zaterdag 22 augustus 2020

De dominee en het zachte eitje

Waar gezag verdwijnt, ontstaat ruimte. De meeste beroepen waarbij ooit sprake was van natuurlijk overwicht, hebben we uitgehold door onze zucht naar efficiëntie. Gecombineerd met een maatschappij die gericht is op autonomie, leidt dit tot een systeem waarbij we getraind worden in het op onszelf gericht zijn. 
Dit brengt mooie dingen met zich mee zoals zelfontplooiing, aandacht voor minderheden en het controleren van macht.
Het is fijn om zaken in twijfel te mogen trekken, mensen te kunnen bevragen op hun handelen en recht te hebben op zelfbeschikking. 

De andere kant ervan is dat we hier knap in doorgeslagen zijn. En we doen er allemaal aan mee. De meester mag uitleggen waarom Annabel moet nablijven. Want moeder staat met de SUV aan het schoolhek en moet zo naar Pilates nadat Annabel is afgezet bij balletles.
De dokter die een diagnose stelt zonder dat er garantie wordt gegeven op een vermindering van het ziektebeeld, wordt nog voordat de door hem voorgeschreven behandeling in werking is gezet, aan de kant geschoven. Er moet en zal eerst een second-opinion komen.
De ordehandhaver is allang geen oom agent meer die de buurt kent, maar iemand die vanachter zijn bureau vandaan gehaald wordt om vervolgens met een busje collega;s naar een buurt te rijden waar ze ingezet worden om vooral de-escalerend op te treden. 
Malle idioten met camera's, te veel vrije tijd en wijde trainingsbroeken hebben een nieuwe sport gevonden. Ik wist dat je meneer agent mocht uitschelden en verwensen in ons land, Maar je mag hem blijkbaar ook duwen, schoppen en bekogelen met alles wat voor handen is.
Vroeger was een dominee iemand met gezag.  Nu als we er één nodig hebben,roepen we een commissie in leven. Deze gaat kijken wat de gemeente nodig heeft. Dan komt er een profielschets. Die wordt voorgelegd aan de gemeente. Vervolgens wordt er gezocht naar iemand die aan het gewenste beeld voldoet. Er volgen gesprekken, diepte-interviews en van allerlei soorten assessments. Tot zover niets aan de hand. Dit is nu eenmaal hoe we het bedacht hebben.

In de praktijk als we een paar jaar verder zijn, blijkt een deel van de gemeente ontevreden te zijn. Of voelt zich niet helemaal gezien. Bepaalde thema's komen  weinig aan bod in de beleving van een aantal mensen. Wat doen we?
We richten een nieuwe commissie op die het probleem gaat onderzoeken. Vaak zitten hier mensen in die ook graag problemen onderzoeken.
Voor hen is een oplossing ook het einde van hun hobby. Iets met een timmerman met een hamer; gegarandeerd dat ie overal spijkers ziet. Of plekken waar hij ze in kan slaan.
De commissie trekt een extern iemand aan en deze gaat aan de slag.
Eerst wordt er geïnventariseerd en alles nog eens goed in kaart gebracht. Dan gaat de nieuwe man of vrouw een plan schrijven. Tegen de tijd dat onderhavig plan uitgevoerd wordt, zijn de ontevredenen verdwenen of men weet niet meer waar ze ontevreden over waren. Gelukkig is inmiddels het tevreden deel dan al wel ergens tegenaan gelopen. 

Ik beweer niet dat bovenstaande mensen schuld treft, wel vraag ik me af of we niet allemaal meewerken aan een systeem dat ontevredenheid voedt. Zelfs mooie waarden als dankbaarheid hollen we uit door een applaus gelijk uitbetaald te willen zien in een loonsverhoging. 

Ik zat vanmorgen aan een ontbijtje in een prima hotel. Het viel me op dat het roerei op was, het gekookte eitje iets te zacht leek en er bij de kaas alleen maar de keuze bleek tussen komijn-, en brandnetelkaas. Bovendien stond er een rij voor de koffie. Ik heb tegen mijzelf moeten zeggen dat er overvloed was en ontdekte gelijktijdig dat tevredenheid een keuze is. Niet alleen bij overvloed maar misschien juist daar wel waar het schuurt of een beetje zeer doet.

zondag 9 augustus 2020

Rustig in de kerk

Op deze zondagmorgen fiets ik naar mijn kerk. De kerk waar ik een beetje ambivalente houding mee ontwikkel. Waar ik in barre tijden de kerk juist zie als plaats van schuiling en troost, liepen we voorop om de deuren dicht te doen als antwoord op een crisis die zijn weerga niet kent.

Ook toen de regels versoepeld werden kwam ik makkelijker het café dan de kerk binnen. Nu was dat in eerder stadium van mijn leven ook al eens het geval. Deze keer deed het zeer.

Zo niet vanmorgen. Uiterst vriendelijk word ik welkom geheten door een steward die goedmoedig blijft zoeken in zijn digitale systeem en mij, na eindelijk mijn naam op de reserveringslijst gevonden te hebben, vriendelijk toegang verleent tot het Godsgebouw. Ondertussen maak ik een praatje met wat andere mensen die blij zijn vandaag naar de kerk te kunnen gaan. Voor het eerst sinds lange tijd, geven ze aan.

Binnen word ik door een aardige buurman, hij zit bij mij op mijn buurtbijbelkring en is gastheer vanmorgen, nogmaals welkom geheten. Ik maak gebruik van een gratis handenwasapparaat en hij wijst me nog even op een blaadje waar alle gezangen en de volgorde van dienst op staat. Ook deze word gratis verstrekt.

Daarna word ik door een dienstdoende diaken, na een mooie plaats gebracht. Hij maakt een praatje en ziet toe dat ik op een veilige manier op genoeg afstand van mijn medekerkgenoten zit.

De kerk is redelijk gevuld. In het kerkdienstgedeelte, het schip zogezegd, kan normaliter een duizend man zitten. Nu zitten er ruim tweehonderd. Links en rechts knik ik of steek een hand op naar een wat uitbundiger broeder of zuster.

Na een tijdje zwijgt het prachtige, driehonderd jaar oude Moreau-orgel. De ouderling van dienst heet iedereen welkom. Waaronder onze vaste kerkbezoekers en gasten die digitaal met ons verbonden zijn. Vanmorgen zijn we ook live te beluisteren bij de stedelijke radio.

De dominee komt naar voren.  Hij spreekt het votum uit. Dit zijn de zegenbede waarmee het vertrouwen in God wordt uitgesproken en de groet waarmee aan iedereen genade en vrede wordt beloofd.

In de mooie dienst gaat het over afhankelijkheid en overgave. Over een betere weg dan aan de ene kant het stoïcijns afwachten of aan de andere kant een allebeheersende drang naar maakbaarheid. Dat er ook een weg van vertrouwen bestaat. Deze dominee die ik soms meer als een vriend zie dan als predikant, weet altijd weer een snaar te raken die mij even thuisbrengt.

Soms met één zin of een gekozen lied. Vanmorgen zingen we mijn lijflied. Ik leerde het in een kliniek en sindsdien houdt het mij van tijd tot tijd vast. Het spreekt van bouwen en geloven. Sterk zijn in een kracht die bescherming biedt. Het gaat over strijd en rust. Wel een beetje de samenvatting van mijn leven. Al twaalf jaar lang lukt het me niet dit lied met droge ogen te lezen of te zingen.

Dan worden we heengezonden. Maar niet met lege handen. De dominee spreekt met geheven handen een zegen uit die ik met open handen mag ontvangen. Die zegen spreekt van genade, liefde en gemeenschap. 

De afgelopen dagen ontmoette ik, in weerwil van de hitte buiten, soms harten van ijs en steen. Maar hier was het goed. Treffend genoeg zongen we bij het afsluiten van de dienst een lied dat sprak over hoop, moed en geduld. 

Heerlijk rustig vanmorgen. 








dinsdag 28 juli 2020

2084


Deel 1
Nummer 17823 stapte uit zijn ogli het heldere daglicht in. Boven de rand van wat ooit de stad was geweest kwam de zon tevoorschijn. 
Zijn naaste buurman links, meneer 17822 had zijn slaapzak buiten aan het lijntje voor zijn eigen ogli gespannen. Net zoals twee ogli's verder, mevrouw 17820 dit had gedaan. Het was de 4e vandaag; dan waren alle even nummers aan de beurt om hun ogli te luchten.
De armband van 17823 lichtte op en er klonk: 'Nog twee minuten voor start'.  Hij bukte zich en pakte zijn hardloopschoenen. Nadat hij ook zijn shirt en broek aangetrokken had, wachtte 17823 op de stem. 
Het was fijn om deze voor te zijn. Het gaf een gevoel van vrijheid. Soms dacht hij glimlachend terug aan de verhalen van 14265; zijn vroegere opvoeder. Aan de tijd dat 14265 elke dag een uurtje met hem sprak via het scherm in de ogli.
Hij wist nog dat deze hem vertelde over lang geleden toen mensen zelf konden kiezen.
'Start nu', klonk zijn armband.  Nummer 17823 keek naar rechts en zag dat 17822 gearriveerd was. Toen zijn buurman de deur achter zich dichttrok, ging
17823 van start.
Hij liep het terrein af en sloeg linksaf; hij wist niet beter dan dat je altijd linksaf sloeg; dat was de regel. Hij volgde het smalle voetpad. Rechts vormde een diep spoor de scheiding met het pad aan de andere kant dat bedoeld was voor de mensen die op veld 18 woonden. 
Al scheelden de velden maar een nummer, nooit hadden de mensen van de verschillende velden contact. Dat was al jaren zo, en zou ook altijd zo blijven. Van tijd tot tijd sloop er een virus ergens een veld op, of waarde er een bacterie rond. In de meeste gevallen betekende dit het einde van een veld, inclusief de mensen die er woonden. Zo wist 17823 dat veld zes en zeven en veld veertien al voor zijn tijd opgehouden waren te bestaan.  
Veld zestien was pas op recentere datum leeg gekomen; twee jaar geleden, in het begin van 2082, gelijk in januari waren de eerste bewoners uitgevallen, binnen anderhalve maand was het hele veld opgehouden met leven.17823 kon zich met name de stank nog herinneren. Vooral toen de dooi inviel was die met een westenwind niet te harden. 
Tot de eerste groep varkens arriveerde. Deze hadden zich in enkele decennia ontwikkeld als natuurlijke opruimers. 
Zijn opvoeder had meegemaakt dat deze varkens nog in stallen gehouden werden. Duizenden dicht op elkaar gepakt voor de voedselvoorziening. Het moesten er miljoenen geweest zijn in totaal. Toen bleek dat deze manier van dieren houden alle ziekten alleen nog maar verergerden en dierziekten oversloegen op mensen, waren ze los gelaten. Slachten ging niet meer; er was niemand die dit nog wilde doen. 
Vooral daar waar een veld ten onder ging, kwamen de varkens. Wat natuurlijk hielp was dat de Voormensen zorgden dat de hekken weggehaald waren bij zo'n uitgestorven veld. Meestal waren ze binnen een maand klaar en was alle stank verdwenen. Ook alles wat herinnerde aan persoonlijk leven trouwens.


D2
Ergens rond 2025 waren de ergste virussen allang verdwenen. Maar de maatregelen die er kwamen, hadden bijna iedereen de das om gedaan. De voorouders van 17823 waren massaal in quarantaine gegaan. Eerst in kleine groepjes en in gezinsverband, al snel kwamen de individuele afzonderingen. Iedereen liep met een mondkapje en niemand raakte elkaar meer aan.
Naast een natuurlijke geboorte-stop, stierven er meer mensen aan ouderdom en andere ziekten. Toen het aantal sterfgevallen daalde, begon de overheid met het doorgeven van het aantal besmettingen. Doordat er meer gemeten werd, stegen die aantallen. De combinatie van angst voor een onbekend virus en de voorlichting van de overheid, maakte dat iedereen uiteindelijk vrijwillig koos voor een solo-leven. 
Pas later, ergens rond 2040, bleek dat met name de angst de grootste vijand was.
Na een paar jaar in volledige afzondering te leven, kon een klein hoestje of griepje de mensen al doden. 
Keelontstekingen of een loopneus, ooit niet meer dan een drempel op weg naar volwassenheid, versloeg in de jaren dertig zijn duizenden.
Ziekenhuizen raakten verstopt, steden begonnen leeg te lopen. Mensen zochten een onderkomen in de natuur. De meesten, al verzwakt en vatbaar voor elke aandoening hielden dit niet lang vol. 

D3
Nummer 17823 had geluk gehad. De overheid had in tien jaar tijd een compleet gebied ingericht op het platteland. Twintig eenheden van duizend mensen werden gehuisvest in ogli's.
Samen met twintigduizend andere kinderen was 17823 hier geplaatst voor een overlevingsprogramma. Een klein huisje met genoeg ruimte om te slapen en alle programma's achter een beeldscherm te volgen. Daar had hij van zijn opvoeder zijn lessen gekregen. Nu deze weg was, volgde hij de programma's van de Voormensen. Drie keer per dag nam hij een capsule waarmee hij voldoende voedsel binnenkreeg. Water werd omhoog gepompt en gezuiverd via een ingenieus systeem. 
Elke avond was er een studie-programma te zien, gevolgd door een komisch programma. Meestal waren dit films over hoe zijn voorouders geleefd hadden. Die mensen waren overal druk mee. Vooral met elkaar. En met iets dat geld heette. Daar deden ze alles voor. En als ze het hadden gaven ze het uit aan mooie dingen. Dan hadden ze nog meer geld nodig om die dingen te onderhouden of te vervangen. Tijd om er van te genieten hadden ze niet.
Mensen woonden in ogli's die allemaal verschillend waren. In plaats van een capsule te nemen, moesten ze elke dag eten maken. Daar was een ruimte voor ingericht in de ogli van toen. Ze aten meestal veel en vet. Ze gingen na het eten met een automatisch vervoermiddel naar een grote ogli toe om daar op een fiets te gaan zitten die stil bleef staan maar waar ze wel op konden bewegen. 
Om tien uur kreeg 17823 een seintje van zijn polsbandje dat hij moest gaan slapen. Hij nam een groen pilletje en viel in een diepe droomloze slaap voor de komende acht uur.

D4
Maar nu eerst liep hij zijn ochtendrondje. De zon was inmiddels hoger geklommen en bescheen het kale terrein tussen hem en de stad in de verte. Elke keer als 17823 dit stuk liep, dacht hij aan de verhalen van zijn opvoeder. Vooral de verhalen over mensen die samen de dingen deden gaven 17823 een goed gevoel. Heel diep in zijn binnenste kon hij soms een beetje dromen dat die tijd ooit terug zou komen. 





















zondag 19 juli 2020

Roomser dan de paus

Gisteren liep ik een kerk binnen. Zoals bijna alle Katholieke kerken was deze open. In de afgelopen tijd ben ik vaker een roomse kerk binnengewandeld. 
Ongehinderd door een welkomstcomité, of zoals die in de protestantse kerken vervangen zijn door beveiligers die je vragen of je aangemeld en/of ingeschreven bent. 
Waarop, als dat niet het geval is, je in het slechtste geval de toegang geweigerd wordt, of in het beste geval je alsnog ingeschreven wordt. 
Bij navraag daarover blijken die gegevens ergens in de cloud opgeslagen te worden. Niks bescherming persoonsgegevens of privacy-dingen. Als de christenvervolging ooit over West-Europa uitbarst kan men met één druk op de knop zien wie de kerk bezocht heeft.
Best raar dat ik momenteel makkelijker een supermarkt dan mijn eigen kerk in kom.

Maar gisteren was het anders. Ver in de Belgische Ardennen stond het kerkje midden in het dorp gewoon kerk te zijn. De deur was open, wel was het schaaltje dat gewoonlijk gevuld is met wijwater leeg. Dat was jammer daar ik echt denk dat het symbolisch dopen van je handen en er een kruisje mee op je voorhoofd zetten, meer kracht heeft en van grotere spirituele waarde is, dan het afschrapen van je beschermlaag op je vingers door welk soort antibacterie-gel dan ook. 

Hoe dan ook, ik ging de kerk binnen. En werd getroffen door het aantal stoelen dat weggehaald was. Er stonden nog stoelen in een soort van orkestbak-opstelling. Met genoeg ruimte voor grote cello's en harpen en bewegingsvrijheid voor het strijken van de stok over de snaren van een viool of contrabas.
Een dun rood plakband gaf de looprichting aan. Meerdere keren splitste deze zich en kon je zowel naar rechts als naar links. 
Kennelijk heeft de katholieke kerk meerdere wegen naar Rome bedacht ik een beetje grinnikend. 
Waar ik de ene richting volgde kwam ik uit bij Maria Goretti; een meisje dat op jonge leeftijd zich verzette tegen haar aanvaller. Zij raakte zwaargewond, vergaf voor haar sterven haar aanvaller wat er toe leidde dat deze aanvaller schuld bekende, straf onderging en zich aansloot bij een monnikenorde. Maria Goretti werd heilig verklaard. Zij staat nog steeds symbool voor jeugdige onschuld en de kracht van vergeving.

Waar ik de andere richting volgde kwam ik uit bij Christoffel. Deze begon ooit als Reprobus. Hij was sterk en zo eigenwijs dat hij alleen maar de machtigste der aarde wilde dienen. Hij kwam van de koning bij de keizer terecht. Deze was bang voor de duivel dus besloot Reprobus de duivel te gaan dienen. Al snel kwam hij erachter dat deze op zijn beurt weer bang was voor Christus.
Vanaf dat moment diende Reprobus Christus. Op advies van een kluizenaar droeg hij mensen over een brede rivier. Op een dag wilde een klein jongetje naar de overkant. Deze werd zo zwaar dat Reprobus dreigde te bezwijken. Toch haalde hij de overkant. Het kind maakte zich bekend als Christus en beloonde Reprobus met een nieuwe naam; Christoforus of Christoffel. Hij staat symbool voor bescherming van de reiziger én, las ik tot mijn verrassing, als beschermheilige tegen besmettelijke ziekten.
Deze kerk was meer groot en leeg dan mooi en toch voelde ik me thuis. Ik bemerkte dat het me goed deed om in een gebouw te zijn waar mensen best wat rekening houden met de waan van de dag, zelfs als het een ongrijpbaar virus is. Maar waar het nog veel meer een plek is van geloof in bescherming, geloof in het goede en een eeuwigheidswaarde nastreeft die diezelfde waan ver overtreft.
Het leek een moment op echt geloven. 

donderdag 9 juli 2020

Glashelder

Nu weet ik het zeker:
Niets is blijvend.
Dit heeft als voordeel
dat er altijd niets is.

zondag 5 juli 2020

Als er vergeving is

Mijn God,

Vandaag kom ik weer
na lange tijd, in Uw gebouw
Uit angst voor ziekt' en rouw
bleef ik uit uw buurt o Heer.

Ik dacht U te kunnen vinden
op stream en beam mijn Heiland
zocht in heide, bos en weiland
tussen berk en eik en linden.

Vergat U uren, dagen soms zelfs weken
ik had mijn werk, de zaak en andere zorgen
vandaag was zeker, niemand wist van morgen
waar vastheid twijfel is gebleken.

Leefde mijn leven,
ik moest toch wat, 
dronk en sliep en at.
Nam en heb gegeven.

Deuren in liefde open.
Andere met haat en nijd
zetten aan tot zinloze strijd.
leeg weer weggelopen.

Nu ben ik als een kind
kan zelf de weg niet gaan.
Klop dus nogmaals aan,
hopend dat U mij vindt.

Laat niet mijn mondgekapte stem
zwijgend de lofzang stommen
Iedereen rond de tafel drommen,
wij op zoek naar Hem.

U breekt het brood en reikt de wijn
in eind'loos schuldvergevend mededogen
Ik vraag met zond'omrande ogen
laat mij met U samenzijn.

















zaterdag 4 juli 2020

Tranen

Grijze hemel huilt
geen boom die troostend bladert
zomerzon verstopt

haiku 4-7-2020 

zondag 28 juni 2020

Suggestie



'De krant brengt de leugen in het land', gebruikte ik jarenlang om mijn leerlingen iets te leren. In een tijd van opkomende sociale en andere media was dit een mooie ingang om naar de betrouwbaarheid van berichtgeving te kijken. 
We ontdekten leuke dingen. Leerden dat er soms meer dan één waarheid is.
Ook op andere gebieden heb ik geleerd dat 'de waarheid', vaak sterk afhankelijk is van de werkelijkheidsbeleving van de persoon die hem claimt. 
Meestal reageer ik niet als die werkelijkheid iets naast mijn beleving ligt.  Soms weet je bij bepaalde media dat de waan van de dag en een suggestieve kop belangrijker is dan even een bron te checken of op een andere manier zorgvuldig te werk te gaan.
Trouw maakt het wel erg bont. Franca Treur die een deelcolumn beheert in deze krant, doet een suggestieve uitspraak en zegt erbij dat ze het niet heeft uitgezocht. 
Franca, doe eens lief. De uitgever stuurt Jan Siebelink mijn boek Parre. Hij stuurt een lief kaartje terug. Vervolgens vraagt mijn uitgever of ze deze kaart mogen publiceren. Jan Siebelink geeft toestemming, iedereen blij.
Behalve Franca. Kom op collega, kunnen we niet gewoon samen een beetje blij zijn? Ik ben het in ieder geval wel met mijn uitgever. 
Mijn boekpresentatie werd afgelast door corona, alle lezingen en acties bij boekhandels werden gecanceld. Nu probeert mijn uitgever op andere manieren mijn debuut onder de aandacht te brengen. Ik voel ik me enorm gesteund door de mensen daar, die met alle huidige beperkingen, wegen hebben gevonden om Parre onder de aandacht te brengen.
Natuurlijk mag je daar wat van vinden. Maar hun integriteit in twijfel trekken door onwaarheden te debuteren is wat anders. Jij kunt beter. Jouw krant ook.
Je hebt mijn boek nog niet aan de straat gezet, zeg je. Gelukkig maar. Ik daag je uit om Parre te lezen. En zeg daar over wat je wilt.  Wees hard, meedogenloos desnoods maar blijf van mensen af die in alle oprechtheid hun werk doen.

 


maandag 22 juni 2020

Zwerversliefde

Ook na honderd jaar nog razend actueel in een tijd waar meningen zich verharden,  we alleen nog voor of tegen zijn en gewoon lief doen soms al verdraaid lastig is. 

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -
want o, de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie' in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder den wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same' in 't oude waaien zwijgen
binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Adriaan Roland Holst (in 'Voorbij de wegen' 1920)


zondag 14 juni 2020

Failure won't define me

Twaalf jaar geleden trokken we samen op. Beiden waren we de strijd met onze verslaving aangegaan. De afkick en de eerste lessen op het gebied van verslavingsvrij leven lagen achter ons. Nieuw gedrag aanleren, omdat dit makkelijker is dan oud gedrag afleren, hadden we geoefend in de beschermde omgeving van de groep waar we acht weken lang dag en nacht mee optrokken.  
Hierna was het tijd om dit in de praktijk te brengen. Voor mij betekende dit dat ik thuis ging wonen en nog drie dagen in de week naar de kliniek ging voor deeltijdbehandeling. Zij volgde dezelfde behandeling en woonde zelfstandig in een huis op het terrein van de kliniek.
In onze groep waren wij wel een beetje de hardliners. Beiden zagen we de nodige mensen gaan en komen. Zonder dat we nu super goede vrienden werden, herkenden we elkaar in meerdere opzichten. Als het niet in woorden was dan wel in een gekozen lied.
De afgelopen jaren zagen we elkaar nu en dan op wat sociale media. Af en toe reageerden we op elkaars posts.
Vanmorgen deelde ze dat het de afgelopen tijd fout was gegaan. Alcohol had haar weer gevonden. Eten ook. 
Ze legt de verantwoording bij haarzelf maar zegt ook iets over acht weken bijna niemand zien en aanraken. Terwijl ik het in de kliniek langzaam iets begon te leren, was zij toen al een enorme knuffelbeer.
Hoe dan ook ze ging kopje onder en beleefde vervolgens de hele weg van schuld en schaamte opnieuw. Ze heeft het inmiddels gedeeld met mensen om haar heen en is niet alleen opgekrabbeld maar staat weer helemaal rechtop.
Mijn schuldgevoel dat ik haar de afgelopen maanden niet even geappt of gebeld heb, maakte plaats voor een warm blijzijn dat het haar lukte om overeind te komen.
Daarnaast deelde ze een lied. Woord voor woord greep het mij bij de keel en raakte het mij. En dat doet het nog steeds.

donderdag 4 juni 2020

Lieve Lydia

Zes jaar geleden stapten mama en ik samen met jou een lokaal binnen. Er zaten twee leraren die engels spraken. Jij mocht komen uitleggen waarom je koos voor tweetalig onderwijs.
Ik viel van mijn stoel van verbazing, bewondering en trots. Je deed het. En dat is het kernwoord geweest van de achterliggende zes jaren.  Doen. Elke keer weer.
Het bijzondere is dat je niet aan het ploeteren was, ondanks al die uren. Soms midden in de nacht of 's morgens heel vroeg. Jij deed het; je begon en stopte niet voordat je klaar was. 
Met klasgenootjes maakte je verre reizen tot aan Zuid Afrika toe. 

Ondertussen trok het leven buiten school ook de aandacht. Als gezin hadden we prachtige vakanties in Italië, Portugal en Spanje. En soms gewoon een weekendje Parijs of een paar dagen Londen. 

Jij en ik genoten van mooie lunches in De Beurs nadat we de Koopgoot in Rotterdam geplunderd hadden. Jij bent degene die ons ontbijtpannenkoekenritueel op verjaardagen in stand houdt. 
Daarnaast heb je jaren gevoetbald bij de Jodanboys, heb je een bijbaantje bij de Appie en ben je bezig met je rijbewijs. 
Je vriendenkring onderhoud je door van tijd tot tijd op stap te gaan. Zomaar tussendoor of echt even samen weg. Je doet het.
Je ontdekte het liefdesleven en verrijkte ons gezin met je vriend David. 

Daarnaast waren er ook ingewikkelde tijden en gebeurtenissen. We verloren familie en er waren erge ziektes, soms heel dichtbij. 
Nooit vergeet ik hoe we elkaar vonden met een knuffel of een blik als ziekenhuis weer werkelijkheid werd.
Soms deed ik een absentiemelding, tegen alle regels in, voor wat meer dan alleen een ziekenbezoek, gewoon omdat je een vrije middag of morgen verdiend had. 
Je zorgde samen met je broer en je vriend dat een kerstontbijt, met cadeaus en een nepkerstboom in een kaal ziekenhuiszaaltje, een feestmaaltijd werd.
En een week later, met oud en nieuw, verzorgde je samen met David een vuurwerkshow midden in de nacht tegenover datzelfde zaaltje. En tja, dat je dat op de stoep van een wooncomplex voor ouderen deed, kon jij ook niet weten.

Ook de wisseling in werkzaamheden van mij maakte je mee. Een heel leven was je gewend dat je vader 'gewoon' les gaf. Ineens hield dat op en zat je midden in de hectiek die dit met zich meebracht. Jouw broer verliet een jaar geleden met zijn diploma de school. Van ons drieën was je nog de enige waardoor het ook minder jouw school werd. Maar je hield vol, maakte het af en je ontvangt vandaag je welverdiende diploma.

Het leven is niet altijd een feest, wel is er altijd wat te vieren. Al was het maar omdat we in overvloed van liefde mogen leven.
Lydia, ik hou van je om wie je bent. Je bent de prachtigste dochter die een vader zich kan wensen. Dat wordt niet meer door een diploma. Maar vandaag vieren we het allemaal. Ik ben gelooflijk trots op jou!

woensdag 27 mei 2020

Grazige weide

De bekendste preek ooit, is die van Jezus op een berg tegen zijn discipelen. De zogenoemde Bergrede. Later preekt Hij voor een grote groep mensen in het open veld. Daarnaast geeft Hij vanaf een boot Zijn boodschap door.

Op dit moment zijn alle kerken druk doende met gebruiksplannen te maken. Alles om straks weer te kunnen samenkomen in onze gebouwen. Stoelen worden versjouwd, eenrichtingswegen gemarkeerd en banken afgesloten met lint. Daarnaast mag er niet gecollecteerd en gezongen worden. Ingangen en uitgangen moeten voorzien worden van duidelijke instructies.  Alles is te lezen op de site van één van de grootste landelijke kerken die een protocol van negen pagina;s heeft geschreven. Al begrijp ik de goede bedoelingen en twijfel ik niet aan intenties, ergens denk ik dat het anders kan.

De eerste tweehonderd jaar van onze jaartelling, hadden we helemaal geen kerken. We kwamen bij elkaar in huizen, grotten en op het open veld. Pas in de de derde eeuw zijn we begonnen met kerken te bouwen. Wat als we besluiten om de gebouwen even de gebouwen te laten? Misschien niet voor de komende tweehonderd  jaar maar wat als we dit in ieder geval deze zomer eens proberen? 

In vakantietijd vinden we het geweldig om een preek op het gras te beluisteren, waarom zou dat nu niet kunnen?

Iedereen met een fiets naar een stuk weiland, koeien lopen er al lang niet meer sinds we die efficienter binnen kunnen uitmelken. 
Bijkomend voordeel is dat als we allemaal de fiets plat naast ons neerleggen, laten we afspreken aan de rechterkant, dan hebben we gelijk die anderhalve meter geregeld.

De dominee klimt op een podium, die zijn op dit moment voor weinig te huur, en hij of zij begint de preek. In deze tijd 
 zijn geluidsversterkers ook makkelijk vekrijgbaar.

Zingen zou zelfs kunnen als we dat op dezelfde manier als vervolgde christenen doen. Gewoon met de mond dicht; na een beetje oefenen valt er prima te neuriën. Oke, het is niet hetzelde maar het kan wel. En de wat minder toonvaste mensen kunnen eindelijk ook eens los gaan.  Dan blijft nog de collecte. Hievoor zetten we twee melkbussen bij de ingang, die er gelijk voor zorgen dat je er op gewezen wordt dat je achter elkaar fietst in plaats van naast elkaar.

Rechts is voor kerkbeheer en links voor diaconie, symbolisch klopt die verdeling denk ik ook wel.

Dit bovenstaande protocol valt prima over te zetten naar een strand-, of waterrede, Vervang fietsen dan voor windschermen of bootjes.

Gevoelsmatig zitten we op deze manier dicht bij Jezus Zijn manier van preken. Bijkomend voordeel is dat buitenlucht en bewegen op dit moment wel eens onze twee grootste bondgenoten kunnen zijn. 

En als er meer dan dertig mensen komen? Gewoon het volgende weiland pakken. Soms is het alleen een kwestie van een hek open doen. En als we dominees te kort komen? Dan leest er iemand de Bergrede. Mooiere preek is er nooit gehouden.
(Mijn column in het Nederlands Dagblad 27 mei 2030)

zaterdag 9 mei 2020

Kappen nou!

Zou er bij een computervirus ooit gedacht zijn aan een kapje om het toetsenbord? Of aan een regel om anderhalve meter van een touchscreen af te blijven?

We hebben in harnassen en in ruimtepakken rondgesjokt. Sluiers voor als we naar buiten gingen en hoedjes voor in de kerk. In overalls en driedelige kostuums gewerkt en feest gevierd. 
Daarnaast dragen we handschoenen om ons te beschermen tegen schoonmaakmiddelen. Dat is net zo raar als dat er op zakjes chemo staat dat je ze niet zonder beschermende middelen in iemands lichaam mag spuiten. 
We proppen onze komkommers in plastic waarbij ik geen flauw benul heb of dit ter bescherming van de komkommers of van mij is.

Nu gaan we mondkapjes dragen. Knuffelen deden we al niet meer, kussen gaat ook wat moeilijker worden. De spontane, liefdevolle kus is straks helemaal verleden tijd.
Maar daar zaten we al een beetje toch? Wie heb jij vandaag meer gesproken? Je scherm of je geliefden? Wie heb je meer aangeraakt? Je toetsen of de mensen om je heen?