vrijdag 14 september 2018

H3. Schoolkamp

Als christenen zijn we niet van het demonstreren. Best vreemd dat protestanten huiverig zijn voor protesteren. Klinkt als een timmerman die niet timmert. 


Ooit voelden mijn gezagsgetrouwe voorouders zich tot het uiterste getergd. De maat was vol. De zogenaamde Vrije Boeren kwamen in opstand. Een heuse wegblokkade was het gevolg. De koningin werd tegengehouden. Tot de Mobiele Eenheid kwam. Familieleden in politiebusjes. Na een middag op het bureau waren ze, voor het melken, weer thuis. 

De afgelopen weken ben ik geraakt door alle reacties van bekenden en onbekenden, van vrienden, familie, collega's, (oud)leerlingen en hun ouders. De stroom appjes, mailtjes, pb'tjes, kaarten en bloemen wordt eerder groter dan dat ze afneemt. In de reacties hoor en lees ik de verontwaardiging van het onrecht dat er plaatsvindt. Vooral het abrupte en zo zonder enige vorm van gesprek naar huis gestuurd te worden, raakt mensen. 

Best bijzonder ook om reacties te zien veranderen. In het begin zat er naast verontwaardiging de toon van het begrip. Begrip dat theater en mijn school misschien wel een dingetje is. Langzamerhand verandert deze toon in onbegrip nu overal ook de dubbelheid doorsijpelt. Dat er in het voorjaar een theaterstuk opgevoerd is door een examenklas van onze school. Als afstudeeropdracht. Helemaal bizar wordt het, doordat de schoolleiding deze uitvoering heeft goedgekeurd en bijgewoond. Dat dit toneelstuk opgevoerd is in het theater waar mijn prèmiere is, maakt het drama compleet.

Er is nog een overeenkomst. Mijn stuk gaat over een levensverhaal. De weg terug van de verloren zoon zeg maar. Het theaterstuk van de genoemde klas behelst het verhaal van Orpheus die zijn verloren geliefde, de nimf Eurydice, uit het dodenrijk terughaalt. 

Mooie zinnen en zegeningen worden me toegewenst. Ook passeren er nogal wat adviezen. Van het oprichten tot een actie-comité, het starten van een handtekeningsactie tot een sit-inn op school.
Ik ben niet zo'n type die zich aan een hek vastketent, maar kamperen doe ik wel graag. Met een tentje voor de school en een bordje voorzien van wat uitleg, ernaast.
Ik ben niet iemand van de megafoon, maar een protestbord om mijn nek, met daarop puntsgewijs mijn aanklacht, past mij wel. Een aantal stellingen op de voordeur hameren is ook protestants.

Nu komt het bij protesteren op een strategie aan. De eerste anderhalve
week heb ik gezwegen. De tweede anderhalve week heb ik geschreven.  Ook door anderen werd over mij geschreven. 
Het lijkt er op dat we een nieuwe fase ingaan. Van het geschreven woord naar de reportage. Het snelle nieuws zeg maar. En ja, dan doet een beeld meer dan duizend woorden.
Gelukkig heb ik mijn tentje nog niet opgeborgen voor de winter.


dinsdag 11 september 2018

H2. Humor en huilen

Soms is het leven theatraal. En liggen een lach en een traan dicht bij elkaar. 
Op de eerste schooldag word ik ontslagen, omdat ik mijn levensverhaal in het theater ga vertellen. Een week later stuurt diezelfde werkgever mij het verzoek om een cultuurpas (CJP-pas) te bestellen.

Ik citeer: 'Om het gebruik van de cultuurpas binnen de school te stimuleren heeft de directie besloten om alle docenten in de gelegenheid te stellen een CJP pas te bestellen. De pas geeft je een brede keus uit aanbiedingen en kortingen op het gebied van kunst en cultuur, kleding, sportartikelen en tijdschriften.

Toch even neuzen op de CJP-site: 

'CJP is voor cultuurliefhebbers. We organiseren culturele events en werken samen met culturele partners. Op die manier kunnen we korting geven op (film)festivals, concerten en theaters.'

En dan blijven onze niet-refobroeders en zusters zeggen dat we geen gevoel voor humor hebben. Misschien hebben we humor genoeg en huilen we te weinig. Dat laatste halen we snel in.


vrijdag 7 september 2018

H1 "Gok maar wat'

Negen jaar geleden klinkt het door een met docenten gevulde aula:
‘Ook dit jaar verwelkomen we nieuwe collega’s. Het zijn er zestien. In het programmaboekje over de opstartweek van het schooljaar staan de foto’s. Ik ga ze niet voorstellen, alleen over één iemand heb ik een mededeling. Het betreft Arjan van Essen, hij is klaar met zijn behandeling in een kliniek. Daar was hij opgenomen voor zijn gokverslaving. Normaliter doen we geen mededelingen over antecedenten van nieuw aangenomen personeelsleden. Maar in goed overleg met hem hebben we besloten dit nu wel te doen.‘

Ik zie mijn buurman driftig door het programmaboekje bladeren. Bij mijn naam en foto stopt hij. Kijkt mij even geschrokken aan. Hij zet nog net niet zijn tas aan de andere kant neer. Na die tijd spreekt hij mij aan, op een mooie, verbinding zoekende manier.
Dit begin zet de toon voor negen jaar van transparantie. Gewoon de dingen bij naam noemen. Na een leven in verslaving met bijbehorende dubbelheden en ontkenningen. Voor mij de enige manier om vrij te leven.
Die openheid helpt mij en ook de school. Een paar dagen later, loop ik in de pauze de docentenkamer in,
wil even wat kopiëren in het hokje ervoor. Dat lukt me niet. Ik vraag vrij luid in de deuropening: ‘Kan iemand mij even helpen met het kopieerapparaat? Ik weet niet hoe het werkt'. Iemand roept: ‘Wij ook niet, dus gok maar wat.’
Op dat moment wordt het stil. Heel erg stil. In een split second voel ik dat het juist nu belangrijk is om hoe dan ook wel antwoord te geven. Ik antwoord: ‘ Tja , dat is het enige wat voor mij nu niet zo handig is'. We lachen. De één wat harder dan de ander. Maar we lachen. En hiermee is de grondhouding gevonden.
Ook in de stormen die volgen. Publiciteit. Leerlingen die me googelen op internet. Vragen van ouders, enzovoort.
Anderhalf jaar later vraagt de directie mij een programma op te zetten, rond verslavingspreventie. Met een paar enthousiaste collega's aan de slag. Contact met de kliniek waar ik ooit ben behandeld. Zeven jaar lang met alle tweede klassen naar de kliniek. Ontmoetingen met verslaafden en confrontatie met verslavingen.
De school is goed. Zij geeft mij veel vrijheid. Ik ben dankbaar, gezien de nieuwe kansen die ik krijg. Ervaar bewust dat het een Godswonder is om na een verslaving weer in herstel te leven.
Ik probeer terug te betalen wat mij gegeven wordt. Mijn energie richt zich op het samen een mooie school zijn. Niet erg om af en toe een stapje harder te lopen. Een uurtje meer te maken. Of een keer iets uit te voeren waarvan je het belang niet in ziet. We zijn grote mensen.
De jaren rijgen zich aaneen. Met mijn collega's, waarbij een geheel eigen dynamiek ontstaat. Vormen een hecht team. Doen wat we graag willen. Jonge mensen onderwijzen. Meenemen. Soms aan de hand. Soms loslopend. Samen deel uit maken van wat groters.


dinsdag 4 september 2018

Proloog

Het schooljaar is begonnen. Een week geleden liep ik door mijn lokaal. Bezig om alles klaar te maken voor de komst van mijn leerlingen. De ramen open om alles op te frissen. Een paar dode planten weggegooid en alvast wat boeken klaargelegd. Ik had er zin in. Zelf een prachtige vakantie gehad, ik was ook erg benieuwd naar de verhalen van mijn leerlingen. De mooie en de moeilijke. De stoere, de spannende en de niet vertelde verhalen. Ook zin om de lessen weer te beginnen. Hen de kracht van taal te leren. Hoe je de dingen kunt zeggen. Proberen te begrijpen, wat anderen zeggen of schrijven. Nederlands. Prachtig vak. 
Daarnaast geef ik Burgerschap. Een vak waarbij we het er over hebben hoe we als maatschappij met elkaar omgaan. Hoe we uit kunnen reiken naar de ander. Welke afspraken we maken, om in goed fatsoen samen te leven. Geweldig mooi om samen met jonge gasten dit te ontdekken. Hoe het leven vaak bestaat uit keuzes. Die leiden tot iets.  
Wat er bij komt is, dat we fouten mogen maken, het komende jaar. We praten daar over, leren ervan en gaan door.

Het mocht niet zo zijn. Ik was er niet toen zij op school kwamen. Want de hoogste baas van de school wil dat ik wegga. Ontslaan heet dat. Een hoogste baas kan dat. En voordat iedereen nu boos wordt, wil ik zeggen dat dit helemaal niet gek is. Je werkt ergens en net zo goed dat iemand je aanneemt, mag hij of zij je ook ontslaan.

We hebben daar in Nederland wat regels over afgesproken. Als een schilder meer verf op het raam smeert, dan op het kozijn, is het niet raar, dat ie weg moet. Als iemand, die bij de groenteboer werkt, steeds tegen de klanten zegt dat de appels rot zijn, kan ie beter weggaan. Als een verpleegkundige elke dag iemand een verkeerde spuit geeft, kan hij of zij beter wat anders gaan doen. 

Wanneer je in ons land iets doet, wat je baas niet leuk vindt, ligt het moeilijker. Als je bij een Peugeotgarage werkt en je rijdt zelf in een Golf, dan mag je baas daar best iets van vinden. Hij kan zeggen dat ie het niet leuk vindt. Vragen of jij je Golf wilt inruilen voor een Peugeot bijvoorbeeld. Daar praten ze over. Misschien zegt de monteur wel, dat de baas zelf soms ook in een Golf rijdt. Of dat er in de Peugeotgarage ook reclame hangt voor een Golf. 
De monteur kan zeggen, dat voordat hij de Golf kocht, hij dit tegen zijn baas gezegd heeft. En dat zijn baas er een half jaar niets van zegt. Dat ie het vreemd vindt dat hij nu ineens in drie dagen tijd zijn Golf moet verkopen. En dat hij ondertussen niet eens in de werkplaats mag komen.

Na een heftige week heb ik het volgende besloten:
Ik ga schrijven. Dat is wat ik kan en graag doe. Ik ben een man van het vrije woord. Voor mij is structuur van belang, dus u kunt elke dag een stukje van mij verwachten. Hiermee probeer ik mijn vrede en vreugde te bewaren. Naast het verdriet en de boosheid die ik ook ervaar.
Verwacht niet, dat ik mijn school ga aanvallen. Ik werk (nou ja werkte, denk ik) op een prima school. Supergave leerlingen, fantastische collega's en een prima directie op mijn afdeling. Wel zal ik wat vragen stellen. Over de bouw waar ik wat misstanden aan het licht gebracht heb. Vragen hoe het in de wereld mogelijk is dat je van de ene op de andere dag je lokaal moet sluiten en je leerlingen weg moet sturen.
Prima dat mijn werkgever vragen heeft over mijn theater. Ook goed als het eventueel onverenigbaar blijkt met de identiteit van de school. Dat we toch wel wat uit elkaar gedreven zijn. Alles bespreekbaar. Iemand op de eerste schooldag zonder welk voorafgaand gesprek dan ook, naar huis sturen, is niet de manier. 
Sorry leerlingen uit V2C, V2D, V2E, V2G, V1F, V1G, V1C, H2B, sorry! Wij als volwassen mensen, moeten ons de ogen uit ons hoofd schamen. Op het moment dat we jullie moeten leren, hoe we als maatschappij met elkaar om zouden moeten gaan, geven wij jullie het slechtste voorbeeld. Misschien kan ik naast mijn blog weer een videokanaal openen waar jullie dan toch wat lessen kunnen volgen. Gewoon door het voorlezen van een boek. Ik zit te twijfelen tussen 'Het laatste offer', 'Woedend' of 'Machtsspel'. 














maandag 20 augustus 2018

Er spoort niemand meer



Zegt de rail tegen de biels:
'Stop nu eens met dwarsliggen'.
'Wie, ik?' roept de biels verbaasd.
 'Kijk naar jezelf; jij en die andere rail 
zijn de enige twee die anders zijn.
 Wij liggen allemaal hetzelfde.' 




zondag 19 augustus 2018

Zacheüs en een Zwarte Madonna op Zondag

Ergens verloochent afkomst zich nooit, bedenk ik met een glimlach, terwijl ik een bergpad insla, richting Rocamadour. Al vier ik de zondag anders dan vroeger, het is en blijft wel zondag. Vandaar mijn keuze voor Rocamadour. Na Lourdes de meest bezochte bedevaartsplaats in Frankrijk. Gelegen in het Centraal Massief tussen de Dordogne en de Lot. 
Terwijl ik binnendoor denk te gaan, het is 29 graden en ik heb er al een kilometer of twaalf opzitten, mis ik een afslag en kom uiteindelijk op de verkeerde berg terecht. Wel met een prachtig uitzicht op het kasteel en de kerk, die Rocamadour domineren. Mijn berg heeft trouwens ook een kasteel. Met een stuk minder bezoekers dan die van de Rocamadour. 
Nadat ik een mooie plek gevonden heb, installeer ik me voor een schrijfuurtje.
En bij gebrek aan inspiratie schrijf ik gewoon wat over Rocamadour.  Het betekent Rots van Amadour.  Deze Sint Amadour is een heilige die met zijn vrouw uit Jeruzalem gevlucht was in de vroege tijd. En volgens de overlevering niemand minder dan Zacheüs, een volgeling van Jezus. Deze was een lange tijd de opperbelastingambtenaar voor de Romeinen in Jericho, Israël. Een soort landverrader in het groot. Niet zo'n geliefd mannetje dus. Een mannetje was hij inderdaad want toen Jezus door Jericho kwam, wilde Zacheüs Hem wel eens zien. Omdat hij zo klein was, klom hij in een boom. Met als gevolg dat Jezus hem er uit riep en tot Zijn volgeling maakte. Deze Zacheüs betert zijn leven en geeft de helft van zijn goederen aan de armen. Ook belooft hij iedereen die hij benadeeld heeft het viervoudige terug te geven. Ik heb dat altijd best bijzonder gevonden. Dit betekent dat hij alles waar hij oneerlijk aangekomen was, verachtvoudigd moet hebben. Misschien had hij bankier moeten worden.
Volgens zeggen is hij gevlucht en hier neergestreken. Samen met zijn vrouw Sinte Veronica. Deze vrouw bood, volgens overlevering een doek aan, toen Jezus met Zijn kruis op weg was naar Golgotha. Dit om Zijn zweet en bloed af te vegen. Het gezicht van Jezus bleef in de doek achter. Deze doek is in de katholieke kerk een relikwie geworden. Haar naam Veronica stamt af van Vera en Icon dat 'waar beeld' betekent. Niet verwonderlijk dat deze dame de patroonheilige is van alle katholieke fotografen.
Veronica genas later een Romeinse keizer met de doek (ik dacht Tiberius). Deze keizer, genezen door een 'çhristelijke' doek, verbande hierop Pontius Pilatus daar deze Jezus had gedood.
Zacheüs en Veronica zijn dus naar Frankrijk gevlucht en hebben hier een kluizenaarsbestaan opgebouwd. Dat kan blijkbaar ook als echtpaar.
In de twaalfde eeuw werd in een tombe het lichaam van deze Amadour geheel compleet aangetroffen. Men bouwde er een kapel omheen en wachtte totdat hij op zou staan. Dit gebeurde niet. Tombe en lichaam werden in een latere godsdienstoorlog vernield.
Daarnaast is Rocamadour beroemd om zijn Zwarte Madonna. Ze hebben hier een hele originele. Soms wordt aangenomen dat deze beelden door het veelvuldig branden van kaarsen voor hen, door roet zo zwart zijn geworden. Toch las ik dat ze echt zo bedoeld zijn. Salomo zijn liefde voor zwarte vrouwen wordt al als een grondlegger gezien. In Egypte vereren ze Isis als zwarte godin. De Keltische oudheid kent naast Freya een godin die Ana heet. Zij wordt gezien als een voorloper van de Zwarte Madonna's in Frankrijk.

Veel van deze Madonna's, zowel beelden als schilderijen, zijn inmiddels ook vernield. Maar ze zijn er nog wel. Net als de doek van Veronica. Als je afgaat op het aantal kerken dat het bezit ervan claimt, is deze doek zelfs verviervoudigd. Net als de belastingteruggaaf van Zacheüs.

zaterdag 18 augustus 2018

Dwarsboom

Vanmorgen tref ik 
een dwarsboom 
op mijn pad.
Dat gebeurt 
wel vaker
maar nu 
letterlijk.

Deze 
is niet 
van zins
om aan de 
kant te gaan.
Ik baan mij een
 weg door en overlangs.


Om er tijden later achter te komen
dat het pad toch echt niet verder gaat.

Als ik gelijk bij de eerste dwarsboom
rechtsomkeert had gemaakt,
Was ik uren eerder aangekomen.
Maar had de ezels, bramen en de kunst gemist.





dinsdag 31 juli 2018

Maannacht

Ons vakantiehuis ligt tussen de Majella, een bergmassief dat onderdeel is van de Apenijnen, en Lanciano, een kustplaats aan de Adriatische Zee. Zowel de bergen als de zee zijn in een kwartiertje te bereiken.
Het huis bevindt zich tussen de wijngaarden en wordt verhuurd door een vriendelijk stel. Beiden zijn, volgens een naambordje op de poort, 'Doctor Ingenieur in de geologie'. In Italië kun je dat blijkbaar zijn zonder één woord Engels te spreken.
Als er echt gecommuniceerd moet worden, doen we dat via hun zoon die op afstand via whatsapp beschikbaar is. De dottore's  wonen in een huis annex kantoorpand grenzend aan ons huis. 
Dit huis is alleen al een vakantieplek. Met op alle kamers ladingen boeken, mooie schilderijen en gave vintage inrichting. Blijkbaar hebben de eigenaars er niet aan gedacht om hun verhuurprijs af te meten aan de inhoud van het huis. Dan was het voor ons onbetaalbaar geweest.   


Gisteren waren we een dagje aan de Adriatische kust. De auto parkeer je langs de kustweg, je struint naar beneden en een paar minuten later lig je in het water. Het kiezelstrand is even wennen aan je voeten. Wat het extra mooi maakt is de ruimte. Ondanks het ontbreken van toeristen sjouwen er wat Noord-Afrikanen rond met hun handelswaar die aan een ingewikkelde constructie aan hun nek hangt  Hier en daar staat een al dan niet verlaten stoel met een parasolletje ernaast. 

Ook een prachtige omgeving om door de buurt te struinen. Kleine paadjes die zich bergop en af slingeren. Tussen de olijfbomen en de wijngaarden door. Grappig is dat de wijngaarden hier veelal in een soort pergola-systeem aangelegd zijn.  Aan de bovenkant is er een bladerdak. Aan de onderkant groeien de trossen met druiven. Men heeft de hoogte afgesteld op de gemiddelde lengte van de streekbewoners. Niemand van ons past er rechtop onder. Daarnaast biedt het heuvellandschap prachtige vergezichten door de valleien waar de dorpjes zich bevinden.

Zeker 's avonds laat, nu het nog bijna volle maan is, loopt dit heerlijk. Al lopend bedenk ik me dat de maan hier luna genoemd wordt. Net als in het latijn. En volgens mij ook in het Roemeens. Best raar dat maan een vrouwelijk woord is. En zon een mannelijk woord. In veel oude religies werd de zon vooral als vrouw gezien en de maan als man. 

Door de toenemende mannelijke invloed schijnt dit ergens omgedraaid te zijn en is de zon weer man en de maan weer vrouw. Daarom heeft Aristoteles (die voor het eerst woorden taalkundig rubriceerde in mannelijk, vrouwelijk of onzijdig) waarschijnlijk de zon en maan hun woordkundig geslacht gegeven. En hebben de meeste talen dit overgenomen. Behalve onze Duitse buren. Deze hebben nog steeds een mannelijke maan: Der Mond. 
Terwijl de maan achter een berg verdwijnt, bedenk ik met een glimlach dat er van de mensen die het afgelopen jaar belangrijk voor me zijn geworden, er één heel vaak met de maan bezig is en de ander een hond heeft die maan heet. En dan in het Latijns. Toch nog eens vragen of het een mannetje of vrouwtje is. Die hond bedoel ik.

zondag 29 juli 2018

Bloedmaan in Bologna

Oké, er zijn leukere bezigheden. Maar niet veel. Ik heb het over een rondje hardlopen in de stad. Normaliter ren ik graag door de weidsheid van de polder, een rondje om een plas of heerlijk over de Veluwe.
Als ik op vakantie ben dan vertoeven we nog wel eens een nachtje in een grote stad. Gewoon omdat we graag reizen en we ergens een stop in moeten lassen. Of gewoon omdat we steden leuk vinden.
Naast de andere dingen die je er kunt doen, heb ik me aangewend om 's  morgens vroeg een rondje door de stad te rennen. Meestal gebruik ik het Centraal Station als uitgangspunt. Daarnaast probeer ik wat pleinen en wat parken aan te doen. Je treft er mooie dingen aan. In Parijs heb ik al meerdere keren gelopen. Waar ik 's avonds nog heerlijk van een terras kon genieten, staat nu een gemeentewerker de stoep te spuiten. Het park waar we gisteravond ons niet helemaal koosjer voelden, is nu een oase van rust. Slechts onderbroken door hier en daar een jogger of een vroege vogel die zijn route afsnijdt en zich door het park haast.
In Madrid treft me dat in de zuilengang, waar de dag ervoor nog de toeristen zich verdrongen, er nu een rij dozen ligt. Die bij mijn nadering tot leven komt. Hele gezinnen kruipen uit de dozen. Ik kan niet zien of het vluchtelingen, roma's of een soort bedelzzp'ers zijn. En wat dan nog. Het slaapt vast minder fijn op het trottoir dan ik in mijn Airbnb-bed.
Maar nu loop ik in Bologna. Een tussenstop bovenin Italië. De dag ervoor hebben we goede vrienden bezocht die bij één van de beroemde Italiaanse meren kamperen. Ook daar weer gezien waar het echt om draait: Verbinding voelen en voeden met mensen dichtbij je. 
Bologna, ooit één van de tien grootste steden van Europa, is de stad van het lekkere eten. Waar ze de bolognesesaus maken. En die gebruiken voor de tagliatelle of de lasagne. Niet voor de spaghetti; dat hebben wij bedacht.

Terwijl ik over een spoorbrug ren, kom ik hele mooie graffiti tegen. En denk ik
aan de bloedmaan die we gisteravond samen bekeken. En aan de volle maan die ons de hele reis hiernaartoe begeleidde. Als een soort vuurkolom, die ooit het oude joodse volk de weg door de woestijn wees, verscheen telkens de maan voor ons. Soms even wat naar rechts, soms wat naar links, maar altijd in ons gezichtsveld.

Inmiddels zitten we een vierhonderd kilometer onder Bologna. In een schitterend huis net buiten Mancini, een plaatsje aan de Adriatische kust. En schrijf ik dit onder een bijna volle maan.
Samen met de bloedmaan bij aankomst en de prachtige muurschildering waarin hij ook centraal staat, genoeg redenen om er naast een zonnige ook een manige vakantie van te maken.

woensdag 25 juli 2018

Heling

Ergens ben ik er nog steeds een beetje beduusd van. Vanmiddag sprak ik Bart. Bart is boerenzoon, Gelderlander en heeft meer dan twintig jaar gegokt. 
Bart zag voor vier jaar terug dat het niet langer ging. Hij bracht zijn dubbelleven in het licht. Ging in therapie. Is genezen. Naast zijn verslaving verloor hij zijn baan, zijn vriendin, huis en nogal wat mensen en dingen.
Hij kreeg en vrij leven terug. Nadat hij een tijdje vastgezeten heeft voor oplichting. Bart kreeg daarnaast ook een soort van levenslang omdat een schuldsanering er voorlopig niet in zit.
Hij is inmiddels expert in rechtzaken, loonbeslag en dergelijke. Het wachten is nu opnieuw op een toegevoegde bewindvoerder. Die laat even op zich wachten omdat de wet wat aangepast is.
Bart is naast een ex-verslaafde, die er een potje van gemaakt heeft, ook een zoon, broer, vriend, schilder en verwoed karpervisser.
Nadat hij mijn verhaal in de krant las, zocht hij contact. Dit contact mondde uit in een ontmoeting vandaag op het Centraal Station in Utrecht. Voor mij een halfuurtje reizen, voor hem een paar uur.
We hebben elkaar twee uur gesproken. We erkenden elkaar als mens met een redelijk turbulent verleden. Een verleden waar we geen van beiden trots op zijn, maar het is er wel.  We herkenden de dwaasheid in de wegen die we bewandeld hebben. We proefden een beetje van elkaars verdriet. Ook wel een beetje bitterzoet gelachen om stomme streken.  Maar bovenal waren we blij met de herkenning van het waardevolle van een vrij leven.
En weet u; mijn regisseur zegt weleens dat tranen helen. Als ze gelijk heeft, zijn er vanmiddag twee mensen weer een stukje geheeld. 

maandag 23 juli 2018

Vakantie zonder haaien

'Haaien, dat zijn het. Gewoon haaien die bloed ruiken.' Dat is wat ik denk, terwijl ik ze zie binnenkomen. Bij een collega. Betreffende collega is een aardige man en iemand die veel verstand heeft van zijn vak. Het vak dat hij meestal doceert aan vwo-leerlingen.
Totdat op onze afdeling iemand uitvalt. Hij is zo goed om in te vallen. Nadat hij dat een tijdje heeft gedaan komt hij bij me en zegt: 'Arjan, ik weet niet wat het is, maar die klas van jou is echt een probleem. Het lukt me niet om de stof erin te krijgen. Nog minder om ze enigszins in het gareel te houden.'
Nu gebeurt het wel eens vaker dat een docent klaagt over mijn mentorklas, of andersom. De meeste jaren ben ik mentor van een klas die meestal niet bekend staat om hun zucht tot leren of hun liefde voor school.
Maar dit bevreemdt me. Mijn collega lijkt me een stevige docent, die al een paar jaar meegaat en mijn klas is dat jaar niet bepaald op het oorlogspad.
We praten een uurtje en we komen tot de conclusie dat het misschien handig is, als ik een keer een lesje achterin ga zitten.

Op de bewuste dag sta ik al voor de afgesproken tijd in het gebouw van mijn collega. Dit is een havo-vwo gebouw. Terwijl ik zijdelings opgesteld sta, zie ik mijn klas binnenkomen. Ze veranderen op het moment van binnenkomst. Het lijkt alsof ze vijandelijk gebied betreden. 
Even later loop ik het lokaal van mijn collega binnen, begroet hem en ga achterin zitten. Ik open mijn laptop en neem een soort van werkhouding aan. De vragen over mijn aanwezigheid doe ik af met: 'Ja, ik kom er een uurtje bijzitten. Ben wel benieuwd hoe het hier gaat'.  Ondertussen heb ik bij de begroeting van m'n collega duidelijk laten blijken dat hij en ik prima door één deur kunnen. 
Vanaf moment één verbaas ik me over mijn klas. Ze lopen door het lokaal. Spullen van elkaar of behorend bij het interieur van het lokaal worden niet alleen aangeraakt, maar verwisselen ook van plaats.
Mijn collega moet echt vragen of ze op hun plek gaan zitten. Diana loopt dan nog met een stoel te zeulen, Maarten rommelt nog bij het prikbord, de rest praat door elkaar. Dit gaat de hele les door. Ondanks de goede bedoelingen en steeds wat dringender klinkende pogingen van mijn collega, blijft het een puinhoop. De enige leerling die echt opvalt is Anne-Marie. Zij blijft op haar plek zitten. Probeert zich te concentreren op de les en trekt zich niets aan van haar klasgenoten. Haar voorbeeldige gedrag valt hier echt uit de toon. 
Mijn natuurlijke neiging om op te springen en een paar directieven te geven, onderdruk ik. In plaats daarvan meet ik me een houding aan, als die van een toeschouwer bij een wetenschappelijk experiment.
Dan het moment dat er een potlood als een raket omhoog schiet en zich met een klap in het plafond boort. Terwijl het doodstil wordt, vibreert het potlood nog wat na. Als in een soort vooraf geoefende nasynchronisatie keren alle hoofden zich af van het projectiel en wenden zich tot hun docent.
Deze gooit zijn boek op het bureau en brult: 'Wie was dat?'
Waarop ik schuin voor me Gerrit hoor zeggen: Ik meneer', terwijl hij gelijktijdig zijn vinger opsteekt.
Mijn collega beent naar hem toe en zegt: 'Wat was jij aan het doen?' Woord voor woord benadrukt hij. Met de klemtoon het meest op 'jij'.
Gerrit kijkt hem aan, ik zie zijn blik en denk;'oh nee, niet doen Gerrit', en pakt een ander potlood. Dat legt hij op de rand van zijn tafeltje. Iets erover heen. Vervolgens geeft hij met de zijkant van zijn hand een klap op het overstekende gedeelte.
Het potlood vliegt omhoog en Gerrit de klas uit.
Als ik aan het eind van de dag een gesprek heb met de collega vertelt hij me hoe hij altijd extra voorzichtig is met mijn klas. 'Het zijn tenslotte vmbo'ers, dus ik gun ze wat meer ruimte.' zegt hij. Erg lief maar niet helpend. Een leerling vragen of hij wil gaan zitten, is echt iets anders dan zeggen: 'Ga zitten'. Net zoals een klas zeggen: 'Ik wil graag gaan beginnen' een andere boodschap is dan zeggen: 'We gaan beginnen', of zelfs: 'We beginnen'. 
Een vmbo'er vragen wat hij doet, staat gelijk aan de vraag of hij het voor wil doen. Nee, dit is geen excuus voor Gerrit zijn gedrag. Zijn gedrag is fout en brutaal. Maar er is wel een verklaring voor.
Ik schrijf dit stuk niet om mijn collega te kijk te zetten (eerlijk gezegd is het bovenstaande een samenstelling van diverse soortgelijke gebeurtenissen). Genoemde collega is een topdocent. Hij bezit ongelooflijk veel kennis en brengt dit op een hele mooie manier over op zijn vwo-leerlingen.
In het onderwijs gaat het niet alleen over goed en slecht les kunnen geven. Zelfs niet over goed en slecht met leerlingen kunnen omgaan. Het gaat ook over randvoorwaarden waarmee we het onszelf, vaak onbewust, moeilijk maken.
En weet u? Soms zijn zelfs docenten aan vakantie toe.






dinsdag 17 juli 2018

Burgemeester Jamessingel

Als je Gouda vanaf de snelweg binnenrijdt, via de Goudse Poort, en je slaat net voor het spoorviaduct linksaf, dan kom je op de Jamessingel. Deze loopt aan het andere eind, via het Albert Plesmanplein, de Statensingel of de Graaf Florisweg op. De Burgemeester Jamessingel is ongeveer een anderhalve kilometer lang.
De naam is afkomstig van Karel Frederik Otto James. Deze was van 1938 tot 1964 burgemeester van Gouda. Al snel na zijn aantreden werd hij in het begin van de oorlog gearresteerd en vastgezet in het ‘Oranjehotel’  in Scheveningen. Dit omdat hij een Duitse officier beledigd zou hebben.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen

Verbannen uit Gouda

Voor deze misdaad kreeg hij een jaar gevangenisstraf en werd hij verbannen uit Gouda. Na het uitzitten van zijn straf, vestigde hij zich in Rotterdam en dook daar al snel onder. Tijdens de bevrijding meldde hij zich in Gouda en pakte daar zijn functie van burgemeester weer op.
Het is aan hem te danken dat diverse oude gebouwen (zoals de Waag en het Stadhuis) gerestaureerd zijn. Daarnaast maakte hij Gouda graag groter. Hij probeerde de gemeentegrenzen wat op te rekken. Iets dat de omliggende gemeenten niet heel erg konden waarderen.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen

Spoordijk

Vanaf het begin volgt de Jamessingel de naastliggende spoordijk. De eerste helft aan de rechterkant bestaat voornamelijk uit gras, water en dijk. Aan de linkerkant heb je dan een woonwijk die als een uitloper van de wijk Bloemendaal het dichtst tegen de stad aanligt.
Halverwege staat links een grote school. Eerst de Driestar als opleidingsschool voor meesters en juffen. Iets verderop de gebouwen waar leraren opgeleid worden en andere onderwijsgerelateerde zaken een belangrijke plaats hebben. Schuin erachter de gebouwen van het Driestar college, waar menig Gouwenaar mooie herinneringen aan heeft. Duizenden leerlingen hebben hier hun weg weten te vinden. Waar ook de schrijver van dit stukje een bijdrage aan mag leveren als leraar.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen

Wellant college

Iets verderop tref je de achterkant van het Wellant college aan. Deze groene onderwijsinstelling biedt zowel vmbo als mbo aan. Mooi om te zien hoe zij midden in de stad toch een groene uitstraling hebben. En dat komt niet alleen door de kassen die er staan.
Aan de linkerkant wordt de Jamessingel vervolgd door hoogbouw. Dit grote flatgebouw uit de jaren zeventig was tot voor kort typerend voor het uitzicht als je uit het station richting Bloemendaal ging. Diverse andere, hogere en nieuwere gebouwen hebben nu deze functie overgenomen.
Als we nu teruggaan ontdekken we aan de andere kant – de spoorzijde dus – de verschillende gebouwen achter elkaar. Een groot hoog kantoorgebouw wordt opgevolgd door het Huis van de Stad. Mooi gesitueerd met een ruim plein eromheen.  Mooie spiegelende glazen waarin ik mezelf altijd even check als ik hardlopend voorbij kom. Hierdoor ga ik automatisch wat rechterop lopen.
Tekst gaat verder onder de foto.

Foto: Arjan van Assen

Nieuwe ID

Dit is ook de plek waar ik vorige week kwam voor een nieuwe ID. Mijn paspoort was verlopen, dus ik had een afspraak ingepland via de computer (thuis). De zuil in de centrale hal bleef maar zeggen dat ik geen afspraak had. Zelfs na tussenkomst van twee allervriendelijkste medewerkers bleef de zuil maar zeggen ‘ u heeft geen afspraak’.  Na veel gezoek en gedoe bleek ik zelf de afspraak verkeerd ingepland te hebben. Na dit hersteld te hebben, kreeg ik een nieuwe afspraak.
Tijdens deze afspraak knipte een andere vriendelijke dame twee grote gaten in mijn paspoort en gaf mij een papier waar ik vandaag mijn nieuwe ID kon afhalen. Nadat de zuil mij deze keer wel herkende en vriendelijk verwelkomde, mocht ik plaats nemen.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen
Na tien minuten was ik aan de beurt. De dame vroeg naar mijn ID. Ik kon nog net inslikken: die kom ik juist halen. En dus geef ik mijn oude paspoort. “Die is niet geldig meneer”….. Nee dat klopt, uiteindelijk was dat de reden van mijn stadhuisbezoek en ontluikende vriendschap met zuil. Gelukkig bracht mijn rijbewijs uitkomst. Ja ik weet het; we doen dit met zijn allen. Het is ook geen kritiek, maar soms maken we het best ingewikkeld.

Samaritaan


Deze week heb ik een kerkenraadsvergadering.  Dit  keer moet ik naar een kerkgebouw aan de rand van de stad. Hiervoor moet ik door een wijk die wat problemen gaf in het verleden. Ooit rukte de brandweer alleen uit naar deze wijk als er politie meeging. Een streekvervoerder hief een buslijn op in verband met escalerend geweld tegen hun chauffeurs.
De laatste jaren gaat het beter. Maar het blijft een snel ontvlambaar wijkje. Halverwege de wijk zie ik twee fietsers voor me. Ik herken ze als een dominee en een ouderling.  Terwijl ik wat harder trap, zie ik wat vreemds. Er staat een auto schuin op de straat. Hij blokkeert de fietsstrook. Ik zie dat  rook uit de omhoogstaande motorkap wolkt. Iemand ligt half onder de auto. Alleen de benen en een paar voeten zijn te zien.
Inmiddels zie ik mijn collega's, de dominee en de ouderling, snel doorrijden. Gelijk hebben ze, de vergadering begint over een paar minuten. En deze bijeenkomst is belangrijk. Gaat over missionair bezig zijn in de stad en hoe we ons uit kunnen strekken naar de ander.
Zelf aarzel ik ook niet. Als diaken heb ik wat geld bij me dat ik vanavond nog aan een andere diaken moet overhandigen. Is bedoeld voor een gezin dat met armoede te kampen heeft. Ze hebben de laatste tijd pech gehad, iets met een auto-ongeluk en zo.  
Stel dat dit ongeluk hier in scene gezet is om mij te beroven, bedenk ik me. Ik fiets met een grote boog om de auto heen.
Met dit verhaal deed ik deze week een dagopening voor een honderd leerlingen. Leerlingen die zich gaan inzetten voor een plaatselijk goed doel. Om het verhaal van de barmhartige Samaritaan aanschouwelijk te maken, gebruikte ik deze vergelijking. Ik rondde af met een allochtoon die achter me aan kwam en zich over het slachtoffer ontfermde.
Het verhaal komt deze week een paar keer terug.
In de organiserende, de redelijke en de rauwe vorm. 
De organiserende is het makkelijkst. We plaatsen gevaarsborden.  Een commissie wordt in het leven geroepen om soortgelijke ongelukken te voorkomen. Een andere commissie die mensen opleidt om hulp te bieden. We zoeken uit welke kleur piloontjes we de volgende keer om zo’n incident neer zetten. Wie de hesjes gaat regelen als er weer een auto overdwars op de weg staat.
Dan de redelijke. Komt er op neer dat we iedereen een beetje gelijk moeten geven.  Het slachtoffer, de voorbijgaande fietsers en de wijk. Polderen heet dat. Voor de economie schijnt het te werken. Voor minderheden is het funest. En van water in de wijn word je niet altijd vrolijk.

De rauwe komt ook langs. Pijnlijk. De rauwe zegt: 'Er heeft nooit iemand aan de kant van de weg gelegen.' En als er al iemand lag, was het zijn eigen schuld. Dus maak er alsjeblieft geen drama van. Doe de doos dicht. Het wrak is weggetakeld en het slachtoffer opgelapt. En de buurt is bekomen van de klap. Laten we alsjeblieft verder vergaderen.



Onlangs postte ik dit blog. Op mijn persoonlijke facebookpagina. Deze week raakte het me keihard dat elkaar echt zien soms moeilijk is. Ook in onze gemeente. En nee, dit is geen verwijt. Wel een oproep om 'het ambt aller gelovigen' uit te oefenen. Dat mogen we.