woensdag 30 september 2026

Waar is de boter?

Sinds kort ben ik logeeradres van Vrienden op de Fiets. Er hebben inmiddels al wat fietsers bij me overnacht. De fietsen gaan in de gang, meestal meteen aan de lader, de gasten een paar trappen hoger.

Langzaam krijg ik er routine in. Denk ik. De eerste keer liep ik ’s ochtends sluipend op kousenvoeten door mijn eigen huis. Want hoe laat worden Fietsvrienden eigenlijk wakker? Tegen achten waag ik me aan de trap naar de bovenste verdieping. Eerst alleen mijn hoofd in het trappengat. Keel schrapen. Hoe doe je zoiets? Ga je roepen? Of zeg je eerst heel beleefd iets zachts en herhaal je dat steeds iets harder, totdat er iemand reageert?

Er komt leven van boven. Tijd voor het ontbijt.
Even later loop ik met een dienblad de trap op. Twee eitjes, vier sneetjes bruinbrood, twee afgebakken bolletjes en twee beschuiten. Kaas, hagelslag, melk én puur, en jam. Niet de pot natuurlijk. Netjes in een bakje. Plus twee glazen verse jus d’orange.
Bestek lag er gisteren al. Net als het koffieapparaat en de waterkoker. Kopjes, glazen, bordjes. Alles heb ik.
Ik daal tevreden de trap weer af.
Een kwartiertje later klinkt het van boven.
‘Arjan?’
‘Ja?’
‘Waar is de boter?’
Natuurlijk.
Die hebben we al jaren niet in huis.
Ik loop naar boven en bied mijn excuses aan voor het ontbreken van de boter. Meneer kijkt naar de ontbijttafel.
‘Mevrouw wilde hagelslag,’ mompelt hij.
Even is het stil.
‘Maar ja. Zonder boter blijft die natuurlijk niet plakken.’
Mijn eerste ontbijt als logeeradres.
Bijna alles geregeld

Geen opmerkingen:

Een reactie posten