De stad slaapt nog wanneer ik de deur van het Besiendershuis achter me dichttrek. De stenen zijn koud van de nacht. Aan de Waal hangt een mist die zo dik is dat de overkant niet bestaat. Alleen water, ademend en traag.
Ik loop langs de kade, de rivier volgend en kijken of hij ergens een antwoord heeft. Uit de mist groeit langzaam de Waalbrug. Eerst de pijlers, zwaar en stil als betonnen voeten. Daarboven de boog, een rug die zich uitstrekt over het water. Op een van de pijlers heeft iemand met grote letters geschreven dat vluchtelingen welkom zijn. De woorden hangen in de vochtige lucht, alsof ze nog niet weten waar ze moeten landen.
Dan hol ik een hoge steile trapbrug op en af en bevind me in de uiterwaarden die het begin van een polder vormen. Aan de rand van een strandje staat een klein tentje. De rits gaat open. Twee mannen kruipen naar buiten, hun bewegingen traag van de nacht. Rond het doek liggen lege flessen en een paar blikken. Ze praten met elkaar in een taal die ik niet meteen herken, maar ergens klinkt hij Pools. Hun stemmen schuren zacht door de mist.
Ik ren tussen paarden en koeien door die al vroeg genieten van het kruidenrijke gras dat tussen pollen riet en jong aanplant groeit. Soms glijden mijn nieuwe hardloopschoenen weg tussen slib en zand. Na een halfuurtje ren ik weer terug. De paarden staan nog op dezelfde plek. Eén koe schuurt traag tegen een ijzeren paal.
Wanneer ik de stad weer binnenkom, begint het licht te worden. Langs de kade, voor het casino, staat een man gebogen over een prullenbak. Hij tilt het deksel op, kijkt erin, haalt er een blikje uit en stopt het in een plastic tas. Het rinkelt zacht tegen de anderen.
Even blijf ik staan en vraag ik me af waar hun verhalen begonnen zijn. De mannen in het tentje en de man met de tas. Op welk moment een leven afbuigt, een andere richting kiest, een pad dat steeds smaller wordt. Soms zo smal dat keren niet meer mogelijk is.
De Waal stroomt onverstoorbaar verder. De mist trekt langzaam op. De stad wordt wakker. Maar sommige verhalen blijven nog even in de ochtend hangen. Zoals adem in koude lucht.