woensdag 26 februari 2020

Schone was buiten hangen


Schone was buiten hangen 

Weer dondert het van de kansel. En rolt het de gemeente door. Iets over social media . Dat we er voor op moeten passen. Vooral onze jongeren. Omdat het verwoestend is en we een schone schijn ophouden via deze kanalen. Er schijnt niets echt te zijn aan de manier waarop we ons hier aan elkaar presenteren. Meestal wordt dit dan gevolgd door het noemen van Facebook. In een enkel geval nog iets over Instagram.
Het vervelende is dat degene voor wie deze oproep bedoeld is, allang heeft afgehaakt. Als die wel aanwezig is, zit-ie met zijn of haar neus in het scherm.
Nee, zonder gekheid, wanneer leren we eens dat het weinig zin heeft om iets negatiefs te zeggen over een middel. Ooit werden vliegtuigen en treinen vervloekt, later de radio en de televisie. Het internet hebben we verwelkomd. Alleen de manier waarop we het gebruiken, daar oordelen we over, snoeihard.
Ik heb eens geturfd; op een gemiddelde post over een serieus onderwerp reageren toch altijd nog zo’n drie á vier mensen, die zelf ergens tegenaan lopen, via een persoonlijk berichtje.
Regelmatig sta ik met een collega-ambtsbroeder op een plek in onze kerk waar mensen na de dienst met vragen en of opmerkingen langs kunnen komen. Mooi initiatief, waar van tijd tot tijd gebruik van wordt gemaakt.
Toch kiezen velen er voor om een digitale route te zoeken voor contact.
Dat mensen zich op hun best laten zien? Met foto’s op insta van een perfecte vakantie? Ach, dat is niet nieuw. Ook vroeger stuurden mensen een kaartje met ‘Groeten uit Volendam’. Daar stond dan vaak een molen in een stralende zon op met een lachende dame die een ronde kaas in haar armen hield. Tulpen die alleen maar bloeiden. Die beelden deden niet helemaal recht aan de werkelijkheid. Niets nieuws onder de zon.
Steeds vaker zie ik op social media berichten voorbijkomen van mensen die zich in hun hart laten kijken. De wereld deelgenoot maken van hun worsteling. Of van hun verdriet. Soms gaat dat best ver.
Die aantallen vrienden dan op de diverse media? Is dat echt? Nee, natuurlijk niet. Iedereen die een poosje actief berichten, posts of tweets verstuurt, weet welke waarde vrienden en of volgers hebben.
Hier ook niets nieuws onder de zon. In vroeger tijden was burenhulp geweldig en uitgebreid. Maar ook daar vonden strenge sociale afrekeningen plaats. Ietsje buiten de boot en je mocht zelf zwemmen.
Ik zeg niet dat het beter is nu. Maar laten we niet doen of het allemaal zoveel slechter is. Het misbruik van de mogelijkheden via social media - ja, dat is er. Maar was dat er vroeger niet in het buurtcafé waar de mannen een borrel na werktijd namen? Of op de woensdagmorgenkoffie waar alle buurvrouwen bij elkaar kwamen? Of de varianten die er gelukkig nog steeds zijn?
Ik heb geen zeventienhonderd vrienden op Facebook. Ik mag wel zeventienhonderd keer een vriend zijn. Best mooi.




donderdag 20 februari 2020

Maria's misère of

Kan het kerstfeest blijven?
Een huis vol herders,
engelen op wolken
en wat wijzen 
op bezoek.

In ontspanning
een beetje aanbidding 
gezang niet van de lucht
en wat cadeaus uitpakken.

Opeens een boze koning
met moordlust bezet.
Vlucht naar duister land,
jaren ver van iedereen.

Dwars door dorre woestijn
Mozes' terugreis maken
met huilend Kind
trouwe man
en niets.

Misschien was het anders
werd hun asiel in Egypte
de mooiste huwelijksreis.

Misschien fluisterde Maria zacht
eind'lijk rust en geen gedoe
vragen van familie moe
dankjewel dat U me bracht.

Zo werd Maria's grootste angst
heerlijk verblijf in gastvrij oord
Met Jezus huil en Jozefs woord
duurde hun liefd het langst.





Gouwekerk




Jaar en dag haar stilletjes rechts laten liggen

Bewoog ik mij langs haar en links het water
Fietste ik nooit zacht onopgemerkt voorbij. 
door stille liefde werd de hemel op aarde later.

Dan in een stille nacht die lang niet heilig was
het moment dat vriend en ik haar binnengaan.
Ruime hal en van banken leeg immens gewelf
marmeren vloer waar losse elementen staan.

Hier ooit alleen de Bijbel, nu de kunst erbij
tentoongesteld met vaandellange doeken.
Vroeger de scheve schaats aan kaak gesteld
nu ook een tijdje hier de zopie koeken.

Inmiddels bestijgen wij de kleinste torentrap
aan het eind een kleine deur, net onder 't dak
Dan lopen we over een hele lange houten brug
Als je hier valt is 't niet alleen het been dat brak

Dan eind'lijk wij onder de grote toren aangekomen
daar nu losse ladders staan die ons doen stijgen
schoksgewijs en tree voor tree wij gaan omhoog
Tot wij op hoog bordes 't mooiste uitzicht krijgen.

Naar onderen de Goudse drev'- en stegen
waar donkere slagschaduwen de plaats bepalen
Sint Jan en fabriek van ander gouds product
hun silhouet steekt af, de stenen en de stalen.

Nu verder weg aan horizon en ander einde
de kerstboom in Lopiks radiogolvende velden
aan andere kant het Rotterdam, Den Haag
de tekening die hun verhaal vertelden.

Nooit meer ga ik haar argeloos voorbij
nimmer kijk ik gedachtenloos naar 't kruis
want deze avond met vriend en uitzicht
was heel even echt mijn heerlijk thuis.


woensdag 19 februari 2020

Vesper

Op een grauwe februari-avond parkeer ik mijn fiets tegen zijkant van de Sint-Jan. Via de kosteringang ga ik naar binnen. Verwelkomd door een dame die ik het afgelopen jaar goed heb leren kennen. Zij is degene die een jaar met me optrok bij het schrijven van mijn roman. Veel van haar geleerd.
Verrast begroet ik ook haar man die een stapeltje liturgieën staat recht te leggen. We wisselen enkele woorden waarna ik een plekje in het koorgedeelte van de majestueuze kerk opzoek. 
Ik verlies me in de aanblik van de pilaren die in het donker, van onderaf belicht, oplopen tot de bovenste gewelven. Het spel van licht en donker in samenhang met de mortelkleuren van de vroege voorlopers van de latere ijzeren spanten blijft indrukwekkend.
Langzaam loopt het koorgedeelte vol. Dan komt de predikant binnen. Zijn simsongestalte gaat grotendeels schuil onder een zwarte toga. Hij past in dit immense gebouw. Als je hem op straat tegenkomt, veronderstel je eerder een bodybuilder dan een dominee. Zijn markante kop met de lange manen maakt de vergelijking met de strijder uit de Bijbel compleet.
Achter hem volgen de organist en nog twee dames en een heer. Eén van de dames is degene die mij bij binnenkomst verwelkomde. Bij allen valt me op hoe toegewijd ze zijn. Hun zang, ook die van de dominee, klinkt als ademen voor hen. Misschien is het dat ook wel bedenk ik.
De dienst, vesper genaamd, wordt gevuld met zang, gebed, stukje bijbellezen en stilte.
Ik kom om te luisteren en geniet met volle teugen. De tekst en de tonen brengen me in een heerlijke rust.
Stil verlaat ik na een uur de kerk.  


.

zaterdag 8 februari 2020

Roerig weekje

De stilte voor Ciara binnenstormt
voelt als zwijgende woorden
van weggebleven minnaar.
Waar huid onaangetast
de schouders leeg, 
buik onberoerd,
holle armen
zich niet
vullen.
Regen als voorspel,
tranen drogen niet.
Maan maakt
leegte vol.

donderdag 9 januari 2020

Laat me huilen

Het gebeurt niet vaak dat ik niet weet wat ik schrijven moet. Woorden maken, is een soort ademen voor mij. Alleen nu weet ik niet zo goed hoe ik moet ademen.
Mijn verjaardag begon zoals elke verjaardag in ons huis begint. Met felicitaties, slingers, pannenkoeken en cadeaus. Van al deze genoemde zaken veel. Dit zijn de momenten dat ik weet dat ik rijk ben.
's Avonds begon ons feestje in  een restaurant en eindigde na een half uur al in een ambulance. 
De rest van de avond zaten we op de spoedeisende hulp. Na een paar dagen ziekenhuis zijn we als gezin weer compleet en allemaal thuis.
Intussen loopt de mailbox vol, puilt mijn whatsapp uit, stromen de pbeetjes en gelukwensen op facebook voor mijn verjaardag nog steeds door.
En weet ik het gewoon niet. Ik wil iedereen bedanken voor alle felicitaties. Om de hele wereld te zeggen dat we het hier langzamerhand niet meer weten, voelt stom. Maar niets zeggen over wat er hier gebeurt, voelt nog stommer.
Zet nu niet mijn hele tijdlijn vol met sterktes. Alsjeblieft, hoe lief het ook bedoeld is; we zijn sterk geweest en het hielp niet echt.
Natuurlijk wil ik jullie bedanken voor alle lieve en mooie wensen. Natuurlijk zijn we blij met al het meeleven nu één van ons niet echt aan het beter worden is. Alle mooie woorden en wensen zijn fijn maar laat maar even. Laat me gewoon even moedeloos zijn. Als ik huil zeg dan niet te snel dat het goed komt. Zeg niet iets van 'kom op' of 'het komt goed'. Zeg zeker niet 'Stil maar'.
Als je echt wat wil doen, huil dan met me mee. Om al die momenten dat het leven oneerlijk is. Dat we een bosrand opzoeken omdat bomen soms warmer zijn dan mensen.
Lege ziekenhuisgangen in de nacht. De kale plek waar de kerstboom stond en de ballen en de piek  weer in de doos voor volgend jaar verdwijnen.
Echt leven begint misschien daar we niet alleen goed, mooi en groot moeten zijn, maar vooral daar waar we bang en boos, eenzaam en verdrietig mogen zijn. 
Ik vroeg om niet te reageren met 'sterkte'.  Mag ik je vragen om even naar buiten te gaan, omhoog te kijken en dan naar binnen. Bedenk wie in jouw omgeving echt wat liefde nodig heeft. Ga naar hem of haar toe en zeg: 'Alles is goed. Ik  hou van jou'. 
Ik verzeker en beloof je; soms is dat alles wat je kunt doen en soms is het genoeg.


vrijdag 3 januari 2020

Ziekenhuiswensen

Het afgelopen jaar ben ik veel jullie gast geweest. Als bezoeker en direct  betrokkene van een patiënt van jullie. Er waren weken dat ik er dagelijks was. Niet alleen op de rand van het bed maar ook in de familiekamer, de kantine en de meeste andere ruimtes.
Een keer of acht reed ik achter een ambulance aan en bracht een halve nacht of middag door op de spoedeisende hulp. Ik durf me een ervaringsdeskundige te noemen.

De directe professionele aandacht van zowel de ambulancebroeder als de chauffeur, met gevoel voor de menselijke maat, was fijn om te ervaren. Op mijn vraag om de toeters en bellen pas buiten de straat aan te zetten, reageerden jullie stuk voor stuk altijd begripvol. Jullie doen het echt goed!

De vrijwilliger die de afdelingen door gaat om handen te masseren. Ze doet dit één dag in de week hoor ik. Met aandacht en liefde zie ik haar aan het bed zitten. Een kwartiertje doet ze ziekte en vragen naar de achtergrond verdwijnen. Je doet het mooi!

De leerling-verpleegkundige die langs komt op de dag dat er veel artsen en verplegers aan het bed geweest zijn. Deze mensen waren druk met het invoeren van gegevens en lezen van verslagen.
Onze leerling-verpleegkundige begreep er niets van. Ze pakte een stoel, schoof die bij het bed en zei: 'Ik kom er gewoon even bijzitten.' Twintig minuten zat ze aan het voeteneind. Haar zwijgende aanwezigheid was het mooiste medicijn van die dag. Blijf dit alsjeblieft doen. Laat je niet van de wijs brengen door alle rijdende digitale apparaten die gevoed willen worden met data die we daarna niet meer kunnen vinden.

Nu ik het daarover heb: zo fijn als een verpleger even opkijkt van het scherm en de patiënt aankijkt. De meesten doen dit op een persoonlijke manier. Mooi om te merken dat intieme vragen, over frequentie en samenstelling van ontlasting, met een gedempte stem gesteld worden.

De dokters deden het afgelopen jaar erg goed. Er waren er af en toe zelfs bij die een krukje pakten en even bij hun patiënt gingen zitten. Om niet alleen hun eigen diagnose te stellen, die per dokter nog wel eens wat verschilde, maar die ook even luisterden. Ik wens jullie heel veel
luistertijd toe.

De koffiedame en de schoonmaker, de meneer die de taak heeft om patiënten van afdeling naarscan- en andere apparaten te vervoeren. Jullie zijn goud waard. Zonder veel woorden laten jullie zien dat je bezig bent met mensen. Prachtig.

Uit de grond van mijn hart denk ik dat genezing bevorderd kan worden door de menselijke maat. En als genezing niet mogelijk is, kan er toch heling zijn door iemand als mens te blijven zien.
Iedereen die in een ziekenhuis werkt, zou als onderdeel van de opleiding, eens een dag of drie als patiënt in een bed moeten liggen.
Elke patiënt ervaart verlies van regie. Sowieso door het ziek zijn zelf als door het over moeten geven aan behandelingen. Dit regieverlies heeft iets van lijden in zich. Elk mens in een ziekenhuis kan dit lijden verzachten of versterken. 
Ik wens iedereen een verzachtend jaar toe.

zaterdag 28 december 2019

Hij bracht zijn vraag als een oordeel

'Ik heb eigenlijk nog een vraag, durfde hem na de voorstelling niet te stellen', dat laatste klonk als een verontschuldiging.
Hij was een jaar of twintig, een open gezicht met een zwarte kuif erboven en gekleed in een modieuze halflange jas daaronder een strakke bloes en een zwarte spijkerbroek.
Hij zag eruit alsof hij precies wist wat er op dit moment te koop was. Alleen zijn ogen stonden anders. Die keken mij aan met een blik alsof ze zeggen wilden: 'Toe maar, zeg maar dat het nu niet uitkomt, dan ben ik weg.'

Natuurlijk zei ik dat niet. We hadden twee keer onze voorstelling gespeeld en waren wat aan het uitblazen in de grote gemeenschappelijke ruimte. We zaten aan het uiteinde van een lange tafel, mijn tegenspeelster, onze technicus en ik. 
Bij de voorstelling van vanavond zaten er ruim driehonderd jongeren in de zaal. Die meer dan een uur ademloos gekeken en geluisterd hadden. Daarna met hun vragen kwamen. 
Iemand die vroeg: 'Wat moet ik met een beste vriend die verslaafd is?'
Een ander die zei: 'Waarom bent u verslaafd geraakt?'
Of: 'Wat vonden uw kinderen ervan dat u naar een kliniek ging?'
En één die heel vaak terugkomt: 'Komt u wel eens in de verleiding om weer te gaan gokken?'
Allemaal mooie vragen die een eerlijk en duidelijk antwoord verdienden.
Dan heb je misschien wel de sterren van de hemel gespeeld, ik denk dat we dat deden, je geeft je zelf dan ook helemaal leeg. Juist met het beantwoorden van de vragen. 

Maar nu deze jongeman. Aarzelend stond hij tegen het hekwerk, iets verderop stond een andere jongen. Hij leek mee te luisteren maar ik kon niet goed zien of hij bij jongeman nummer één hoorde.
'Kom erbij en stel je vraag',  zei ik tegen de vraagsteller.
Hij ging naast onze technicus zitten. Nummer twee, sproeten, blond en hooggesloten jasje, kwam tegen de tafel leunen, iets verderop. 
'Brand eens los', moedigde ik de zwarte kuif aan.
Hij keek me aan, ademde in en zei: 'Kan iemand christen zijn en verslaafd?'
Zo, die was eruit, zag ik bij hem. Hij ging achterover zitten met een blik alsof hij het antwoord al wist.
'Wat denk jezelf?' vroeg ik hem.
"Nee dat kan niet, iemand kan geen twee heren dienen.'
'Waarom niet?'
'Nou ja, als je bekeerd bent dan doe je geen zonde meer.'
'Ha, dus dan word je heilig?' vroeg ik met een glimlach.
'Nou nee dat ook niet, maar je blijft dan geen zonde doen. Als je verslaafd bent, dan blijf je bezig. Elke keer gaat het dan opnieuw mis.'
'Dus dan geldt de regel van zeven keer zeventig maal vergeven niet? Jezus geeft dat wel als opdracht aan ons maar doet dat zelf niet?'
'Maar dat is dan mooi makkelijk, je weet dat het weer fout gaat, dat het niet moet en dan doe je het toch? En dat vindt Jezus goed?' hij keek me ongelovig aan.
'Nou nee, maar ik denk dat Hij het wel zou snappen dat je naar iemand toe zou gaan om hulp, aangeven dat je wilt stoppen met verkeerde keuzes maken. Verslaving is ook een ziekte. Dan is een beetje hulp vragen niet gek. Al begin je maar door het aan één iemand te vertellen.' vervolgde ik.
Ergens tijdens het verhaal was 'iemand' ineens veranderd in de vraagsteller. Hij vond het blijkbaar niet erg. Zat op de rand van zijn stoel nu.
Zijn vriend bleef nog steeds iets op afstand staan, de ietwat gereserveerde blik had plaatsgemaakt voor een begin van een glimlach.
'Ja maar fout is fout en ik denk dat zonde ook gewoon fout is. Er staan toch heel veel wetten in de Bijbel over wat goed en fout is.' Zijn stelligheid maakte plaats voor ontvankelijkheid. 
'Ja dat klopt en toen kwam Jezus die alles oploste met liefde. Leven in liefde. Niet alleen voor een ander maar ook voor jezelf. En als dat niet lukt? Dan probeer je het morgen opnieuw. Ik denk als we echt leven in liefde dat de rest dan vanzelf wel komt of goed gaat.'
Hij bedankte me en met een schouderklop vertrok hij samen met de andere jongeman.
De volgende morgen ging ik een rondje hardlopen. Ik raakte buiten het terrein van het conferentiecentrum.
Boven het kanaal naast het voetpad zag ik de zon opkomen.
Na nog een bocht liep ik een stelletje achterop. Ze liepen hand in hand. 'Best wel vroege romantiek', flitste door me heen.
Ik haalde ze in en op mijn goedemorgen kreeg ik zo'n enthousiast 'goeiemorgen' terug dat ik me even omdraaide. Ik keek in een vrolijk sproetengezicht en tegen een ander gezicht dat voorzichtig een begin van een lach liet zien onder een grote zwarte kuif. 
Het waren de jongemannen van gisteravond. Het eerste uur liet het mij niet meer los. Ik herhaalde het gesprek van gisteravond. Probeerde te bedenken waar ik verslaving in verband gebracht had met liefde voor hetzelfde geslacht. Ik kon het niet bedenken. 

Ik was mijn snelheid kwijt. Het laatste stuk wandelde ik in plaats van hardlopen.
Bij de poort aangekomen knoopte ik een losgeraakte veter vast. 'Nog bedankt voor gisteravond', ik keek op en zag niet de zwartgekuifde, wel de sproetige mij aankijken. 'Niet alles was fijn om te horen, maar leven in liefde, daar gaan we voor.'

Ik trok met één knie op de grond mijn veter aan en keek ze na. Nu liepen ze hand in hand het terrein op. Ik had dus toch twee heren gediend. En was er best blij mee.














dinsdag 17 december 2019

Kerstwacht

Mijn God ik kan niet wachten
op kerst en krib en kind.
Zelfs in mijn gedachten 
zoekt U tot ik vind.

Maar God ik heb nog tijd genoeg.
Om echt naar U te luisteren
is het mij nu iets te vroeg.
Ik laat U nog wat fluisteren.

Mijn God ik kan niet wachten
op engel, herder en op koning.
Geschenken die zij brachten
passen prima in mijn woning.

Maar God nu nog even niet
geld en tijd voor mens in nood.
Ik hoop dat U wel ziet
eigen schuld aan bijna dood?

Mijn God ik kan niet wachten
op vis en brood en heling
Netten vol en karrevrachten
help ik U met eerlijke verdeling

Maar God kom vandaag nog niet.
Oorlog, honger en ander leed
Wat mijn oog dit jaar niet ziet
blijft schuld wat ik niet deed

Mijn God ik kan niet wachten
op wijze woorden, mooie zinnen
 mensen met vereende machten
die alleen elkaar beminnen.

Maar God ik heb geen haast
met ziekte, dood en kruis.
De storm die nu zo raast
brengt mij ver van huis.

Mijn God ik kan niet wachten
op wijn van water maken
en al de wond're krachten.
Die mij en anderen raken.

Maar God kom niet onverwacht
ik leef mijn leven zonder klagen
in genot en lust en pracht
ik kan het prima dragen.

Mijn God haast u spoedig
terwijl mijn kerstboom brandt.
Voordat ik overmoedig
in zelfzucht strand.

Maar God doe rustig aan.
Uw voetstap drukken,
U achterna te gaan
ooit zal het mij wel lukken.





zaterdag 30 november 2019

Winterboom

Kil en
koude huid
door bast bedekt.
Nog dieper wortelen,
daar vrucht vertrokken
Geen takken tot in hemel,
bladlood kruin in ijzig weer.
Meer dood dan levend
op de lente wacht.
Woorden zwijgen
de hele nacht
sprakeloos
donker
stil.


dinsdag 26 november 2019

Helen

Daar stond hij. Vale broek met  smalle pijpen in een tijd dat brede pijpen in waren. Zijn jas was verschoten en tot aan zijn kin dicht geritst.
Daarboven een bleek ietwat nietszeggend gezicht met haar dat veel te netjes was geknipt.
Elke pauze stond hij in de hoek tussen gymlokaal en stookhok.  Hij stond precies tussen twee grote hoge ramen in. Heel veel kleine ruitjes die met stopverf in hun sponningen zaten. Hier en daar was wat stopverf afgesprongen en keek je tegen de rand van het glas aan. De muren eromheen boden beschutting tegen de elementen.
Niet die van regen, wind en hagel. Die waren niets vergeleken bij de minachtende blikken die hij kreeg. De verachting die hij voelde.  Of de woorden die ze hem toevoegden en soms was het zwijgen nog erger.
Vandaag hing er meer in de lucht. De meidengroep had het op hem voorzien. De hele morgen al. 
Gelukkig was zij erbij.  Het zwartharige meisje waar hij zo gek op was. Natuurlijk had hij hier nooit wat over gezegd, dat hoefde ook niet. Ze was er. Dat was genoeg. Elke keer als hij haar zag werd zijn hart een beetje zachter en de dag wat warmer.
Nu stond ze voor hem. Met de andere meiden om haar heen. Ze hitsten haar op. Schreeuwden en joelden tegen haar. Dat als zij niet durfde, ze laf was. Dit ging een tijdje door.
Hij keek haar aan. Zag in haar ogen de aarzeling, de goedheid om niet te willen ook de menselijkheid om toe te geven. Hij knikte zacht. Klaar om te ontvangen. 
Ze haalde uit. Hij ontving. Bloed vloeide. Iedereen juichte. 

Er waren er maar twee die met pijn weggingen in dit verhaal, begreep ik dertig jaar later op een soort huisbezoek. Het zwartharige meisje was vrouw geworden. Met een leven dat zijn mooie en zijn ingewikkelde kanten had. 
Ze hield haar handen de eerste helft van het gesprek dichtgeknepen, de tweede helft ondersteunde ze haar hoofd ermee.  
'Heb je ooit nog iets van hem gehoord? Of over hem?' vroeg ik.
'Nee, ik denk er nu pas weer aan, Al die jaren niet mee bezig geweest. Maar nu ik er aan terugdenk vind ik het best heel erg. Als ik zie hoe ik me herinner dat een aantal meiden in mijn klas mij negeerder, wat moet dit dan wel niet voor die jongen zijn geweest.' Spijt klonk een beetje door in haar stem.
'Ook ben ik wel benieuwd hoe het nu met hem is. Of hij er nog last van gehad heeft of gewoon zijn leven opgepakt heeft en verdergegaan zonder om te kijken. Of iets er tussen in.' vervolgt ze.
'Maakt het uit? 'vraag ik. "Maakt het echt uit of het hem wel of geen schade heeft berokkend? Maakt het uit of jij meer of minder sorry zegt naar gelang hij er meer of minder schade van gehad heeft?' 
Ik zeg plompverloren zo midden in het gesprek, tegen al mijn eigen regels, betreffende te snelle adviezen, in:  'Zoek hem op en maak het goed.'
Dit is de zin die nadien ook een beetje bij mezelf is gaan resoneren. Natuurlijk was ik blij toen ik later hoorde dat ze hem aan het zoeken was. Misschien ook gevonden en inmiddels een eerste lijntje digitaal had uitgegooid.
Maar meer nog hield het mijzelf bezig; de gedachte om op te zoeken en goed te maken. Veel van wat fout ging, is een soort van onherstelbaar maar er is genoeg om terug te gaan, op te zoeken en goed te maken.
Wat haal ik dat vaak door elkaar met gelijk hebben of krijgen. Waarom niet gewoon er naar toe?  Mijn verontschuldiging niet laten afhangen van de mate waarin de ander last gehad heeft van mijn gedrag. 
Nee, gewoon zeggen dat ik fout was, de hand uitsteken en zodoende de ander de gelegenheid bieden om te vergeven en verder te kunnen.
Misschien wordt de wereld er best een stukje mooier van. Voor die ander én voor mijzelf.

zaterdag 23 november 2019

Eeuwige boom

Liefde bedrijven 
met passie letters schrijven
Woorden worden zin, en andersom
Tedere of juist tikkende toetsaanslagen
Heb ik onlangs een boom gekust
waar bossen boeken maken
en bladzijden van hout
ons laten dromen
is de cirkel 
rond.
Bemin
boom
zoen 
haar
bast
blad 
sap
Valt zij door bijl of zaag
versnipper, vermaal tot letters
die mij raken en jou zacht strelen.








zondag 10 november 2019

Moddergebed

Zondag vandaag, de kerken lopen vol
we bidden, zingen en we danken.
ontvangen, delen, lachen, en we janken.

We benoemen wat ons overkwam
verzwijgen wat schuldig schuurt.

We bidden om genezing, 
verlichting van de pijn
leven met of in de rouw, 
verdwijnen van tumoren,
Wat schuldloos binnenkwam, 
fluisteren we in heilig oren.

Waar de hoer, de dief, de crimineel
verkwister, leugenmens gevangen
in lust en hebzucht, of stom- en 
smoorverliefd op reeds bezet.
Gewoon voor hem of haar 
die dik door eigen schuld
In 't zwarte gat 
van wanhoop 
staart.