dinsdag 3 augustus 2021

Spaanse spanning

Spaanse spanning

Midden op de rivier, aan beide zijden omgeven met steile rotswanden en uitkomend op een stuwmeer, houdt onze motor er mee op.
De sterke stroming zorgt dat we in beweging blijven maar de vaart is er uit. Drie paar ogen draaien zich naar me om met blikken die hopen dat ik een grap uithaal. Maar dit is niet de dag van grappen.
Dat was gisteren. Een echte M-dag. De M van Madrid en mooi. Van marmer en ander keihard materiaal. Autopedjes met een motortje en monumentale spoorstations omgebouwd tot moderne 'Mall's'.
Vandaag is anders. Na een prachtige ochtendwandeling door de bergen waar herinneringen van gisteren nog opgeslagen liggen in woest gesteente. Waar vergezichten van natuurlijke zachtheid gekoppeld aan hard marmer voor het grijpen liggen.
Bij thuiskomst in ons tijdelijk verblijf zie ik een appje van onze buren in Nederland. Iets met zes agenten op jacht naar een inbreker achter ons huis vier uur 's nachts. Na onderzoek bleek het een baldadige puber uit de buurt te zijn die keien in onze tuin aan het gooien was. Een foto van onze glazen tuintafel met twee grote gaten erin diende als bewijs dat het leven in ons thuisland gewoon doorgaat.
Even later word ik opgeschrikt door een auto die voor ons huisje langs rijdt en ondertussen allerlei dreigende geluiden uitbraakt. Ik versta alleen 'casa' en 'inmediat'. Met de bosbranden van afgelopen weekend, op een kilometer of tien, nog vers in het geheugen, ren ik naar buiten. Om daar een langzaam rijdende auto te zien met een megafoon op het dak. 
Het uiterlijk van de bestuurder ziet er niet uit als een Spaanse politieman die verantwoordelijk is voor het evacueren van toeristen in een bedreigde zone. Gelijktijdig besef ik dat ik geen flauw benul heb hoe een spaanse politieman die verantwoordelijk is voor het evacueren van toeristen in een bedreigde zone, eruit moet zien.
De beste man ziet me naar buiten komen, gaat boven op de rem staan en klimt uit zijn voertuig. Hij rent naar achteren en opent zijn kofferbak. 
Ik ben inmiddels bij het vehikel aangekomen en buig me voorover. In de veronderstelling blusapparaten, brandwerende vesten of andere antibosbrandtuigen aan te treffen. 
Wat ik zie is een apparaat om messen mee te slijpen. En een bak met messen ernaast. Meneer komt aan huis, dat is die 'casa', om messen te slijpen. En hij heeft geen wachttijd, vandaar de 'inmediat'.

Vanmiddag huren we een motorbootje van een dame die onder een tentje op het strand een bootjesverhuurbedrijfje runt. Het gele bootje wat ervoor ligt. Het oogt als een retro-speedbootje uit de jaren zeventig; we zijn verkocht.
De onderhandel-bedragen schrijven we in het zand. De dame spreekt geen Engels maar leest wel cijfers. 
Ik vraag haar een aantal keren of de tank vol genoeg zit voor onze geplande tocht. Nu, ronddobberend op een Spaanse rivier in de wildernis, besef ik dat het weinig helpt om je vraag te herhalen als je elkaar toch niet verstaat.
Ik weet ook nog dat ik vroeg waarom er geen peddel in de boot ligt. Zelf in het bezit van een zeilboot met aanhangmotor weet ik hoe belangrijk het is om altijd iets bij je te hebben om je te kunnen redden. Toen de dame het woord, of misschien meer mijn gebaren, begreep en begon over het huren van een kano, heb ik het erbij laten zitten. Dat betreur ik nu.

Een kwartiertje later komt er een reddingsboot van het Rode Kruis voorbij. Wij zwaaien als een stel 'Robinson Crusoe's' op een verlaten eiland. 
Deze mensen regelen een andere boot die ons een halfuurtje later op sleeptouw neemt naar onze haven.

De bootverhuurdame houdt bij onze aankomst hele toespraken die we niet verstaan. Inmiddels zijn er een stuk of vijf Rode Kruismensen bij betrokken. Iedereen is alleraardigst en we worden behandeld of we tien dagen zoek zijn geweest. Ik moet nog een handtekening zetten onder een formulier wat de chef van het stel heeft ingevuld. Daarna nog even tegen de bootverhuurdame zeggen dat de rest van onze tocht heel gaaf was en we vertrekken richting terras. Het leven is hier best mooi en goed. Ook hier deugen de meeste mensen.

zondag 1 augustus 2021

Verstopte liefde

De meeste tijd benader ik mijn schuur omzichtig. Mijn schuldgevoel, betreffende m'n onvermogen om op te ruimen, groeit voorbij de deur en doet mij voorzichtig binnenkomen en weer stil verdwijnen.
Dit duurt tot ik mijn uitstelgedrag heb overwonnen en aan de slag ga. Waarbij gezegd moet worden dat opruimen bij mij vaak meer een soort van herordenen is. Hoe dan ook schept het nieuwe ruimte.
Mijn dierbaarste voorwerp heeft vandaag haar oude plek weer ingenomen. Nog schaam ik mij toen onlangs iemand naar haar vroeg en zij op de vloer vertoefde. Nu torent ze uit boven reddingsvesten en rattengif. Ze overstijgt stopverf en vlekverwijderaar. Het enige dat er niet boven past is de doos met afdekzeilen. Die is voorgoed verdwenen.

donderdag 29 juli 2021

Spoorloos

 'Toe maar, ga terug', zeg ik streng. Ze luistert niet, blijft alleen iets verder achter en volgt me de volgende bocht door.
Mijn iets meer op vleiende toon gesproken woorden: 'Blijf nou lekker thuis, het wordt warm en ik ben de rest van de morgen onderweg', helpen ook niet.
Ze kijkt me niet meer aan maar blijft achter me lopen.
'Nou dan moet je het zelf maar weten', zeg ik berustend.
Deze morgen ben ik vroeg opgestaan en na een klein ontbijt de bergen ingetrokken. Stevig de pas erin terwijl de zon opkomt boven de heuvels achter me. De rood-oranje gloed wordt geler en groter. Op de eerste berghelling voor me zie ik de schaduw langzaam naar beneden zakken.
Wat net nog groen en grijs was, licht nu op in de eerste ochtendstralen. Het zandsteen verandert langzaam van geel in prachtig roodbruin.
Om me heen lijkt alles te verstillen. Zelfs de krekels houden even op met hun eeuwig getjirp. Dan barst het zonlicht in alle glorie los en is het ineens helemaal dag geworden.
Mijn pad loopt door een boomgaard vol met amandelbomen. De bomen hangen vol met opengebarsten hulzen waardoor de steenvruchten te zien zijn. 
Iets verderop maken de korte houterige stambomen plaats voor graspollen en een soort heide afgewisseld met hier en daar een steeneik. Ook meen ik wat jeneverstruiken te herkennen.
Inmiddels ben ik een gesprek met mijn reisgenootje begonnen. Ik vertel haar over mijn romanfiguren in het boek dat ik aan het schrijven ben. 
Dat ze niet reageert, is een kleinigheid; ik ben al lang blij dat ik, zonder een oordeel terug te krijgen, mijn gedachten hardop kan uitspreken.
Af en toe holt ze er vandoor achter één van de vele konijnen aan die veelvuldig in deze streek voorkomen. 
Dwars door een lege rivierbedding vervolgen we ons pad. Aan de ander kant wordt het steiler en kaler. Hier veel meer rotsen en zand. Bovenop de heuveltop aangekomen zie ik een dorpje onder me liggen. Ik besluit om daar op zoek te gaan naar een bakje koffie.
Ik geniet inmiddels van mijn reisgenote. We hebben hele gesprekken. Nou ja gesprekken; ik praat en zij luistert. 
Een uurtje later ben ik aangekomen aan de rand van het dorpje. Hier neemt mijn maatje afscheid van me. Ze loopt gewoon terug. Zonder om te kijken. Ik haal mijn schouders op en wandel het dorpje in.
Een vader met een zoon is bezig een steiger te plaatsen naast een huis in aanbouw. Het zijn de eerste mensen die ik zie vandaag.
In het centrum lig het Plaza de la Libertad; een mooi en schoon plein der vrijheid, al is het omringd door menshoog gaas.
Iets verderop zie ik de resten van een treinstation. Een stootblok staat nog als een stille getuige van wat ooit was. Daarnaast zie ik nog wat vergrasde spoorrails liggen. 
Het statige stationsgebouw heeft een andere bestemming gekregen. De dame die de stoep aan het vegen is, vertelt me dat het nu een kantoor is waar ze iets met computers doen. 
Het is niet het eerste verlaten station dat ik zie, maar telkens overvalt me een gevoel van melancholie. Wat het precies is weet ik niet, het heeft denk ik te maken met beelden van drukke oude stations en een tijd waarin een treinreis nog een belevenis was.  Waar een dorp of stadje ademde door de aankomst en het vertrek van het rollend gevaarte. Rijtuigen die nieuwe mensen brachten en oude verhalen meenamen. Treinwagons waaruit opgelucht gezwaaid werd. Als het niet bij aankomst was dan wel bij het afscheid. 
De laatste trein is hier al lang geleden vertrokken. Zij liet een spoor van heimwee achter.
Ik vind mijn bak koffie en haast me weer het dorpje uit. En voel me teleurgesteld als daar niemand op me wacht. Blijkbaar ben ik toch meer hondenmens dan ik dacht.

dinsdag 27 juli 2021

Bitterballen

Bitterballen

Na een lange wandeling en een uitgebreide siësta is het tijd om een stadje te
bezoeken. Deze ligt een kilometer of dertig van ons huisje, dus pakken we de auto. Al snel rijden we heuvelafwaarts richting een wat grotere weg die ons naar een volgende vallei brengt. 
Onderweg verbaas ik me over de nieuw aangelegde wegen hier. Zo hobbelig en vol met gaten de bergweggetjes zijn, zo glad en prachtig zijn de doorgaande wegen. 
Na een halfuurtje parkeren we de auto naast een drooggevallen rivierbedding in het centrum van de stad. De auto staat nogal scheef, en boer die ik toch een beetje blijf, schop ik een paar stenen voor de wielen.
Na een paar uur strijken we neer op een terras van een leuk restaurantje. Via een QR-code die vastgeplakt zit op de plastic tafel kunnen we het menu inzien. 
De digitale menukaart biedt een zee aan tapasgerechten; precies de reden waarom we hier neergestreken zijn. De helft van ons gezelschap is vegetarisch, ook daarin bieden ze voldoende keus. Alles staat vermeld in het Spaans waar we redelijk uitkomen. Tomaten en olijven, klinken niet veel anders in het land waar ze vandaan komen. 
Tot iemand ineens bitterballen ontdekt. Gewoon zo, in het Nederlands. We zitten niet aan de Costa Brava; ik heb nog geen geel nummerbord gezien vandaag. We besluiten om ze er bij te nemen.
Bij een drukke, rennende ober bestellen we onze gerechtjes. Met de bedoeling om de tafel gewoon vol te zetten, dreunen we met Hollandse precisie onze bestellingen op. De man schrijft alles op een kladblokje. Halverwege stopt hij met schrijven, steekt twee handen in de lucht en roept dat het genoeg is. Meer krijgen we niet. 
Wat we ook doen, het helpt niet. Hij verdwijnt en laat ons verbluft achter.
Misschien zijn de portie toch groter dan de kaart doet vermoeden, misschien is de keuken overbezet of misschien heeft ie het gewoon niet. Of moet je per ronde bestellen. We speculeren er op los maar snappen het niet echt.
De beste man levert een kwartier later de eerste bestelling uit. Een mandje met een paar frieten en drie bitterballen. Gelijk komt er een mandje met twee kaasstengelachtige dingen. Ook hier wat friet op de bodem. Niks tafel vol zetten, 
vanaf nu komen er telkens een paar gerechtjes op tafel.
Het smaakt ons prima en we komen niets tekort. 
Om af te rekenen moet ik naar binnen. Daar vind ik onze vliegensvlugge ober die daarnaast ook de afwas en de keuken blijkt te doen. Geen wonder dat ie het gewoon genoeg vond. Hij heeft zijn fooi meer dan verdiend.


zondag 25 juli 2021

Frans bakje onderweg

Ons huisje in Andalusië, ligt bovenop een heuvel. Het dorpje, Llanos del Peral geheten, bevindt zich op de helling onder ons. Daarachter loopt het land langzaam af tot een vlakte die zich uitstrekt naar de Middellandse Zee, dertig kilometer verderop.
De andere kant van de heuvel verdwijnt in een vallei. In de verte zie ik de uitlopers van de Sierra Nevada.

Het verblijf heeft een tot extra kamer omgebouwde bergruimte die alleen

buitenom te bereiken is. Een onlangs geplaatste glazen schuifpui geeft een magnifiek uitzicht op de omgeving. 
De rest van mijn gezelschap vindt voldoende kamers in het huisje zodat ik het buitenkamertje kan annexeren als mijn persoonlijke schrijfkamer voor de komende dagen.
Het sober ingerichte kamertje is perfect geschikt om met letters aan de slag te gaan. 

Bij al dit moois denk ik even terug aan de tentenman in Parijs. We waren net een uurtje of vijf onderweg en kwamen op de Périphérique tot stilstand. Zoals altijd wanneer we de ringweg rond Parijs nemen. Het is zeker niet het mooiste stuk weg als je richting het zuiden gaat maar het zorgt er wel voor dat je weet dat je Nederland achter je hebt gelaten. 
De zinderende hitte van het asfalt onder je en de smerige grauwheid van het beton rondom je, geven een aardig besef van tevredenheid in je van alle gemakken voorziene gouden koets. En dat heeft meer met een gevoel van veiligheid te maken dan dat het over luxe gaat.
Ik geniet van rijden. Altijd al gedaan. Als twintigjarige reed ik net na de omwenteling naar Roemenië. Ook dat was niet altijd veilig maar het voelde wel helemaal goed. 

Maar nu onze tentenman. Hij liep van auto naar auto met een bakje waarin wat kleingeld lag. Ergens denk ik dat dit bakje misschien wel zijn grootste bezit was. Het maakt nogal wat verschil of je een bakje ophoudt of dat je een lege hand uit moet steken. Dat laatste voelt wel heel erg naakt en kwetsbaar. 
Bij een bakje moet je in ieder geval je hand nog iets samenknijpen om het vast te houden. Een lege hand moet je omdraaien om je niet-bezit te tonen. Schaamtegevoel dat het verliest van honger. Of van de dorst voor het geval iemand roept dat ie het waarschijnlijk gaat verdrinken. Dat drinken doet hij ook alleen maar omdat water niet afdoende meer helpt tegen wat dan ook dat zo'n dorst geeft.
Het verhaal wordt erger. Ik had niets voor hem. In een auto volgeladen met spullen zodat we redelijk zelfredzaam een paar weken in Zuid-Spanje kunnen doorbrengen, had ik niets om weg te geven.
Alles wat we bij ons hadden was van een digitale orde waar meneer niets mee kon. Pasjes, creditcards, opladers, powerbanken en andere dingen waar je stroom voor nodig hebt. 
Achter de man zag ik zijn tent staan. Gewoon op een verdorde grasstrook tussen het asfalt. Ik keek de tentenman aan die met zijn bakje naar me toekwam. Zijn hoopvolle blik maakte plaats voor berusting toen hij zag dat ik met een schuldige blik mijn schouders ophaalde. 
Pas een paar honderd kilometer verderop had ik weer vrede met mijzelf. Ik besloot om te blijven genieten van de overvloed waarin ik mag leven. En vanaf nu te zorgen dat ik nooit meer een Frans bakje hoef af te slaan.


 

woensdag 21 juli 2021

Vrijslinger


Vrijslinger


Tussen Grafhorst en Gouda
pauzeer ik op Oranjehof.
Bewoners schuifelen 
of rollen in rustig tempo.

Koffie met gekookte melk
in kamer waar kabaal
en ander werelds rumoer
buiten muren blijft.

Mij treft de hangklok
die niet meer opgewonden
zijn slinger heeft gestopt
en roerloos voor zich staart.

Eindelijk heb je tijd
al sta je helemaal stil.
Twee keer daags
is het kwart voor tien

Men noemt je oud
maar prefereert antiek.
Kostbaar maken 
mij jouw jaren. 








donderdag 1 juli 2021

Bedankt


Dank jullie wel!

'Dan zullen daar de blijde zangers staan'. Die psalmregel schoot me vaak te binnen als ik jullie daar weer zag.
Of jullie altijd blij waren, weet ik niet, wel dat jullie er stonden en zongen. Waar de gemeente moest zwijgen, vertolkten jullie haar stem.

Op het dieptepunt van de crisis:

'Dies zal ik nu ook onbevreesd
in schaduw van Uw vleug'len zingen' 

Of een paar weken erna:

'Zing vrolijk, heft de stem naar boven'

En in diezelfde dienst: 
'Stralend Licht, Morgenster,
Niemand is als U'

Tijdens een doopdienst:'

'En zeg:  Vrees niet, Ik ben erbij, 
wees maar niet bang, jij bent van Mij!'

Of een paar weken geleden nog: 

'Die nimmer mij heeft afgewezen,
noch mijn gebed gehoor ontzegd'

Jullie stonden daar en zongen. Ik kon niet zien wat jullie voelden en dachten. Meestal niet tenminste. Maar soms klonken jullie vier of vijf stemmen luider dan duizend stemmen van een jaar ervoor. Drongen dieper binnen en raakten meer.

Net als iedereen ben ik blij dat we weer met ons allen mogen zingen. Denk dat iedere kerkganger er blij mee is. Het voelde soms als een straf om te moeten zwijgen. Toch heeft jullie zang mij ook geleerd dat waar ik zwijg andere stemmen door gaan. 

Vanaf deze plek jullie allemaal heel erg hartelijk bedankt! 

Bij de kostersuitgang staan emmers met gerbera's. Dit is de enige bloem die geen officiële betekenis heeft. Anjers, narcissen en rozen hebben een betekenis. Net als dominees, diakens, en organisten. De zangers waren die functie (als individu in onze kerken) een beetje kwijt. De crisis bracht jullie terug. Met alle schoonheid van de zangkunst die jullie ons gaven. Als je een kind vraagt een mooie bloem te tekenen, tekent zij/hij een gerbera. 

Ook alle mensen die via licht en geluid al dan niet op de voorgrond of achter de schermen, mogelijk maakten dat we thuis de diensten konden volgen en de bovengenoemde zang konden meebeleven. Jullie heel hartelijk dank! Ook voor jullie staan er bloemen. Neem alsjeblieft mee. Ze zijn er voor jullie allemaal.

Als laatste noem ik onze drie predikanten. Voor lege banken preken is ingewikkelder dan je denkt. Het zicht op de gemeente letterlijk een beetje kwijt raken moet pijn gedaan hebben. Het is zo in strijd met waar u toe geroepen bent. Dat moet lastig zijn geweest. Ook voor u staan er bloemen. Neem alstublieft onze dank aan.

Natuurlijk zijn er nog vele andere te noemen. Maar voor vandaag beperken we ons tot jullie. Namens de gehele gemeente hartelijk dank! In Jezus Naam.



dinsdag 22 juni 2021

Kriebel

Puur toeval' kopt een landelijk krant een dag nadat een hevige valwind Leersum teisterde. Verderop in het artikel wordt uitgelegd wat een valwind is en waarin het verschilt van een windhoos.
Als ik die kop lees denk ik: Ja en?
Waarom is het belangrijk dat we gelijk te horen krijgen dat het toeval is? Maakt het voor die mevrouw aan de rand van het dorp uit nu haar auto platgedrukt onder een omgevallen beuk muurvast op de oprit staat?
Zou het de twee hardlopers die ternauwernood aan een vallende tak ontsnapten echt uitmaken dat het toeval is?
Is er een kans dat ze anders zouden denken dat het bewust gebeurde? Dat er opzet in het spel zat? 
Eén of ander mysterie van de natuur? Of een menselijke fout? Had er geen code knalrood afgegeven moeten worden? Niet alleen een waarschuwing maar ook een verplichting om met een valhelm op onder de keukentafel te gaan zitten tot er een signaal zou komen dat alles veilig is?
Hebben we geen kernteam nodig die van tijd tot tijd samenkomt en ons bewaart voor dit soort natuurrampen? En als dat niet mogelijk is, dan in ieder geval ons handvatten geeft hoe we er mee om moeten gaan?
Maakt de kop 'puur toeval' niet dat we nog angstiger gaan worden? Wat een ander vandaag toevallig overkomt kan mij morgen gebeuren.
Kom nou niet aan met het verhaal dat wij christenen het allemaal anders zien. Ook ik herinner me Zondag tien van de Heidelberger (een leerboek van de kerk uit de zestiende eeuw). Niet alleen de vraag wat wij 'van den voorzienigheid Gods geloven' maar ook het antwoord dat alle dingen 'niet bij geval geschieden en we in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig moeten zijn'.
Natuurlijk geloven we dat in theorie nog, maar praktisch hebben we dit allang uitgeschakeld. We moeten bij alles wat ons overkomt oorzaken weten en als het enigszins kan gelijk een systeem in het leven roepen dat er voor zorgt dat dit niet weer gebeurt.
Ergens snap ik dat het zo werkt en doe ik er aan mee. Ook bij mij gaat 's nachts de deur op slot. En als ik straks een paar weken richting Spanje ga, controleer ik ook of de reisverzekering deugt en laat mijn auto nog even checken in de garage. 
Maar het kriebelt. Het voelt alsof we denken de natuur de baas te kunnen zijn. Niet alleen de natuur maar ook alles wat buiten en misschien wel boven onze macht ligt, kunnen beheersen.
Zoals we een jaar lang gehoord hebben dat we samen het virus onder controle gaan krijgen. En misschien is dat het geval. Misschien zijn we samen in staat geweest om een middel te ontwikkelen dat er voor zorgt dat we dit virus kunnen verslaan en we onze leefstijl van voor de komst van dit virus hadden, voort kunnen zetten.
Maar wat als het niet aanviel om ons te vernietigen maar om ons wat te leren? 
   

dinsdag 8 juni 2021

Open Kerk dicht

Beste mensen,

Open Kerk was gisteren voor het laatst. We kijken met dankbaarheid terug. Bijna zestig vrijwilligers hielden de kerk open, toen alles dicht zat. Ook op ijskoude en tochtige winteravonden zetten zij zich in om wat warmte en licht te verspreiden. 
Meer dan duizend mensen zochten stilte, gebed of een gesprekje. Ruim honderdvijftig kaarsjes werden er gebrand. Tientallen keren kwamen de bijbelkringen bij elkaar.
Onlangs kwam er een vader met twee dochtertjes. Zij liepen een rondje door de kerk, vader maakte foto's en de meisjes, de oudste rond de tien en de jongste een jaar of zeven, bekeken van alles en nog wat met grote ogen. Bij vertrek namen de twee allebei een bijbeltje mee. De kleinste was de grootste te snel af en begon in de buitendeur al hardop voor te lezen. Ik hoorde alleen nog 'Hier staat...." en de rest kon ik niet meer horen omdat ze buiten verder las. 
Zo is het werk van onze lieve Heer niet afhankelijk van ons doen en laten. Nu Open Kerk dicht is, zal God buiten verder gaan. In dat vertrouwen hebben we gisteravond de deur dicht gedaan.


Veluwe

Ik zet mijn hakken in het zand
zo kom ik met elke stap
dichterbij de verre
bomenrand.

Daar gooi ik het bijltje erbij neer 
zodat jij ooit je schaduw vindt
waar ik nu als gelukkig kind
de spaanders laat intact.

Stil hang ik harp aan wilg, 
zangloos kniel ik aan de stam
hoor de wind door snaren spelen
als hemel die mijn hart doet helen.





dinsdag 1 juni 2021

Eldrik


Land van Eldrik

Vandaag vertoef ik in het oosten
niet het verre of waar wijzen waren
of misschien ook wel die laatste.

Ik lustig mij in land van weelde
grassig hooi dat in de wier
al stal en koelucht heeft.

Zittend aan de rand van Olde Iessel
met landman die zijn trekker
staakt voor ons gesprek.

Hij taalt naar vroeger, verhalend
over jan en alleman en vrouw
die harkend hielp met hooien.

Nu zit hij in zijn eentje
met maai en baalmachines
al herriemakend wat te klooien.











vrijdag 28 mei 2021

Dromende engelen

Dromende engelen

Gisteren liep ik op een begraafplaats. In een stoet die zich langzaam van de plek verwijderde waar we iemand hadden begraven.
Het blijft elke keer weer een gebeurtenis die indruk maakt. Zelfs al heb je, zoals ik gisteren, de overledene niet echt persoonlijk gekend.

Wie het ooit gezegd heeft, weet ik niet maar de uitdrukking 'bij elke begrafenis begraaft ieder mens opnieuw zijn eigen doden', klopt wat mij betreft helemaal.
Er was veel wat indruk maakte. Het knisperende grint onder onze gehakte schoenen en het onwaarschijnlijke mooie voorjaarsgroen van de laaghangende beukentakken, die ons dwingen het hoofd te buigen bij het betreden van de begraafplaats.
De met meiregen vermengde zon die het gras laat schitteren tussen de zerken. De toespraak van de dominee bij het graf en de voelbare stilte als de kist naar de bodem van zijn bestemming zakt.
Maar van alles raakte me bij het verlaten van deze dodenplaats de tekst op een verder onbeschreven zerk: 'Engelen van licht dromen onze gedachten verder'.

woensdag 26 mei 2021

Spraakverwarring


'Zou jij op onze bruiloft als ouderling aanwezig willen zijn?', is de vriendelijke vraag van de toekomstige bruidegom.
'Ja we kennen jou een beetje en dat is wel leuk bij het overhandigen van de Bijbel enzo', vervolgt zijn toekomstige wederhelft.
'Euh, ja natuurlijk wil ik dat. Leuk dat jullie mij vragen. Maar ik ben geen ouderling.'
'Huh? Niet? We zien je er al jaren zitten. En je bent trouwens ook de enige ouderling die we een beetje kennen.'
'Ik ben diaken', help ik ze uit de droom.
'Hahah', ze schieten beiden in de lach alsof ze een goede grap horen.

In de Bijbel wordt gesproken over prachtige en minder prachtige beroepen. Wie kent Lydia, de purperverkoopster niet? Of Paulus de tentenmaker en Rachab de hoer?
Ooit hebben we die woorden zo vertaald en ze staan tot de dag van vandaag zo in de Bijbel. Maar er is geen mens die hetzelfde doet en zijn baan of bezigheid nog zo noemt. 
Lydia zou nu waarschijnlijk zakenvrouw van het jaar zijn met haar handel in textielverf. Paulus die rondtrok om mensen te spreken over een blijde boodschap, zou nu zeggen dat ie als zzp'r onderweg de kost verdient in de woningbouw. Tenminste ik neem aan dat er destijds nog niet zoveel toerisme was dat hij kampeertenten maakte. 
Tja en Rachab? Dat is een beetje lastig, ik weet niet zo goed of ze gewoon een gastvrije café-uitbater was, of echt een publieke vrouw.
Het gebeurt in de Bijbel vaker dat iemand de zaken wat slechter voorstelt. Kijk eens naar de broer van de verloren zoon. Die ging er maar eventjes van uit dat zijn broertje zijn geld in 't bordeel had uitgegeven terwijl Jezus dat nergens zegt.
Maar goed, stel dat Rachab wel een hoer was, dan noemden we haar nu sekswerker, was ze ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en wachtte ze, net als ieder ander met een contactberoep, totdat de samenleving voor haar open zou gaan.
Om de opmerking voor te zijn dat een ambt iets anders is dan een beroep; priesters en levieten kennen we niet meer.  Wanneer je nu als farizeeër te boek staat, bedoelen we echt iets anders dan iemand die lid is van een fanatieke religieuze, politieke partij. Ik denk niet dat je onze huidige mannenbroeders op het pluche blij maakt met deze benaming.
Zou het niet handig zijn als we in de kerk namen gaan gebruiken die mensen echt wat zeggen? Ik zit zeven jaar in de kerkenraad, ben diaken, zit in twee moderamina (enkelvoud is moderamen). In deze geledingen ben ik scriba, preses en secundus (geweest).  
Er is geen dertiger die deze laatste twee zinnen snapt. Ik geloof in de kracht van taal. Moeten we niet beginnen met ons wat begrijperlijker te maken? In ieder geval onze bezigheden?
Het is Pinksteren geweest. Het feest waarop iedereen de woorden van de discipelen, die we nu dominees zouden noemen, begreep vanuit zijn eigen taalveld. 

Binnenkort ga ik naar een bruiloft. Ik doe mijn pak aan en op de rug van mijn colbert schrijf ik 'Helper waar geen helper is',  Aan de dominee vraag ik of hij 'Bijbeluitlegger' op zijn toga naait. Dan kan de ouderling 'Bijbeluitdeler' op zijn jasje zetten. 
Als we die drie taken daadwerkelijk uitvoeren, misschien in een omgekeerde volgorde en soms wat door elkaar, geloof ik dat het Pinksteren blijft.