zaterdag 28 november 2020

Zoals de ouden zongen

Onlangs kwam ik terug van de kerk. Een kerk die we met veel moeite open gekregen hebben. De langste kerk van ons land waar we duizenden mensen kunnen bergen. Waar we nu met veel hangen en wurgen elke zondag dertig mensen ontvangen. Die we dan op anderhalve meter zetten en waarbij er nog een stuk of honderd banken leeg blijven. Waarbij we in een andere verre hoek een koortje van vier zangers hebben die bij een kistorgelprachtig zingen.
Het aanvangslied begon met 'ik zal eeuwig zingen', nou niet dus; voorlopig houden we allemaal onze mond dicht.
Maar het was hoe dan ook een mooie dienst waarbij het ging over het laatste visioen van Johannes, de apostel die ook in een soort van lockdown of quarantaine zat. Waarbij het gaat over een nieuwe hemel en nieuwe aarde. En de dood en de lijdens-zee die niet meer zijn. Daarnaast dat alle tranen afgewist worden. De dominee merkte op dat je tranen alleen kunt afwissen als je echt dichtbij durft te komen. Dat raakte me. 
Maar nu was ik onderweg naar huis en fietste in een miezerige regen over natte klinkers door een stad die gesloten was. Nou ja bijna. De speelhal, het casino was in vol bedrijf. Deuren stonden wagenwijd open en een gedempt licht straalde van binnen naar buiten.
Het zag er best aantrekkelijk uit. Een vriendelijke meneer bij de ingang die me uitnodigend aan keek.
Natuurlijk fietste ik door. Deze week is het twaalf jaar geleden dat ik begon aan mijn behandeling in een verslavingskliniek. Ik ben geen heilige geworden maar leef vrij van verslaving en heb geen enkele behoefte het lot te tarten. 
Verder fietsend bedacht ik wel hoeveel jongeren juist in deze tijd vatbaar zullen
zijn voor verslaving. 
Niet alleen voor wat de openstelling van de gokhallen betreft, maar ook door andere bijwerkingen van maatregelen. Ik las dat er ouders zijn die positief geteste kinderen echt tien dagen in quarantaine doen. Op hun kamer. Tja met een mobieltje kom je dan een heel eind. Of ontzeg je kind dan maar eens zijn Xbox of Playstation. En tien dagen lang schilderen of lezen is nou ook niet gelijk een optie in de meeste huishoudens.
Twaalf jaar geleden leerde ik dat nieuw gedrag aanleren een stuk makkelijker gaat dan oud gedrag afleren.
Ben erg benieuwd hoe we over een paar jaar terugkijken op deze periode. Inmiddels zet ik mijn fiets in de schuur en stap ons huis binnen. 
'Hallo, ben ik weer. Waar zijn de kids?' roep ik naar mijn vrouw.
'Oh die zijn naar de stad. Er schijnen toch wat zaken open te zijn 's avonds', klinkt het van achter een computerscherm.

woensdag 11 november 2020

'Ga niet dood voor je sterft'

'Ga niet dood voor je sterft'

Net voor de vroege avondschemer liep ik met haar een rondje om de Elfhoevenplas. Een mooie route om één van de dertien plassen die hier liggen. Het zijn meest veenplassen die meer dan 200 jaar geleden ontstaan zijn door het afgraven van veen dat werd gedroogd tot turf.
Wel vaker wandel ik hier met iemand een rondje. Soms als vriend; dan is het meer een rondje hardlopen. Ook wel vanuit mijn diakenambt. Het praat fijn als je een ingewikkelde vraag hebt en je toch allebei vooruit kunt kijken. En soms vindt iemand het prettig vindt om wat van gedachten te wisselen. Of dit dan door mijn achtergrond komt of gewoon door een behoefte om samen wat te sparren, doet er niet zoveel toe. Meestal is het een combinatie van bovenstaande factoren die maken dat we hier wat rond sjouwen.
Deze keer is het meer hardlopen dan wandelen. We hebben de pas er goed in. We praten over boeken, schrijven en lezen. Over meerdere depressies overwinnen. En de vraag of je die wel overwint. Wat het betekent om naast depressief ook suïcidaal te zijn. Kliniek in en uit. Behandeling die opgedrongen wordt en niet altijd helpend is.
Nu geen werk geen studie, alles staat stil.  Ook haar behandelaar die alleen maar online wil praten en luisteren heeft ze op pauze gezet.  Ik vraag wat het haar gekost heeft. Ze vertelt. Dan vraag ik wat het haar gebracht heeft. Ze zwijgt even en vertelt. 
Ik vraag haar waar de kerk was en waar God was. Opnieuw vertelt ze. 
Over de dominee die kwam. Bleef komen zoals een morgenster licht geeft in een duistere nacht. Hij oordeelde niet maar was er.  Aanwezig bij haar twijfel en godsverlating. Oordeelde niet en bleef.
In een preek zei hij er iets over. Woorden die haar staande hielden en de titel van dit blog vormen. Ze ging een beetje dood tijdens haar zwartste fases, vertelde ze me. Maar nu leeft ze. Maakt ze weer plannen. En deelt ze deze. Zonder dat ze het in de gaten heeft, dankt ze een wijze dominee en bemoedigt ze mij.
Ons kerkgebouw zit dicht maar ik hoop dat bovenstaande gebeurtenis voor iedereen in deze groep een bemoediging is om door te gaan als vrijwilliger. Straks als de Open Kerk weer door gaat en nu al, misschien gewoon aan de waterkant.  




elf elf 2020

Als je belieft en
als je beleeft.

Graag geef ik dat
wat meer wordt 
als je t deelt.

Dat wat harten
lichter maakt
en heelt.

Wat eind'loos
tijdloos zinnen
maakt en streelt.

Jij noemt het liefd,
ik heet het leven.














zondag 8 november 2020

Avonddauw

Avonddauw
Ze kwam bij de bosrand aan en sloeg het pad in dat zich tussen bos en akkerland door slingerde. Onder de oude eiken die hun horizontale takken wijd over het net overgestoken maisland staken, voelde zij zich beschut en veilig.
Na een paar honderd meter ging ze zitten op een omgewaaide boomstam. De ruwe bast prikte door haar te dunne broek voor deze tijd van het jaar. Toch voelde het fijn aan.
Ze keek over de velden waar een dichter wordende mist opsteeg uit de grond. De toppen van sommige schrikdraadpalen waren hier en daar nog zichtbaar. Ze dreven als kleine alpinopetjes op de witte nevel. De lucht sloot zich en veegde aan haar horizon de laatste bloedrode strepen uit.
In de verte dansten de daken van veld- en andere schuren. In tegenstelling tot anders riepen ze haar niet terug. Alles bleef op afstand.
Zonder dat ze er erg in had, viel ze zittend in slaap.
Langzaam werd haar hoofd te zwaar en viel ze met haar bovenlichaam opzij. Ze werd opgevangen door een arm en schouder naast haar. Terwijl ze half hangend bleef liggen, opende ze de ogen.
Zijn gezicht, dat vaag aftekende tegen een donker wordende hemel, herkende ze op hetzelfde moment als dat ze zijn reuk thuis bracht. Of eigenlijk bracht die reuk haar thuis. Een arm voelde ze over haar rug naar boven gaan, waarna ze zijn hand op haar schouder voelde.
'Papa', sprak ze.
'Mijn meisje', klonk de stem naast haar. Nog even zwaar en zacht als dat zij zich het herinnerde.
Nu vielen haar ogen niet dicht maar sloeg zij ze zelf neer. Tegen hem aan leunen was genoeg.
Zo zaten ze daar. Een minuut werd een leven en andersom. Alle vragen en verhalen hoefden niet meer. Zonder woorden wisselden ze uit wat er te weten viel.



Dichter


November

Wat ooit de slachtmaand was
werd maand van dichters
van kroegen en van
open kerken.
Dichten 
als in sluiten
zonder woorden
met sleutel en met slot.

Geef mij het dichten
waar letters woorden 
maken en verlichten
zinnen die beminnen.









zondag 1 november 2020

Allerheiligen 1-11-2020

Vandaag is het Allerheiligen; christenen over de hele wereld herdenken hun heiligen en martelaren. Van die laatste is Stefanus de eerste.
Hij loopt in meer dingen voorop; Stefanus behoort bij de eerste diakenen die in het begin van onze jaartelling aangesteld zijn in Jeruzalem. 
Hij helpt waar geen helper is. Vol van genade en kracht deelt hij liefde uit. En doet dat met vuur.  
Dit roept ergernis op. De toenmalige geestelijke leiders, roepen hem ter verantwoording. Als verdediging houdt Stefanus een preek. Vanuit de Bijbel wijst hij ze op hun tekortkomingen. 
Daar zijn ze niet blij mee en roepen valse getuigen op. Deze getuigen zijn omgekocht om lastering over Stefanus uit te spreken.
Stefanus schrikt hier niet van terug en houdt zijn ogen op de hemel gericht. Hij zegt tegen zijn vervolgers dat hij Jezus rechtop ziet staan aan de rechterhand van Zijn Vader. Hierop worden de mensen om hem heen zo boos dat ze hun beheersing verliezen en hem aanvallen. 

Dit alles eindigt in de ter dood veroordeling van Stefanus. Hij wordt buiten de stad gebracht en gestenigd. Naast de ouderlingen en priesters die hem ter dood brengen is er een jonge geestelijke die op de kleren van de stenengooiers past. Gek genoeg zal hij ooit in de voetsporen van Stefanus treden. Maar nu nog niet; vandaag is hij blij met de executie.
Terwijl de eerste stenen zijn hoofd raken, valt Stefanus op zijn knieën en kijkt omhoog. Voordat hij de adem uitblaast, gebruikt hij in zijn laatste woorden zijn machtigste wapen: Hij vergeeft zijn doodsvijanden. 




Komt u maar

Het is avond. Naast het duister valt ook de regen over onze stad. Asfalt glanst en klinkers glimmen wanneer ik me door de stad heen spoed.
Bij het ziekenhuis aangekomen, parkeer ik voor de draaideuren die hun eindeloze rondes maken. Ik blijf achter in de auto; in deze tijd moeten mensen met hart dat klaagt of bloeddruk die daalt of stijgt, in hun eentje naar binnen. Na een tijdje komt er een meneer naar buiten. Dik in de zeventig schat ik hem. Onder zijn mondkapje verstopt een verband zijn nek en hals. 
In beide handen die onder de te korte mouwen van een beige overjas uitkomen, draagt meneer een papieren zak die ik herken als apothekersverpakking. Naast de twee genoemde medicijnzakken probeert deze oude man ook zijn wandelstok te hanteren. 
Als hij net als wij van tevoren te verstaan heeft gekregen dat je op dit moment niemand mee mag brengen, ook niet naar de spoedeisende hulp, heeft hij zijn gehoorzaamheid uitgebreid naar de heen- en terugreis.
Terwijl hij mij, in m'n warme auto, passeert, kijkt hij niet op maar schuifelt voetje voor voetje naar de rest van zijn bestaan.

Haiku 24.10.2020

Soms de wereld stom
om haar as en andersom.
Ik vlucht herfstbos in.

woensdag 28 oktober 2020

Oktober

Jouw herfsthuid
die als zachte voor
aan bosgerande akker
mij warm omsluit.

Water als een haardos
recht naar onder valt.
Tranen op mijn hand
stil achter laten. 

Jouw storm is hoorbaar
zelfs in 't minste bladgeritsel.
Zoals een vingerspoor
de naakte rug kan roeren.

Winter-, lente- en zomertranen
bevriezen of verdrogen.
Maar najaarstranenbuien
kringlopen eeuwig.








vrijdag 23 oktober 2020

Wegen vinden

Mijn opa liep samen met zijn maat wekelijks naar de veemarkt. Beiden waren boer én veehandelaar.
Eigenlijk liepen ze elk maar de helft en de andere helft deden ze op een fiets. Dat deden ze ook samen, alleen niet tegelijk. Beiden waren grote mensen en een tikkeltje aan de zware kant. Samen op één fiets zat er niet in. 
Nee, de één vertrok lopend, ergens rond de klok van drie uur 's nachts en de ander vertrok iets later met de fiets. 
Als de fietser na een tijdje de loper voorbij kwam, trapte hij nog een kwartiertje door en zette dan de fiets aan de kant van de weg. Waarschijnlijk tegen een boom; hun wekelijkse tocht slingerde grotendeels door de Veluwse bossen.  
Vervolgens werd de fietser loper. Na een tijdje kwam degene die lopend van huis vertrokken was aan bij het rijwiel en werd fietser.
Dit herhaalde zich net zolang ze een uur of drie vier later de markt in het provinciestadje bereikten. Het vee dat ze kochten en verkochten werd met een veewagentje vervoerd door een vrachtrijder.
's Middags herhaalde zich de tocht, maar dan de andere kant op. Als de handel genoeg opgebracht had, veroorloofde het duo zich, bijna aan het eind van hun terugreis, net voor de laatste etappe, een borrel in het café van een naburig dorp

Als kind heb ik dit verhaal meermalen van mijn moeder gehoord. Ik weet nog dat ik er ooit een schriftje bijpakte om na te gaan, of dit wel echt sneller was. In mijn beleving werd de hele route gelopen. Al was het door een wisselende voetganger. Na in te zien dat elke loper telkens een stukje van de route met de fiets deed, was ik pas echt van de tijdwinst overtuigd.

De laatste tijd denk ik regelmatig aan dit verhaal terug. Het heeft zich afgespeeld in de jaren dertig en veertig. Niet de eenvoudigste tijd. Het raakt me om te zien hoe mooi mijn voorouders met zo'n tijd omgingen. Ze deden wat ze konden met de middelen die ze hadden. In vertrouwen vonden ze hun weg. 



zaterdag 17 oktober 2020

Blijde boodschap

Wat heerlijk om blij te zijn. Omdat er zoveel moois gebeurt. Graag neem ik je mee in wat hier de afgelopen vierentwintig uur zomaar langs is gekomen. Daarvoor moet ik je een paar dingen uitleggen.

Wij hebben hier in de stad de langste kerk van heel het land. Nog iets meer dan honderd meter telt ie.
Op een zondag zitten er meestal meer dan duizend mensen in de kerk. Die mensen luisteren naar woorden die het leven zin geven, ze zingen een lied waarmee ze hun gevoel vertolken en luisteren naar muziekstukken op orgel, piano of andere instrumenten die hen even uittillen boven het gewone dagelijkse.
In alle diensten is er gelegenheid om je in te zetten voor een ander. In de vorm van een gift of in de vorm van mensen aan elkaar koppelen, waarbij de een de ander, een poosje, vooruit helpt.
Daarnaast is er gelegenheid voor stilte, gebed en ontmoeting. Al met al zijn de meeste van hen gewoon blij dat het zondag is en komen met plezier naar deze plek. 

Ook wil deze kerk zich houden aan de regels die ons zijn opgelegd, om zo gezond en veilig mogelijk door deze ingewikkelde periode heen te komen. Dit heeft geleid tot het bijna helemaal stoppen met de fysieke diensten en overgaan op digitale diensten. Best mooi dat dit kan. Heel veel mensen maken hier ook gebruik van.

Door de week is de kerk overdag als museum open. Iedereen die wil, kan naar binnen. Wel overheerst overdag de culturele setting van dit gebouw. Je kunt dan met een audiotour de kerk door en de prachtige glazen bekijken waarbij je uitleg krijgt. Ook is er een museumwinkel waar je één en ander kunt bekijken en eventueel kopen.

Vanaf aanstaande maandag is de kerk door de week de hele avond open vanaf halfzes. Iedereen die wil, kan binnenstappen, rondlopen en even ergens plaats nemen. Voor stilte, gebed, wat lezen of een andere vorm van rust. Er is altijd  iemand in de kerk aanwezig. En er staat iemand bij de ingang om naast een harteiijk welkom ook te zorgen dat we dit op een veilige en gezonde manier kunnen doen.  

Om dit mogelijk te maken hebben we gisteren wat oproepjes gedaan en binnen vierentwintig uur was er een rooster. Bijna dertig mensen zijn in tweetallen beschikbaar. Geweldig dat mensen zich zo enhousiast aanmelden en tijd en energie willen in de medemens. Dankjewel x; je bent druk met je praktijk, dankjewel y; je was best ziek, dankjewel z; je bent druk met je gezin, dankjewel..., dankjewel..., etc. 
Jullie staan er gewoon. Nu in het rooster en straks in de kerk.







zaterdag 3 oktober 2020

Aan tafel

Als jij nu straks naar voren komt,
schuifelend anderhalve meter
voor en achter ruimte laat.

Je brekend brood ontvangt
en beker aangereikt gaat krijgen.
Een mondgekapte stem 
niet helemaal hoort.
Of bedekte hand
als afstand ziet.

Bedenk dat Jezus 
alles overstemt.
Hij wast jouw voeten
kust je op de mond
en droogt wat traant.

Hij reikt veel verder 
dan ons doen en denken.

Waar Hij is, kom jij
niets tekort.



vrijdag 2 oktober 2020

Opent uwe mond of kappen we hem?

Tot nu toe heb ik de mondkap redelijk kunnen ontlopen. Niet alleen omdat ik er het nut niet van inzie of oprecht denk dat het niet helpend is. Veel meer omdat ik denk dat het uiteindelijke effect schadelijker is. 

Ruim honderd jaar geleden was er de Titanic; een schip dat niet kon zinken. Tenminste dat dachten de bouwers en de passagiers. Tot er een ijsberg kwam. Nou ja die was er de hele tijd al. Alleen zagen ze hem een beetje laat en gingen ze iets te snel om op tijd te kunnen remmen. Gek genoeg had het schip het waarschijnlijk overleefd als ze er recht op af waren blijven koersen. Dan had de boeg een fikse oplawaai gekregen en het meeste servies was aan scherven gevallen. Het schip had namelijk waterdichte schotten waardoor het een schade aan de boeg met een stuk of drie, vier ondergelopen ruimen had kunnen hebben.

Nu ging men bijsturen. Weg van het gevaar dacht men. Alleen schampte de boot nu de ijsberg waardoor de hele zijkant opengereten werd. Het was dan wel geen frontale botsing maar de schade was des groter. Meer dan vijf ruimen liepen via een scheur in de wand vol. Hier hielp geen waterdicht schot tegen.

Vanaf het moment dat de stuurman aan het stuur ging draaien was het schip gedoemd onder te gaan. Al dacht zo goed als iedereen toen de ijsberg gepasseerd was, dat ze 't gered hadden.

Zou het kunnen dat we straks onze handen kapot gewassen hebben? Alle gezonde stoffen die voor een beetje weerstand zorgen gedood? Dat we via mondkapjes onze longen verpest hebben door continu ons eigen uitstoot in te ademen? Dat we zo steriel geworden zijn door al het afstand houden, dat we het virus straks passeren maar sterven aan een tot nu toe onschuldige bacterie? 

Wanneer geven we toe dat we maar een klein bootje zijn in een onmetelijke oceaan waar ijsbergen voorkomen? En dat er niet zoiets bestaat als onzinkbaar. Fijn dat er reddingsboten zijn als het misgaat. Maar kunnen we alsjeblieft het orkest laten spelen? Omdat we weten dat niet alles maakbaar is? Naast het orkest ging ook de kerkdienst door zag ik ooit in een mooie verfilming. Een dominee die mooie dingen sprak en handen vasthield. Samen met mensen zong. Kunnen wij dat ook doen? Een beetje met elkaar blijven praten en wat handen vasthouden? En blijven zingen? Soms zijn er gewoon niet genoeg reddingsboten.