donderdag 1 december 2022

Noem hun namen

 

Het bootje was al gammel toen het vertrok. De rubberen drijvers aan de beide zijkanten waren vaak gerepareerd, gezien de stukken tape die er kriskras opgeplakt waren.

Het houten vlondertje in het midden, ooit rood of oranje geweest, vertoonde nu de kleur van een plank die te lang in het water heeft gelegen. Er stond een klein laagje water in de boot.
Het enige stuk ijzer aan de boot, het achterschot waar de aanhangmotor hing, was zwaar verroest en vertoonde hier en daar rafelige gaten. Blijkbaar had de oorspronkelijke motor anders bevestigd gezeten.

Toch aarzelt niemand die avond op dat natte strand. De gezinnen niet en de alleengaande mensen nog minder.
Iedereen weet zich niet welkom in het land dat ze nu spoedig achter zich zullen laten. Net als in de zes landen daarvoor. Maar nu is men ervan doordrongen dat hun reis ten einde loopt. Nog een paar kilometer zee en ze zijn in het beloofde land. Althans zo voelt het. De meesten hebben minimaal een half jaar in een tentje achter het strand in een duinpan gezeten.
In een kamp waar de dagen troosteloos zijn. De overheid soms komt om je te verplaatsen of je tent mee te nemen. De minachtende blikken voelden kouder aan dan de open sterrenhemel waar ze dan  onder moeten slapen.  
Niemand klaagt over het bootje dat veel te gammel is. Iedereen loopt mee het water in, twee moeders dragen beiden een klein kind. De rest zeult de boot mee.
Als de boot ver genoeg het water in is, stapt iedereen in. Alles zit tjokvol. De motor wordt gestart en ze varen westwaarts. Naar Engeland.

Een paar uur later zijn ze nog maar op de helft. Het tij en de wind zitten tegen. Inmiddels is het gaan regenen. Gek genoeg voelt het hemelwater niet eens koud aan.
Ineens stopt de motor. Zijn eentonige gebrom had al even geleden plaats gemaakt voor een af en toe haperend gesputter. Maar nu stopt ie helemaal. Gelijk voelt iedereen dat de vaart er uit is en ze stuurloos zijn. De boot draait en schommelt heen en weer. Veel erger dan de, tot voor kort, heftige cadans waar de boeg mee op de golven sloeg. Er slaat af en toe een grote puts water naar binnen. Alles wordt in een paar minuten anders. Vastberadenheid maakt plaats voor angst.
Er ontstaan felle discussies over al dan niet hulp in roepen. En van wie? Naar het achtergebleven land of naar het land aan de overkant bellen?
Sommigen halen hun, goed droog ingepakte, mobieltje tevoorschijn. Er zijn er maar een paar die bereik hebben. De schermpjes geven Frankrijk aan.

Intussen slaan er meer en grotere golven over de rand. Iedereen zit nu tot aan de knieën in het water. De discussie is gestopt. Allen voelen dat dit niet goed gaat. Er wordt gebeld naar het noodnummer. Gelukkig wordt er gelijk opgenomen.
‘Help, onze boot zinkt’  
‘We zien waar u ligt, we sturen hulp’, klinkt het antwoord.
‘Ze komen ons redden’, schreeuwt de beller naar zijn vaargenoten.
De opluchting die even gevoeld wordt, duurt maar kort, iemand heeft een scheur in de boot ontdekt en geeft aan dat de boot zinkende is.
Opnieuw bellen ze met de kustwacht. Nu is de toon van hen anders.
‘We zijn aan het uitzoeken waar u precies ligt. Misschien bent u al in Engels water. Bel hen maar.’

Iemand anders vindt het nummer van de Engelse kustwacht. Daar wordt ook gelijk opgenomen. De stem van de reddingswerker daar zegt:
‘Het kan zijn dat u in Engels water ligt, maar tegen de tijd dat we bij u zijn, bent u al weer afgedreven naar Frans water.’

En zo gaat het door. Vijftien telefoontjes lang. Op de achtergrond zal later, wanneer er een onderzoek gedaan wordt en de geluidsbestanden van de kustwacht teruggeluisterd worden, het geschreeuw en gehuil van verdrinkende mensen te horen zijn.

Het laatste telefoontje, waarschijnlijk vanuit een wanhopige hand die net boven het water gehouden wordt, vermeldt alleen nog: ’Help dan alsjeblieft. Onze boot is weg, mensen verdrinken, we liggen allemaal in het water!’

Waarop het antwoord van de Franse kustwacht klinkt: ‘Ja maar u ligt in Engels water.’

De volgende dag worden twee overlevenden uit het water gevist. De andere zevenentwintig , waaronder twee kleine kinderen, zijn verdronken.

 

Dit gebeurde in de nacht van 23 op 24 november vorig jaar. Op driehonderd kilometer van ons bed. Mensen verdrinken omdat ze in het verkeerde water liggen. Aan onze grenzen. Volgende week worden de bijna vijftigduizend mensen, die de laatste dertig jaar aan onze grenzen overleden, genoemd.

Wie doe er mee om hun namen nog één keer te laten klinken? Van vrijdag 8 op zaterdag 9 december op de Markt in Gouda. Tussen 02.00 en 03.30 uur  (het tijdstip dat de bovengenoemde mensen verdronken.

 

 

 

zaterdag 5 november 2022

Paradijs

‘Waarom voedselbossen?’, vroeg iemand me op het feest waar ik gisteravond was. Natuurlijk krijg ik die vraag vaker, alleen was het nu van iemand die net een knappe studie achter de rug had. Iets met food en business. Eten en handelen zeg maar.

 

We hadden een mooi gesprek over nieuwe manieren van voedselwinning, dé-globalisering en een toekomst met of zonder vlees. Al verschilden onze visies, we vonden elkaar op de gedeelde waarden met betrekking tot de zorg voor de aarde. Als een kostbaar geschenk die we in bruikleen hebben van de generaties na ons.
Vandaag loop ik er nog wat over na te denken. Langzaam dringt het tot me door wat zo resoneert. In de loop van de dag krijg ik nog wat berichtjes binnen van mensen die, waarschijnlijk onbedoeld, refereren aan datgene wat me bezig houdt.
In sommige kringen wordt beweerd dat we staan op de schouders van reuzen. Hiermee zeggen we dat onze voorouders prachtige zaken waargemaakt hebben. Dat we de erfgenamen zijn van onmetelijke rijkdommen die zowel materieel als spiritueel ons in de schoot geworpen zijn. En wee ons gebeente als we daar niet goed mee omgaan. Nou ja, dat laatste is dan vaak de niet altijd hardop genoemde conclusie.
Maar wat als het anders is? Wat als we het pad mogen vormen van dat wat na ons komt? Dat we op weg zijn naar een betere onszelf? Dat vooruitkijken misschien beter is dan omzien? Een mooie rechte voor maken, lukt alleen als je de blik ergens ver op de horizon richt.
Dan zijn voedselbossen niet alleen het antwoord op de geïndustrialiseerde manier waarop we tot voor kort voedsel meenden te moeten verbouwen. Waarbij we dachten dit efficiënt te doen maar voorbijgingen aan de uitputting van de aarde die we ermee bewerkstelligden. Waarbij we geen reuzen waren die onze schouders vrijmaakten voor toekomstige nazaten.
Veeleer vertrapten we de erfenis die hen gebukt doet gaan onder de ellende die we aanrichten met onze energievretende manier van leven.
Naast het antwoord in de vorm van een andere manier van voedsel produceren, is het voedselbos ook een nieuwe manier van samenleven. Een vorm waarbij mens en natuur (best gek dat we dit pas als twee verschillende eenheden zien sinds de één de aanval opende op de ander) met elkaar in verbinding komen.
Ten diepste laat ik mij leiden door de gedachte dat een voedselbos misschien wel het dichtst bij de oorspronkelijke paradijsgedachte staat. Weet u nog? Die plek waar het allemaal begon en het nog helemaal goed was. En of dat nou in zeven dagen, inclusief de rustdag die ik er graag bij tel, of in zeven miljoen jaar gemaakt is, maakt me niet uit.
Ergens wil ik geloven dat ik onderdeel ben van een groter plan. Dat er iets is die het mooier bedoeld heeft dan dat wij er nu van maken. Of dacht u echt dat God ooit aardappels in een rijtje pootte? Of kilometers bloemkolen naast elkaar plantte? Of, als u niet gelovig bent, dat onze planeet kippen met honderdduizend stuks naast elkaar bedoelde? In een kooitje gemaakt van ijzer dat door slavenmensjes uit de grond gepijnigd word?
Denkt u echt dat flatgebouwen van God zijn? Of vluchtelingenkampen? Voedsel verbouwen aan de andere kant van de aarde en hier met grondstofverspillers naar toe brengen? Dat we elke scholier leren dat economie bestaat bij schaarste? Geloven we echt dat onze planeet zo werkt? Dat we armoe nodig hebben om rijk te kunnen zijn? Dat migratiestromen een probleem in plaats van een verrijking zijn? Dat medicijnen maken een verdienmodel geworden is? Denkt u echt dat dit de bedoeling is? Leven in een voortdurende angst om alles wat fout kan gaan?
De momenten dat ik helemaal in vrede ben met mezelf zie ik ergens dat we onderweg zijn naar iets moois. Dat daar verschrikkelijke dingen aan vooraf gaan, zie ik ook. Net als dat kanker geen goeds voorbrengt, denk ik dat oorlog, corona en andere crises geen mooie plannen zijn waarmee het allemaal nieuw wordt.
Maar toch, misschien ligt erachter wel een toekomst waar we naast elkaar kunnen wonen, eten, leren en kunnen liefhebben. Misschien staan we wel op een scharnierpunt.
Net als voor een bevalling. Vanuit de baarmoeder gezien, gebeurt er iets verschrikkelijks. De foetus gaat eraan, hij of zij verdwijnt. En dat gaat met een boel heisa gepaard. Het lijkt van binnenuit op het einde van alles. Aan de andere kant staat er een wereld van verwondering te wachten.

vrijdag 12 augustus 2022

Majesteit

Vandaag reed ik door ons prachtige land en zag op meer plekken dan normaal de driekleur wapperen. Zoals U wellicht vernomen heeft, hangt ie op de kop; het nationale noodsignaal.
Majesteit, ik vraag U: Kan het dat ons land gered wordt door een tussenkomst van U? Wat als U een persconferentie geeft die ongeveer zo gaat:
Landgenoten,
Ons land is in nood. De éne crisis is nog niet achter de rug en de volgende doemt op. Bij andere crises heb ik mij afzijdig gehouden, of mij beperkt tot een hart onder de riem steken.
Deze k
eer doe ik het anders. Het feit dat de rest van mijn regering met vakantie is, dwingt mij om zelf in te grijpen.
Het meest Oranjegezinde volksdeel heeft de noodvlag gehesen. Ik heb u gezien en gehoord. U heeft gelijk; wij zijn een volk in nood. Ingrijpende en verstrekkende maatregelen zijn nodig. U mag zich daarbij gesteund weten door uw regering.
Natuurlijk moeten we praten over vernieuwing van sommige sectoren. De manier waarop de consument kiest voor goedkoop en industrieel geproduceerd vlees vergt nadere beschouwingen.
De manier waarop we de afgelopen decennia, met de beste intenties, toch een beetje geparasiteerd hebben op onze planeet, vraagt om een andere manier van denken.
Ik heb u daarbij nodig. Hierbij nodig ik u uit voor een gesprek over koetjes en kalfjes op mijn Paleis op de Veluwe. Aangezien dit binnen de Natura-2000 zone ligt, mogen er per keer vijftig mensen tegelijk naar binnen.
Laten we praten over toekomstverwachtingen. Ik beloof u dat ik blanco landkaartjes klaar leg. U mag ze inkleuren. Met als enige voorwaarde dat we alleen groen en blauw gebruiken, voor andere kleuren is het te laat. Nou ja; een beetje oranje mag ook.
Elke maandagavond staat mijn Paleis open voor de eerste aanmeldingen. Naast mij zullen er vertegenwoordigers vanuit de rest van de regering aanwezig zijn.
Totdat ik de laatste vlagger gesproken heb, roep ik de noodtoestand uit, waarbij een vlag die op de kop hangt, betekent dat u het probleem (h)erkent en mee wilt werken aan een oplossing.
Is getekend,
Zijne Majesteit,
Koning Willem-Alexander van Oranje
Majesteit, zou U er alstublieft over na willen denken? Al vroeg leerde ik dat wat je niet kunt verslaan, je beter maar kunt omhelzen. Misschien moeten we in ons land echt naar elkaar leren luisteren in plaats van gelijk een oordeel te hebben.
De huidige rest van de regering heeft al vaker gefaald. Het lukt hen nog steeds niet om ons te verenigen.
U als koning lukt dat misschien wel. Zelfs, of misschien wel juist, onder twee verschillende vlaggen. Uiteindelijk hebben ze dezelfde kleuren.
Uw dienaar,
Arjan van Essen

woensdag 27 juli 2022

Beste broeren

Als boerenzoon blijf je boer, altijd. Dit schrijven voelt zoals een brief aan broers zou moeten voelen, denk ik. Om toch wat onderscheid te maken, noem ik jullie mijn broeren.

Volgens mij werken en vechten jullie voor iets moois. Al zou het een overweging kunnen zijn om een beetje afstand te nemen van de hooligans onder jullie. Geef ze een andere naam bijvoorbeeld. Kunnen jullie ze geen boeligans noemen ofzo?

Het boerenleven buiten in stand houden onder de afwisseling van de seizoenen is prachtig.
Zoals Aart van der Leeuw in zijn gedicht ‘De landman’ hieronder zo mooi beschrijft.
Generaties voor jullie deden dit, en het is niet zo gek dat je hoopt dat vele generaties na jullie dit ook doen. Alles en iedereen die dat idee in de weg staat, reken je al snel tot je tegenstander.

Vandaag vraag ik je om even rond te kijken op je prachtige familiebedrijf.
Ik vraag je dit niet omdat jij je paard ingeruild hebt voor een trekker van bijna honderdduizend euro. Ook niet omdat je voorvaderlijke grond zodanig verruilkaveld is, dat opa’s grenzen allang niet meer de jouwe zijn.
Of omdat je overgestapt bent van grasland, gerst, aardappels en knollen naar een gekweekt Engels raaigras en genetisch gemanipuleerde mais.
Zelfs het feit dat je meer achter de computer dan op de trekker zit, reken ik niet mee.
Wel vraag ik je de namen van je koeien. Met hun leeftijd. Nee niet de gemiddelde leeftijd van je veestapel. Niet de productiecijfers van je best presterende beesten.
Of vertel me het laatste gesprek dat je met één van je dieren had. Als je mij daar een langer verhaal over kunt vertellen dan over fosfaat en stikstofrechten dan wil ik je geloven.
Dan blijf ik graag één van je broeren.
Anders word ik toch liever die verloren broerenzoon, die in zijn naïviteit graag blijft dromen over landmannen die in plaats van de snelweg op, liever hun hoeves rond gaan.

zondag 10 juli 2022

Doe alles wat hij je zegt

Een zin waar ik normaal gesproken niet warm van wordt. Hooguit loopt mijn hartslag wat op van de weerstand die ik ervaar bij de gedachte iemand blindelings te moeten volgen.

Gisteren zijn we aangekomen bij ons huisje op één van de hellingen van de Mont-Roig. Deze berg dankt zijn naam aan de door erosie bijzondere rode kleur van de rotspartijen boven ons.

Nadat we ons geïnstalleerd hadden, daalde ik nog even af voor het inslaan van boodschappen. Op de terugweg naar ons tijdelijke verblijf zag ik een bijzonder kubusachtig gebouw op één van die rode rotsen. Er leek een kerk naast te staan.

Vanmorgen ga ik op ontdekkingstocht. Een slingerpaadje leidt me door een bos van dennen, olijfbomen en cipressen. Op de open plekken groeien meidoorns en cactussen. De zon staat al een flink eind boven de horizon in een strakblauwe lucht. Er is in de wijde omtrek geen mens te bekennen. Met meer dan voldoende onbekende kilometers en niet ingevulde uren voor me, voel ik me vredig en gelukkig.
Na een tijdje verlaat ik het gebaande pad en sla een klein wildspoortje in naar boven. Van tijd tot tijd, als bomen even terugwijken, verschijnt de witte kubus als een wenkende vuurtoren voor me.

Eenmaal boven aangekomen, bevind ik me tussen dieprode rotsen waaruit een kerk en wat bijgebouwtjes, half uitgehakt, verrijzen. Op het hoogste punt verheft de rotspartij zich nog een meter of twintig. Pontificaal is daar een vierkant wit gebouw neergezet. De kubus die vanuit de verte zo goed zichtbaar is.
Het witte gebouw blijkt gewijd aan San Ramon en de eeuwenlange verblijfplaats voor kluizenaars die hier een bestaan vonden. Of hun eigen bestaan ontvluchtten.

De kerk is gewijd aan Mare Deu de la Roca. Bij ons bekend als Maria. Als ik de grendels van de prachtige oude deuren van het kerkje openschuif, moeten mijn ogen wennen aan het halfdonker.
Dan ontwaar ik een enkel schip met eiken banken op een hardstenen vloer die gedeeltelijk uitgehouwen is in de rotsbodem.
Als ik naar voren loop, zie ik een eenvoudig altaar met een prachtige tekst op de muur erachter. Er staat: ‘FEU TOT EL QUE ELL US DIGUI’.
Het is de zin die Maria uitspreekt bij het eerste wonder dat Jezus verricht. Bij een bruiloft waar de wijn te vroeg op is. Jezus laat het water brengen dat bedoeld is om de voeten te wassen. Hij maakt er de allerbeste wijn ooit van.
Voordat hij dat doet, zegt zijn moeder tegen de bedienden: ‘Doe alles wat hij je zegt’.
Het is de laatste, onder ons bekende, uitspraak van haar. En de eerste Catalaanse zondagochtendpreek voor mij.

zaterdag 7 mei 2022

Binnen willen ze me niet en buiten mag ik niet

'Binnen willen ze me niet en buiten mag ik niet'

'Weet jij waar de spullen van deze meneer zijn?'
Mijn buurvrouw keek me vragend aan. Achter hem stond een keurig verzorgde heer van zo'n jaar of veertig. Nou ja keurig verzorgd; voor deze gelegenheid en dit tijdstip zag hij er prima. 
Zijn haren zaten goed en zijn gladgeschoren kin verrieden een onlangs gepasseerd scheermes. Zijn kleding was enigszins gedateerd en ietwat gekreukeld. 
Hij keek me een beetje verstoord aan alsof hij al voorvoelde dat ik de veroorzaker van zijn huidige misère was. Tot op zekere hoogte bleek dat even later ook zo.
'Wat voor spullen?' vroeg ik, toen nog geheel achteloos.
'Een tas met mijn dekbed en een losse deken. Ik heb er vannacht nog onder geslapen, ze opgevouwen, in mijn tas gedaan en hier tegen het muurtje gezet. En nu is ie verdwenen'
Hij klonk eerder verontrust dan verontwaardigd.
Op onze blijkbaar toch wat ongelovige blikken, keek hij ons aan en vervolgde: 'Tja, ik ben blijkbaar de laatste zwerver in dit land die er verzorgd uitziet.'
Ik kon wel door de grond gaan toen ik me realiseerde wat ik gedaan had.
'Ja, ik heb ze gehad', sprak ik bedremmeld. 'We kregen vanmorgen instructie, voordat we op deze markt het paasontbijt gingen klaarzetten voor meer dan duizend mensen. Er werd ons gezegd dat als we niet genoeg hadden aan de tafels en stoelen, er ook kussentjes gemaakt waren. Daar konden mensen op zitten. Er werd bij gezegd dat er ook kleedjes waren om onder die kussens op straat te leggen.'
Ineens voelde ik me lomp. Ik had de tas van meneer gevonden en gemeend dat de inhoud bedoeld was om op straat uit te spreiden. Het dekbed onder het dekentje vond ik wel wat raar, maar schouderophalend had ik deze uitgespreid over de hoekige en harde klinkers op dit deel van de markt.
We hadden er zelfs even over gelachen en gezegd dat zo'n dekbed best lekker zat. Als buurt waren we er allemaal op gaan zitten toen we een groepsfotootje wilden maken.
Dit bleek nu zo'n beetje de enige huisraad van onze meneer te zijn.
Ik wees de deken en het dekbed aan toen ik hem de uitleg gaf.
'En mijn boodschappentas? Waar alles inzat?'
Ik zocht even in een kartonnen doos waar we wat extra materiaal hadden zitten. Daar had ik de tas bij in gepropt. Ik viste hem naar boven. Gekreukt en al.
'En nu? Dat is niet schoon meer' vragend wees meneer naar zijn dekbed waar inmiddels kussens met mensen op zaten.
Ik kreeg een ingeving.
'Weet je wat? Ontbijt lekker met ons mee..'
'Dat hoeft niet', viel hij mij in de rede. 'Ik vind het veel leuker om te helpen. Dat mocht van een meneer hier.'
'Oke, dan help je nu. Ik neem je dekbed en deken mee naar huis straks en stop ze in de wasmachine. Jij komt vanavond bij ons eten en tegen die tijd dat we dat op hebben, zijn jouw spullen wel droog.
'Hoe laat moet ik er zijn? En waar?'
'Kom tussen vijf en zes dan drinken we nog lekker wat in de tuin en daarna ga ik koken.'
Die middag stond meneer één minuut voor vijf aan de deur.  Van ons hoefde hij geen verhaal te vertellen of uitleg te geven over zijn status quo. Maar meneer had zo zijn handen vol aan zijn eigen leven dat er op dit moment geen ruimte was voor koetjes en kalfjes of vakantieplannen.
Zinnen over familie die stuk ging, goede banen die verdwenen en andere deuren die dicht gingen. Tot aan de nachtopvang toe. Eigen schuld en stomme keuzes ging hij niet uit de weg. 

Maar ook een dakloze zwerver heeft soms gelijk. En wordt door ons systeem niet altijd recht gedaan. Wij hadden geen antwoorden, hooguit wat vragen. Die vervolgens weer uitgebreidere antwoorden opriepen. Over een verblijfsverbod binnen en een gezagshandhaver buiten, die hem verbood op een bankje te slapen.
Zijn verhaal was niet mooi maar raakte wel.
Vier uur later vertrok hij weer. Met een schoon dekbed en droog dekentje.





 

zaterdag 23 april 2022

Vrijdagavond

Vrijdagavond

Honderd kilometer heen
en honderd kilometer terug.
Negenennegentigduizend en 
negenhonderd en negenennegentig 
meters op weg er naar toe,
ze gaan vanzelf.
De laatste meter
duurt het langst.
Zoals de eerste meter
bij vertrek.
Duizenden die volgen, 
doen geen zeer.
Per slot van rekening
is het maar twee keer
één meter 
die raakt,
en zelfs dat 
merkt hij nu
niet meer.


woensdag 13 april 2022

'Als morgen de wereld vergaat, plant ik vandaag een boom.'



Deze uitspraak is Maarten Luther, de bekende wereldvernieuwer. Het is een zin die vooral in crisistijd naar boven komt. De eerste helft zet me aan het denken, de laatste helft zet me aan het doen.
Het is een uitspraak die me stimuleert om verder te gaan met waar ik mee bezig ben. Vaak zijn dat de gewone dagelijkse dingen.
Natuurlijk sta ik stil bij alles wat er in de wereld gebeurt. Het raakt me net als iedereen. Ik doneer wat geld, geef wat spullen en probeer zo ietsje te helpen. 
Maar vooral bemerk ik een innerlijke kracht om door te gaan. Te doen wat voor de voeten komt en mooie plannen te verwezenlijken. 
Steeds meer kom ik er achter dat mijn mogelijkheden niet groter zijn dan de wereld dicht om me heen. Dat is de enige plek waar ik van betekenis kan zijn. Nog dichterbij geldt zelfs de enige die ik echt kan veranderen, ben ik zelf.
Vanuit die gedachte ben ik bezig met voedselbossen en voedseltuinen. Door er over te schrijven kan ik u hopelijk meenemen in de gedachte dat we zo de wereld mooier kunnen maken.
Misschien neemt u dan zelf de beslissing om mee te doen. Niet om gelijk een heel voedselbos aan te leggen. Of morgen te beginnen met een voedseltuin. Natuurlijk kan dat, maar het hoeft niet perse.
Nee, de eerste verandering kan zijn dat u besluit om die éne boom te planten. Dat kan heel eenvoudig:
U koopt een ticket voor 'Het gras van de buren" en wij planten uw boom. Toegangsprijs voor volwassenen is zeven euro, voor kinderen één euro. Daarmee heeft u toegang tot een prachtig evenement deze zomer. En een boom met uw naam er op. Eentje die u de komende jaren via GPS kunt volgen. 
Een boom waardoor de wereld blijft ademen. 



 

Het is al lente!

Het is lente!

Vandaag is het een bijzondere dag. Vanmiddag om drie minuten over half vijf stond de zon loodrecht boven de evenaar. Daardoor duurt vandaag de dag net zo lang als de nacht. In maart betekent dit het begin van de lente. 
Vroeger heb ik altijd geleerd dat de lente op 21 maart begint, toch is dit tegenwoordig maar zelden het geval. De afgelopen twintig jaar gebeurde het maar vier keer dat de zon op de 21e loodrecht boven de evenaar stond, de andere keren altijd op de 20e. 
Dit komt doordat de aarde er net iets langer dan 365 dagen over doet om precies één keer om de zon te draaien. Hierdoor verschuift het begin van de lente elk jaar een uur of zes naar voren om in een schrikkeljaar weer achttien uur achteruit te springen. 
Vanavond kunnen we dus toosten op de lente. Zij is al begonnen.

woensdag 16 maart 2022

Danken op biddag

De weilanden van onze boerderij werden omringd door de prachtige Veluwse bossen.  Het grasland zelf werd soms van akkerland gescheiden door rijen populieren. Achter op ons erf stond een rij Hollandse eiken. Onder een grote linde was het goed toeven als we van het hooiland kwamen. Eén van de verste hoeken van ons land werd gedomineerd door een hele grote berk die ooit gespleten werd tijdens de hevigste donderbui die ik ook meegemaakt heb.
Ik verliet de boerderij en langs allerlei omwegen kwam ik in het onderwijs terecht. Daarnaast doe ik iets binnen de kerk en heb ik een liefdesrelatie met bomen en met woorden. 
Soms vinden mensen het ietwat veel. Dit komt, denk ik, doordat veel mensen dit allemaal als verschillende vakjes zien. Voor mijzelf voelt dit niet zo. 
De grootste les die ik in mijn leven geleerd heb, is dat verandering bij mijzelf begint. De wereld iets mooier te maken. Dat is mijn enige drijfveer.
Zo maakte ik ooit de overstap van het bedrijfsleven naar het onderwijs. Kinderen te leren dat we nieuwe wegen kunnen vinden om samen de wereld mooier te maken. In taal, in samenwerking en in burgerschap.
Zo liet ik een verwoestende verslaving achter me. Die overwinnen kostte me veel en leverde me nog meer op. Dit hele traject leerde me dat je soms pal moet staan voor waar je in gelooft. Dat kostte mij mijn baan maar leverde me twee jaar theatertour door het hele land op. En ik hield er een boek aan over. Mijn tweede roman is inmiddels onderweg. 
Mijn liefde voor kennisoverdracht, nieuwe wegen vinden en die voor bomen en woorden heeft me gebracht waar ik nu sta.
De meeste dagen houd ik me bezig om van boerenland voedselbos te maken. Een zo natuurlijk mogelijk bos aanleggen waarvan delen voor ons al voedsel kunnen dienen. Dan kun je denken aan vruchten, zaden, stengels en bladeren. Om zo'n bos leggen we voedseltuinen aan. De opvolger van de volkstuintjes. Gezond en smakelijk voedsel lokaal verbouwen, is de bedoeling.
Mijn droom is dat we over pakweg vijftien jaar in de buurt van elke stad en elk dorp een voedselbos hebben. 
Over drie maanden organiseer ik het eerste grote groene evenement waar alle kennis en ervaring op het gebied van voedselbossen en voedseltuinen samenkomt. Zet 'm maar vast in de agenda. Tien en elf juni in en rond een voedselbos in aanbouw. 
Zoals alles in mijn leven, hoef ik dit niet alleen te doen. Gelukkig heb ik mooie mensen om me heen. Die mij helpen en motiveren, mij een spiegel voorhouden en soms wat afremmen. Maar bovenal het vertrouwen geven dat we aan iets goeds bouwen.
Het is biddag vandaag, en er is veel te bidden. Laten we dat vooral doen voor alles wat moeilijk gaat en iedereen die lijdt. Zeker nu. 
Persoonlijk wil ik graag danken. Voor de kansen die wij allemaal krijgen om zelf verandering vorm te geven. Ook een wereld in nood verdient het mooier en beter gemaakt te worden.



Joostkapel

Even kerk houden in Gouda. Dat deden we vrijdagavond. 
De deuren wijd open met een grote kaars recht ervoor, midden op het trottoir, heetten iedereen welkom. 
De serene stilte binnen, af en toe verstoord door een luide stem uit het straatje ernaast, deed weldadig aan.
Het geluid van afremmende auto's buiten, die met draaiende motor wachtten op iemand uit de naastgelegen coffeeshop, legde bijna een fundering waaruit wij onze stemmen, stilte en samenzang konden laten klinken.
Want dat deden we. Met een pakweg vijftig mensen bij elkaar. Niet om antwoorden te vinden of uit te wisselen. Wel om onze vragen omhoog te sturen. Vergezeld van gebeden om vrede en eenheid. Het uitspreken van het verlangen dat het licht mag overwinnen werd gehoord. De strijd tegen het kwaad werd benoemd. 
Een gebed waar gevraagd werd om vrede in het hart van een stervende soldaat, bij het uitblazen van de laatste adem, raakte me.
Het noemen van namen van de eerste aangekomen vluchtelingen in onze stad zorgde voor stilte.
Er werden psalmen en gedichten voorgedragen. Soms waren die beide in één tekst gebundeld.
We zongen, met een gitaar als begeleiding, over sterk zijn in zwakte. Over het vertrouwen dat het rijk der duisternis al lang overwonnen is. Dat onze Heer en Heiland overwinnaar is over alles wat slecht is, dood gaat en pijn lijdt. 
We liepen naar voren en brandden kaarsjes. En voor eventjes hielden we allemaal onze monden dicht. 
We waren met onze noden samen gekomen. We kregen ruimte om deze te verwoorden en voelden ons daarin één. Deze samen uitgesproken en uitgezongen woorden vulden dit huis.
De zinnen, de stilte, de tranen en de kaarsen maakten deze kerk zo vol dat het niet anders kon dan opstijgen. Omhoog. Ons achterlatend in het vertrouwen dat de antwoorden op onze vragen en de troost voor uitgesproken nood al weer onderweg naar beneden waren. Misschien wel tweeduizend kilometer naar het oosten.





dinsdag 1 maart 2022

Rotjoch

In elke klas heb je er wel één. Een leerling die regelmatig op het verkeerde moment een beroerde opmerking maakt. Of overal negatief op reageert. Het huiswerk is altijd te veel. Filmpjes kijk je te weinig en klasse-uitjes zijn altijd saai of ronduit stom.
Zeker als je zelf op je tenen loopt, of aan het eind van een drukke lesdag zit, dan moet jij je als leerkracht bedwingen om niet iets naars te zeggen. Gewoon om iemand terug in zijn hok te krijgen. Of om stoom af te blazen.
Gelukkig hebben we als docent geleerd hoe we kunnen handelen. Iedereen, die een beetje kaas gegeten heeft van pedagogiek, weet dat het wegzetten van zo'n kind als een rotjoch, geen zin heeft. Ja voor jezelf, onder collega's, om even af te koelen, maar voor de lange termijn helpt het niet.
'Onhandig in communicatie' is vooral een etiket dat wij plakken. Omdat wij er last van hebben. Het betreffende kind niet. Die komt uit een cultuur of omgeving waar dit gedrag normaal is. Misschien heeft de lastige leerling het gewoon nodig om ergens tegen aan te schoppen. En soms heeft ie ook gewoon gelijk. Een kapotte klok geeft twee keer per dag de juiste tijd aan.
Het vergt discipline om keer op keer onbevooroordeeld te luisteren naar wat het zo'n jongen ons zegt. Nee je hoeft niet alles te slikken. Maar luisteren naar wat een boos kind echt zegt, levert meer op, dan boos worden om de toon.
Hij houdt ons vooral een spiegel voor. Zijn wij in staat om wegen te zoeken om te verbinden? Om gedrag af te keuren en van hem te houden? Of hitsen we elkaar op om het rot van het joch maar zo breed mogelijk uit te meten? Versterken we elkaar echt, door in de docentenkamer maar te blijven klagen over het gedrag van die lastige leerling?
Al een paar dagen kijk ik met verbazing om me heen. Gekozen volksvertegenwoordigers worden afgemaakt omdat hun mening niet in ons straatje past. Mensen schieten in een collectieve verontwaardiging, omdat iemand niet meegaat in de mening van anderen. We worden boos als ons een spiegel wordt voorgehouden.
Ja, ook ik baal er van als een politicus de inval in de Oekraïne niet in scherpe bewoordingen afkeurt en veroordeelt. En nee ik deel niemands mening die nu iets zegt in de trant van 'eigen schuld, dikke bult'.
Maar een voormalig hoofd van een Nederlandse veiligheidsdienst die publiekelijk stelt dat we zo iemand vroeger ophingen, gaat me een brug te ver. Om nog maar te zwijgen over christelijke politici die daar, al ja-knikkend, bij aanwezig zijn.
Kunnen we even terug naar de klas? Met ons allen? En het joch vertellen dat we last van hem hebben? Dat het vandaag de verkeerde tijd en plaats is voor zijn opmerkingen, maar dat we morgen naar hem luisteren?
Of denkt u echt dat, als we het joch met zijn allen gaan uitmaken voor rotjoch, dit helpend is? Het gaat een keer pauze worden. Dan kunnen er twee dingen gebeuren. Of het joch wordt de koning van de klas, of er wordt met hem afgerekend. Twee kwaden, waarbij de laatste bizar genoeg ooit Fortuinlijk zal heten.
We kunnen helpend zijn in het lenigen van de nood van onze naaste op dit moment. Er worden hartverwarmende acties gestart. Daarnaast hoeven we niet ons verdriet en onbegrip bot te vieren op een lastig joch. Zelfs al is het in uw oog een rotjoch.

zaterdag 26 februari 2022

Vrij-dag

Vrij-dag

Het is de dag dat de wereld weer wat open gaat. De dag waarop wij codes en virussen achter ons laten. Het zou een dag kunnen zijn, waar we elkaar weer op mogen zoeken en de gemeenschap en de liefde besluiten te vieren. 
Helaas is het ook de dag dat er bommen en granaten gegooid worden. De dag dat een jongeman zichzelf en een brug opblaast, om de vijand tegen te houden. Diezelfde vijand die een kilometer verderop een andere doorgang vindt.
De dag dat dertien jonge mensen een eilandje verdedigen. Die niet van overgave willen weten en daarom maar gewoon weggevaagd worden in de kogelregen die volgt.
De dag dat de minister van defensie aan zijn burger-landgenoten uitlegt hoe je een molotovcocktail maakt. En waar je die bij een tank naar binnen moet gooien, zodat je de vijand in zijn eigen voertuig kunt verbranden.

Dit is de dag dat ik voor het eerst sinds twee jaar weer in een theater zit. Een klein en gezellig zaaltje in een theaterwerkplaats. Aan de rand van een dorpje waar ik voor het eerst 'op mij zelf' woonde. Zo noemde je dat.
Terwijl ik het dorpje in rijd, denk ik even terug aan die tijd. Het onder de vleugels van ouders vandaan zijn en het gevoel van vrijheid dat daar mee gepaard ging. En het invullen van die vrijheid. Het zeer en de zegen van destijds gemaakte keuzes.

Ik draai het terrein op waar mensen met een hulp- of zorgvraag, hun talenten vorm geven. Hier wordt vrijheid geleerd in wat mogelijk is. En misschien ook wel eens het onmogelijke mogelijk gemaakt.

Een uurtje later zit ik geboeid te kijken naar een prachtige voorstelling. De clown als mens. Hij neemt me mee in simpele handelingen. Spiegelt mijn leven in de zijne. Ik herken me in het geworstel met systemen. 
Hoe een organisatie, gevoed door alleraardigste mensen, de mens er uit gooit, omdat deze buiten de lijntjes kleurt. Of omdat je binnen de lijntjes de boel wat levendiger maakt. 
Alsof dat nog niet genoeg is, wordt je opgehangen aan het touw waar je altijd zo leuk mee gespeeld hebt. De mens als clown laat het vanavond allemaal zien. 

Wat dan volgt, is grandioos. De mens en clown zijn één geworden. Buiten gegooid, betreedt dit nieuwe schepsel een andere wereld. Een magische wereld waar verwondering de hoofdrol speelt. Waar de volwassen mens als spelend kind rond dartelt. Soms dolend in een nachtmerrie, maar altijd de verbazing voedend over de schoonheid van het kleine.

In de zaal werd gelachen en gehuild. In beide gevallen zag ik een hemels begin van absolute vrijheid. Heel dichtbij.