dinsdag 5 januari 2021

Barmhartig nieuwjaar! (3)

De werken van barmhartigheid. Het zijn er zeven. Wat als we er elke dag nu gewoon eentje doen? 
  •  Voeden wie trek heeft op zondag.
  •  Water geven aan dorstigen op maandag
Deze twee beschreef ik hiervoor. Dan komt nu het derde werk van barmhartigheid:

De naakte kleden.

Letterlijk lijkt dat lastig. Wij komen niet zoveel naakte mensen tegen. De heilige Martinus van Tours wel. Die kwam als romeins soldaat bij de stadspoort een bedelaar zonder kleding tegen. Zonder zich te bedenken sneed hij de helft van zijn mantel af en gaf deze aan de arme man.
Diezelfde nacht kreeg hij een droom waarin hij geprezen en bedankt werd. Met als gevolg dat deze Martinus uit het leger ging en zich wijdde aan heiliger zaken. Met kloosters en andere mooie zaken als resultaat.
Naaktheid bedekken is meer dan iemand voorzien van kleding. 
Er is een oud verhaal waarbij iemand na een lange boottocht met zijn gezin in een ander land terecht kwam. Daar maakte hij waarschijnlijk voor het eerst kennis met gistende druiven.  Hij proefde er niet alleen van maar nam er meer van dan dat goed voor hem was. In de dronken bui die daarop volgde, kleedde hij zich uit en toonde zich naakt. Deze meneer had drie zonen. Eentje lachte zich krom om zijn vader en bleef hem bespotten, ook toen zijn vader zijn roes uit lag te slapen. De twee anderen na
men een stuk doek en liepen achterwaarts naar hun vader en bedekten zijn naaktheid. 
De vraag aan jou en mij is: 'Welke naakthied zie jij vandaag? En kies je vervolgens voor uitlachen of kleden?'

zaterdag 2 januari 2021

Barmhartig nieuwjaar(2)

De werken van barmhartigheid. Het zijn er zeven. Wat als we er elke dag nu gewoon eentje doen? Zondag de eerste (daar heb ik gisteren over geschreven). Dan is maandag nummer twee aan de beurt:

Het tweede werk van barmhartigheid gaat over het water geven aan dorstigen. 
Daar jij en ik de kraan maar open hoeven te draaien om water te krijgen zoveel we willen, bestaat de neiging om gelijk de spirituele betekenis te zoeken en de praktische kant over te slaan. 
Dat is niet eerlijk ten op zichte van de twintig miljoen mensen die per jaar sterven door gebrek aan gezond water.
Een put slaan en er een pomp installeren, betekent naast watervoorziening ook een plek waar mensen samenkomen en gemeenschappen vormen.
Dit werk van barmhartighied gaat ook wel over onze aarde. Voor de productie van een tomaat is 13 liter water nodig, voor een aardappel 25 liter en voor een hamburger 2400 liter. Tja dan doen jouw en mijn keuze er wel toe. 

Persoonlijk geloof ik dat de mens meer is dan vlees en vocht. Dat we een ziel hebben. Al in hele oude boeken wordt geschreven over de dorst van de ziel. Dan gaat het meestal over vervulling van een verlangen naar liefde en vreugde. Het zoeken naar vrede en vriendschap is een oerverlangen dat we allemaal kennen. Niet zo moeilijk om daar wat aan bij te dragen toch?

Ook nu ben ik blij met jouw advies of tip over dit werk van barmhartigheid. Voel je vrij om te reageren.


vrijdag 1 januari 2021

Barmhartig nieuwjaar(1)


Graag wens ik jou een barmhartig nieuwjaar.  Mag het jaar voor jou en iedereen die op jouw pad komt, gevuld met barmhartigheid zijn.  

Allereerst hier de herkomst en betekenis van dit mooie woord:
In het Oudnederlands bestond ontfarmhartig wat later armhartig en nog weer later barmhartig werd. Dit is een vertaling van het Latijnse misericors, waarin de woorden miser: arm, ongelukkig en ellendig en cor: hart schuil gaan. De betekenis is: medelijdend. Of een hart voor armen hebben. 

Het mooie van barmhartigheid is dat het wederkerig is. Wat je er voor nodig hebt is een open blik, een mild hart en de wil om dingen te doen.

Je hoeft ze ook niet opnieuw zelf uit te vinden; ze bestaan al erg lang. De werken van barmhartigheid. Het zijn er zeven. Wat als we er elke dag nu gewoon eentje doen? 

Op zondag doen we dan de eerste: 

Eten geven aan wie trek hebben. In oude woorden stond er ooit 'de hongerige voeden'. Onze medemens voeden is niet alleen een daad van gerechtigheid maar veel meer een daad van liefde, las ik ergens. Daar zit de gunfactor in. Onze naaste gunnen wat we zelf hebben.
Misschien kunnen we onze beschaving wel afmeten aan hoe we zorgen voor de ander. De ander brood geven is meer dan alleen maar zorgen voor voedsel of een minimaal bestaan. Waar armoede wordt bestreden,  bevorderen wij menswaardigheid. De samenleving wordt er een stuk gelukkiger van. 
Doe je mee? Ik daag je uit om hieronder te reageren met ervaringen, tips en adviezen hoe we dit samen handen en voeten kunnen geven. Voel je vrij.





dinsdag 29 december 2020

De verkeerde weg

De laatste week van het jaar gebeurt het me dagelijks dat ik de verkeerde weg neem. Elke keer als ik een boer of burger, de laatste zijn hier ruim in de minderheid, vraag naar de juiste weg, wijst ie me ietwat lachend de verkeerde weg.
Inmiddels ben ik erachter waar die pretlichtjes in de ogen van de, voor de rest nogal flegmatiek aandoende, boeren vandaan komen.
Een kleine zevenhonderd jaar geleden maakten de Friezen en de Hollanders ruzie. Iets met belastingen en rechtspraak waar de Hollanders controle over wilden houden en de zucht naar vrijheid van de Friezen.
Graaf Willem van Holland, de vierde, geloof ik, had succesvol tegen de Moren en de Russen gevochten en wilde nu de Friezen onderwerpen.
Met een vloot vertrok hij vanuit Enkhuizen en stak hij de Zuiderzee over om bij Stavoren aan land te gaan en vandaar richting een klooster te trekken dat hij wilde gaan gebruiken als uitvalsbasis voor zijn veldtocht tegen de rest van de Friezen.
Na de landing, iets ten zuiden van Stavoren, kwam hij door twee verlaten dorpjes, die hij in de brand stak. Vervolgens, om een grote groep boze boeren en vissers te ontwijken, koos hij met zijn manschappen voor een weg die weer richting de zee leidde. 
De ervaren ridders en soldaten hadden op bijna alles gerekend, waren goed getraind en droegen zware harnassen.
Waar ze niet op gerekend hadden, was de boerenslimheid van de Friezen. Die gingen het gevecht aan, middenin het meest drassige terrein van de hele omgeving. Alle gevechtstechnieken ten spijt, konden de Hollanders in hun zware maliënkolders niets uitrichten in de modder. Ze werden in de pan gehakt. Dit alleen omdat ze de verkeerde weg namen.
Alle herindelingen en nieuwe naamgevingen ten spijt; voor elke Fries die hier woont, heet het na zevenhonderd jaar nog steeds 'de ferkearde wei'.
Ze hebben er ook een standbeeld voor opgericht. Gewoon een steen op een bult gelegd en er met witte verf opgeschilderd dat ze liever dood dan slaaf zijn. Ik voel me best thuis hier.

zondag 27 december 2020

Driekoningen retour

Onze drie koningen zijn vertrokken. Nou ja, eigenlijk waren het twee koningen en een koningin. 
Ze hadden alledrie verschillende wegen afgelegd om hier te komen. De koningin kwam uit het oosten, één koning uit het Westen en de ander uit het centrum van onze stad. Beladen met geschenken kwamen ze gisteren binnen.
Naast de vele cadeaus die hun weg vonden in ons gezelschap brachten ze goud wierook en mirre mee.
Goud in de vorm van hun aanwezigheid. Hun binnenkomst, de ontmoeting in de hal voelde al als rijk. Natuurlijk gingen we in gesprek en wisselden van alles uit. Maar hun aanwezigheid was op zichzelf al een cadeau. Waar andere middelen falen of te kort schieten is aanwezigheid voldoende. Waar je de ander niet meer echt kunt bereiken in woorden daar kun je altijd nog present zijn. Er bestaan al wetenschappelijke theoriën over. 
Wierook in de vorm van de woorden die ze spraken. Mooie en goede woorden die vriendschappen bevestigden en tegelijk bestendigden. Vragen naar de 'welstand' (een oud woord dat in de bijbel veertien keer voorkomt) van de ander, leverde stof op om nog meer vragen te stellen. Soms de vragen belangrijker dan de antwoorden. Zo hoorde ik de koning die het verst gereisd had tegen de konining, die ook een lange weg afgelegd had, zeggen: 'Waar ben je nu eigenlijk het meest trots op in je leven'. Zo maar aan de statafel tussen een blond biertje en een mooi glas wijn.
Mirre brachten ze ook mee. Vroeger werd mirre in de wijn gedaan om als verdovingsmiddel te gebruiken. Een erg kostbaar goedje. Deze drie koningen hadden dat effect op ons. Hun komst en aanwezigheid schakelden even de pijn van afwezigheid van anderen uit. Vorstelijk als ze alledrie waren verpakten ook zij het in wijn en herkenden we het niet eens als verdovend maar genoten van de smaak en de geur. Zelfs nu is de afdronk nog prettig.
En dat ene dingetje? Dat venijnige virusje met een cee? Ha, dat hadden we als verboden woord verklaard. En het werkte.
Ze zijn weer gegaan. De één rechtstreeks de ander via een omweg. Terug naar waar ze vandaan kwamen. Naar aardse plekken met eigen zeer en zegeningen. Wat ze achterlieten was hemels. 

donderdag 24 december 2020

Kerstvragen

Wat als straks de laatste kerk echt de deur dicht doet? Het licht uit? De laatste die het tot voor kort nog gelukt was om de boel draaiende of althans enigszins open te houden er ook mee stopt?
Gewoon omdat het niet meer gaat. Tegen de stroom inzwemmen brengt mooie dingen voort. Maar je wordt er ook doodmoe van.
Wat als we straks allemaal thuis zitten? Omdat een virus nu eenmaal 's winters harder tekeer gaat dan de rest van het jaar. En we uiteindelijk maar doodgewone kleine mensjes zijn. Dat er helemaal niet zoiets bestaat als 'samen krijgen we het virus onder controle'.       
Dat aan het eind van de winter blijkt dat we zoiets meemaakten als oversterfte, hoe stom dat woord ook klinkt, omdat we te dealen hadden met een venijnig levensgevaarlijk klein dingetje dat we niet de baas konden.
Natuurlijk hebben we alles en iedereen van ons afgejaagd en vervreemd. Een normale menselijke reactie anno nu. Als we aangevallen worden kijken we vooral om ons heen. Wat kunnen we veranderen? Wie kunnen we de schuld geven?
Het is niet zo van deze tijd om te constateren dat we wezens zijn die onderhevig zijn aan rampspoed en ellende. 
We zullen en moeten schuldigen vinden en deze vooral laten boeten voor de misère die ons overkomt.
Wat als straks echt alles dicht zit en we met ons zelf alleen overgebleven zijn? Wat als we in complete afzondering en isolatie alsnog het virus binnenkrijgen. Gewoon door te ademen. Wie zingt dan ons kerst- of slaapliedje? Wie houdt dan mijn hand nog vast? En wie sluit liefdevol mijn ogen als mijn leven er al uit weg is?   


maandag 21 december 2020

Kerstpakket

Ben erg benieuwd wanneer we het te horen krijgen. Ergens rond de kerstdagen zeiden ze. Als een kerstcadeautje van de overheid. Ze hebben het mooi georganiseerd. Eerst hebben ze geregeld dat we allemaal met veel zorg en aandacht onze drie gasten kozen. Iedereen die dit jaar is uitgenodigd voor een kerstdiner, weet dat hij of zij meer dan welkom is. Dat de uitnodigende partij echt van hem of haar houdt. 
Allemaal geïnitieerd door onze regering die bepaalt dat je met kerst mensen uitnodigt. Drie maar liefst. Bij ons thuis maken we er een heus driekoningenfeest van. 
Twee weken voor kerst hebben we drie mensen uitgenodigd. Deze drie hebben bevestigd dat ze komen. Niet voor een halfuurtje; nee ze maken de kerst met ons samen mee. De opgetuigde kerstboom bewaakt een groeiende stapel cadeaus die ook voor onze drie gasten is bestemd. 

Daarnaast zullen zij gelijk met u en ons de verrassing van onze overheid te horen krijgen. Daar ik maandelijks voor een landelijke krant schrijf, voel ik me ook een beetje een journalist. En een goede journalist heeft af en toe een scoop nodig. Hier komt de mijne:

Onze regering heeft de afgelopen tien maanden keihard gewerkt om alle lege kazernes om te toveren tot noodziekenhuizen. In het diepste geheim hebben leger en overheid samengewerkt. 
Het afgelopen jaar kwam de overheid erachter dat het virus niet te bestrijden valt met welk middel dan ook. Natuurlijk wordt er hard gewerkt aan een vaccin, maar over het tijdstip van inzetbaarheid en de verwachte werking ervan is nogal wat te doen. Onze vooruitziende regering hield ook al rekening met mutatie van het virus waarbij we met vaccins achter de feiten aan blijven enten. Gelukkig zaten er mensen met oude wijsheden op belangrijke posten. Die, soms tegen de tijdgeest in, bleven zeggen: 'Mensen een virus zit in de lucht, die kun je niet bestrijden. Hooguit aan je eigen weerstand werken. Je zult zien dat ie komende winter in alle hevigheid losbarst.'

Het is gelukt. We hebben in Nederland twintig leegstaande kazernes. Per kazerne heeft het leger duizend ziekenhuisbedden gerealiseerd. 
Daarnaast hebben we in diezelfde tijd elke soldaat een spoedcursus gegeven. Door de bevelstructuur in het leger was het niet al te moeilijk om deze alleen dat gedeelte van de opleiding te geven wat gaat over het beademen van mensen en omgaan met zuurstofapparatuur. 
Onze soldaten, van oorsprong getraind op het redden van levens in crisissituaties, kwamen net uit een nare periode. Soms  moesten ze oefenen zonder munitie en konden ze alleen pief roepen. Of ze kwamen uit gebieden die inherent zijn aan zoveel narigheid dat levenslange trauma's het gevolg zijn.
Nu mochten ze hun missie anders inzetten. Zwaarden omsmeden tot infuusnaalden zeg maar. 
Daarnaast start er per één januari een mediacampagne die zijn weerga niet kent. Nu mensen het afgelopen half jaar gewend zijn geraakt om, zonder vragen allerlei adviezen van de overheid op te volgen, moet het niet moeilijk zijn om ons ook ander gedrag aan te leren. De campagne gaat ons leren om minimaal een uur per dag buiten lopen en dagelijks groente en fruit te eten. In het diepste geheim zijn er in alle steden en dorpen depots aangelegd met voorraden appels, peren, broccoli en spruitjes. Als laatste adviseert de overheid om vooral ook zelf weer te gaan nadenken. Blijkbaar zijn we dat een beetje kwijtgeraakt. 







zaterdag 19 december 2020

Kerkenjacht

 Graag loop ik een rondje hard.  Vandaag beperk ik me tot een route rondje door  onze stad. Ik sla de winkelstraat in. De meeste winkels zitten dicht. Ik struikel bijna over een meneer die een drogisterij uitkomt. Hij torst een stapel pakjes in cadeaupapier met zich mee. Onder zijn arm heeft hij een lading schuursponsjes.  
Ik kan hem nog net ontwijken maar bots bijna tegen de rij aan die zich gevormd heeft voor een kebabzaak.
Iets verderop zie ik soortgelijke rijen staan voor andere uitgiftepunten. Van gebakken en gefrituurde producten.
Bij de slijterij staan zelfs groepjes van twee in een opstelling die me herinnert aan een verloren potje stratego uit vervlogen tijden.

Even later loop ik een rondje om de kerk. In een smal steegje  gaat er een deur van een huisje open. Eigenlijk is het meer een winkeltje van vroeger. De etalage is nog een beetje gebleven. Voor de rest bevindt zich de winkel waarschijnlijk aan de andere zijde van het huis.
Als de deur wat verder open gaat, verschijnt er een dame op leeftijd. Ik zal haar niet verder omschrijven daar het een hoogst illegale actie betreft, waar ik ongewild getuige van ben.
De dame kijkt naar rechts, dan naar links waar ze vervolgens mij in beeld krijgt. Door mijn hardloopoutfit zie ik er blijkbaar onschuldig genoeg uit en gaat ze door met haar actie. Ze kijkt nog een keer naar rechts, waar een heer op leeftijd opdoemt. 
Een hand met een halfdoorzichtige tas erin verschijnt in de deuropening. En wordt naar buiten gestoken. Op hetzelfde moment is de meneer er. Hij pakt de tas aan en geeft wat onzichtbaars retour. 
De dame kijkt mij nog een keer doordringend aan. De meneer draait zich om en haast zich naar de kant van de steeg waar hij vandaan kwam.
Ietwat nieuwsgierig geworden, loop ik naar de plaats waar het allemaal gebeurde. Nu zie ik dat het een zaak is in middelen die blijkbaar niet essentieël zijn. En waarbij de eigenaar geen webshop heeft. Om hun winst niet in rook te laten opgaan noem ik verder geen bijzonderheden. 

Ik blijf me verbazen. Maar wat me even later het meest raakt, gebeurt tijdens een gesprekje met de beroemdste ondernemer van onze stad.
In de deuropening van haar gesloten zaak vertelt ze dat het lastig is.  Ook dat ze haar zaak niet wil vergelijken met andere zaken die wel open mogen. Ik ken haar een beetje, ze heeft een groot hart en gunt iedereen het zijne of hare.
Ik vraag hoe het met haar gaat. Ze is onlangs ziek geweest en heeft een heftige tijd achter de rug. 
Ze vertelt me dat ze het wel redelijk aan kon. Tot onlangs, voor de zoveelste keer naar het ziekenhuis, alleen. 
Je auto wegzetten in je eentje. Een parkeerkaart halen, dat doe je zelf. Inschrijven bij de balie in je uppie. In de wachtkamer op de afdeling met anderhalve meter afstand tot de volgende patiënt. Tot zover ging het goed. 
Toen moest ze naar binnen. Een foto moest worden gemaakt van een lichaamsdeel.  wat ze grotendeels kwijt was en dat nu gereconstrueerd zou worden. De foto was niet bedoeld voor een medisch specialist ofzo. Nee, de foto was voor de verzekering. 
Mijn gesprekspartner kijkt me aan en zegt: 'Dit was het moment dat ik het echt even niet meer aan kon. Daar voor die fotograaf. In mijn eentje.'

We hebben niet zoveel meer gezegd en ik heb mijn rondje voortgezet en ben thuis achter mijn pc gekropen.

Aan alle mensen die morgen weer zo nodig met een camera op pad moeten om een kerk te vinden. Waar met heel veel moeite en inspanning een absoluut minimum aantal mensen aanwezig is. 
Willen al die journalisten, cameramensen en anderen eens verder rond kijken? Een kerkdienst bijwonen in plaats van buiten te blijven staan?  
Misschien kom je bovenstaande dame tegen die even niet in haar eentje wil zijn. En hoor en zie je hoe goed het haar doet om gezien te worden. Dat er hardop in een eeuwenoud gebouw voor haar gebeden wordt. Woorden gegeven aan verdriet dat we met ons allen niet kunnen oplossen.
U hoeft het niet met ons eens te zijn. Geef wel een eerlijk beeld in plaats van met de Staphorster variant te komen. Die heeft zijn tijd gehad.

(dit blog is met toestemming van de dame in kwestie tot stand gekomen)




woensdag 9 december 2020

Koningsfeest

Tweeduizend jaar geleden zat de horeca dicht voor Jozef en Maria. En blijkbaar de kraamafdeling van het ziekenhuis ook. Vandaar dat Jezus in een beestenstal geboren werd. 
Dat mocht de pret niet drukken, de geboorte verliep voorspoedig; binnen de kortste keren was bezoek welkom. 
Naast de herders en de mensen uit de streek was er sprake van een aantal bijzondere bezoekers. Zo kwamen er koningen op bezoek. Waarschijnlijk waren het er drie. Twee weken na kerst vieren we dit op Driekoningendag.
 
Dit jaar vraagt de overheid ons om met Kerst niet meer dan drie bezoekers te ontvangen. Kunnen we niet gewoon Driekoningen op Kerst laten vallen? Net zoiets als Pasen en Pinksteren op één dag?
En er feest van maken. Geen grote kerstdiners of borrels voor tientallen gasten. Maar een koninklijk feest voor drie gasten.
Zoals Abraham ooit deed met zijn drie bezoekers. Hij liet bijna veertig liter meel maken om pannenkoeken van te bakken en slachtte zijn beste kalf.
Het bezoek van deze drie vrienden is ikonisch geworden. Er zijn ooit wetten uitgevaardigd hoe deze mensen uitgebeeld moesten worden. Alle drie moesten ze hetzelfde gezicht hebben. Dit had te maken met het godsbeeld
Een poosje later ontving de neef van Abraham, Lot  drie mensen. Hij was ook gastvrij. De omgeving niet, die wilde op een afschuwelijke manier profiteren van de komst van deze gasten. Sodom werd mede daarom verwoest. Zij was op zichzelf gericht en niet op de ander.
In een ander gedeelte lezen we over Job. Alles raakte hij kwijt. Zelfs zijn vrouw was klaar met hem. Dan krijgt hij bezoek van zijn drie vrienden. Ook al behandelden zij hem niet zo geweldig; ze waren er wel. Namen deel aan zijn ellende door aanwezig te zijn.
Drie vrienden steunden elkaar in een vurige oven. Drie discipelen deden mee met het feest op de berg. Hubert of Jan van Eijck schilderde het beroemde doek met de drie vrouwen bij het graf van Jezus. 

Zullen we allemaal ons huis oppoetsen, een boom versieren, kaarsen aansteken en de loper uitrollen? Niks traditie in ere houden en al dan niet met hele families, schoon- of gewoon-, aan tafel. 
Of je dit jaar nu uitzwaait met de gedachte dat je met de drie vrienden een vurige oven in moet, of met Lot in een wereld woont die verwoest wordt of met Job denkt alles kwijt te zijn; we verwachten koningen. 
Hijs een ster op je dak, zorg dat drie mensen deze zien. Laat ze vervolgens binnen en geniet van de cadeaus die ze meebrengen. Eet, drink, ga in gesprek en neem de tijd. 

Die koningen droegen trouwens kronen, corona's geheten. Misschien wordt het tijd om ze te ontvangen. En herberg je engelen.



zaterdag 5 december 2020

Teruggevonden

Hij is terug. Vorige week was hij ineens meegenomen, door een buurtbewoner denk ik. Al kon hij niet ver zijn, hij was wel onbereikbaar. Gek genoeg miste ik hem. Vooral het moment dat hij zijn klep dichtdeed nadat ik hem mijn diepste geheimen had toevertrouwd. Maar er was een dag dat ik hem kon zien. Gistermorgen ben ik in alle vroegte opgestaan en achter mijn heg gaan liggen. Er kwam van alles langs maar hij niet. Tot ik even over de hek keek en hem zag staan. Gewoon op de hoek van de straat. Bij zijn soortgenoten. Ik kon er nog niets mee; hij zat te vol van een ander. Gelukkig kwam de vuiniswagen op dat moment de straat in.

maandag 30 november 2020

Meesterzet

'Dan bent u mijn oude mentor!', roept hij verbaasd dwars door de kerk. '
'Dat zou zo maar kunnen, hoe heet je?', vraag ik hem.
Op deze natte novemberavond ben ik jakkerend hier naar toe gekomen. Om dienst te doen bij Open Kerk.
Alle avonden zijn we open. Regelmatig hebben we op de achtergrond, en soms wat meer op de voorgrond, het geluid dat voortgebracht wordt op ons impossante kerkorgel. Niet alleen door onze eigen kerkorganist, maar dit orgel trekt liefhebbers van heinde en ver. Deze mensen kunnen blijkbaar van te voren een afspraak maken en mogen dan een paar uur dit orgel naar hun pijpen laten blazen.
Zo ook vanavond. Er staat een tweetal twintigers te wachten tot ze aan de beurt zijn. Eenmaal met hen in gesprek blijkt dat ze van de andere kant van het land komen, uit een plaats waar ik ooit les gaf op een middelbare school. 
Het was de school die ik verruilde voor een kliniek. Dat ging nogal plotseling. Ik kwam de ene dag met mijn verslaving naar buiten en de volgende dag kreeg ik een doosje met spullen uit mijn lokaal thuisbezorgd. 
Latere pogingen om nog eens contact te hebben mislukten. Er was denk ik ook gewoon te veel gebeurd. 
Nu reis ik voor mijn werk veel en van tijd tot tijd kom ik langs deze school. Ergens raakt het altijd wel iets.
Ontmoetingen met mensen van toen ga ik soms een beetje uit de weg en andersom gebeurt ook. Niet eens zozeer uit een kwaadwillendheid maar meer omdat we de woorden niet kunnen vinden om de brug te slaan.
En nu ineens staat er iemand van dat laatste jaar voor me. Een mentorleerling nog wel. Ik herinner me hem. 
We wisselen een paar woorden. De jongen van toen is een volwassen man geworden. Hij vertelt me dat hij het meest genoot van de schaakclub die ik daar in leven geroepen had. Elke dinsdagmiddag met een clubje vmbo'rs aan het schaken. Vol trots vertelt hij hoe hij nog steeds 'niet vaak maar zo van tijd tot tijd' een potje schaak met zijn vader speelt.
Dan zwijgt ie even, kijkt me aan en zegt: 'Maar hoe is het met u? Bent u er weer bovenop gekomen?'
Wat volgt is niet belangrijk. De ontwapende vraag en de manier waarop hij deze stelt, brengt me terug in het lokaal boven in een oude dependance die we Spoorzicht noemden. Waar leerlingen zaten die vooral goed waren in doen. Die in de beleving van menig volwassen niet zo goed konden leren. Vanavond krijg ik voor de zoveelste maal het bewijs dat juist deze leerlingen hun meester makkelijk inhalen.

 

zondag 29 november 2020

Open Wonder

 'Mag ik de dominee spreken?', dat was de vraag van een bezoeker aan een vrijwilliger van Open Kerk een tijdje geleden.

'Euh, die is er niet, ik kan wel een diaken voor u halen. Die zit hier vanavond met zijn buurtbijbelkring.' Zo gezegd zo gedaan. Even later zijn bezoeker, vrijwilliger en diaken in gesprek. De laatste geeft aan dat er een paar dagen later wel een dominee is en dat een gesrpekje dan zeker mogelijk is.
Inmiddels heeft de bezoeker, ik noem hem even Cees, al heet hij in werkelheid anders, gedeeld dat hij in een beginnende winterdepressie zit. Daarnaast zijn er nog wat zaken die niet zo geweldig lopen.
De diaken stelt voor om hier, samen met de vrijwilliger van Open Kerk, voor te bidden.
Cees vindt dit fijn, zolang de afspraak met de dominee ook door kan gaan. Dat is dan weer het mooie van de kerk. De ene specialist staat nooit de andere in de weg. Je hoeft ook niet te kiezen tussen één van hen; het kan gewoon beide.

Het drietal zoekt een rustige plek om te bidden. Als ze die gevonden hebben vraagt de vrijwilliger of Cees ook porfessionele hulp heeft. Mooi om in een pastoraal of diaconaal gesprek, aan te geven dat wij geen professionele hulpverleners zijn. Dat daar anderen mensen voor zijn. In de kerk brengen we mensen en zaken bij God. 
Cees vertelde dat hij al een tijdje op de wachtlijst stond voor hulp. Dat het niet erg opschoot en hij wel erg graag een hulpverlener zou willen spreken van de organisatie waarbij hij op de wachtlijst stond.
Vervolgens hebben de vrijwilliger en de diaken een gebed gedaan. Cees bij onze lieve Heer gebracht. Zijn zorgen en moeiten, inclusief stroperige wachtlijst, werden verwoord in een kort gebed. 
Na het amen bleef het even stil. Drie mensen ervoeren een open hemel.
Cees vertrok, de vrijwilligger ging weer bij haar duo bij de deur zitten. De diaken vertrok naar zijn Bijbelkring waar hij kort aangaf wat er gebeurd was en gebed vroeg voor Cees (die hem hiervoor toestemming had gegeven).

Een paar dagen later was Cees er weer. Onze dominee ook. Samen hadden ze een goed gesprek en werd er weer gebeden.

Toen moest de Open Kerk even dicht. Gelukkig bleef de hemel open. Want zodra de kerk weer open was kwam Cees ook weer.  Om te vertellen dat hij inmiddels twee gesprekken met hulpverleners gehad heeft. 
Weer hebben we met Cees gesproken. En gebeden. Zijn problemen zijn niet weg, ook contact met hulpverleners kan soms weer andere vragen oproepen. Maar er wordt naar hem omgezien.

Imiddels is Cees een regelmatige en graag geziene gast bij Open Kerk. Elke keer als ik hem zie, leer ik de volgende les: 
God vraagt alleen maar of ik de mens wil zien.  Zoals die is. Ik hoef niet te genezen, te redden of te bekeren. Alleen maar een beetje proberen te kijken zoals Jezus deed. Iets met ontferming. Dan kan liefde niet uitblijven. En liefde heeft altijd het laatste woord.

(Cees, die in werkelijkheid anders heet, heeft toestemming gegeven voor het publiceren van dit verhaal.)

zaterdag 28 november 2020

Menswaardig

Halverwege mijn hardlooproute stop ik om mijn veters opnieuw te strikken. Deze zitten wat los en vormen voor mij van tijd tot tijd een welkome aanleiding voor een korte pauze.
Deze keer neem ik echt de tijd; het weer is mooi, als ik rechts kijk zie ik de plas waar ik net om heen gehold ben. Linksaf ligt het pad dat mij zo weer de stad in zal brengen. Wel vaker aarzel ik hier; soms kan me op dit punt het gevoel bekruipen om rondjes om de plas te blijven lopen. 
Gelukkig zeggen mijn spieren en mijn longen meestal wel dat het tijd is om naar huis te gaan.
Terwijl ik de laatste veters aantrek, word ik ingehaald door een stel dat ik een paar minuten geleden passeerde. De heer schat ik midden vijftig, hij heeft zichzelf verstopt in een lange ruwe winterjas en draagt een zwierige hoed op een markante grijze kop. 
De dame is een stuk jonger, ik schat haar tussen de dertig en de vijfendertig, ze gaat gekleed in een lange donkerrode mantel met zwarte laarzen eronder. Om haar schouders draagt ze een veelkleurige omslagdoek. Haar kortgeknipte zwarte haar glanst licht in de waterige novemberzon 
Ze lopen, net als toen ik ze voorbijging, een halve meter uit elkaar. 
'We kunnen hier wel linksaf', hoor ik de man zeggen.
Hij zoekt al een beetje de linkerkant van de weg.
De dame doet een stap zijn kant uit en pakt hem bij zijn bovenarm.
'Sorry, maar dat lijkt me geen goed idee. Je komt dan langs de speeltuin.'
Aan de lichamen te zien wil de één nog steeds linksaf en de ander rechtdoor. Ik versta de woorden die ze uitwisselen niet meer. Na een paar meter zie ik de schouders in de winterjas omlaag gaan en loopt het stel rechtdoor.
Ik sta op en loop verder. Ik sla linksaf het pad op dat nog even tussen wat rietkragen doorloopt om verderop, inderdaad na een speeltuin, mij de stad in te loodsen.
Ik denk na over wat ik net gezien en gehoord heb. Is dit een vader die door zijn
dochter beschermd wordt om niet langs spelende kinderen te hoeven? Herinnering aan een verloren kind? Dat kan pijn doen. Ooit ben ik opgehouden om het ene verlies zwaarder te duiden dan het andere, maar een kind overleven blijft overleven. 
Of is hier iemand met zijn begeleider op pad? Aan het oefenen om ver uit de buurt te blijven van alles wat een ongezonde aantrekkingskracht op hem kan uitoefenen.  
De laatste veronderstelling voelt wel als de meest waarschijnlijke.
Ik dacht nog even na over de reactie van de dame. Ze begon met 'sorry'.  Niet van 'Tja wat had je zelf gedacht' of 'Ja dat zou je wel willen hé?!' Nee gewoon een zacht en welgemeend sorry.