en begroet hem. Hij komt overeind en kijkt me aan.
'Hallo', zegt hij.
Voor me staat een man van middelbare leeftijd. Ik zie iemand die er wat vermoeid uitziet. Hij staat wat voorover met neerhangende schouders kijkt me vragend aan.
'U komt voor Open Kerk?'
'Ja, ik heb...' vervolgens hoor ik voor de gesloten deur in een paar minuten een korte versie van een ingewikkeld leven. Twee woorden die uit zijn verhaal naar voren komen zijn 'alleen' en 'moeilijk'. 
Na geluisterd te hebben, vertel ik hem dat Open Kerk dicht zit vanavond maar dat er wel een bijbelkring is. Bij het eerste zakken zijn schouders verder en bij het laatste komen ze weer omhoog. 
Even later komt de eerste van de kring aangefietst. Na hen aan elkaar voorgesteld te hebben, nodigt ze onze bezoeker uit om mee te doen met hen. 
Als ik de deur van het zaaltje geopend heb, fiets ik onder een lichte hemel terug. 


woensdag 1 december 2021

Prikken in de kerk

 

Zo maar tussen mijn werk door komt er ineens een vraag van onze burgemeester binnen. Nou ja, van één van zijn mensen. 
Of er naast de grote kerstboom op de markt, net aangekomen uit onze zusterstad in Noorwegen, een artistiek exemplaar in de Open Kerk geplaatst mag worden. 
Iedereen die een moment van rust zoekt of een kaarsje komt branden, kan zijn of haar wens op deze boom prikken. 
Rond Kerst komt de burgemeester de geprikte papiertjes lezen en zegt er iets over.
Stilte, een gebed, gesprekje met een vrijwilliger of een kaarsje was al mogelijk. Nu ook verlangens handen en voeten geven.  
Ooit zei iemand: 'Een uitgesproken verwachting komt uit'. De gedachte daar aan mee te mogen werken, maakt me blij.
 







De zeulende kerstboom

Al een paar dagen sjouwt er een kerstboom door onze stad. Hij is gemaakt door onze burgemeester. Deze beste man kreeg in het Huis van de Stad de handen op elkaar voor een heuse wensboom. Afgekeken van de reuzenkerstboom die elk jaar vanuit Noorwegen richting Markt van Gouda komt. De wensboom van onze burgervader is een artistieke vertaling van deze grote boom.
Nu kaarsjesavond en andere gezamenlijke activiteiten niet doorgaan, lijkt het onze burgemeester goed dat er een alternatief komt voor het zingen rond de boom in het centrum. Een commissie dacht er over na, kwam met een voorstel en liet uiteindelijk door iemand de wensboom maken.
De boom wordt wensboom genoemd om niet teveel te lijken op een religieuze uiting. Wel wil deze boom symbool staan voor verbinding en verlangen. Daarom kan een ieder zijn of haar wens er op komen prikken.
Tevens dacht het onze burgerlijke overheid goed om deze boom in een kerk te plaatsen. Waar kunnen mensen nu makkelijker een moment voor zichtzelf kiezen om een wens uit te schrijven en op te hangen?
Daar onze burgemeester op de hoogte is van Open Kerk en van mening is dat dit nog steeds in de SintJan gebeurt, klopt hij aan bij de SintJan. 
Die hebben hem geweigerd. Straks komen er bezoekers voor de wensboom en die betalen geen entree is de gedachte. Aanbiedingen om dit te compenseren lopen op niets uit. 
De wensboom wordt verwezen naar de Sint Joostkapel. Maar die is overdag niet open. En onderweg naar de Joostkapel blijkt dat de wensboom daar alleen 's avonds benaderd kan worden. Maar in de avond zit alles dicht. Alleen Open Kerk mag omdat dit een kerkelijke achtergrond heeft.
Om als burgerlijke gemeente een wensboom te geven die alleen in de avond toegankelijk is, dan roep je jouw inwoners eigenlijk op om 's avonds de straat op te gaan en iets kerkelijks te doen. Dat kan natuurlijk niet. Nou ja in de SintJan zou het... Oh nee, dat mag niet. Daar zijn we door de week een museum. God regeert in Gouda alleen op zondag.
En zo zeult er nog steeds een wensboom door een koude kille stad. Geen donkere stad, nee de SintJan is prachtig verlicht en ook in de kosterswoning brandt licht. Daar zit de kerkenraad te vergaderen. Zware stukken moeten vanavond behandeld worden. Onder andere een notitie hoe we beleid kunnen ontwikkelen over het zichtbaar zijn als christenen in de stad. Ik wens u allen een prettige vergadering. 


woensdag 3 november 2021

Dankdag

Vandaag ben ik dankbaar. Voor leven en voor de wereld. Voor alles wat groeit en bloeit. Als het hier herfst is, ontluiken aan de andere kant van de wereld de bloemen, bomen en de struiken. 

Ik ben dankbaar voor wat in liefde en vrede om mij heen beweegt. Voor waar ik liefde mag ontvangen en daar waar ik ze mag geven.  
Dankbaar dat ik als mens altijd mag blijven zoeken naar verbinding. Ook, en misschien wel juist, daar waar het schuurt en ingewikkeld is. Dankbaar voor mensen die me wijzen op mijn tekortkomingen. Ze geven me nog meer reden om naar de juiste taal te zoeken om te bereiken.
Dankbaar dat ik een heel alfabet tot mijn beschikking heb. Om woorden te vormen die raken. En tegelijk dankbaar dat ik met diezelfde letters ook sorry kan zeggen. Daar waar raken kwetsen werd. 

Dankbaar dat ik als mens meer ben dan een klomp cellen. Dankbaar dat ik keuzes heb. Dat verandering altijd kan. Dankbaar dat verandering altijd bij mijzelf begint. Ik hoef nergens op te wachten. Dankbaar dat ik niet hoef te slagen om te volharden. Dankbaar dat ik niets en niemand hoef te oordelen. Dankbaar dat mildheid een bron is die nooit opdroogt. Dankbaar dat vergeving iets is dat zowel groeit als je het weggeeft als wanneer je het ontvangt.

Dankbaar dat ik elke dag opnieuw weer mag geloven in een groter iets. Voor mij is dat Jezus. Als grote voorbeeld en als mijn redder. 
Heel veel reden tot dankbaarheid om te weten dat er iemand is die veel groter is dan ik. Die mij ziet en kent in alles. Niet alleen in mijn succes maar veel meer nog in mijn falen. 
Dankbaar dat ik in mijn diepste wezen altijd vrij ben. Op de bodem van mijn hart liggen geloof, hoop en liefde altijd te wachten om in vrede alle ruimte te geven en te ontvangen.







vrijdag 8 oktober 2021

De boom in met de diaconie!




Hollend kom ik langs een gehavende boom aan de rand van de stad. Iets verderop staan zijn soortgenoten in groepsverband.
Zelf ben ik in gedachten bezig met de lezing die ik een paar uur later ga geven. Een verhaal over diaconaat. Een mooi oud woord voor omzien naar elkaar. Net voor mijn renrondje ben ik naar de kerk gegaan. Voor de al klaarstaande, nu nog lege, stoelen heb ik mij een moment de avond ingevoeld.
Het is fijn om de energie van zo'n bijeenkomst al wat in te ademen. Nadat ik me vergewist heb van de werking van geluids-, en beeldapparatuur ben ik gegaan.
Om nog even een rondje hard te lopen, mijn laatste gedachten te ordenen en met  voldoende verse zuurstof de avond in te gaan.
Achter de mij opgevallen boom zijn aannemers druk bezig een nieuwe, tijdelijke, woonwijk uit de grond te stampen. Aan de vlaggen en de heen en weer lopende pakken, voorzien van bouwhelmen, te zien is er sprake van een officieel moment. 
Mijn boom maakt het op afstand mee. Hij heeft het zwaar te verduren gehad zo te zien. Er zijn een soort rubberen banden gespannen om hem vast te houden. Daarnaast is hij helemaal gekortwiekt. Waarschijnlijk om energie te sparen, zodat er geen levenssappen naar uiteinden van takken en al bijna vallende bladeren gaan. Alles concentreert zich op het levensbehoud van dit moment. 
Ik vraag me af wat hem uiteindelijk zo gemaakt heeft. De langsrazende auto's en scooters heeft ie jaren overleefd. Ook de optrekkende of juist afremmende treinen vlak achter hem, hebben hem nooit gedeerd. De huizen tegenover hem heeft ie blijkbaar geen last van gehad. De school en het verzorgingshuis dichtbij, met het nodige leven of soms het gebrek eraan, heeft hij aangekund. 
Is het de oplevende bedrijvigheid van de nieuwbouw om hem geweest? Het gestamp en getril van machines? Of zat er gewoon wat zieks in zijn genen? Is de afzondering van zijn broers en zussen iets verderop hem fataal geworden? Wie het weet mag het zeggen.
Ik word blij van de boomverzorger die hem gewoon heeft laten staan. Wel de aandacht gegeven met de juiste middelen om hem straks in het nieuwe voorjaar weer zelfstandig zijn gang te laten gaan. Deze man of vrouw heeft de boom aan alle kanten bekeken en voor nu, misschien wel wat onder protest, weggehaald wat in de weg zat. Zodat ook deze boom ooit in vol gejuich zijn bloei kan vieren.
Met een blij gevoel ren ik mijn rondje uit. Ik ben er klaar voor. Ik hoef vanavond alleen maar te zeggen dat diaconaat takkenwerk is. 

donderdag 1 juli 2021

Bedankt


Dank jullie wel!

'Dan zullen daar de blijde zangers staan'. Die psalmregel schoot me vaak te binnen als ik jullie daar weer zag.
Of jullie altijd blij waren, weet ik niet, wel dat jullie er stonden en zongen. Waar de gemeente moest zwijgen, vertolkten jullie haar stem.

Op het dieptepunt van de crisis:

'Dies zal ik nu ook onbevreesd
in schaduw van Uw vleug'len zingen' 

Of een paar weken erna:

'Zing vrolijk, heft de stem naar boven'

En in diezelfde dienst: 
'Stralend Licht, Morgenster,
Niemand is als U'

Tijdens een doopdienst:'

'En zeg:  Vrees niet, Ik ben erbij, 
wees maar niet bang, jij bent van Mij!'

Of een paar weken geleden nog: 

'Die nimmer mij heeft afgewezen,
noch mijn gebed gehoor ontzegd'

Jullie stonden daar en zongen. Ik kon niet zien wat jullie voelden en dachten. Meestal niet tenminste. Maar soms klonken jullie vier of vijf stemmen luider dan duizend stemmen van een jaar ervoor. Drongen dieper binnen en raakten meer.

Net als iedereen ben ik blij dat we weer met ons allen mogen zingen. Denk dat iedere kerkganger er blij mee is. Het voelde soms als een straf om te moeten zwijgen. Toch heeft jullie zang mij ook geleerd dat waar ik zwijg andere stemmen door gaan. 

Vanaf deze plek jullie allemaal heel erg hartelijk bedankt! 

Bij de kostersuitgang staan emmers met gerbera's. Dit is de enige bloem die geen officiële betekenis heeft. Anjers, narcissen en rozen hebben een betekenis. Net als dominees, diakens, en organisten. De zangers waren die functie (als individu in onze kerken) een beetje kwijt. De crisis bracht jullie terug. Met alle schoonheid van de zangkunst die jullie ons gaven. Als je een kind vraagt een mooie bloem te tekenen, tekent zij/hij een gerbera. 

Ook alle mensen die via licht en geluid al dan niet op de voorgrond of achter de schermen, mogelijk maakten dat we thuis de diensten konden volgen en de bovengenoemde zang konden meebeleven. Jullie heel hartelijk dank! Ook voor jullie staan er bloemen. Neem alsjeblieft mee. Ze zijn er voor jullie allemaal.

Als laatste noem ik onze drie predikanten. Voor lege banken preken is ingewikkelder dan je denkt. Het zicht op de gemeente letterlijk een beetje kwijt raken moet pijn gedaan hebben. Het is zo in strijd met waar u toe geroepen bent. Dat moet lastig zijn geweest. Ook voor u staan er bloemen. Neem alstublieft onze dank aan.

Natuurlijk zijn er nog vele andere te noemen. Maar voor vandaag beperken we ons tot jullie. Namens de gehele gemeente hartelijk dank! In Jezus Naam.



dinsdag 8 juni 2021

Open Kerk dicht

Beste mensen,

Open Kerk was gisteren voor het laatst. We kijken met dankbaarheid terug. Bijna zestig vrijwilligers hielden de kerk open, toen alles dicht zat. Ook op ijskoude en tochtige winteravonden zetten zij zich in om wat warmte en licht te verspreiden. 
Meer dan duizend mensen zochten stilte, gebed of een gesprekje. Ruim honderdvijftig kaarsjes werden er gebrand. Tientallen keren kwamen de bijbelkringen bij elkaar.
Onlangs kwam er een vader met twee dochtertjes. Zij liepen een rondje door de kerk, vader maakte foto's en de meisjes, de oudste rond de tien en de jongste een jaar of zeven, bekeken van alles en nog wat met grote ogen. Bij vertrek namen de twee allebei een bijbeltje mee. De kleinste was de grootste te snel af en begon in de buitendeur al hardop voor te lezen. Ik hoorde alleen nog 'Hier staat...." en de rest kon ik niet meer horen omdat ze buiten verder las. 
Zo is het werk van onze lieve Heer niet afhankelijk van ons doen en laten. Nu Open Kerk dicht is, zal God buiten verder gaan. In dat vertrouwen hebben we gisteravond de deur dicht gedaan.


woensdag 26 mei 2021

Spraakverwarring


'Zou jij op onze bruiloft als ouderling aanwezig willen zijn?', is de vriendelijke vraag van de toekomstige bruidegom.
'Ja we kennen jou een beetje en dat is wel leuk bij het overhandigen van de Bijbel enzo', vervolgt zijn toekomstige wederhelft.
'Euh, ja natuurlijk wil ik dat. Leuk dat jullie mij vragen. Maar ik ben geen ouderling.'
'Huh? Niet? We zien je er al jaren zitten. En je bent trouwens ook de enige ouderling die we een beetje kennen.'
'Ik ben diaken', help ik ze uit de droom.
'Hahah', ze schieten beiden in de lach alsof ze een goede grap horen.

In de Bijbel wordt gesproken over prachtige en minder prachtige beroepen. Wie kent Lydia, de purperverkoopster niet? Of Paulus de tentenmaker en Rachab de hoer?
Ooit hebben we die woorden zo vertaald en ze staan tot de dag van vandaag zo in de Bijbel. Maar er is geen mens die hetzelfde doet en zijn baan of bezigheid nog zo noemt. 
Lydia zou nu waarschijnlijk zakenvrouw van het jaar zijn met haar handel in textielverf. Paulus die rondtrok om mensen te spreken over een blijde boodschap, zou nu zeggen dat ie als zzp'r onderweg de kost verdient in de woningbouw. Tenminste ik neem aan dat er destijds nog niet zoveel toerisme was dat hij kampeertenten maakte. 
Tja en Rachab? Dat is een beetje lastig, ik weet niet zo goed of ze gewoon een gastvrije café-uitbater was, of echt een publieke vrouw.
Het gebeurt in de Bijbel vaker dat iemand de zaken wat slechter voorstelt. Kijk eens naar de broer van de verloren zoon. Die ging er maar eventjes van uit dat zijn broertje zijn geld in 't bordeel had uitgegeven terwijl Jezus dat nergens zegt.
Maar goed, stel dat Rachab wel een hoer was, dan noemden we haar nu sekswerker, was ze ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en wachtte ze, net als ieder ander met een contactberoep, totdat de samenleving voor haar open zou gaan.
Om de opmerking voor te zijn dat een ambt iets anders is dan een beroep; priesters en levieten kennen we niet meer.  Wanneer je nu als farizeeër te boek staat, bedoelen we echt iets anders dan iemand die lid is van een fanatieke religieuze, politieke partij. Ik denk niet dat je onze huidige mannenbroeders op het pluche blij maakt met deze benaming.
Zou het niet handig zijn als we in de kerk namen gaan gebruiken die mensen echt wat zeggen? Ik zit zeven jaar in de kerkenraad, ben diaken, zit in twee moderamina (enkelvoud is moderamen). In deze geledingen ben ik scriba, preses en secundus (geweest).  
Er is geen dertiger die deze laatste twee zinnen snapt. Ik geloof in de kracht van taal. Moeten we niet beginnen met ons wat begrijperlijker te maken? In ieder geval onze bezigheden?
Het is Pinksteren geweest. Het feest waarop iedereen de woorden van de discipelen, die we nu dominees zouden noemen, begreep vanuit zijn eigen taalveld. 

Binnenkort ga ik naar een bruiloft. Ik doe mijn pak aan en op de rug van mijn colbert schrijf ik 'Helper waar geen helper is',  Aan de dominee vraag ik of hij 'Bijbeluitlegger' op zijn toga naait. Dan kan de ouderling 'Bijbeluitdeler' op zijn jasje zetten. 
Als we die drie taken daadwerkelijk uitvoeren, misschien in een omgekeerde volgorde en soms wat door elkaar, geloof ik dat het Pinksteren blijft.



woensdag 14 april 2021

Laat mij nog zingen als de avond valt

Aan het eind van een intense dag de kerk in lopen en daar geraakt worden door het laatste zonlicht wat binnenvalt. Het gebeurde mij gisteravond. Ik bedacht dat het al weer een half jaar geleden was dat de kerk open ging op een moment dat alles dicht moest. 

Ik liep wat rond in de kerk en dacht aan het liedje hieronder. Misschien niet voor de kerk gemaakt maar prima passend. Het altijd weer een weg naar huis proberen te vinden, zou zo uit de bijbel kunnen komen. 

Van maandag tot en met zaterdag is de Sint-Janskerk open van 19.00 tot 21.00 uur. Iedereen is welkom  een rondje door de kerk te lopen. Er is ruimte voor stilte, gebed, een gesprekje of een kaarsje te branden. 
We doen dit met een groep van meer dan vijftig  mensen. Deze doen in wisselende duo's dienst. We hebben een rooster waar iedere vrijwiliger zelf haar of zijn avond kan kiezen om een paar uur beschikbaar te zijn. 
We hebben een mooie grote groep maar er is zeker nog ruimte voor een paar extra mensen. We vragen alleen of je 1 of 2 keer per maand van zeven tot negen uur 's avonds aanwezig kunt zijn.




zaterdag 10 april 2021

Kroonkerk gezocht.

 'Zijn er al kerken die bezig zijn als fieldlab? Of daar mee willen starten?', was mijn vraag een week geleden.
Inmiddels heb ik contact gehad met diverse kerkelijke organen en wat overheidsdiensten. 
De gemeenschappelijk noemer van beide instellingen was iets met voorzichtigheid en ook iets met dat we niet precies weten wie wat waar doet. 

Daarna sprak ik een goede vriend die mij vroeg: 'Hoe werkt zo'n fieldlab?'
Waarop ik antwoordde: 'Nou gewoon, je laat je testen en als je gezond bent, mag je naar binnen. Ben je ziek, dan kom je de kerk niet in.'
Ik hoorde me die laatste zin zeggen. Ben je ziek, dan kom je de kerk niet in. Die woorden bleven een paar dagen hangen. 
Van alles borrelde bij me boven. Van Bijbelse koningen die een grot hadden waar mensen zich verzamelden, die het moeilijk hadden. Er zijn nogal wat kerken vernoemd naar die spelonk. Ik moest denken aan de eerste kerken in de Bijbel, die ook dienden als vrijplaats voor mensen die gevaar liepen. Daarnaast dacht ik aan de tijd van de pest en de verhalen erover hoe dominees en andere ambtsdragers juist de zieken opzochten. De besmette huizen binnen gingen om woorden van troost en bemoediging te spreken. Of misschien wel te zwijgen en gewoon aanwezig te zijn.
Natuurlijk gingen mijn gedachten naar Jezus die melaatsen opzocht, ze aanraakte en hen niet alleen genas, maar ze zag en sprak. Ergens wil ik geloven dat elke plek waar dat gebeurde een kerk werd.
En ik: 'Als je ziek bent, kom je de kerk niet in.'
Vanmorgen sprak ik een dominee. Een wijs en fijngevoelig mens. 
'Arjan', klonk het, 'Je zou juist de kerk open moeten doen voor mensen die positief getest zijn.'
We bespraken nog meer, maar mijn kwartje was al gevallen.
Ik heb het antwoord. Open die kerk! En prima om vooraf te testen. Iedereen die een positieve uitslag heeft, krijgt voorrang. De beste plekken zijn voor hen.
Als je naar een teststraat kunt lopen, rijden of rollen, dan kun je ook een uurtje in de kerk zitten. Gewoon om goede woorden te horen. Een blijde boodschap van verbinding, zegen en geluk. 
Wie helpt me aan een Coronakerk?


 

dinsdag 18 september 2018

Open brief aan fractievoorzitter Dijkhoff

Geachte heer Dijkhoff,

Van harte welkom bij ons, protestanten. Een kleine vijfhonderd jaar geleden gingen wij er ook vandoor, bij onze roomse broeders. Dat ging nog wat heftiger. Iets met op deuren hameren, op brandstapels staan en beelden omgooien. We waren echt boos op elkaar.
Ondertussen hebben we de ruzie wat bijgelegd. We praten weer met elkaar en ergens geloven we dat we ongeveer hetzelfde bedoelen, alleen op een wat andere manier. Dit is dus geen vlugschrift om mijn roomse medemensen een klap na te geven. Ik laat niet af, te zeggen dat ook daar heel veel goede, lieve en aardige mensen zitten.
Maar nu u daar toch weg bent, mag ik u misschien onze kerk aanbieden. In die vijf eeuwen hebben we er af en toe een potje van gemaakt. We scheiden ons af waardoor we veel geloofwaardigheid kwijtraakten. En schreeuwden vervolgens over aangedaan onrecht dat het niet mooi meer was.
Dat doen we nog wel eens. We kunnen heel kleinzielig en kleinzerig zijn. Uit op een soort puntenwinst. Wie het hardst schreeuwt, die krijgt soms gelijk.  
We vergeten wel eens wat mensen of groepen. We waren niet altijd lief voor  andersdenkenden. Soms nog steeds een beetje niet.
Maar we doen ons best. Nu ga ik niet opsommen wat we allemaal goed doen, dat is er en dat laat ik voor zichzelf spreken. Nee, ik probeer iets dieper te gaan. Want we willen zo graag. Uitreiken naar omhoog en geloven dat er meer is. Overgeven aan wat verticaals waardoor we onze horizonten kunnen kruisen.
De gedachte dat ik niet alleen in verbinding sta met wat groters dan mijzelf, maar dat het grotere mij kent, ziet en redt.
Omdat ik vaak ook maar een klein mensje ben. Weet u meneer Dijkhoff, er zijn momenten dat ik twijfel. De laatste tijd zelfs best wel veel. Zeker ben ik echt niet, soms geloof ik het wel.
De bries langs een blaadje of de ogen van een oude dame brengen mij dan weer terug. Een oud lied dat mij te binnenschiet. Een tekst. Beiden vertellen me het oude en altijd nieuwe verhaal. Dat ik kind mag blijven, zelfs en misschien wel juist op momenten dat ik geen vader en moeder zie. 
Daarom vraag ik u, ga eens mee. Gewoon de kerk in. En dan bedoel ik niet dat prachtige gebouw hier in het centrum van de stad. Ja dat mag ook, graag zelfs. Nee, de kerk wordt gevormd door mensen zoals u en ik. Ietsje elkaar zien, een beetje verbinden en samen omhoog kijken.
Meneer Dijkhoff, ik ben vaak meer protestant dan christen, en dat laatste niet altijd een hele goede. Maar we hebben wel iets te bieden. Meer dan een dimensie extra zelfs. Het is hemels om verbinding met omhoog te hebben. In Jezus naam. 

donderdag 31 mei 2018

Beetje verdrietig

Ik ben verdrietig. Als christen geloof ik in het gebod van de liefde. Voor God, medemens en mijzelf. Alles wat een ander schaadt, moet ik niet doen. Waar ik kan helpen moet ik het doen.  Heb er zelfs een ambt in de kerk als diaken voor gekregen,  waar in het inzegeningsformulier staat: ’’Helpen daar waar geen helper is.”  
Nu kwamen er een jaar geleden wat homo’s op mijn pad. Daar hebben we het in de kerk niet zo vaak over. Hooguit over hun worsteling, waarvan wordt aangenomen dat ze die hebben.  
Samen met een vriend  in gesprek gegaan  met een groepje gelovige  homo’s. Daar zitten naast de worstelende ook ‘happy’ homo’s bij. Er waren ook verhalen over afwijzing en niet gekend zijn.  Door kerkmensen.  Allen gingen  een weg die ze niet zelf gekozen hebben,  maar die wel voortvloeide uit hun identiteit.
In diezelfde periode werd de geloofsviering op de roze zaterdag een feit. Als Protestantse Kerk Gouda hebben we via de Raad van Kerken de Sint Jan beschikbaar gesteld.  Ik ben er wel blij mee. Mensen die elkaar proberen ten zien.  Snel kom ik er achter dat er ook zijn die dit best heftig vinden. Die zich baseren op teksten over homoseksualiteit in de Bijbel. Heel vaak het gesprek aangegaan. Over lezen in de context. Over vergelijkingen met afschaffen slavernij (ook niet iets waar de kerk bij voorop liep).  Over stoppen met discrimineren van vrouwen (waren we ook niet de eersten mee).  Maar standpunten verharden of we zeggen er maar niets meer over.  Uiteindelijk gaat ook die zaterdag wel weer voorbij.
Desalniettemin, ik ga niet zwijgen. Zoals Martin Luther King ooit zei: “Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.”  

zondag 4 februari 2018

Dwarsliggen

Het raakte me dat iemand me een rebel noemde. De manier waarop het eruit kwam. Voelde voor mij alsof ik bewust de tegenstelling zocht. Akkoord, soms heb ik wat moeite met gevestigd gezag, maar ben zeker geen liefhebber van conflicten. Vervolgens gebeurde het nog een paar keer. Heb me beraden op mijn houding op sommige gebieden. Ook de betekenissen van rebel bekeken. Van dwarsligger tot opstandeling. En alles er tussen. Erover nagedacht. Tot ik afgelopen week de onderstaande verhalen tegenkwam:

Twee verhalen over Jezus. Nee, niet afhaken nu. Ik beloof u dat het spannend wordt. 

Het eerste verhaal gaat over Jezus die op een rustdag bij een boer over het erf loopt met zijn leerlingen. Tussen de graanvelden met koren dat rijp is. Zijn leerlingen plukken aren, malen het graan tussen hun handen en eten vervolgens de korrel.
Er staan farizeeërs toe te kijken. Een soort kerkenraadsleden, mensen die geestelijk leiding geven. Zij spreken Jezus aan op het gedrag van Zijn leerlingen. Het is niet de bedoeling dat er op een rustdag aren geplukt worden. Los van het feit dat het aren van een ander zijn en ze ook nog een productieproces van graankorrel tot zemel in gang zetten. Jezus legt uit dat christelijke vrijheid wel iets anders is dan regels volgen.

In het tweede verhaal komt Jezus in de kerk. Weer op de rustdag. In de kerk zit een man met een verdorde hand. Heel naar en vervelend, maar het klinkt niet als iets dat die dag ontstaan is en acuut hulp nodig heeft. Toch zet Jezus deze man in het centrum van de eredienst. Iedereen kan toekijken. Daar staan naast farizeeën ook schriftgeleerden. Deze laatsten hebben ook bestuurlijke functies. Jezus stelt hun wat lastige vragen. Vervolgens herstelt hij de verdorde hand van de man. Heel bewust gaat Hij de confrontatie aan. Met als gevolg dat de omstanders razend worden van boosheid.

En daar zit mijn grootste vraag. Wie ben ik op dat graanveld? Wie ben ik in die kerk? Lijk ik, als een kerkenraadslid met wat bestuurlijke taken, niet op die farizeeër en schriftgeleerde? 
Er gebeuren hele mooie dingen in de kerk. Ontmoetingen met mensen. Samen op lopen, iemand wat vooruit helpen. Even schuilen bij elkaar. Iemand bij Jezus brengen zoals u wilt. 
Daarnaast zijn we heel drukdoende met wat we vinden. Dat we wat moeten vinden. Soms zo druk met uitzoeken wat we moeten vinden dat mensen honger blijven houden en handen dor blijven.
Ik vraag me af hoe vaak staan we aan de rand van een graanveld een ander te beoordelen. Wanneer hebben we voor het laatst een dorre hand in het middelpunt gezet?  





















zaterdag 9 december 2017

Homo in de kerk

'U bent van de homo in de kerk?'
Zo luidde het berichtje dat ik binnenkreeg.
'Wij proberen die wel zichtbaar te krijgen ja'
'Mag ik bellen zonder m'n naam te noemen"
'Ja, dat kan'
Even later gaat de telefoon. "Privé-nummer vermeldt het scherm.
We hebben een gesprekje. Eerst aarzelend, dan een waterval van woorden.  Klinkt als iemand tussen de vijftien en de twintig. Hij wil erbij zijn als we met mensen uit de kerk bij elkaar komen. Maar hij aarzelt. 'Pa en ma weten het niet, eigenlijk niemand'
Ik voel mij onmachtig. Hier niet alleen de homo(LHBT'er) die zich niet gezien weet. Daar heb ik er meer van gesproken de afgelopen tijd. Hier komt ook de ouder-kindrelatie bij. Voelt als balanceren tussen ruimte geven en niet op stoel van de ouder gaan zitten. 
Uiteindelijk is hij er niet geweest, op de avond die we hadden. Met een stuk of twaalf waren we bij elkaar. 
Elkaar gezien, gesproken en gehoord. Homo's die blijmoedig in het leven staan. Zich gezien en geliefd weten in eigen omgeving. Niet altijd bij ons in de kerk. Ook de verhalen gehoord over afwijzing en eenzaamheid. Die raakten. 
Nee, we zijn niet bezig geweest met beleid, conclusies of iets in die geest.
Wel het verlangen uitgesproken om een beetje meer op Jezus te lijken. Elkaar te zien. In welke identiteit dan ook.
Een berichtje gestuurd aan de anonieme jongen. De hoop uitgesproken dat hij de ruimte en veiligheid voelt om thuis zijn verhaal te delen. Dat pa en ma de kans krijgen om pa en ma te zijn, ook hierin, juist hierin. En aangeboden om hem in contact te brengen met één van zijn broers of zussen. Die hem willen zien. Niet omdat hij homo is. Maar omdat hij mens is. 
Hij vond het trouwens oké dat ik dit opschrijf. En dit deel met jullie; zijn broers en zussen.