maandag 27 februari 2017

120w.nl

Ingezonden en gepubliceerde verhalen 120w.nl. 




EERSTE OPDRACHT NIEUWE KABINET (winaar weekthema)


1 mei 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  |  8 | 
Het heeft de Tweede Kamer goedgedacht om het nieuw te vormen kabinet een allereerste opdracht mee te geven. Dit als proeve van bekwaamheid.
De opdracht luidt als volgt: “Het nieuwe kabinet bedenkt, ontwerpt en presenteert een symbool van afscheid”. In de bijbehorende stukken wordt uitgelegd dat het volk, bij monde van de Tweede Kamer, dringend toe is aan een herinvoering van sommige tradities. Om te beginnen met een moderne variant op de gesloten luiken of dichte gordijnen van vroeger bij het overlijden van een naaste. Een soort tegenhanger van de houten ooievaar als geboorte-teken in de tuin. Het doel van deze opdracht is tweeledig: naast kennisname van verdriet in je omgeving, ook de bewustwording van de onvolkomenheid van het leven


DE DIGITALE MODDER GOOIENDE HERAUT.


27 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  |  4 | 
Zie nog de krantenkoppen voor me. Beschuldigingen werden geuit. Namen werden genoemd, verdachtmakingen uitgesproken. Uitspraken over een vermeend toedekken werden gedaan. Nu, jaren later, blijkt dat de mensen die er toen bij betrokken waren, alles gedaan hebben wat van hen verwacht mocht worden. Dit na een onderzoek door professionals. Eindconclusie is dat mensen die er toen bij betrokken waren, goed gehandeld hebben. En wij? We zwijgen. Bang voor gevolgen? Om zelf in aanraking te komen met wat modder? Dan wordt het tijd om ons troontje te verlaten en ons gewoon tussen aardse mensen te begeven. Modder is een aards product. Waar je soms hele mooie klei onder aantreft. Nog dieper tref je metalen aan. Kun je prachtige kunstwerken van maken.


DODENRIT
20 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  7 | 
In het holst van de nacht de brug oprijdend zie ik de grote betonnen pijler opdoemen in de verte. Al in eerdere nachten waarin het veel te laat geworden was, had hij mij de oplossing geleken. De oplossing voor het verlies bij de roulette. De blackjack die me geen geluk bracht. Zelfs de tijdelijke tafel waar Yahtzee gespeeld kon worden, beroofde mij van een paar honderd euro. Ik vermeerder snelheid. Met een klamme handen stuur ik de auto er recht op af. Vol gas. Op het laatst durf ik niet, stuur bij en rij naar huis. Weer veel te laat, platzak en heel veel schuld rijker. Maar eerlijk is eerlijk; had ik niet bijgestuurd dan was dit verhaal niet geschreven.

KANKERBELASTING  (winnaar weekthema)
13 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  11 | 
Kanker is oorlog. Alleen al het woordgebruik: ‘De slag verloren maar niet de oorlog’. Vechtlust, strijd, overwinningen, nederlagen, verraad en overgave. Al deze termen worden, ook door de medici zelf, nogal eens gebezigd.
We hebben hier het hele leger voorbij zien komen. De strijdkrachten hun slag zien leveren.
Als een soort luchtmacht heeft de chemo zijn bommen gedropt. Een precisie-bombardement met wel wat bijkomende schade. En niet helemaal het verwachte en gehoopte resultaat.
Daarnaast de landmacht die operatief heeft ingegrepen. Fors opgetreden en diep doorgedrongen in de vijandelijke linies.
De zeemacht is begonnen met het dagelijks doorkruisen van alle bloed-, en lymfevaten middels hormoontherapie.
En nu de elite-troepen. Als een commando-korps richten zij hun bestralingen elke dag op dezelfde plek.


TOEN IVOOR NOG GEWOON STEEN WAS

7 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  6 | 
Als kind zag ik meer zwerfstenen dan straatstenen. Zelf was ik een dondersteen. Maar dat was in de steentijd. Later volgde er een kopertijd, bronstijd (ja met één t, die met twee t’s is echt iets anders) en ijzertijd. En dan nu het digitale tijdperk. Als je die vernoemt naar een grondstof gebeurt er iets grappigs: Heb me laten vertellen dat chips (die van computers), gemaakt worden van kiezels. Silicium komt van vuursteen. Silicon Valley is er naar vernoemd. Met al onze bits en bytes zijn we terug waar we begonnen. De steentijd. Ons appen, mailen, bloggen en ander digitaal verkeer is gewoon ‘stenen op elkaar slaan’. En soms ontstaat er vuur. Nu in mijn ivoortijd. Iets met een toren


VRIENDENDIENST OP DODENAKKER

27 januari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  2 | 
Op naar de begraafplaats. Nat van ’t zweet zit ik in de auto. Het meest van het hardlopen. Denk ik. Heb het niet zo op graven. Maar beloofd is beloofd. En wie weet. Tegenover een immense kerk ligt de begraafplaats.
Rare gedachte dat jij ooit deze weg ging als klein kind. Achter jouw moeder aan. Een kind zou altijd samen met moeder een begraafplaats op moeten gaan. Maar dan wel een levende. Jij niet. Begroef een dode. Het voelt een beetje als betreden van heilige grond.
Ik parkeer de auto en wacht even. Verzamel moed en loop de dodenakker op. Erger me aan de afvalbakken bij de ingang. Voor de rest is het stil. Ik ben de enige Elegiacus hier.























vrijdag 24 februari 2017

Modder gooien

Twee maanden geleden nam ik me voor om te stoppen met denken. Schreef toen mijn 'Denkstop'. Nam me voor om meer te doen en minder te denken. Dag na dag. Geen uren meer verspillen aan lange-termijnvisies. Doen wat voor je voeten komt. Eerlijk is eerlijk, het is gelukt. Nou ja, gedeeltelijk. 
Tot deze week. Er kwamen twee berichten langs die me in een denkversnelling brachten. Soort terugval in oud gedrag zeg maar.
In de eerste plaats kwam ik een bericht tegen over een commissie die onderzoek heeft gedaan naar de handelswijze van een vroegere kerkenraad in de jaren tachtig.  Een half jaar geleden kwam er namelijk een misbruikzaak uit die tijd opnieuw in het nieuws. Het gaat me niet om de zaak zelf. Natuurlijk is die verschrikkelijk, zoals alles op het gebied van misbruik. Maar nu gaat het om degenen die om de slachtoffers en dader heen stonden. Zie nog de krantenkoppen (zowel de papieren als de digitale versies) voor me. Allerlei beschuldigingen werden geuit. Namen werden genoemd, verdachtmakingen uitgesproken. Uitspraken over een vermeend toedekken werden gedaan. Nu, een half jaar later, blijkt dat de mensen die er toen bij betrokken waren, alles gedaan hebben wat van hen verwacht mocht worden. Dit na een onderzoek door professionals. Waarin psychologen en rechercheurs participeerden. Eindconclusie is dat mensen die er toen bij betrokken waren, goed gehandeld hebben. En de verontwaardigde media? Die zwijgen. De woedende reporters van toen? Geen reactie. De zelfbenoemde crime-fighters (vooral degene die het gemunt hebben op misstanden in de  kerk)? Niets.


Nogmaals het gaat me niet om het misbruik dat heeft plaatsgevonden. Dat was en blijft verschrikkelijk. Dat dit binnen een bepaalde kerkelijke context gebeurde maakt het nog erger. Ook beweer ik niet dat er altijd juist is opgetreden door kerken. Het gaat mij nu om dit geval. En hoe we omgaan met mensen die vaak tot de knieën in de modder naast slachtoffers en ook daders staan. Ter goeder trouw en met de juiste intenties. Waarover in eerste instantie wat geroepen wordt en vervolgens als blijkt dat hen niets te verwijten valt, zwijgen we.
Nog een ander bericht viel me op. Begin van deze week was het nieuws dat een advocaat bezig is familie van slachtoffers van een schietpartij te ronselen.  Bij deze schietpartij  vielen doden en gewonden. Heel Nederland hield de adem in. Achteraf bleek dat de dader een eenling was. Iemand die gestoord was. Nota bene lid van een schietvereniging. Alom verontwaardiging. Diverse onderzoeken hebben er plaatsgevonden. Alles is op de kop gezet. Het gezin, de schietclub, de politie, alles binnenste buiten gekeerd. En nee, ik doe niets af van het drama. Verschrikkelijk, wat een lijden. De dader pleegde zelfmoord. De wereld met heel veel vragen achterlatend. 
Nu de advocatenactie. Ouders aanklagen. Zij hadden dit moeten voorkomen. In ieder geval anders moeten handelen. Verwijtbaar gedrag.
Nee, ik zeg niet dat alles goed gegaan is. Of dat er altijd de juiste keuzes gemaakt zijn. Met de kennis van nu kun je daar best iets van vinden. Geen hogere wiskunde voor nodig om te voelen dat deze mensen zich de rest van hun leven zullen afvragen waar het fout gegaan is. Wat anders gemoeten had. Daar hebben zij geen rechtszaak voor nodig. De nabestaanden van slachtoffers misschien wel, dacht ik even. Tot ik bedacht, dat schadevergoeding inhoudt dat iets van de schade weer goed wordt. Onmogelijk, denk ik in dit geval. Hoe dan ook hebben deze ouders, ongevraagd en ongewild, al levenslang. Ook zonder rechter. Daar is geen advocaat voor nodig die hier een verdienmodel in ziet.
Wat me misschien het meest raakte, was dat ik een blog las van iemand die zich hier terecht over opwond. Iemand die volgens mij niet tot onze achterban behoort. Geen lid van de Bible-belt zeg maar. Uit dat milieu kwam de dader wel. En zijn familie.

Waarom zwijgen wij? Is het een soort van overgebleven calvinistisch schuldgevoel? Iets van je kruis moeten dragen? Of is het meer? Angst om ergens in te roeren waar nare randjes aan zitten? Omdat we besmeurd kunnen worden?
Nou laat ik dit zeggen: Kruis dragen doen we allemaal. Soms moet je onrecht gewoon dragen. Deze wereld is niet perfect.  Maar er is ook onrecht waar we ons tegen mogen verdedigen. Misschien wel in de aanval. De rijen sluiten en onze heilige toorn laten zien. Al was het maar om de last van eenzame kruisdragers wat te verlichten.
En als we bang zijn voor gevolgen? Om zelf in aanraking te komen met wat modder? Dan wordt het tijd om ons troontje te verlaten en ons gewoon tussen aardse mensen te begeven. Modder is een aards product. Waar je soms hele mooie klei onder aantreft. Nog dieper tref je metalen aan.  Kun je prachtige kunstwerken van maken.

vrijdag 17 februari 2017

Arjan, jij was sneller!

Het schot klinkt om 17.59 uur. Boordevol adrenaline vertrek ik. Samen met mijn vriend en naamgenoot. Iets meer dan 42 km voor de boeg. De eerste paar kilometer zijn we bezig met ons het parcours eigen te maken. 
We hebben afgesproken om met een laag tempo te starten. Liefst boven de 6.00 min/km. Iets onder de 10 km/h dus.
De eerste 7 à 8 km praten we nog wat. Hierna wordt het zwaarder.  De route loopt heuvel-op. 
Na wat fikse hindernissen en wat boslopen besluiten we eigen tempo te zoeken. Mijn vriend gaat op zijn tempo verder en ik zak wat af. Na een paar minuten is hij in het donker verdwenen.
Gevoelsmatig begint nu het echte werk. Gras, modder en sneeuw. Alleen het licht van mijn hoofdlamp en verder is het donker. Gek genoeg voelt dat best comfortabel. Alleen met jezelf.
Tijdens het lopen, check ik mijn lichaam. Ondanks dat ik mijn benen en voeten voel, bemerk ik geen problemen. Geen last van kuiten en schenen. Ademhaling onder controle. Ik voel me sterk. Na een vies stukje waarbij mijn voeten tot de enkels door de modder gaan, blijf ik met een matig tempo doorgaan.  

Ondertussen bedenk ik waar het ooit begon: Vijf jaar geleden. Een roerige periode in mijn leven was tot rust gekomen. Bij mijn huidige werkgever gestart. Al snel bemerkte een collega, inmiddels een goede vriend, dat mijn conditie niet geweldig was. Maar ja, wat wil je;  hij is wat jaartjes jonger, gymdocent en fanatieke spits bij onze plaatselijke topclub.
Hij ging wat aan mijn conditie doen. Gaf me op voor een plaatselijk, jaarlijks terugkerend, hardloopevenement. De Goudse Nationale Singelloop. Ik aan het trainen. Hardloopschema uitgedraaid. Je weet wel, zo'n schema waar je in 12 weken een half uur zonder wandelpauze kunt hardlopen.
Uitrusting aangeschaft en gewacht tot het donker werd. Mijn eerste twee minuten hardlopen. Na precies 30 seconden, ging ik out. Alles op. Twee minuten gaan wandelen.  Hierna weer twee minuten hardlopen. Weer na 30 seconden helemaal stuk. Dit vijf keer herhaald en naar huis terug. 
Dit hele ritueel een paar weken gedaan. Al snel kwam ik erachter dat dit het niet ging worden. Mijn collega erbij gehaald.  Hij constateerde dat ik veel te snel vertrok. Van hem geleerd dat je ook 'langzaam' kunt hardlopen.
Daarnaast nog wat mooie adviezen gekregen. Een paar maanden later liepen we samen de Singelloop. De 7 km. We kwamen op 41 minuten binnen. En vanaf daar niet meer gestopt. Inmiddels 10 km wedstrijden en halve marathons gelopen.  En elke wedstrijd tot nu gewonnen. Nee niet in snelheid. Meestal zit ik in de achterhoede. Maar gewonnen van mezelf. En dat is een vrij nieuwe ervaring voor mij.
En nu dus de marathon. Inmiddels ben ik een heuvel op geslingerd via een
mountainbikepaadje. Dan weer naar beneden. Ik begin mijn kuiten te voelen. Besluit om wat snel opneembare suikers te nemen. Heb een Mars bij me. Helaas is die bevroren. Lastig om een stuk af te breken onder het lopen. Het lukt uiteindelijk. Voelt als een ijzeren balk met roestige puisten in m'n mond. 
Inmiddels doemt er in het donker een verzorgingspost op. Hier ontmoet ik de andere Arjan weer. Hij staat net op het punt van vertrek. Terwijl hij verder gaat, las ik een pauze van twee minuten in. Ik consumeer een paar stukken banaan, vul mijn flesjes met water en vertrek.

Na een paar lastige kilometers begint er nu een recht stuk parcours. Af en toe is de route omgeleid, de polder in, een slootje over en weer terug. Dit om meters te kunnen maken. Ondertussen bedenk ik, dat dit allemaal te danken is aan een Griekse soldaat, die de afstand tussen Marathon en Athene aflegde, om de overwinning op de Perzen bekend te maken. Althans zo gaat het verhaal. Ook dat hij na de uitroep 'Wij hebben gewonnen!' dood neerviel in het centrum van Athene. Een zonnesteek werd hem fataal. Dat risico loop ik nu niet. Zelfs de nattigheid en de kou voel ik niet meer. Ik loop in mijn eigen cocon. Alleen de meters tellen. Na een uurtje, doemt de tweede en laatste verzorgingspost op. Net daarvoor blijf ik met mijn voet in een konijnenhol of iets soortgelijks haken. Ik klap voorover. Ik kijk of mijn voet het nog doet. Alle geluk van de wereld. Niets verzwikt, geen verstuiking. Hooguit een blauwe plek. Ik kruip overeind en hol richting de post. Daar herhaalt zich het ritueel van bijtanken, bananen eten, paar woorden uitwisselen en weer gaan.
En nu begint het serieuze werk. Ik merk dat de meters mij moeite gaan kosten. De stukjes heuvelopwaarts worden lastig. Ondertussen is het gaan sneeuwen. De wereld bestaat nu uit een koker licht die volloopt met sneeuwvlokken. Mijn adem versnelt. Ik struikel vaker. Niet alleen door de gladheid maar ook door vermoeidheid. 
Bij 35/36 km krijg ik het echt zwaar. Een heuvel al glijdend en kruipend op. Neervallen en eigenlijk willen blijven liggen. Fysiek gewoon op. Achter mij verschijnt een dame op een mountainbike. Ze is de hekkensluiter. Stelt zich voor als Sanne. Aan haar de taak om de laatste loper te begeleiden. Professioneel vraagt ze naar mijn naam.  Ook of het nog gaat. Heb adem tekort om normaal te antwoorden. Ik besluit even een stukje te wandelen. Bergop. Tempo is nu erg traag. Sanne en ik hebben hele gesprekken. Gek is dat, hoe je met een wildvreemde tijdens een paar kilometers vertrouwd kunt raken. Iets met het weer, omstandigheden en uitputting te maken denk ik. Daarna in halve looppas naar beneden. Dan krijg ik zowaar de gang weer. Inmiddels is Sanne verdwenen. Zou er dan toch nog iemand achter me zitten?
Nog wat bochtenwerk, een stuk door kapot getrapt gras en door modder. Dan een brug over. Ik loop door, hoor mensen roepen:'Je bent er!' Gek genoeg kom ik lachend èn huilend over de finish. Helemaal stuk. Binnen in 4 uur en 55 minuten. 
Krijg een beker erwtensoep in de hand geduwd. Lukt niet echt om een lepel naar mijn mond te krijgen. Alles schudt en beeft. De grond draait. Ik ga naar binnen. Krijg snel een veiligheidsdeken om me heen geslagen. Sta tegen een paal bij te komen.
Dan komt mijn naamgenoot binnen. Een baanwachter heeft hem de verkeerde afslag gewezen. Hij heeft 3 km extra gelopen. Ik was dan wel eerder binnen maar hij was sneller!





woensdag 25 januari 2017

Het hindert wel.


Daar zit je dan. Het nieuwe jaar, net een paar weken oud. In de wachtkamer. De gezamenlijke wachtkamer van de afdeling orthopedie en de afdeling chirurgie. We hebben om 09.30 uur een afspraak met een chirurg. De mevrouw achter de balie, die de afspraak checkt en je aanmeldt, heeft al gezegd dat onze chirurg wat uitloopt. Dat 'onze' is ook wel speciaal. Waarom noemen we mensen die aan ons lichaam zitten ineens als een soort bezit? We hebben mijn kapper, mijn pedicure, mijn neuroloog en mijn oncoloog. Dat heb ik niet met de meneer of mevrouw achter de afdeling vleeswaren bij de supermarkt. En die zie ik vaker dan onze oncoloog. De meeste weken tenminste. Maar het wordt nog steeds niet mijn vleeswarenspecialist. Of bij de boekhandel, onze boekhandelaar. Trouwens met de dominee hebben we het weer wel. Onze dominee. Zal dan toch wel iets te maken hebben met de mate waarin men bezig is met ons welzijn.


In het volgende uur dat we wachtend doorbrengen, zie ik nogal wat mensen binnenkomen lopen. Of rijden. De meeste mensen zien er ziek uit. Naast me een meneer, die in enkele zinnen vertelt over de dertig kilo die hij afgevallen is. Iets met maag en slokdarm. Even later een gesprek tussen twee oude kennissen die elkaar toevallig zien. De één oud en ziek, de ander alleen ziek. Bijzonderheden worden uitgewisseld. De oudere zieke is er slechter aan toe dan de alleen-zieke. Wel geeft hij een korte schets aan de ander hoe het eruitziet als je niet alleen ziek, maar ook oud bent. Soort vooruitblik zeg maar.

We worden gehaald. Nee, niet rechtstreeks naar onze chirurg, maar eerst naar een kamertje van de mamma-care. Dat is een afdeling binnen de oncologie die bestaat uit verpleegkundigen, gespecialiseerd in borstkanker. Waar chirurg en oncoloog soms zo op gaan in hun ingewikkelde specialismen, heb je de mamma-care-verpleegkundige, die de patiënt op praktisch en emotioneel gebied met raad en daad bijstaat. Ook omdat het eigen maken van de geneeskundige wetenschap niet altijd samen gaat met het ontwikkelen van sociale vaardigheden. De verpleegkundigen van deze afdeling, blinken uit in het uitleggen en begeleiden. Heel erg lieve mensen.
De normale gang van zaken is, dat je bij een bezoek eerst door één van hen te woord wordt gestaan en vervolgens verschijnt er een chirurg en/of oncoloog. Deze gaan snel en zakelijk te werk. Zijn vaak ook zo weer weg, Waarna de mamma-care-verpleegkundige het afrondt.
Deze keer maakt de chirurg het erg bont door uiteindelijk na vijf kwartier te verschijnen.  Om te constateren dat het redelijk gaat. Op pijnklachten reageert, door wat verdiepingsvragen te stellen en het al snel af te doen als een spierpijn. 
Dan vraag ik, terwijl betreffende chirurg al bijna weer op de terugweg is, of het ook nieuwe uitzaaiingen kunnen zijn. Ze kijkt me aan, en zegt: 'Ja dat kan.'
Zelf denk ik op dat moment: ‘Kom op, waar is die kamer met scanapparatuur. MRI, CT, PET’.  Het vliegt allemaal door me heen. Ik benoem dat ook. 
Waarop de chirurg zegt: 'Ja maar dat helpt niet. We kunnen nu toch niets doen'. Op mijn: 'En wat nu?', volgt : 'Tja, kans is groot dat het spierpijn is, of bijwerking van bestraling. Maar stel dat het uitzaaiingen zijn, dan zie  je tussen week vijf en week acht, de eerste neurologische uitvalverschijnselen.  En zelfs dan doen we niet meer dan pijnbestrijding. Net zoals nu'.  Ze kijkt me aan met een blik van: 'Het is niet anders'.  En ja, ik ken deze chirurg ondertussen een beetje. Aardige competente dame. Die heel professioneel overkomt. En ook goed is denk ik.
Maar nu. Ik zou de hele boel bij elkaar willen vegen. Willen roepen dat we dit niet afgesproken hebben. Dat het plan echt anders was. Gewoon. Nee, niet genezen. Dat verklaren ze je niet als je én tumoren én uitzaaiingen gehad hebt. Maar wel beetje rust nu. Eventjes. Ja natuurlijk weet ik ook wel dat deze ziekte de kop weer op kan steken. Zal steken, denk ik vaak. Maar niet nu. Dat is gewoon niet eerlijk. Langzamerhand begon ik een beetje te geloven dat de omgeving gelijk heeft. Die zegt, dat het goed gaat. Dat ze er goed uit ziet. Het leuk is dat het haar weer begint te groeien. Met reacties die variëren van 'pittig koppie' tot 'het hindert niet'. Die laatste uit kringen waar kort haar voor een vrouw een soort van zonde is. Dan is een 'het hindert niet' eigenlijk al een heel groot compliment.  Een soort van 'het komt wel goed'.
En ik bemerk bij mezelf dat ik helemaal klaar ben met alle speculaties, alle prognoses, alle uitspraken over al dan niet neurologische uitvalverschijnselen. Rotwoorden, die laatste twee. Klinkt als begin van het einde. Voelt als rollercoaster die het stationnetje weer uit dendert en weer snelheid maakt. En niemand die zegt dat het niet hindert. Laat staan dat het goed komt.


donderdag 12 januari 2017

Halfvol

Wat gebeurt er als je een blanco blog publiceert. Een leeg vel. Tabula rasa. Dan zou ik nu al te veel woorden hebben. Soms heb ik dat. Veel woorden. 
Mijn leerlingen lachen daar wel eens om. Of snappen het. Vanmorgen tijdens een uurtje, waarbij we het hadden over het verlies. Rouw. Verdriet. Omdat dit heel dichtbij kwam in deze klas. Als school hebben we er een protocol voor, wanneer leerlingen van dichtbij, geconfronteerd worden met de dood. Vandaag was zo'n dag. 

En na tijd voor gesprek, luisteren, stilte en gebed gaan we kaarten schrijven. En een boekje. Nee, ik ga hier niet benoemen wat mijn leerlingen schreven. Maar wel ga ik zeggen dat ik trots op hen ben. En hoop heb. Op een verder beetje hopeloze dag. Maar werd wel stil, van wat ze schreven. Om vervolgens, half uurtje later, met heel veel woorden de brug te slaan naar school en les en volgende lesuur. Eén jongen begon beetje te lachen, in een verder aangeslagen klas. Eén meisje begreep het en zei: 'Hij heeft die hele hoop woorden nodig, anders is het te veel'.
En soms zijn alle woorden van de wereld niet genoeg. Vandaar dit halflege blog.





































zondag 1 januari 2017

Ouddorp

Ouddorp:
Oog van een zeepaardje 
volgens Google Maps.
Strand en duin
Slik en schuim
Mist en modder
Pannenkoek en bier.
Kaas en wijn.
Boek en bank
Ziek zijn en beroerd.
Lopen, wandelend of rennend.
Zelfs beetje bos ontdekt.
Eigenlijk is vakantie,
gewoon heel erg leven.
Dee en Tee: 
Super bedankt voor deze week!






Kroonsteentje

                                     
Mistige morgen in D.
Al vroeg opgestaan na een veel te korte nacht.                     
Hardloopkleding aan. Eerst met de auto naar D. Geparkeerd achter de supermarkt tegenover jouw geboortehuis. Voelt beetje raar. Als soort van bedevaart. 
Ik zet 'm op een lopen. Iets wat ik wel vaker doe. Na iets meer dan een halve marathon ben ik weer terug. Schiet een paar foto's.

Op naar de begraafplaats. Nat van ’t zweet zit ik in de auto. Het meest van het hardlopen. Denk ik. Heb het niet zo op graven. Maar beloofd is beloofd. En wie weet.  Tegenover een immense kerk met een verdachte uitstraling, die riekt naar de zoveelste afscheiding, ligt de begraafplaats.
Rare gedachte dat jij ooit deze weg ging als klein kind. Achter jouw moeder aan. Een kind zou altijd samen met moeder een begraafplaats op moeten gaan. Maar dan wel een levende. Jij niet. Begroef een dode. Het voelt een beetje als betreden van heilige grond.
Ik parkeer de auto en wacht even. Verzamel moed en loop de dodenakker op. Erger me aan de afvalbakken bij de ingang. Voor de rest is het stil. Ik ben de enige levende hier.

Rechtsaf zoals je zei. En daar ligt ze. Jouw moeder. Haar steen. Jullie steen. Ik zwijg.  Voel me niet ongemakkelijk meer. Jij was de eerste die me een beetje thuis deed voelen zoveel jaren geleden. Waarom zou ik dit dan niet voor je doen.
Hardop lees ik de tekst van de grafsteen. Gedenksteen. Pak mijn telefoon en open de Whatsapp. Lees jouw gedicht ‘Herdenken’ voor. Hardop.  Daarna bedank ik je moeder voor de prachtige dochter die ze voortbracht.  Ook hardop. En vertel haar dat ze rusten mag. Omdat het goed is. Niet altijd. Veel te vroeg ging ze. Maar dat wist ze zelf ook wel denk ik. Dus zeg ik haar dat ze rusten mag. Want met haar kleine meisje gaat het goed. Is een volwassen en prachtig mens geworden. Mooie vrouw. Niet makkelijk. Zal ze
niet worden ook. Daar is haar leven te moeilijk voor. Moeilijk geweest, en soms nog. Maar wel mooi. Een fantastisch kind heeft ze. En een goeie vent. Eerlijk en trouw. Ik vermoei je moeder niet met de moeilijke momenten. Ik ken ze ook niet allemaal van je. Maar dwars door het donker ga je naar het licht. Dat vertel ik. Daarbij neem je veel mensen mee. Daar bedank ik je moeder voor. Voor jou. Daarna zoek ik een steentje. Even later gevonden. Steentje in de vorm van een ruit. Ik leg hem zachtjes boven op de steen. Kroonsteentje. Dan doe ik een pas terug, zeg een gebed en vertrek.


En op de terugweg ben ik stil. Eigenlijk wel blij. Je bent iets dichterbij gekomen.

dinsdag 27 december 2016

Denkstop

Aan t eind van een paar heftige weekjes ben ik moe. Gewoon moe. Het zat 'm niet alleen in de hoeveelheid dingen die er gebeurden maar ook in de intensiteit. En intens was het. Op allerlei gebied. 
Eigenlijk was ik al bezig met een lijstje. Over alles wat er in het achterliggende jaar gebeurd is. En dan ingehaald door wat ineens passeerde. Twee weken. Vol met van alles. En hoe hard ik ook liep, ik bleef het niet voor.  
Tot ik een besluit nam. En dacht: 'Ik doe het helemaal fout'. Tot nu toe probeer ik datgene voor te blijven wat achter ligt. En dat mislukt. Keer op keer. Ik ga het anders doen. Niet meer op de loop voor wat achter ligt. Nee we draaien de rollen om. Ik ga jagen op datgene wat voorligt. Dat past mij ook beter. Mijn Veluwse voorgeslacht had ook wel iets met jagen.
Als boerenzoon al jong geleerd, dat recht ploegen alleen lukt, als je niet achterom kijkt. Stuur vast houden, niet te strak, je ogen op een punt op de horizon. En gaan. Dus geen terugblik. En daarmee wil ik niet voorbijgaan aan de mooie dingen of de verdrietige. Maar soms zo verdraaid lastig te benoemen. Het meest dichtbij komt een strofe uit het prachtige 'Wie dit leest' van Leo Vroman:
'Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigeen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige'.
Vooruitblikken. 2017. En dat gaat een fantastisch jaar worden. Heb namelijk besloten om te stoppen met denken. Ga alleen nog maar doen. 
Dat betekent een enorme ruimte in mijn agenda. Geen visie-bijeenkomsten meer. Elke vergadering, waar het woord missie (altijd al een beetje verdacht) in voorkomt, mijd ik. Geen brainstorm over formatjes die uitgerold moeten worden. Geen denkkaders waarbinnen ik me kan bewegen. 
Gewoon. Doen. Alleen maar doen. Zelfs als doen betekent het ontbreken van iets zinnigs. Dan nog ben ik gewoon aan het doen. Heerlijk. 
Als ik boos ben op iets of iemand, dan stap ik daar op af en zeg 'Ik ben boos'. En leg vervolgens haarfijn uit waarom. Niets van een stappenplan bedenken om draagvlak te creëren, zodat de ander mee kan bewegen. Niets daarvan. Gewoon boos doen. Als ik liefheb dan heb ik lief. Ben ik verdrietig, dan huil ik. Blij, dan lach ik. Doen, alleen maar doen.  
Dat geldt ook voor wat er op mijn pad komt. Veel meer Jezus na doen. Ben ik op een feest, dan helpen als de wijn op is. Niets geen stuurgroep, die gaat kijken hoe dit probleem aangevlogen moet worden. Of een evaluatie hoe dit anders gekund had. Of beleid te ontwikkelen hoe dit de volgende keer te voorkomen.
Gewoon helpen. Doen. Er zijn al zoveel denkers. Problemen werden tot en met 2016 alleen maar aangepakt door denkers. En hielp het? Denk van niet. Waarom staat er op die armbandjes 'What would Jesus do?' en niet 'What would Jesus think'.  Hij dacht denk ik van alles. Maar zei daar niet zoveel over. Hij zag, vroeg en deed. Dat ga ik proberen na te doen. Zien. Wat vragen. En doen. Niet denken. Geen denken aan.
Ooit stond ik aan de zijlijn bij een begrafenis van iemand die het leven niet aankon. Er uit stapte. Op een rotmanier. De gemeenschap die haar begroef, dacht. Dacht aan haar zonde. Zij had zich vergrepen aan haar leven. Leven dat heilig was. Een doodzonde. Zo dacht de gemeenschap en zweeg. Het werd een ezelsbegrafenis. De kist werd zwijgend rondgesjouwd. Zevenmaal zwijgend sjokkend om haar graf.  Wij zwegen. Dachten alleen. Maar deden niets. Doodzonde. 
Mijn voornemen is om in het nieuwe jaar wat graven te bezoeken. Onder andere die van bovengenoemde doodgezwegene. Is nog steeds niet van gekomen. Doodsbang voor gedenkstenen. Ik ga ze omvormen tot doestenen. Omdat de tijd van doen is aangebroken. En na het doen weer terug naar de stenen. Om te vertellen dat ik gedaan heb. En blijf doen.
Hiermee kom ik gelijk bij een volgend punt. Want 2017 wordt natuurlijk niet alleen maar een fantastisch jaar. Ook ik ken m'n nachtmerrie-scenario's. En zoals in het begin gesteld, we blijven niet alles voor. Maar misschien dan juist de toekomst naar voren halen. En als ik daar bedreven genoeg in word, dan kan ik zelfs de hemel een stukje naar voren halen. Want ooit wordt het beter. Vanmorgen aan gekomen in een prachtig huis aan zee. Waar we een
weekje mogen vertoeven. Gekregen van vrienden.  Gelijk maar een rondje hardgelopen. Naar de vuurtoren en terug. Keek ik rechts, dan zag ik rollende golven. Opkomend tij. Keek ik naar links; daar ging af en toe de hemel open. En brak de zon door. Misschien is het allemaal wel een kwestie van de juiste kant op kijken.
Maar soms zal ik zwijgen. Dan denk ik niets, dan doe ik niets. Dan droom ik.





zaterdag 10 december 2016

Over taarten en tranen


Dit blog is voor onze kinderen. Onze zoon van vijftien en onze dochter van veertien. Twee kids waarin we ontzettend rijk zijn gezegend. Twee kids waarop ik ook gigantisch trots ben. Natuurlijk vindt elke ouder zijn kinderen speciaal. Maar die van ons zijn echt speciaal.

In het afgelopen jaar hebben jullie mij verbaasd en verwonderd door jullie veerkracht, jullie moed en jullie liefde. Dat begon al vroeg in het jaar op  de dag dat jullie uit school kwamen en wij die heftige boodschap hadden. 'Mama heeft kanker. Met uitzaaiingen.' Oud genoeg om  dit te begrijpen, veel te jong om te moeten horen. Rauwe werkelijkheid die niet te verpakken viel. In de volgende uren namen we een besluit dat de toon gezet heeft voor de rest van het jaar.
We stelden familie en vrienden op de hoogte en zijn vertrokken. Met ons vieren zijn we naar een groot wokrestaurant in de nabije omgeving gegaan. Daar hebben we in een rustige hoek de avond doorgebracht. 
Geen WhatsApp, geen mail. Geen telefoontje. Niemand aan de deur. Misschien jullie wel wat Instagram, dat heb ik niet gevraagd. Nee het was geen gezellige avond. Was wel een mooie avond. We vonden elkaar. Met ons vieren aan tafel. Of met ons tweeën bij het ijs. Al scheppend. 'Papa, de tumor van mama is tien keer groter dan die van (hier volgde een naam van een famielid), is de kans dat mama dood gaat nu ook tien keer groter?'

Dit is wel wat ik van jullie geleerd heb het afgelopen jaar. Opgegroeid met de gedachte dat de dood onverbiddelijk is, hebben we ontdekt dat dit ook voor het leven geldt. In alle facetten. 
Herseninfarcten,tumoren, dementie, verlies en gebrokenheid; het kwam allemaal langs. Heel dichtbij. En nee, er zijn niet altijd antwoorden. Elkaars verdriet gezien. Vaak samen, soms niet. En nee, het was niet perfect. We zijn geen perfect gezinnetje. Echt niet. Maar het voelde goed om te zien dat het leven waard is om geleefd te worden. Dag voor dag. En stap voor stap. Voetbal ging door. Krantjes bezorgen bleven jullie doen. We gingen naar de kerk. Portugal ging niet door. Maar zeilen op de Braassemer was ook gaaf. We hielden onze familiefeestjes. 
En ja, er waren ook beroerde dagen. Voor mama vaak letterlijk. Ook dat kregen jullie mee. Een paar dagen later die belangrijke uitwedstrijd. Of dat super spannende politieke debat dat toch echt wel real-time in de nacht gevolgd moest worden. Jullie maakten ons blij. Nee, niet om altijd sterk te zijn. Helemaal niet nodig. Wel om samen te ontdekken dat sterk zijn veel meer heeft te maken met doorgaan met ademhalen. In plaats van onverstoorbaar zijn.
Stoer om te zien hoe de één rechtstreeks uit school de ziekenhuisafdeling inloopt, om tijdens de chemo er even er bij te zijn. Hoe de ander, met de voetbalkleding nog aan, de ziekenhuiskamer binnen komt struinen, omdat het anders te laat voor 't bezoekuur is.


Ondertussen ligt het achter ons. De chemo's, de operaties en de bestralingen. Mama heeft het overleefd. Wij ook. Ik weiger om ook maar één beroerde dag goed te noemen. Of iets te zeggen in de trant van 'het was goed', want dat was het niet. 

Toch zeg ik: 'Jullie zijn gegroeid! Nog sterker geworden. En ik hoop en bid dat bij alles wat nog komt in jullie leven, de  les van dit jaar was:'Het leven is en blijft de moeite waard om geleefd te worden. Om gevierd te worden. Misschien geen viering in feestelijke zin altijd. Maar wel in de zin van het ontmoeten van elkaar.'
Daarom blies ik een vergadering af om naar een verdrietige zus te gaan. En alleen daarom nam ik een taart mee voor een steeds verder van de werkelijkheid afstaande oma. Omdat, dementie of niet, taart nog steeds lekker is.

En dan nog iets. Wij proberen jullie op te voeden met God. Ja in beide betekenissen. Samen met God proberen we dit te doen. Maar ook samen met andere dingen die we jullie geven. Zoals eten, drinken, zakgeld en meer, proberen we jullie ook een stukje God mee te geven. In de keuzes die we maken, dingen die we doen. Afspraken die we met jullie maken (en ook nogal eens bijstellen). Ook in de vertaling van begrippen zoals genade, barmhartigheid en vergeving naar de praktijk van alledag. Dat was het afgelopen jaar soms makkelijk; dan was God dichtbij. In een lied, een verhaal of in een gebed. In de kerk. Of aan tafel. Of in ons bootje. Maar soms was God weg. Heel ver weg. Maar ik keek te ver. Hij was er wel. In jullie.



vrijdag 2 december 2016

Even geen kanker

Even niet naar één van de kankersites. Ondanks diverse mailtjes in mijn inbox met trial-alerts (over nieuwe middelen op de markt, of over nieuwe behandelmethoden). Gewoon op ongelezen laten staan. Bij het passeren van het ziekenhuis niet naar de vierde verdieping kijken. 
Geen observaties of de ander vooruit of achteruit gaat. Niet lezen over prognoses. Of over alternatieven. Even geen verhalen van andere patiënten inzuigen. Op Facebook even niet de diverse kankergroepen checken. Daar ook niet geconfronteerd worden met accounts die opgeheven worden door familieleden van overleden patiënten. Vandaag gewoon even niet

Maar lekker bloggen over andere dingen. Leuke dingen. Over onze kapper bijvoorbeeld: Sophie, van Perfect Hairstyling. Die haar agenda omgooit om mijn vrouw een verwenmoment te bezorgen. En mij vervolgens, naar aanleiding van een speciaal feestje, even bijwerkt. Gratis, als bijdrage aan dat feestje, dat ook wat met knippen en kapselen te maken heeft. 
Zo leer ik hoe professioneel bloggen werkt. Iemand doet iets en ik noem die persoon dan in mijn blog. In het geval met Sophie is dit met een knipoog. Bij een echte zakendeal, had ik er ook bijgezegd dat haar zaak op de Raam in Gouda gevestigd is. En dat ze super kan knippen.

Ook dat mooie aanbod van vrienden die ons hun vakantiehuis aan zee aanbieden. Om niet. Zal hen hier ook niet noemen dus. Maar wel zin in, heerlijk weekje uitwaaien straks! Stapel boeken mee. Gaat goed komen.

Of die avond met een vriend, die ik al te lang niet gesproken had. Thuis vertrekken terwijl alles bijna in ruste is. En dan een paar uurtjes heerlijk bijpraten in de stad. Daar weer weggaan omdat men wil sluiten. Niet al te subtiel de lampen wat hoger zet en beetje driftig met een emmer met scherp-ruikende schoonmaakmiddelen langskomt. Ook wel mooi om te moeten vertrekken terwijl je nog niet uitgepraat bent.

En dan woensdag. Woensdag was speciaal. 's Morgens samen met meer dan honderd leerlingen en twee geweldige collega's een aula volgezet met pakketten. Pakketten die onze leerlingen verkocht hebben. In het kader van een lessenserie over logistiek. Daar de talenten van mijn leerlingen het meest gericht zijn op uitvoerende opdrachten, was dit iets wat met inzet en doorzettingsvermogen te doen was. De  opbrengst was voor een goed doel. Een inloophuis waar mensen terecht kunnen voor wat aanspraak en warmte. 
En 's middags kwamen de ouders, opa's en oma's. De ooms en tantes en de buren. Het aan hen verkochte pakket ophalen. 
De glunderende gezichten van onze leerlingen. Ja, pubers, doerakken en soms ronduit lastig. Maar ook mooie wezens, die genieten van het resultaat van iets wat wel lukt. Ik denk aan het gesprek met een ouder aan het begin van het jaar. Wat me bijbleef was: 'Ik ben bang dat ons kind dit niet kan'. En hoe we voorzichtig, stap voor stap, de kans kregen om dit kind dingetjes te leren. Fouten werden gemaakt. Door ons, door hem. Hij liep met een glimlach van oor tot oor door de aula. Had veel verkocht. Heel veel.
Natuurlijk zijn er ook andere leerlingen. Maar vandaag hebben we het over mooie dingen.

We bleven op school, omdat we 's avonds ouderavond hadden. Terwijl de rest een uurtje ging volleyballen, mocht ik een maaltijd in elkaar zetten. Deze verliep zo gezellig dat ik me moest afmelden voor de afwas, daar ik anders te laat in de aula zou zijn.
Op zo'n ouderavond zit de aula stampvol met leerkrachten, die om de tien minuten vader en/of moeder te woord staan. Deze keer had ik er een stuk of veertien, vijftien. Het eerste gesprek, waar ik de afwas voor aan anderen had overgelaten, ging niet door. Geen afzegging, geen mail, niets. Alleen twee lege stoeltjes tegenover me.  En de volgende dag het kind van betreffende ouders: 'Hey meneer,  m'n moeder hept vergete, maar u mag wel belle'.

Maar op diezelfde ouderavond ook nogal wat ouders die je in een paar minuten een inkijkje geven in het leven van hun kind. Wij hebben ze maar een uurtje of 32 op school. En dat zijn ook nog uren van vijftig minuten. Terwijl er 168 uren in een week gaan. Na zo'n inkijkje begrijp je de leerling weer beter. Maar ook prachtig om ouders opgelucht te zien als je iets positiefs over hun kind kunt zeggen. En dat kan altijd. Regelmatig leer ik van mijn leerlingen. Ben ik verwonderd over hun trouw en eerlijkheid. De openheid waarmee ze bij me komen. De verhalen. Natuurlijk zijn er ook anderen. Maar vandaag even niet. 

Tegen half elf thuis. Heerlijk rondje hardlopen. Nog steeds in training voor een hele marathon. Tot nu toe niet verder gekomen dan een paar halve. Maar ooit gaat het me lukken. Die hele. Maar soms is onderweg zijn al genoeg. Vandaag was zo'n dag.




zaterdag 19 november 2016

Gierkar en chemo

Het overwinnen van kanker is net oorlog.  Alleen al het woordgebruik: 'Nieuws van 't front' komt net zo vaak voor als 'de slag verloren maar nog niet de oorlog'. Vechtlust, strijd, overwinningen, nederlagen, verraad en overgave. Al deze termen worden, niet in 't minst door de medici zelf, nogal eens gebezigd.

In die zin bekeken hebben we hier het hele leger voorbij zien komen. De verschillende strijdkrachten hun slag zien leveren.  
Als een soort luchtmacht heeft de chemo zijn bommen gedropt. Een precisie-bombardement met wel wat bijkomende schade. En niet helemaal het verwachte en gehoopte resultaat.
Daarnaast de landmacht die operatief heeft ingegrepen. Fors opgetreden en diep doorgedrongen in de vijandelijke linies.
Ook de zeemacht is begonnen met het dagelijks doorkruisen van alle bloed-, en lymfevaten middels hormoontherapie.
En nu de elite-troepen. Als een commando-korps richten zij hun bestralingen elke dag op dezelfde plek.

Het rare hiervan is dat de ontwikkeling van dit medische leger tegengesteld evenredig is met de ontwikkeling van ons 'normale' leger.
De laatste eeuw zijn we overgegaan op gesprekken, in plaats van het honderden jaren doorwrochte recept van het elkaar de hersens in slaan. Ook al komen we er steeds meer achter dat we misschien te massaal onze bommen en granaten uitverkocht hebben. Feit blijft dat we als land, zeker als inwoners, een redelijk veilig bestaan hebben opgebouwd. En ja, ook ik ken de twijfels die er de afgelopen jaren op dit gebied gerezen zijn. Maar we hebben wel geleerd dat praten en blijven praten toch wel fundamenteel is.

Ik herinner me een verhaal uit onze familie. Daar moet ik bij vertellen dat ik uit een boerenfamilie kom. Met een boerderij die al een paar geslachten terug gaat. Eén van mijn voorouders had mot met zijn buurman. Ook een boer. Samen deelden ze een ellenlang stuk prikkeldraad dat de scheiding tussen beide percelen grasland aangaf. Deze was op een gegeven moment aan vervanging toe. Maar geen van beide boeren wilde hier als eerste over beginnen. Met als gevolg dat de staat van de afrastering steeds minder en minder werd. De koeien waren de lachende derden. Zij konden nu makkelijker het gras van de buren opvreten. En dat is altijd groener. 

Dit kregen mijn voorvader en zijn buurman door. Vanaf dat moment werd het een sport om als eerste je eigen stuk grasland kaal te hebben. Want dan vraten jouw koeien het gras van de buurman en niet andersom.
Maar die competitie viel niet te winnen, daar koeien zich niets aantrekken van weideschema's en 'eerst hier en dan daar' principes. De boze buurman vond er wat op. Op het moment dat zijn gras groener en/of hoger stond dan dat van mijn voorvader, ging hij als volgt te werk: Hij spande het paard voor de mestwagen annex gierkar.  Daarmee langs het prikkeldraad gereden. Met een gierschep bracht hij de vloeibare mest aan op zijn eigen gras.  
Uiteindelijk vraten onze koeien dat gras niet meer. Trouwens zijn koeien ook niet.
Ik heb nooit kunnen achterhalen waar dit conflict mee begonnen is. Wel begrepen,  dat zelfs verre nazaten zich niet met elkaar moeten vermengen. Op welke manier dan ook.

Ondertussen leven we in een tijdperk dat er complete tv-programma's zijn ontstaan om bovenstaande problemen op te lossen. Kosten noch moeite worden gespaard om mensen bij elkaar te krijgen. Weer op één lijn zogezegd. En ook al maken we wel eens ruzie, meestal proberen we dit dan beschaafd te doen. 

Nu ik een tijdje blog en deze blogs ook post, kom ik in aanraking met allerlei 'kankerbestrijdingsmiddelen en groepen'. 
Het grappige is, dat we datgene wat teruggrijpt op lang vervlogen tijden, alternatief noemen. En de middelen die we nauwelijks kunnen uitleggen of uitspreken noemen we regulier.
Onder alternatief wordt die groep verstaan die zich inzet tegen overmatig gebruik van allerlei voedingsmiddelen, die aantoonbaar slecht zijn voor een mens. Iets over suikers, zouten en andere stoffen. Waar je niet teveel van moet krijgen. Nee, dus geen hocus, pocus of volle-maantoestanden, maar gewoon gezond verstand. Iets over voeding, leefpatronen zoals beweging, rust, reinheid en regelmaat. Dit helpt de huidige generatie misschien niet, maar wel ons nageslacht.
En aan de andere kant de oncoloog die zegt: 'Chemo, operatie en dan bestraling'. Wanneer je  tijdens de chemotherapie er wel eens bijgezeten hebt, zie je infusen voorbij komen met grote rode stickers erop. Zelfs de verpleegkundige heeft dan handschoenen aan. Geen spul om door je yoghurt te roeren. Ik bedoel maar.
En natuurlijk is bewezen dat het werkt. Uiteindelijk hoorden ook wij, dat wel of geen chemo toch drie procent scheelt qua overlevingskans. 
Ja, dit klinkt cynisch. Ben ik ook. En dan heb ik het niet eens over de miljarden die er om gaan in de farmacie. Ik heb daar niet genoeg verstand van. Begrijp ook wel dat er veel geld nodig is voor onderzoek. En ook om toponderzoekers aan te trekken. Maar toch.
Nee, dit is niet bedoeld als een protest tegen de reguliere geneeskunst. Maar laat ze alsjeblieft eens praten met hun buurman. Ook al rijdt ie op een gierkar. 








zaterdag 12 november 2016

Kaal is klasse

'Hey, meneer! Mogen we nu een keer zitten waar we zelf willen?' klinkt het uit de mond van de eerste leerling die het lokaal binnenkomt. Voordat ik kan antwoorden, wordt deze vraag door anderen overgenomen en blijkt de behoefte om op een eigen gekozen plaats te gaan zitten wel heel erg groot.
Mijn lokaal wijkt wat af van de meeste klassiek ingerichte lokalen. De leerlingen zitten aan twee grote lange tafels. Met uitzondering van het hoofdeinde, dat wijst richting bureau en digibord. Halverwege het lokaal staan een paar scheidingswandjes waarachter zich een keuken bevindt. Deze keuken is het overblijfsel van de functie die dit lokaal vroeger had. Met een paar mensen hebben we deze onlangs helemaal opgeknapt. Soms is er een thema waar het gebruik van deze keuken goed bij past. En soms doen we het andersom. Leerlingen vinden het geweldig. En ik ook.
Als ik voor de klas sta, heb ik eigenlijk twee groepen, die in een u-vorm voor me zitten. Gebruikelijk is dat leerlingen elk lesuur op dezelfde plek zitten. Dit bevordert de rust, geeft structuur en zorgt voor een vast maatje aan de linker-, of rechterkant.
Maar nu dus klaarblijkelijk de wens om eens zelf te bepalen, op welke plek de komende vijftig minuten doorgebracht wordt.
Vanuit de combinatie aan gedachten : 'Het is vrijdagmiddag, waarom ook niet', 'zie die verwachtingsvolle gezichten eens' en 'misschien ook wel eens goed', reageer ik met een: 'Ok mensen, ga eerst even op je eigen plek zitten'. Dit gebeurt. Mijn leerlingen weten, dat een rustige starthouding voor mij belangrijk is. 
'Goed, prima dat jullie op een andere plek willen zitten, twee voorwaarden' en ik steek twee vingers omhoog: 'Niemand zit straks alleen en jullie krijgen precies twee minuten. Die gaan nu in'.
Ik stel mij veilig achter het bureau terwijl er druk gelopen, gepraat en geprobeerd wordt. Terwijl ik mijn mail open en mij overdreven nadrukkelijk niet bemoei met het proces dat zich nu in de groep afspeelt, kijk ik over de rand van het beeldscherm naar m'n leerlingen.
Daar heb je Jos, hij is elke stoel aan het proberen. Niet gehinderd door de gedachte wie er nu al dan niet naast hem komt zitten. Ook Roel is ijverig bezig om een plek te vinden waar hij het minst gestoord zal worden door docent en digibord en het meest uitzicht heeft op alles wat buiten het lokaal plaatsvindt.
Stien is in overleg met een groepje meiden en probeert hen te overtuigen van een plekje helemaal achterin. Dichtbij de keuken. 
Sander kijkt met name waar de dames zich groeperen en probeert zijn vriend over te halen om zich daar bij aan te sluiten. En dan hebben we Elly: Elly staat op de plek waar zij anders zit. Ze kijkt om haar heen en bewaakt haar plek. Wachtend op het moment dat de twee minuten voorbij zijn.


Achter mijn bureau staat de snijplank die ik onlangs van haar kreeg. We waren met een groepje iets aan het bakken. En een aantal leerlingen zat wat te ginnegappen over mijn haar. Of liever het ontbreken ervan. Ik reageerde quasi verontwaardigd en gedroeg me zogenaamd pijnlijk getroffen. Daar klonk de stem van Elly: 'Nou meneer,  is helemaal niet erg. En weet u, bij ons in de keuken hangt een bordje met Kaal is klasse. Gekscherend zei ik, gezien de grapjes die door de rest gemaakt werden dat zo'n bordje hier in het lokaal ook niet zou misstaan. Drie dagen later kwam Elly met een groot, in een soort van cadeaupapier gewikkeld, pakket aan.  Zich niets aan trekkend van alle leerlingen die zich om ons heen verzamelden, gaf ze me dit en zei: 'Hier, heb ik voor u gemaakt'.  Nadat ik het pak van papier had ontdaan, kwam er een geweldig mooie snijplank tevoorschijn. Beschilderd met 'Kaal is klasse'. Terwijl ik het stond te bewonderen, boog Elly zich naar me toe en zei: 'Kijk eens op de achterkant'. Ik draaide de plank om en zag in hele kleine letters staan: 'voor meneer van essen, van elly' gevolgd door een klein hartje. 
We maakten een paar foto's en de plank heeft nu een ereplaatsje naast het digibord. En elke keer als ik het plankje lees, wil ik even geloven dat deze leerling, zij het onbewust, de enige juiste reactie gegeven heeft op een onderwerp dat het afgelopen half jaar ook bij ons een geheel andere lading heeft gekregen.
De twee minuten zijn voorbij. Ik sta op en geef aan dat de tijd om is. Iedereen zit. Verbaasd kijk ik de klas rond. Zie hier en daar een goedwillende lach, maar ook bemerk ik wat schaapachtig gegrinnik. Sommigen kijken zelfs een beetje hulpeloos.  Iedereen zit namelijk weer op zijn of haar eigen plek.

En nu aan het eind van een hectische week begrijp ik hen beter. Een week die begon met bestralingsafspraken en voor de rest vol liep met een mix van nare gevolgen van vroeger gemaakte keuzes. Met verlies en verdriet in naaste omgeving. Ja, ik denk dat ik alles overziend dan ook weer terug ga naar mijn eigen plekje. Dichtbij  't plankje.