arjanvanessen
zaterdag 27 juni 2026
Iemand die op je wacht
Eén nul
Ruimte
Gisteravond zat ik bij de Gamblers Anonymous, iets wat ik sinds 1 mei wekelijks probeer te doen.
Stalkaars
s.
zondag 14 juni 2026
Later is nu
Anderhalve maand geleden kwam ik met mijn terugval naar buiten. De tijd die volgde was een achtbaan van emoties, gesprekken en dingen die geregeld moesten worden. Door het ziek zijn van mijn vrouw, haar overlijden en de begrafenis bleef veel liggen. Met steeds dezelfde gedachte: dat komt later wel.
Morgen staat het eerste echte gesprek met een gedupeerde gepland. In de loop van de week volgen er meer. Ik zie er als een berg tegenop. Mensen onder ogen komen. Horen hoe hun vertrouwen beschadigd is. Dat is het minste wat ik kan doen.
Antwoord geven op de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren, is moeilijker. Zeker wanneer er naast alles wat er misging ook een mooie relatie was. Ik weet het gewoon niet.
Alles op de verslaving schuiven voelt te makkelijk. Alsof ik daarmee verantwoordelijkheid wegduw op het moment dat ik die juist wil nemen.
Zeggen dat ik mensen moedwillig heb bedrogen om aan geld te komen voor gokken, komt dichter in de buurt. Al voelt ook dat niet als het hele verhaal. Wat ik wel weet, is dat vertrouwen beschadigd is. Misschien is beschadigd zelfs een te voorzichtig woord.
Toezeggen dat het financieel goedkomt kan ik niet. Hooguit zeggen dat ik mijn uiterste best zal doen. Maar ook dat klinkt mager. Ik weet het gewoon niet.
Donderdag teken ik de laatste papieren voor wat betreft het uit handen geven van mijn financiële zaken. Misschien zegt dat iets. Misschien ook niet.
Tegelijkertijd is dit de week waarin ik ervoor moet zorgen dat er op korte termijn weer betaald werk komt.
De eenvoudigste taak is het inleveren van mijn auto. De mooie glanzende bak past niet meer bij het leven dat voor me ligt.
Zes weken
Nu voelt het anders.
De afgelopen zes weken speelden zich af tegen een achtergrond die ik niemand toewens. Het ziekbed van mijn vrouw, het hospice, haar overlijden en de uitvaart. Dagen waarin tijd soms stilstond en tegelijk voorbij vloog.
In dezelfde tijd werd mijn zaak opgedoekt en m'n kantoor opgeheven. Bureaus werden niet alleen leeg- maar ook opgehaald.
Misschien is dat ook waarom die zes weken niet voelen als een prestatie. Eerder als een andere manier van leven. Geen leugens meer. Niet meer achter het scherm met een online tweede leven. Geen post meer om te verdonkermanen.
Natuurlijk denk ik nog weleens aan gokken. Verslaving verdwijnt niet omdat een app een getal laat zien. Maar tussen denken en doen is ruimte gekomen. Genoeg ruimte om een andere keuze te maken.
Zes weken dus. Geen overwinning en geen eindpunt. Gewoon zes weken waarin ik aanwezig was bij wat er werkelijk gebeurde. Bij liefde, afscheid, verdriet en stilte.
En eerlijk gezegd is dat al meer dan genoeg.
Geen bal aan
Thuisgekomen in mijn bakhuisje keek ik naar de kerkdienst thuis. Die voelde vreemd. De afgelopen tijden stond de kerk symbool voor alles rondom mijn vrouw. Het zieker worden, het overlijden en tenslotte de begrafenis.
Nu stond de overstap van basisschoolkinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan centraal. Normaal gesproken mooi om te zien. Voor nu en voor mij iets teveel hoop en iets teveel toekomst.
Nog even naar de voorbede geluisterd. Ik blijf het belangrijk vinden op welke manier een ander woorden geeft aan mijn lijden en leven.
zaterdag 13 juni 2026
Opademen
Het is stil in het bakhuisje. Een oud gebouwtje tussen de weilanden, met muren en een uitzicht waar je vanzelf langzamer van gaat kijken.
Toen ik aankwam liep ik een rondje hard. Boven een weiland hing een grote buizerd. Ik bleef even staan kijken. Als kleine jongen kende ik ze ook al. Ooit vond ik er een in de sloot achter onze boerderij. Verstrikt in prikkeldraad. Nat, uitgeput en niet meer in staat om weg te vliegen. Samen met mijn vader haalde ik hem eruit en brachten we hem naar de vogelopvang.
Grappig hoe sommige beelden zich ineens weer melden.
De komende tijd zal er genoeg op me afkomen. Dingen die geregeld en keuzes die gemaakt moeten worden. Maar vandaag niet.
Vandaag kijk ik naar een buizerd boven een weiland en luister ik naar een landschap dat nergens heen hoeft. Tegelijk is het fijn om deze dag door de bomen het bos te zien.
vrijdag 12 juni 2026
Vanmorgen hebben we Herma begraven.
zaterdag 6 juni 2026
Dagkamperen
Bijna twee jaar geleden zochten en kregen we hier een plek. Na enig zoeken vond ik haar terug. Tussen een tamme kastanje en een krentenboompje. In de halfschaduw maar ook een paar uur per dag volop in het licht.
Toen ik een foto maakte van het paadje waarlangs we volgende week de loopkoets zullen duwen, zag ik ineens de overeenkomst. Ooit kampeerden we het liefst op natuurkampeerterreinen Tussen de bomen. Met zo min mogelijk voorzieningen. Een zandpad, een tent en vooral rust.
Even glimlachte ik. Ze heeft het voor elkaar. De cirkel is rond. We eindigen waar het ooit begon. En nee, ik zal er geen tentje meer op zetten. Hooguit van tijd tot tijd wat dagkamperen.
Vallend blad in de lente
zondag 8 maart 2026
Geen brug te ver
De stad slaapt nog wanneer ik de deur van het Besiendershuis achter me dichttrek. De stenen zijn koud van de nacht. Aan de Waal hangt een mist die zo dik is dat de overkant niet bestaat. Alleen water, ademend en traag.
Ik loop langs de kade, de rivier volgend en kijken of hij ergens een antwoord heeft. Uit de mist groeit langzaam de Waalbrug. Eerst de pijlers, zwaar en stil als betonnen voeten. Daarboven de boog, een rug die zich uitstrekt over het water. Op een van de pijlers heeft iemand met grote letters geschreven dat vluchtelingen welkom zijn. De woorden hangen in de vochtige lucht, alsof ze nog niet weten waar ze moeten landen.
Dan hol ik een hoge steile trapbrug op en af en bevind me in de uiterwaarden die het begin van een polder vormen. Aan de rand van een strandje staat een klein tentje. De rits gaat open. Twee mannen kruipen naar buiten, hun bewegingen traag van de nacht. Rond het doek liggen lege flessen en een paar blikken. Ze praten met elkaar in een taal die ik niet meteen herken, maar ergens klinkt hij Pools. Hun stemmen schuren zacht door de mist.
Ik ren tussen paarden en koeien door die al vroeg genieten van het kruidenrijke gras dat tussen pollen riet en jong aanplant groeit. Soms glijden mijn nieuwe hardloopschoenen weg tussen slib en zand. Na een halfuurtje ren ik weer terug. De paarden staan nog op dezelfde plek. Eén koe schuurt traag tegen een ijzeren paal.
Wanneer ik de stad weer binnenkom, begint het licht te worden. Langs de kade, voor het casino, staat een man gebogen over een prullenbak. Hij tilt het deksel op, kijkt erin, haalt er een blikje uit en stopt het in een plastic tas. Het rinkelt zacht tegen de anderen.
Even blijf ik staan en vraag ik me af waar hun verhalen begonnen zijn. De mannen in het tentje en de man met de tas. Op welk moment een leven afbuigt, een andere richting kiest, een pad dat steeds smaller wordt. Soms zo smal dat keren niet meer mogelijk is.
De Waal stroomt onverstoorbaar verder. De mist trekt langzaam op. De stad wordt wakker. Maar sommige verhalen blijven nog even in de ochtend hangen. Zoals adem in koude lucht.









