zaterdag 19 november 2016

Gierkar en chemo

Het overwinnen van kanker is net oorlog.  Alleen al het woordgebruik: 'Nieuws van 't front' komt net zo vaak voor als 'de slag verloren maar nog niet de oorlog'. Vechtlust, strijd, overwinningen, nederlagen, verraad en overgave. Al deze termen worden, niet in 't minst door de medici zelf, nogal eens gebezigd.

In die zin bekeken hebben we hier het hele leger voorbij zien komen. De verschillende strijdkrachten hun slag zien leveren.  
Als een soort luchtmacht heeft de chemo zijn bommen gedropt. Een precisie-bombardement met wel wat bijkomende schade. En niet helemaal het verwachte en gehoopte resultaat.
Daarnaast de landmacht die operatief heeft ingegrepen. Fors opgetreden en diep doorgedrongen in de vijandelijke linies.
Ook de zeemacht is begonnen met het dagelijks doorkruisen van alle bloed-, en lymfevaten middels hormoontherapie.
En nu de elite-troepen. Als een commando-korps richten zij hun bestralingen elke dag op dezelfde plek.

Het rare hiervan is dat de ontwikkeling van dit medische leger tegengesteld evenredig is met de ontwikkeling van ons 'normale' leger.
De laatste eeuw zijn we overgegaan op gesprekken, in plaats van het honderden jaren doorwrochte recept van het elkaar de hersens in slaan. Ook al komen we er steeds meer achter dat we misschien te massaal onze bommen en granaten uitverkocht hebben. Feit blijft dat we als land, zeker als inwoners, een redelijk veilig bestaan hebben opgebouwd. En ja, ook ik ken de twijfels die er de afgelopen jaren op dit gebied gerezen zijn. Maar we hebben wel geleerd dat praten en blijven praten toch wel fundamenteel is.

Ik herinner me een verhaal uit onze familie. Daar moet ik bij vertellen dat ik uit een boerenfamilie kom. Met een boerderij die al een paar geslachten terug gaat. Eén van mijn voorouders had mot met zijn buurman. Ook een boer. Samen deelden ze een ellenlang stuk prikkeldraad dat de scheiding tussen beide percelen grasland aangaf. Deze was op een gegeven moment aan vervanging toe. Maar geen van beide boeren wilde hier als eerste over beginnen. Met als gevolg dat de staat van de afrastering steeds minder en minder werd. De koeien waren de lachende derden. Zij konden nu makkelijker het gras van de buren opvreten. En dat is altijd groener. 

Dit kregen mijn voorvader en zijn buurman door. Vanaf dat moment werd het een sport om als eerste je eigen stuk grasland kaal te hebben. Want dan vraten jouw koeien het gras van de buurman en niet andersom.
Maar die competitie viel niet te winnen, daar koeien zich niets aantrekken van weideschema's en 'eerst hier en dan daar' principes. De boze buurman vond er wat op. Op het moment dat zijn gras groener en/of hoger stond dan dat van mijn voorvader, ging hij als volgt te werk: Hij spande het paard voor de mestwagen annex gierkar.  Daarmee langs het prikkeldraad gereden. Met een gierschep bracht hij de vloeibare mest aan op zijn eigen gras.  
Uiteindelijk vraten onze koeien dat gras niet meer. Trouwens zijn koeien ook niet.
Ik heb nooit kunnen achterhalen waar dit conflict mee begonnen is. Wel begrepen,  dat zelfs verre nazaten zich niet met elkaar moeten vermengen. Op welke manier dan ook.

Ondertussen leven we in een tijdperk dat er complete tv-programma's zijn ontstaan om bovenstaande problemen op te lossen. Kosten noch moeite worden gespaard om mensen bij elkaar te krijgen. Weer op één lijn zogezegd. En ook al maken we wel eens ruzie, meestal proberen we dit dan beschaafd te doen. 

Nu ik een tijdje blog en deze blogs ook post, kom ik in aanraking met allerlei 'kankerbestrijdingsmiddelen en groepen'. 
Het grappige is, dat we datgene wat teruggrijpt op lang vervlogen tijden, alternatief noemen. En de middelen die we nauwelijks kunnen uitleggen of uitspreken noemen we regulier.
Onder alternatief wordt die groep verstaan die zich inzet tegen overmatig gebruik van allerlei voedingsmiddelen, die aantoonbaar slecht zijn voor een mens. Iets over suikers, zouten en andere stoffen. Waar je niet teveel van moet krijgen. Nee, dus geen hocus, pocus of volle-maantoestanden, maar gewoon gezond verstand. Iets over voeding, leefpatronen zoals beweging, rust, reinheid en regelmaat. Dit helpt de huidige generatie misschien niet, maar wel ons nageslacht.
En aan de andere kant de oncoloog die zegt: 'Chemo, operatie en dan bestraling'. Wanneer je  tijdens de chemotherapie er wel eens bijgezeten hebt, zie je infusen voorbij komen met grote rode stickers erop. Zelfs de verpleegkundige heeft dan handschoenen aan. Geen spul om door je yoghurt te roeren. Ik bedoel maar.
En natuurlijk is bewezen dat het werkt. Uiteindelijk hoorden ook wij, dat wel of geen chemo toch drie procent scheelt qua overlevingskans. 
Ja, dit klinkt cynisch. Ben ik ook. En dan heb ik het niet eens over de miljarden die er om gaan in de farmacie. Ik heb daar niet genoeg verstand van. Begrijp ook wel dat er veel geld nodig is voor onderzoek. En ook om toponderzoekers aan te trekken. Maar toch.
Nee, dit is niet bedoeld als een protest tegen de reguliere geneeskunst. Maar laat ze alsjeblieft eens praten met hun buurman. Ook al rijdt ie op een gierkar. 








zaterdag 12 november 2016

Kaal is klasse

'Hey, meneer! Mogen we nu een keer zitten waar we zelf willen?' klinkt het uit de mond van de eerste leerling die het lokaal binnenkomt. Voordat ik kan antwoorden, wordt deze vraag door anderen overgenomen en blijkt de behoefte om op een eigen gekozen plaats te gaan zitten wel heel erg groot.
Mijn lokaal wijkt wat af van de meeste klassiek ingerichte lokalen. De leerlingen zitten aan twee grote lange tafels. Met uitzondering van het hoofdeinde, dat wijst richting bureau en digibord. Halverwege het lokaal staan een paar scheidingswandjes waarachter zich een keuken bevindt. Deze keuken is het overblijfsel van de functie die dit lokaal vroeger had. Met een paar mensen hebben we deze onlangs helemaal opgeknapt. Soms is er een thema waar het gebruik van deze keuken goed bij past. En soms doen we het andersom. Leerlingen vinden het geweldig. En ik ook.
Als ik voor de klas sta, heb ik eigenlijk twee groepen, die in een u-vorm voor me zitten. Gebruikelijk is dat leerlingen elk lesuur op dezelfde plek zitten. Dit bevordert de rust, geeft structuur en zorgt voor een vast maatje aan de linker-, of rechterkant.
Maar nu dus klaarblijkelijk de wens om eens zelf te bepalen, op welke plek de komende vijftig minuten doorgebracht wordt.
Vanuit de combinatie aan gedachten : 'Het is vrijdagmiddag, waarom ook niet', 'zie die verwachtingsvolle gezichten eens' en 'misschien ook wel eens goed', reageer ik met een: 'Ok mensen, ga eerst even op je eigen plek zitten'. Dit gebeurt. Mijn leerlingen weten, dat een rustige starthouding voor mij belangrijk is. 
'Goed, prima dat jullie op een andere plek willen zitten, twee voorwaarden' en ik steek twee vingers omhoog: 'Niemand zit straks alleen en jullie krijgen precies twee minuten. Die gaan nu in'.
Ik stel mij veilig achter het bureau terwijl er druk gelopen, gepraat en geprobeerd wordt. Terwijl ik mijn mail open en mij overdreven nadrukkelijk niet bemoei met het proces dat zich nu in de groep afspeelt, kijk ik over de rand van het beeldscherm naar m'n leerlingen.
Daar heb je Jos, hij is elke stoel aan het proberen. Niet gehinderd door de gedachte wie er nu al dan niet naast hem komt zitten. Ook Roel is ijverig bezig om een plek te vinden waar hij het minst gestoord zal worden door docent en digibord en het meest uitzicht heeft op alles wat buiten het lokaal plaatsvindt.
Stien is in overleg met een groepje meiden en probeert hen te overtuigen van een plekje helemaal achterin. Dichtbij de keuken. 
Sander kijkt met name waar de dames zich groeperen en probeert zijn vriend over te halen om zich daar bij aan te sluiten. En dan hebben we Elly: Elly staat op de plek waar zij anders zit. Ze kijkt om haar heen en bewaakt haar plek. Wachtend op het moment dat de twee minuten voorbij zijn.


Achter mijn bureau staat de snijplank die ik onlangs van haar kreeg. We waren met een groepje iets aan het bakken. En een aantal leerlingen zat wat te ginnegappen over mijn haar. Of liever het ontbreken ervan. Ik reageerde quasi verontwaardigd en gedroeg me zogenaamd pijnlijk getroffen. Daar klonk de stem van Elly: 'Nou meneer,  is helemaal niet erg. En weet u, bij ons in de keuken hangt een bordje met Kaal is klasse. Gekscherend zei ik, gezien de grapjes die door de rest gemaakt werden dat zo'n bordje hier in het lokaal ook niet zou misstaan. Drie dagen later kwam Elly met een groot, in een soort van cadeaupapier gewikkeld, pakket aan.  Zich niets aan trekkend van alle leerlingen die zich om ons heen verzamelden, gaf ze me dit en zei: 'Hier, heb ik voor u gemaakt'.  Nadat ik het pak van papier had ontdaan, kwam er een geweldig mooie snijplank tevoorschijn. Beschilderd met 'Kaal is klasse'. Terwijl ik het stond te bewonderen, boog Elly zich naar me toe en zei: 'Kijk eens op de achterkant'. Ik draaide de plank om en zag in hele kleine letters staan: 'voor meneer van essen, van elly' gevolgd door een klein hartje. 
We maakten een paar foto's en de plank heeft nu een ereplaatsje naast het digibord. En elke keer als ik het plankje lees, wil ik even geloven dat deze leerling, zij het onbewust, de enige juiste reactie gegeven heeft op een onderwerp dat het afgelopen half jaar ook bij ons een geheel andere lading heeft gekregen.
De twee minuten zijn voorbij. Ik sta op en geef aan dat de tijd om is. Iedereen zit. Verbaasd kijk ik de klas rond. Zie hier en daar een goedwillende lach, maar ook bemerk ik wat schaapachtig gegrinnik. Sommigen kijken zelfs een beetje hulpeloos.  Iedereen zit namelijk weer op zijn of haar eigen plek.

En nu aan het eind van een hectische week begrijp ik hen beter. Een week die begon met bestralingsafspraken en voor de rest vol liep met een mix van nare gevolgen van vroeger gemaakte keuzes. Met verlies en verdriet in naaste omgeving. Ja, ik denk dat ik alles overziend dan ook weer terug ga naar mijn eigen plekje. Dichtbij  't plankje.




























zaterdag 5 november 2016

Over kaarten en krukken.

Op 19 mei gepubliceerd in 'Alice, SchrijvenOnline' en hun nieuwsbrief.
Nee, volgens mij zitten er geen goede kanten aan kanker.  Zelfs geen kleine goede kanten. Niet voor niets heeft kanker geen verkleinwoord. Je kunt een verkoudheidje opgelopen hebben, last hebben van een buikgriepje, virusje hier of daar. Maar iemand met een kankertje?
Wat wel gebeurt;  kanker maakt soms mooie dingen in mensen los. Onze kamer- en kastdeur zijn daar levendige bewijzen van. Ik heb ze al een aantal keren leeggehaald. Nu hangen ze inmiddels voor de derde keer helemaal vol met kaarten.
Als ik hier vanachter mijn bureau een beetje globaal tel, kom ik aan vijf  kaarten  naast elkaar en vijftien boven elkaar. Maal twee deuren is dus honderdvijftig kaarten. Voor de derde keer. Daar de kaarten bij opgeteld die de deur niet gehaald hebben.  Of te groot of rechtstreeks naar 't ziekenhuis gestuurd, of op een ander plekje tot hun recht komen. Dan zitten we al snel boven de vijfhonderd. Heel veel kaarten voorzien van troostende, bemoedigende en zonnige teksten.  Wij zijn christen, dus niet zo verwonderlijk dat veel van die teksten hun oorsprong in de Bijbel vinden.
Soms gewoon fijn om ze even te lezen. En er hangt altijd wel iets tussen, wat je op dat moment aanspreekt. De ene keer een strijdbare en de andere keer een berustende of juist hoopgevende tekst. En dan de achterkant of binnenkant nog. Stil makend hoe mensen, soms bijna onbekenden, kans zien om in een paar regels dicht bij je te komen. Regelmatig ook helemaal vol geschreven. Zelfs langs de adressering nog even een paar regels verticaal. Mooi om te lezen hoe woorden wegen banen.
Daarnaast de taarten, bloemen, fruitschalen, jampotjes, boeken en flessen wijn. En niet te vergeten de opgenomen en doorgestuurde zangstukken. Een vriendin die een prachtig sololiedje zingt. Nee, kanker maakt niet karig.
En dan het kookaanbod. Heb me regelmatig in bochten moeten wringen om aan te geven dat ik dit liever zelf doe. Niet omdat ik de ander zijn of haar (meestal haar) kookkunst niet vertrouw, maar ik vind het gewoon heerlijk om zelf te doen. Uit mijn werk, bedenkend wat we gaan eten, langs de supermarkt.  Dan thuis niet voor de open haard maar achter het aanrecht. Heerlijk. Een goed glas wijn er bij. Dat laatste niet te vaak, gezien mijn ietwat groeiende BMI. Ondanks de hardloopkilometers blijft dit een dingetje. Hoewel; zolang dit nog als verkleinwoordje geschreven kan worden, valt het nog wel mee.
De prachtige eenvoud van de route die je gaat met een uitgestalde tas met boodschappen. In de winkel is er al gekozen en gekeurd.  Maar nu in de keuken begint het proces. Eerst het snijden, hakken, husselen en doseren. Gevolgd door het bak-, braad- en/of kookgebeuren. En als alles klaar is het rangschikken en opdienen. Genieten als kleur- en smaakcombinaties kloppen. En het maakt echt niet uit of dit nu een stamppotje of een culinair hoogstandje betreft. Eten doe je voor een groot gedeelte met je ogen.
Nu de keuken toch ter sprake is gebracht; Wij willen al erg graag en erg lang een bar in onze keuken. Nee, we hebben niet de aspiratie om een kroegachtige uitgaansgelegenheid te gaan exploiteren. Tenminste nu niet. Maar wel iets van een hangplek in onze keuken. Eigenlijk op de scheiding van keuken en kamer. Nadat hakblokken en hoge tafels afgevallen waren bleven we steken bij de wens van een bar met heuse krukken.
Onlangs onze wensen en ideeën nog eens besproken. Vervolgens op een moment dat ik in ziekenhuis niet terecht kon en absoluut geen zin had om thuis naast de telefoon te gaan zitten wachten, ben ik naar de Gamma getogen. De auto volgeladen met steigerplanken en gegalvaniseerde buizen. De gedachte aan wat er op hetzelfde moment in 't ziekenhuis gebeurde was helpend om me niet druk te maken over de prijskaartjes. Normaliter zou ik de vergelijking maken met wat ik dertig jaar geleden met veel pijn en moeite uit onze te vernieuwen stallen gesloopt heb. Daar hadden nogal wat bardingetjes van gemaakt kunnen worden.
Uiteindelijk in diezelfde nacht onze bar gemaakt. Onder het motto van 'als je dan toch een slapeloze nacht hebt, bouw dan iets zinnigs'  En 't is gelukt.
Maar nu de krukken. Twee hele mooie gezien. Soort Italiaans design. Beetje druppelvormig, lichtvoetig en makkelijk draaibaar. Precies wat we zochten. Levertijd minimaal vijf weken. Afgelopen zaterdag opnieuw naar die keukenzaak waar ze stonden. Verkoper opgesnord en op een niet helemaal goed voelende manier iets gezegd over ziek zijn van mijn vrouw. Het woord kanker, operatie en verdere behandeling in één zin gebruikt. Gevolgd door de vraag of ik de showroommodellen niet kon kopen. Heb hem ook gezegd dat dit wel wat voelde als gebruik maken van onze situatie. Dat hij zich niet verplicht moest voelen. Ik hoorde mezelf praten.

Hij knikte meelevend. Zei dat 't ie moest bellen. Deed hij ook. Kwam minuut later terug en zei 'Ik hoefde niet meer te zeggen dan de eerste zin en mijn directeur zei 'doen'.
Een kwartier later waren de krukken afgerekend en ingeladen. Halfuurtje later stonden ze thuis aan de bar.  
En nu kunnen we zittend aan of leunend op de bar de meeste kaarten lezen.
Nee, kanker en andere erge ziekten hebben geen goede kanten. Mensen wel.

zaterdag 29 oktober 2016

De palm uit Kampen

En hoe is het nu met jou?
Tja, dat is misschien wel het lastigste. Gewoon, omdat ik het antwoord niet weet. Echt niet. Natuurlijk heb ik wel een paar antwoorden paraat. Het eerste wat in mij opkomt bij deze vraag is: 'Het gaat goed met me, en met jou?' 
Maar aangezien dit antwoord meestal een blik oplevert die mij reduceert tot een vertegenwoordiger van alle mannen die ogenschijnlijk niet in staat zijn om het nodige gevoel in een antwoord te leggen, voeg ik er maar aan toe:
 'Maar ja, met mijn vrouw' (dat weten ze namelijk al, anders was de vraag niet op deze manier gesteld) 'gaat het wat minder dus dat maakt het wel ingewikkeld'. Ingewikkeld, prachtig woord. Kun je alles in verpakken. Lastig, kan ook maar daar zit wat meer buitenkant aan. 'Lastig' is iets wat je aan de buitenkant zeer doet. Een muggenbeet, een puist of een regenbui wanneer je net gaat barbecuen.
Ingewikkeld heeft meer de kleur van lastig aan de binnenkant. Ingewikkeld heeft iets van laagjes over elkaar.  Ingewikkeld heeft iets van moeilijk maar ook iets van afgescheiden van de rest. Helemaal ingewikkeld.

Ingewikkeld was de palmboom die mijn ouders in Kampen kochten. 
Bij een bevriende antiquair in deze Hanzestad een karretje geleend om de boom naar huis te vervoeren. De palmboom helemaal in een soort van plastic en papier gewikkeld. Toen op huis aan. Eerst de A50 richting Arnhem. Voorbij Zwolle, Hattem en Wapenveld en Heerde. Bij Afslag Epe de S9 op. Op het kruispunt via de grote weg richting Emst. Niet binnendoor, gezien de aanhanger en de lading, maar via de Dood (een levensgevaarlijke bocht in de weg) naar 't dorp.
Dan net voor Karel F.(de dorpsbakker), althans waar Karel vroeger zat, de Oranjeweg op. Richting Schaveren en dan naar Gortel. Net voor de hei, een zandweggetje links. Niet de eerste, dat was 'OmeGaartzijnpaadje'; verboden terrein voor ons sinds we geen deel meer uit maakten van de plaatselijke kerk en school. 
Maar de tweede, een eigen weggetje dat rechtstreeks leidde naar onze boerderij. In het donker werd achter het huis de aanhangwagen zo dicht mogelijk naar de achterdeur gereden. Het buitenlicht aan gedaan en daar zagen we, alle ingewikkeldheid ten spijt, dat het grootste gedeelte van de palmboom was geëvolueerd tot een duizendvingerige plant. Alle bladen bestonden uit lange smalle reepjes die, nu bij stilstand van het karretje, langzaam wapperden in de wind.
Nadat deze plant, of boom zo je wilt, de juiste verzorging kreeg, ontstonden er weer echte, brede, glimmende bladen. Gezond en wel. De boom ging dood aan een onnavolgbare drift om alles schoon en blinkend te houden. Zelfs de palmboombladen werden uiteindelijk in de was gezet. Maar dat wilde de palm zelf doen.  Hoe harder er gepoetst werd, hoe sneller het boompje dood ging. Over ingewikkeld gesproken.

Ingewikkeld ook om aan te geven hoe het met je gaat als dat gewoon per uur verschilt.  Op de morgen van de operatie sta je op met de gedachte dat het goed is dat het weer zover is. Wachten helpt ook niet echt.
Tot het moment dat je samen op de kamer in 't ziekenhuis zit te wachten op de ophaaldienst. Ja, we hebben hier in Nederland een heuse dienst om mensen van hun kamer richting operatiekamer te transporteren. De mensen hiervan, althans degene die ik tot nu toe ontmoet heb, nemen deze taak uiterst serieus. Ik weet natuurlijk niet hoe het mensen met een gebroken been vergaat, maar in ons geval geen zinloze vragen, geen domme grapjes (die maak ik zelf wel op dat moment) maar een resoluut optreden waarbij je merkt dat een ander het bed bestuurt.
Als partner mag ik mee de lift in, tot de juiste verdieping. Voelt toch ook beetje raar, elkaar aankijkend, vasthoudend en wetend. Weten dat het moment van loslaten en overgave dichtbij is.

Veel woorden hebben we dan niet meer. Niet nodig ook. Na bijna twintig jaar zegt een kneepje in je hand soms meer dan duizend woorden. Dat geldt ook voor de laatste kus, de laatste blik.
Hoorde laatst in de kerk hier ook over. Erg herkenbaar. Over die laatste blikken. Waarin je de ander leest. De liefde ziet, ook de vergeving. En hoopt dat de liefde de vergeving overstijgt. Maar misschien is 't wel hetzelfde.
Dan verdwijnt het bed in de volgende ruimte. Daar waar ik niet mee mag. Ze draait zich nog één keer half om en zegt 'doeg' en 'ik hou van je'.
Het is goed dat de deur dichtgaat en ze uit het oog verdwijnt. Mij kun je opvegen.
Maar als je me een dag later tegenkomt in de Hoogvliet of bij de Kruidvat, dan gaat het.
Op dit moment, nu ik 't laatste stukje van dit blog schrijf, is iedereen weer thuis. We zijn weer compleet. En 't gaat best goed!



vrijdag 21 oktober 2016

De ballen van m'n collega

 Nadat ik in ons allesoverheersend leerlingvolgsysteem de absenten heb ingevoerd,zie ik dat ik geen leerwerk maar alleen maakwerk heb opgegeven. Ik sta op van achter mijn bureau en loop de klas in. Met het lesboek opgengeslagen in de hand kijk ik de klas door en vraag me hardop af wie begint met het voorlezen van het gemaakte werk.
Daar mijn leerlingen uitblinken in allerlei talenten maar niet in die op huiswerkgefocust gebied, weet ik dat dit bijna een garantie is om rustig mijn les te kunnen beginnen.
Vanaf het moment dat zij weten het risico te lopen geconfronteerd te worden met de gevolgen van hun keuzes gisteravond, start de onzichtbare wedstrijd "hoe val ik niet op".  Met als voor mij gunstig bijproduct dat het rumoer snel verstilt.
Het grappige is dat zij zowel als ik weten dat het een soort van spel is. Met ongeschreven regels. Zo zal ik geen achtentwintig schriften controleren. Behalve als ik dit bij het opgeven van het werk "huiswerkcontrole" aangekondigd heb. Een andere ongeschreven regel is dat op het moment dat ik het woord huiswerk gebruik aan het begin van de les, zij hun decibelproducerend vermogen niet meer gebruiken. En dit spel werkt. Meestal. 

Soms gooit één van de partijen een nieuw wapen in de strijd.  Of stoft een wapen af dat een tijdje niet gebruikt is.  Zoals die van de al dan niet gemeende interesse in docent's priveleven. De mate van succes van dit wapen is tegengesteld evenredig aan het aantal keren dat het gebruikt wordt.
Ineens klinkt de stem van Daska door de klas: 'Zo, dat was heftig meneer, wat ik gisteren in de kerk hoorde over uw vrouw'.  Daska, vijftien jaar, rebels en aanhankelijk. Gedragsmatig zoekt ze de randjes op. Haar naam valt wel eens in de docentenkamer. Niet supergemotiveerd maar ook weer geen slecht presterende leerling. In ieder geval altijd rechtdoorzee. Zoals nu.
Er ontstaat wat rumoer op de opmerking van Daska. Leerlingen buigen zich naar haar toe, vragen wat er dan gezegd is gisteren. Op sommige gezichten zie ik dat ze het al weten, bij andere verwarring en vraagtekens. Het wordt stil.
In een fractie van een seconde maak ik de afweging. Tot nu toe heb ik geprobeerd werk en prive gescheiden te houden. Zover dat mogelijk is bij mijn doe-leerlingen. Waarbij alles draait om relatie.
Ik denk even terug aan  gisteren toen ik mijn collega tegenkwam in de gang. Ik heb collega's die ik onder mijn vrienden reken.  Hij valt daar niet onder. Zijn kennis over mij is de laatste maand uitgebreid.  Het feit dat mijn vrouw kanker heeft, is daar debet aan. Na zijn vraag hoe het met haar is, beantwoord door een 't gaat' en daarna de onvermijdelijke vraag die meestal als een soort menu voorgeschoteld wordt: "Heeft ze chemo of wordt ze bestraald? Of geopereerd?" Waarop ik aangeef dat ze eerst chemo gehad heeft en nu geopereerd gaat worden.
Dan zijn laatste vraag of dit borstbesparend is. Hij kent haar niet eens.. Helaas kwam ik er in een later gevoerd telefoongesprek met mijn zus pas achter dat de enige passende reactie geweest zou zijn : 'Collega, ik hoop niet dat jij prostaatkanker krijgt. Maar als dat ooit gebeurt hoop ik dat de collega's van je vrouw meer fatsoen zullen hebben dan te vragen naar de al dan niet nog aanwezige ballen na de noodzakelijke ingrepen".
Ik zei alleen maar: 'Nee, dat is geen optie meer' en ben weggelopen.
En dan zou ik mijn leerlingen, prachtige mensjes in de dop, die mijn energie opslurpen maar me ook gigantisch voeden, hen zou ik met een kluitje in het riet sturen? Geen denken aan.
 Ik neem een besluit.
'Jongens en meisjes, leg allemaal even je spullen neer. Ik wil jullie wat vertellen'.













De toonbank van de apotheker

'Heeft u het echt nodig?', klonk de strenge stem aan de andere kant van de toonbank. Noem je dat trouwens nog steeds zo? 'Toonbank?' Valt niet zoveel te tonen namelijk bij de huidige apotheek. Het meeste wat ze hebben zit in één van de vele laden waar de gehele achterwand mee gevuld is.
De toonbank zelf toont een display met oordopjes (nee niet die voor een Iphone of ander mobiel apparaat, maar juist bedoeld om geluid tegen te gaan). Oranje, groen en blauw hebben ze. Zal wel per aantal decibels gaan. Of heeft met de grootte van het inwendige oor te maken.
Naast de oordoppen staat een bakje met folders. Die gaan over veilig medicijnen meenemen op reis. Iets over een medicijnpaspoort. Anders word je op Schiphol uit de rij gehaald een kamertje ingevoerd en nadat al je koffers overhoop gehaald zijn blijkt er een doosje pillen te veel in te zitten zonder de juiste reisbescheiden.
Voor de rest toont de toonbank niet veel. Ja toch wel: Nog een bordje over achter de rode streep blijven staan in verband met de privacy van degene voor u. Helpt niet echt bij het gehanteerde volume van de mevrouw die mij bevraagt over het al dan niet noodzakelijk zijn van de door mij gewenste geneesmiddelen.
'Euhh...tja..' even flitst het door me heen; wat als ik als antwoord geef: 'Nee hoor, maar weet u, ik zat lekker in de tuin onder een boom en dacht laat ik eens wat middelen tegen de misselijkheid (als bijwerking van de chemo) halen. Leek me wel lekker….Echt nodig? ….Nee dus…'
Maar ik hoorde mezelf zeggen, zacht zeggen: 'Ja dit heeft mijn vrouw echt nodig. Haar oncoloog heeft dit voorgeschreven' Vragend keek ik haar aan. Ze keek streng terug: 'Deze combinatie is hoogst ongebruikelijk, ik mag deze niet meegeven”.
Ook al dacht ik:'ik mag, ik mag….jij mag helemaal niet mogen...jij moet gewoon uitvoeren wat er op dat recept staat. Mijn vrouw heeft drie uur chemo gehad, ik heb haar kotsmisselijk thuis gebracht, ze hangt nu boven de toiletpot en jij gaat me die voorgeschreven rotzooi meegeven zodat ze niet de komende nacht en de volgende dag boven die pot hang'.
Maar ik zei niets. Op dit moment weet ik niet of ik me liet leiden door mijn bekendheid met de bureaucratie of door mijn moeheid. In t eerste geval wist ik dat het gewoon kansloos was om tegen een genomen besluit in te gaan van iemand die proeft van wat macht. In t tweede geval had ik niet de energie voor een gevecht over zo iets basaals.
Uiteindelijk naar huis gefietst. Oncoloog gebeld (via een assistente die de gebruikelijke overredingskracht nodig had). Deze oncoloog werd boos, begreep echt niet dat ik t niet meekreeg. Zij zou wel even bellen. Vertelde me ook dat het niet nodig was om terug te bellen. Gaat u maar opnieuw naar de apotheek. “Ik verzeker u, het ligt straks klaar'.
Een kwartier later stond ik bij diezelfde apothekersassistente. Sorry had ik niet verwacht maar dat ze zelfs niet schaapachtig keek dat viel me tegen. “Ja, ik ben gebeld. Zal het voor u klaarmaken. Eén momentje.' Nadat ze zelf nog een keer met het ziekenhuis gebeld had stond ik, twintig minuten later, met de spullen die op t oorspronkelijke recept beschreven waren, buiten.
En weer tien minuten later thuis. Nog net op tijd om het toilet schoon te maken voor de kinderen van school kwamen.