maandag 23 juli 2018

Vakantie zonder haaien

'Haaien, dat zijn het. Gewoon haaien die bloed ruiken.' Dat is wat ik denk, terwijl ik ze zie binnenkomen. Bij een collega. Betreffende collega is een aardige man en iemand die veel verstand heeft van zijn vak. Het vak dat hij meestal doceert aan vwo-leerlingen.
Totdat op onze afdeling iemand uitvalt. Hij is zo goed om in te vallen. Nadat hij dat een tijdje heeft gedaan komt hij bij me en zegt: 'Arjan, ik weet niet wat het is, maar die klas van jou is echt een probleem. Het lukt me niet om de stof erin te krijgen. Nog minder om ze enigszins in het gareel te houden.'
Nu gebeurt het wel eens vaker dat een docent klaagt over mijn mentorklas, of andersom. De meeste jaren ben ik mentor van een klas die meestal niet bekend staat om hun zucht tot leren of hun liefde voor school.
Maar dit bevreemdt me. Mijn collega lijkt me een stevige docent, die al een paar jaar meegaat en mijn klas is dat jaar niet bepaald op het oorlogspad.
We praten een uurtje en we komen tot de conclusie dat het misschien handig is, als ik een keer een lesje achterin ga zitten.

Op de bewuste dag sta ik al voor de afgesproken tijd in het gebouw van mijn collega. Dit is een havo-vwo gebouw. Terwijl ik zijdelings opgesteld sta, zie ik mijn klas binnenkomen. Ze veranderen op het moment van binnenkomst. Het lijkt alsof ze vijandelijk gebied betreden. 
Even later loop ik het lokaal van mijn collega binnen, begroet hem en ga achterin zitten. Ik open mijn laptop en neem een soort van werkhouding aan. De vragen over mijn aanwezigheid doe ik af met: 'Ja, ik kom er een uurtje bijzitten. Ben wel benieuwd hoe het hier gaat'.  Ondertussen heb ik bij de begroeting van m'n collega duidelijk laten blijken dat hij en ik prima door één deur kunnen. 
Vanaf moment één verbaas ik me over mijn klas. Ze lopen door het lokaal. Spullen van elkaar of behorend bij het interieur van het lokaal worden niet alleen aangeraakt, maar verwisselen ook van plaats.
Mijn collega moet echt vragen of ze op hun plek gaan zitten. Diana loopt dan nog met een stoel te zeulen, Maarten rommelt nog bij het prikbord, de rest praat door elkaar. Dit gaat de hele les door. Ondanks de goede bedoelingen en steeds wat dringender klinkende pogingen van mijn collega, blijft het een puinhoop. De enige leerling die echt opvalt is Anne-Marie. Zij blijft op haar plek zitten. Probeert zich te concentreren op de les en trekt zich niets aan van haar klasgenoten. Haar voorbeeldige gedrag valt hier echt uit de toon. 
Mijn natuurlijke neiging om op te springen en een paar directieven te geven, onderdruk ik. In plaats daarvan meet ik me een houding aan, als die van een toeschouwer bij een wetenschappelijk experiment.
Dan het moment dat er een potlood als een raket omhoog schiet en zich met een klap in het plafond boort. Terwijl het doodstil wordt, vibreert het potlood nog wat na. Als in een soort vooraf geoefende nasynchronisatie keren alle hoofden zich af van het projectiel en wenden zich tot hun docent.
Deze gooit zijn boek op het bureau en brult: 'Wie was dat?'
Waarop ik schuin voor me Gerrit hoor zeggen: Ik meneer', terwijl hij gelijktijdig zijn vinger opsteekt.
Mijn collega beent naar hem toe en zegt: 'Wat was jij aan het doen?' Woord voor woord benadrukt hij. Met de klemtoon het meest op 'jij'.
Gerrit kijkt hem aan, ik zie zijn blik en denk;'oh nee, niet doen Gerrit', en pakt een ander potlood. Dat legt hij op de rand van zijn tafeltje. Iets erover heen. Vervolgens geeft hij met de zijkant van zijn hand een klap op het overstekende gedeelte.
Het potlood vliegt omhoog en Gerrit de klas uit.
Als ik aan het eind van de dag een gesprek heb met de collega vertelt hij me hoe hij altijd extra voorzichtig is met mijn klas. 'Het zijn tenslotte vmbo'ers, dus ik gun ze wat meer ruimte.' zegt hij. Erg lief maar niet helpend. Een leerling vragen of hij wil gaan zitten, is echt iets anders dan zeggen: 'Ga zitten'. Net zoals een klas zeggen: 'Ik wil graag gaan beginnen' een andere boodschap is dan zeggen: 'We gaan beginnen', of zelfs: 'We beginnen'. 
Een vmbo'er vragen wat hij doet, staat gelijk aan de vraag of hij het voor wil doen. Nee, dit is geen excuus voor Gerrit zijn gedrag. Zijn gedrag is fout en brutaal. Maar er is wel een verklaring voor.
Ik schrijf dit stuk niet om mijn collega te kijk te zetten (eerlijk gezegd is het bovenstaande een samenstelling van diverse soortgelijke gebeurtenissen). Genoemde collega is een topdocent. Hij bezit ongelooflijk veel kennis en brengt dit op een hele mooie manier over op zijn vwo-leerlingen.
In het onderwijs gaat het niet alleen over goed en slecht les kunnen geven. Zelfs niet over goed en slecht met leerlingen kunnen omgaan. Het gaat ook over randvoorwaarden waarmee we het onszelf, vaak onbewust, moeilijk maken.
En weet u? Soms zijn zelfs docenten aan vakantie toe.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten