zaterdag 27 juni 2026

Iemand die op je wacht

Rouwen en boodschappen bezorgen gaan verrassend goed samen.Ik merk dat het niet alleen komt doordat ik bezig ben. Er is nog iets anders.
Achtentwintig jaar lang was er bijna altijd iemand die ergens op me wachtte. Niet als een huisvrouw achter het raam, zo waren wij niet. We hadden allebei ons eigen leven, ons eigen werk en onze eigen afspraken. Maar uiteindelijk kwamen we thuis. Er was een begroeting en een verhaal van de dag.
Nu is dat anders. Misschien vind ik bezorgen daarom wel gaaf. Achter iedere voordeur wacht iemand. Soms kijkt iemand al door het raam. Een andere keer hoor ik alleen voetstappen dichterbij komen. Ik bel aan en voor heel even vul ik een verwachting in.
Het zijn kleine ontmoetingen, vaak niet langer dan een minuut. Waarin het ook heerlijk is om gewoon vriendelijk en vrolijk te kunnen zijn. Even geen meelevende maar een blije ontvangende kant voelt fijn.
Juist nu merk ik hoe bijzonder het is om aan te komen op een plek waar iemand op je rekent. Zelfs al is het maar voor de boodschappen. Dat blijkt, onverwacht, ook een vorm van thuiskomen.
(Foto gisteravond genomen na de laatste bezorging)

Eén nul

Gisteren kreeg ik mijn eerste fooi bij Picnic. Een euro. De bezorginstructies waren kort: 'Klant is op leeftijd. Woont op de elfde verdieping. Even wachten met aanbellen. Boodschappen graag op het aanrecht.'
De lift kwam snel en er liep nergens iemand in de weg. Bezorger worden tijdens wereldkampioenschappen heeft echt voordelen.
Op de galerij had ik een prachtig uitzicht over een oase van groen die zich ver buiten de stad uitstrekte tot aan de volgende stad.
Ze had de deur al open toen ik boven kwam. Ik zette de boodschappen binnen neer. Toen ik weer vertrok, drukte ze me een euromunt in de hand.
Ik heb in mijn leven veel grotere bedragen vastgehouden. Bonussen, meevallers, cadeaus en extra's. Toch voelde deze euro anders.
Terug in het busje keek ik nog eens naar de munt. Hij glom niet meer dan andere euromunten. Toch leek hij meer waard.

Ruimte


Gisteravond zat ik bij de Gamblers Anonymous, iets wat ik sinds 1 mei wekelijks probeer te doen.

Het is een bijeenkomst van mensen die gestopt zijn met dwangmatig gokken, hun gedrag onder ogen zien en met behulp van de twaalf stappen proberen hun leven een andere vorm te geven.
Aan het eind wordt het sereniteitsgebed gebeden. Aanvaarding van het onveranderlijke en de moed om zelf nieuwe keuzes te maken staan daarin centraal.
Dit gebed wordt, voor zover ik weet, in veel verslavingsklinieken aan het eind van een sessie hardop en gezamenlijk gebeden, vaak voorafgegaan door een minuut stilte of enkele andere woorden.
Gisteravond werd het voorafgegaan door een minuut stilte voor de mensen die de weg naar deze ruimte nog niet gevonden hebben. En ineens kon ik het voelen. Het dwangmatige, het jachtige, de onrust en de eenzaamheid van het 'buiten' zijn. De eindeloze cirkel van geld regelen, de grenzeloosheid daarvan en vervolgens weer spelen. Waarbij winnen of verliezen allang niet meer uitmaakt. De dwaasheid en destructiviteit van dat alles.
De afgelopen week ben ik veel bezig geweest met herstel. Zowel richting de mensen bij wie ik schade heb aangericht als met mezelf. Niet alles is of wordt zomaar opgelost.
Toch was ik gisteravond even blij met het niet meer buiten de ruimte van herstel en genezing te zijn. De rust van dat moment voelde rijk.

Stalkaars

Vandaag bezocht ik sinds de begrafenis van Herma voor het eerst haar graf. De neergelegde bloemen lagen op omgewoelde aarde. Linten van een krans waaierden over het zand. Ik maakte een paar foto's en liep uiteindelijk weer weg.
Vlak voordat ik het natuurgrafveld verliet, keek ik nog één keer achterom. Een bloeiende stalkaars ving mijn blik. Daarachter wist ik haar graf.
Na meer dan een halve eeuw Pasen en het verhaal van het open graf, liep ik vandaag weg van één dat nu gesloten is.
Het beeld dat mee naar huis ging, was niet de aarde. Het was de stalkaar
s.

zondag 14 juni 2026

Later is nu

Het is zondagavond. Het hele land zit voor de televisie. De eerste wedstrijd van Oranje op een groot toernooi. Misschien ga ik straks nog kijken, al staat mijn hoofd er niet echt naar.

Anderhalve maand geleden kwam ik met mijn terugval naar buiten. De tijd die volgde was een achtbaan van emoties, gesprekken en dingen die geregeld moesten worden. Door het ziek zijn van mijn vrouw, haar overlijden en de begrafenis bleef veel liggen. Met steeds dezelfde gedachte: dat komt later wel.

Dat later begint nu.

Morgen staat het eerste echte gesprek met een gedupeerde gepland. In de loop van de week volgen er meer. Ik zie er als een berg tegenop. Mensen onder ogen komen. Horen hoe hun vertrouwen beschadigd is. Dat is het minste wat ik kan doen.
Antwoord geven op de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren, is moeilijker. Zeker wanneer er naast alles wat er misging ook een mooie relatie was. Ik weet het gewoon niet.
Alles op de verslaving schuiven voelt te makkelijk. Alsof ik daarmee verantwoordelijkheid wegduw op het moment dat ik die juist wil nemen.
Zeggen dat ik mensen moedwillig heb bedrogen om aan geld te komen voor gokken, komt dichter in de buurt. Al voelt ook dat niet als het hele verhaal. Wat ik wel weet, is dat vertrouwen beschadigd is. Misschien is beschadigd zelfs een te voorzichtig woord.
Toezeggen dat het financieel goedkomt kan ik niet. Hooguit zeggen dat ik mijn uiterste best zal doen. Maar ook dat klinkt mager. Ik weet het gewoon niet.
Donderdag teken ik de laatste papieren voor wat betreft het uit handen geven van mijn financiële zaken. Misschien zegt dat iets. Misschien ook niet.

Tegelijkertijd is dit de week waarin ik ervoor moet zorgen dat er op korte termijn weer betaald werk komt.
De eenvoudigste taak is het inleveren van mijn auto. De mooie glanzende bak past niet meer bij het leven dat voor me ligt.


Zes weken

Mijn app vertelde mij iets wat ik zelf bijna vergeten was: zes weken sober. Vroeger zou ik zo'n mijlpaal gevierd hebben. Een vinkje zetten. Een foto plaatsen. Iets roepen over een nieuw begin.
Nu voelt het anders.
De afgelopen zes weken speelden zich af tegen een achtergrond die ik niemand toewens. Het ziekbed van mijn vrouw, het hospice, haar overlijden en de uitvaart. Dagen waarin tijd soms stilstond en tegelijk voorbij vloog.
In dezelfde tijd werd mijn zaak opgedoekt en m'n kantoor opgeheven. Bureaus werden niet alleen leeg- maar ook opgehaald.
Misschien is dat ook waarom die zes weken niet voelen als een prestatie. Eerder als een andere manier van leven. Geen leugens meer. Niet meer achter het scherm met een online tweede leven. Geen post meer om te verdonkermanen. 
Natuurlijk denk ik nog weleens aan gokken. Verslaving verdwijnt niet omdat een app een getal laat zien. Maar tussen denken en doen is ruimte gekomen. Genoeg ruimte om een andere keuze te maken.
Zes weken dus. Geen overwinning en geen eindpunt. Gewoon zes weken waarin ik aanwezig was bij wat er werkelijk gebeurde. Bij liefde, afscheid, verdriet en stilte.
En eerlijk gezegd is dat al meer dan genoeg.

Geen bal aan

Vanmorgen liep ik naar het kleine kerkje van het gehucht waar ik verblijf. De deur was dicht. Geen mensen en geen dienst. Wel lag er een bal onder de heg. Een geelgroene voetbal met een buitenkant die meer leek op een tennisbal. Alleen de grootte veronderstelde dat hij geschopt wilde worden in plaats van geslagen. Dat deed ik een paar keer.
Thuisgekomen in mijn bakhuisje keek ik naar de kerkdienst thuis. Die voelde vreemd. De afgelopen tijden stond de kerk symbool voor alles rondom mijn vrouw. Het zieker worden, het overlijden en tenslotte de begrafenis.
Nu stond de overstap van basisschoolkinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan centraal. Normaal gesproken mooi om te zien. Voor nu en voor mij iets teveel hoop en iets teveel toekomst.
Nog even naar de voorbede geluisterd. Ik blijf het belangrijk vinden op welke manier een ander woorden geeft aan mijn lijden en leven.

zaterdag 13 juni 2026

Opademen

 


Het is stil in het bakhuisje. Een oud gebouwtje tussen de weilanden, met muren en een uitzicht waar je vanzelf langzamer van gaat kijken.

Niet de stilte van een lege agenda, maar die van een landschap dat nergens haast mee heeft. Weilanden, bomenrijen, een bosrand in de verte. Af en toe een trekker. Verder vooral stilte.
Toen ik aankwam liep ik een rondje hard. Boven een weiland hing een grote buizerd. Ik bleef even staan kijken. Als kleine jongen kende ik ze ook al. Ooit vond ik er een in de sloot achter onze boerderij. Verstrikt in prikkeldraad. Nat, uitgeput en niet meer in staat om weg te vliegen. Samen met mijn vader haalde ik hem eruit en brachten we hem naar de vogelopvang.
Grappig hoe sommige beelden zich ineens weer melden.
De komende tijd zal er genoeg op me afkomen. Dingen die geregeld en keuzes die gemaakt moeten worden. Maar vandaag niet.
Vandaag kijk ik naar een buizerd boven een weiland en luister ik naar een landschap dat nergens heen hoeft. Tegelijk is het fijn om deze dag door de bomen het bos te zien.

vrijdag 12 juni 2026

Vanmorgen hebben we Herma begraven.

De dienst van gisteren ligt nog vers in het geheugen. De woorden, de muziek, de verhalen. Vandaag volgde de laatste wandeling. Achter de loopkoets, over het pad dat uitkomt bij de plek op de natuurbegraafplaats die we samen hebben uitgezocht.

Dankbaar kijk ik terug op twee dagen vol liefde, warmte en verbondenheid. Verdriet en dankbaarheid liepen voortdurend naast elkaar op.
Nu wordt het stil. En eerlijk gezegd is dat ook goed. Na maanden van zorgen, regelen, waken, afscheid nemen en afscheid geven, voel ik behoefte aan rust. Aan een paar dagen tussen de bomen, een wandelpad, een leeg scherm met een toetsenbord en de stilte.
Dank voor alle liefde die ons heeft omringd. Ik draag die mee.

zaterdag 6 juni 2026

Dagkamperen

Gisteren liep ik op de begraafplaats. Op het gedeelte waar de natuurgraven liggen en waar mijn vrouw begraven zal worden.
Bijna twee jaar geleden zochten en kregen we hier een plek. Na enig zoeken vond ik haar terug. Tussen een tamme kastanje en een krentenboompje. In de halfschaduw maar ook een paar uur per dag volop in het licht.
Toen ik een foto maakte van het paadje waarlangs we volgende week de loopkoets zullen duwen, zag ik ineens de overeenkomst. Ooit kampeerden we het liefst op natuurkampeerterreinen Tussen de bomen. Met zo min mogelijk voorzieningen. Een zandpad, een tent en vooral rust. 
Even glimlachte ik. Ze heeft het voor elkaar. De cirkel is rond. We eindigen waar het ooit begon. En nee, ik zal er geen tentje meer op zetten. Hooguit van tijd tot tijd wat dagkamperen.

4 juni 2026

 

Gisteren overleed Herma.
De cello zwijgt. De strijd is gestreden.
Een lange en intense reis kwam ten einde. Boven wordt voor haar gezorgd.


Vallend blad in de lente

 1 juni 2026 De hele wereld kende mijn verhaal. In grote lijnen kwam het erop neer dat ik als twaalfjarige voor het eerst achter een gokkast zat. Deze kast werd een speelhal en vandaar was de route naar het casino niet lang.
Heel veel jaren later vond ik mezelf terug en liet ik me voor mijn gokverslaving opnemen bij De Hoop in Dordrecht. In 2009 verliet ik de kliniek en mocht ik de wereld weer in. Ongeveer vijftien jaar lang lukte het me daarna om clean te leven.
De laatste jaren heb ik een zware terugval gehad. Daar ben ik een maand geleden mee naar buiten gekomen. De wereld van diverse mensen is hierdoor behoorlijk ingestort en de afgelopen weken is me steeds duidelijker geworden wat ik aangericht heb. Ik heb spijt en zou willen dat alles anders gelopen was. Ik realiseer me ook dat ik het niet terug kan draaien, maar ik wil wel onder ogen zien wat er gebeurd is.
Mijn financiën heb ik uit handen gegeven. Ik sta op diverse wachtlijsten voor hulp. Andere instanties en mensen helpen me om te kijken waar ik herstel kan en moet bewerkstelligen.
Ik snap dat mijn woorden momenteel niet veel waard zijn, tegelijk heb ik woorden nodig om te blijven ademen. Naast de gevolgen voor anderen is mijn eigen wereld ook ingestort. De weg omhoog voelt ver weg maar ergens zoek ik een begaanbaar pad. Voor mij helpen woorden daarbij. Dit bericht is daar een voorbeeld van.
Daarnaast, maar dat gaat niet alleen over mij en daarom houd ik dat kort, weten de meesten van jullie dat mijn vrouw al langere tijd ernstig ziek is. Inmiddels ligt zij in het hospice en proberen we samen met onze kinderen vorm en inhoud te geven aan deze laatste dagen waarin we als gezin nog compleet zijn.

zondag 8 maart 2026

Geen brug te ver

 De stad slaapt nog wanneer ik de deur van het Besiendershuis achter me dichttrek. De stenen zijn koud van de nacht. Aan de Waal hangt een mist die zo dik is dat de overkant niet bestaat. Alleen water, ademend en traag.

Ik loop langs de kade, de rivier volgend en kijken of hij ergens een antwoord heeft. Uit de mist groeit langzaam de Waalbrug. Eerst de pijlers, zwaar en stil als betonnen voeten. Daarboven de boog, een rug die zich uitstrekt over het water. Op een van de pijlers heeft iemand met grote letters geschreven dat vluchtelingen welkom zijn. De woorden hangen in de vochtige lucht, alsof ze nog niet weten waar ze moeten landen.

Dan hol ik een hoge steile trapbrug op en af en bevind me in de uiterwaarden die het begin van een polder vormen. Aan de rand van een strandje staat een klein tentje. De rits gaat open. Twee mannen kruipen naar buiten, hun bewegingen traag van de nacht. Rond het doek liggen lege flessen en een paar blikken. Ze praten met elkaar in een taal die ik niet meteen herken, maar ergens klinkt hij Pools. Hun stemmen schuren zacht door de mist.

Ik ren tussen paarden en koeien door die al vroeg genieten van het kruidenrijke gras dat tussen pollen riet en jong aanplant groeit. Soms glijden mijn nieuwe hardloopschoenen weg tussen slib en zand. Na een halfuurtje ren ik weer terug. De paarden staan nog op dezelfde plek. Eén koe schuurt traag tegen een ijzeren paal. 

Wanneer ik de stad weer binnenkom, begint het licht te worden. Langs de kade, voor het casino, staat een man gebogen over een prullenbak. Hij tilt het deksel op, kijkt erin, haalt er een blikje uit en stopt het in een plastic tas. Het rinkelt zacht tegen de anderen.

Even blijf ik staan en vraag ik me af waar hun verhalen begonnen zijn. De mannen in het tentje en de man met de tas. Op welk moment een leven afbuigt, een andere richting kiest, een pad dat steeds smaller wordt. Soms zo smal dat keren niet meer mogelijk is.

De Waal stroomt onverstoorbaar verder. De mist trekt langzaam op. De stad wordt wakker. Maar sommige verhalen blijven nog even in de ochtend hangen. Zoals adem in koude lucht.