De winter is af.
Niet met een besluit
maar zoals sneeuw verdwijnt
zonder dat iemand het merkt.
Niet met een besluit
maar zoals sneeuw verdwijnt
zonder dat iemand het merkt.
Eerst het water
langs de rand van het pad.
Dan de lucht
die zachter ademt.
De bomen staan nog kaal
maar onder hun bast
werkt iets dat geduld heeft.
Knoppen,
kleine verzegelde brieven
aan het licht.
Een merel zet een zin in
en breekt hem weer af,
ook hij nog moet wennen
aan de ruimte in de ochtend.
Ik loop langs het veld
waar de grond donker ligt
als een bladzijde
die opnieuw begint.
De winter is af,
zeg ik tegen niemand.
En toch blijft er iets hangen
in de stilte tussen de takken,
alsof de kou
nog één keer
achterom kijkt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten