zaterdag 18 augustus 2018

Dwarsboom

Vanmorgen tref ik 
een dwarsboom 
op mijn pad.
Dat gebeurt 
wel vaker
maar nu 
letterlijk.

Deze 
is niet 
van zins
om aan de 
kant te gaan.
Ik baan mij een
 weg door en overlangs.


Om er tijden later achter te komen
dat het pad toch echt niet verder gaat.

Als ik gelijk bij de eerste dwarsboom
rechtsomkeert had gemaakt,
Was ik uren eerder aangekomen.
Maar had de ezels, bramen en de kunst gemist.





dinsdag 31 juli 2018

Maannacht

Ons vakantiehuis ligt tussen de Majella, een bergmassief dat onderdeel is van de Apenijnen, en Lanciano, een kustplaats aan de Adriatische Zee. Zowel de bergen als de zee zijn in een kwartiertje te bereiken.
Het huis bevindt zich tussen de wijngaarden en wordt verhuurd door een vriendelijk stel. Beiden zijn, volgens een naambordje op de poort, 'Doctor Ingenieur in de geologie'. In Italië kun je dat blijkbaar zijn zonder één woord Engels te spreken.
Als er echt gecommuniceerd moet worden, doen we dat via hun zoon die op afstand via whatsapp beschikbaar is. De dottore's  wonen in een huis annex kantoorpand grenzend aan ons huis. 
Dit huis is alleen al een vakantieplek. Met op alle kamers ladingen boeken, mooie schilderijen en gave vintage inrichting. Blijkbaar hebben de eigenaars er niet aan gedacht om hun verhuurprijs af te meten aan de inhoud van het huis. Dan was het voor ons onbetaalbaar geweest.   


Gisteren waren we een dagje aan de Adriatische kust. De auto parkeer je langs de kustweg, je struint naar beneden en een paar minuten later lig je in het water. Het kiezelstrand is even wennen aan je voeten. Wat het extra mooi maakt is de ruimte. Ondanks het ontbreken van toeristen sjouwen er wat Noord-Afrikanen rond met hun handelswaar die aan een ingewikkelde constructie aan hun nek hangt  Hier en daar staat een al dan niet verlaten stoel met een parasolletje ernaast. 

Ook een prachtige omgeving om door de buurt te struinen. Kleine paadjes die zich bergop en af slingeren. Tussen de olijfbomen en de wijngaarden door. Grappig is dat de wijngaarden hier veelal in een soort pergola-systeem aangelegd zijn.  Aan de bovenkant is er een bladerdak. Aan de onderkant groeien de trossen met druiven. Men heeft de hoogte afgesteld op de gemiddelde lengte van de streekbewoners. Niemand van ons past er rechtop onder. Daarnaast biedt het heuvellandschap prachtige vergezichten door de valleien waar de dorpjes zich bevinden.

Zeker 's avonds laat, nu het nog bijna volle maan is, loopt dit heerlijk. Al lopend bedenk ik me dat de maan hier luna genoemd wordt. Net als in het latijn. En volgens mij ook in het Roemeens. Best raar dat maan een vrouwelijk woord is. En zon een mannelijk woord. In veel oude religies werd de zon vooral als vrouw gezien en de maan als man. 

Door de toenemende mannelijke invloed schijnt dit ergens omgedraaid te zijn en is de zon weer man en de maan weer vrouw. Daarom heeft Aristoteles (die voor het eerst woorden taalkundig rubriceerde in mannelijk, vrouwelijk of onzijdig) waarschijnlijk de zon en maan hun woordkundig geslacht gegeven. En hebben de meeste talen dit overgenomen. Behalve onze Duitse buren. Deze hebben nog steeds een mannelijke maan: Der Mond. 
Terwijl de maan achter een berg verdwijnt, bedenk ik met een glimlach dat er van de mensen die het afgelopen jaar belangrijk voor me zijn geworden, er één heel vaak met de maan bezig is en de ander een hond heeft die maan heet. En dan in het Latijns. Toch nog eens vragen of het een mannetje of vrouwtje is. Die hond bedoel ik.

zondag 29 juli 2018

Bloedmaan in Bologna

Oké, er zijn leukere bezigheden. Maar niet veel. Ik heb het over een rondje hardlopen in de stad. Normaliter ren ik graag door de weidsheid van de polder, een rondje om een plas of heerlijk over de Veluwe.
Als ik op vakantie ben dan vertoeven we nog wel eens een nachtje in een grote stad. Gewoon omdat we graag reizen en we ergens een stop in moeten lassen. Of gewoon omdat we steden leuk vinden.
Naast de andere dingen die je er kunt doen, heb ik me aangewend om 's  morgens vroeg een rondje door de stad te rennen. Meestal gebruik ik het Centraal Station als uitgangspunt. Daarnaast probeer ik wat pleinen en wat parken aan te doen. Je treft er mooie dingen aan. In Parijs heb ik al meerdere keren gelopen. Waar ik 's avonds nog heerlijk van een terras kon genieten, staat nu een gemeentewerker de stoep te spuiten. Het park waar we gisteravond ons niet helemaal koosjer voelden, is nu een oase van rust. Slechts onderbroken door hier en daar een jogger of een vroege vogel die zijn route afsnijdt en zich door het park haast.
In Madrid treft me dat in de zuilengang, waar de dag ervoor nog de toeristen zich verdrongen, er nu een rij dozen ligt. Die bij mijn nadering tot leven komt. Hele gezinnen kruipen uit de dozen. Ik kan niet zien of het vluchtelingen, roma's of een soort bedelzzp'ers zijn. En wat dan nog. Het slaapt vast minder fijn op het trottoir dan ik in mijn Airbnb-bed.
Maar nu loop ik in Bologna. Een tussenstop bovenin Italië. De dag ervoor hebben we goede vrienden bezocht die bij één van de beroemde Italiaanse meren kamperen. Ook daar weer gezien waar het echt om draait: Verbinding voelen en voeden met mensen dichtbij je. 
Bologna, ooit één van de tien grootste steden van Europa, is de stad van het lekkere eten. Waar ze de bolognesesaus maken. En die gebruiken voor de tagliatelle of de lasagne. Niet voor de spaghetti; dat hebben wij bedacht.

Terwijl ik over een spoorbrug ren, kom ik hele mooie graffiti tegen. En denk ik
aan de bloedmaan die we gisteravond samen bekeken. En aan de volle maan die ons de hele reis hiernaartoe begeleidde. Als een soort vuurkolom, die ooit het oude joodse volk de weg door de woestijn wees, verscheen telkens de maan voor ons. Soms even wat naar rechts, soms wat naar links, maar altijd in ons gezichtsveld.

Inmiddels zitten we een vierhonderd kilometer onder Bologna. In een schitterend huis net buiten Mancini, een plaatsje aan de Adriatische kust. En schrijf ik dit onder een bijna volle maan.
Samen met de bloedmaan bij aankomst en de prachtige muurschildering waarin hij ook centraal staat, genoeg redenen om er naast een zonnige ook een manige vakantie van te maken.

woensdag 25 juli 2018

Heling

Ergens ben ik er nog steeds een beetje beduusd van. Vanmiddag sprak ik Bart. Bart is boerenzoon, Gelderlander en heeft meer dan twintig jaar gegokt. 
Bart zag voor vier jaar terug dat het niet langer ging. Hij bracht zijn dubbelleven in het licht. Ging in therapie. Is genezen. Naast zijn verslaving verloor hij zijn baan, zijn vriendin, huis en nogal wat mensen en dingen.
Hij kreeg en vrij leven terug. Nadat hij een tijdje vastgezeten heeft voor oplichting. Bart kreeg daarnaast ook een soort van levenslang omdat een schuldsanering er voorlopig niet in zit.
Hij is inmiddels expert in rechtzaken, loonbeslag en dergelijke. Het wachten is nu opnieuw op een toegevoegde bewindvoerder. Die laat even op zich wachten omdat de wet wat aangepast is.
Bart is naast een ex-verslaafde, die er een potje van gemaakt heeft, ook een zoon, broer, vriend, schilder en verwoed karpervisser.
Nadat hij mijn verhaal in de krant las, zocht hij contact. Dit contact mondde uit in een ontmoeting vandaag op het Centraal Station in Utrecht. Voor mij een halfuurtje reizen, voor hem een paar uur.
We hebben elkaar twee uur gesproken. We erkenden elkaar als mens met een redelijk turbulent verleden. Een verleden waar we geen van beiden trots op zijn, maar het is er wel.  We herkenden de dwaasheid in de wegen die we bewandeld hebben. We proefden een beetje van elkaars verdriet. Ook wel een beetje bitterzoet gelachen om stomme streken.  Maar bovenal waren we blij met de herkenning van het waardevolle van een vrij leven.
En weet u; mijn regisseur zegt weleens dat tranen helen. Als ze gelijk heeft, zijn er vanmiddag twee mensen weer een stukje geheeld. 

maandag 23 juli 2018

Vakantie zonder haaien

'Haaien, dat zijn het. Gewoon haaien die bloed ruiken.' Dat is wat ik denk, terwijl ik ze zie binnenkomen. Bij een collega. Betreffende collega is een aardige man en iemand die veel verstand heeft van zijn vak. Het vak dat hij meestal doceert aan vwo-leerlingen.
Totdat op onze afdeling iemand uitvalt. Hij is zo goed om in te vallen. Nadat hij dat een tijdje heeft gedaan komt hij bij me en zegt: 'Arjan, ik weet niet wat het is, maar die klas van jou is echt een probleem. Het lukt me niet om de stof erin te krijgen. Nog minder om ze enigszins in het gareel te houden.'
Nu gebeurt het wel eens vaker dat een docent klaagt over mijn mentorklas, of andersom. De meeste jaren ben ik mentor van een klas die meestal niet bekend staat om hun zucht tot leren of hun liefde voor school.
Maar dit bevreemdt me. Mijn collega lijkt me een stevige docent, die al een paar jaar meegaat en mijn klas is dat jaar niet bepaald op het oorlogspad.
We praten een uurtje en we komen tot de conclusie dat het misschien handig is, als ik een keer een lesje achterin ga zitten.

Op de bewuste dag sta ik al voor de afgesproken tijd in het gebouw van mijn collega. Dit is een havo-vwo gebouw. Terwijl ik zijdelings opgesteld sta, zie ik mijn klas binnenkomen. Ze veranderen op het moment van binnenkomst. Het lijkt alsof ze vijandelijk gebied betreden. 
Even later loop ik het lokaal van mijn collega binnen, begroet hem en ga achterin zitten. Ik open mijn laptop en neem een soort van werkhouding aan. De vragen over mijn aanwezigheid doe ik af met: 'Ja, ik kom er een uurtje bijzitten. Ben wel benieuwd hoe het hier gaat'.  Ondertussen heb ik bij de begroeting van m'n collega duidelijk laten blijken dat hij en ik prima door één deur kunnen. 
Vanaf moment één verbaas ik me over mijn klas. Ze lopen door het lokaal. Spullen van elkaar of behorend bij het interieur van het lokaal worden niet alleen aangeraakt, maar verwisselen ook van plaats.
Mijn collega moet echt vragen of ze op hun plek gaan zitten. Diana loopt dan nog met een stoel te zeulen, Maarten rommelt nog bij het prikbord, de rest praat door elkaar. Dit gaat de hele les door. Ondanks de goede bedoelingen en steeds wat dringender klinkende pogingen van mijn collega, blijft het een puinhoop. De enige leerling die echt opvalt is Anne-Marie. Zij blijft op haar plek zitten. Probeert zich te concentreren op de les en trekt zich niets aan van haar klasgenoten. Haar voorbeeldige gedrag valt hier echt uit de toon. 
Mijn natuurlijke neiging om op te springen en een paar directieven te geven, onderdruk ik. In plaats daarvan meet ik me een houding aan, als die van een toeschouwer bij een wetenschappelijk experiment.
Dan het moment dat er een potlood als een raket omhoog schiet en zich met een klap in het plafond boort. Terwijl het doodstil wordt, vibreert het potlood nog wat na. Als in een soort vooraf geoefende nasynchronisatie keren alle hoofden zich af van het projectiel en wenden zich tot hun docent.
Deze gooit zijn boek op het bureau en brult: 'Wie was dat?'
Waarop ik schuin voor me Gerrit hoor zeggen: Ik meneer', terwijl hij gelijktijdig zijn vinger opsteekt.
Mijn collega beent naar hem toe en zegt: 'Wat was jij aan het doen?' Woord voor woord benadrukt hij. Met de klemtoon het meest op 'jij'.
Gerrit kijkt hem aan, ik zie zijn blik en denk;'oh nee, niet doen Gerrit', en pakt een ander potlood. Dat legt hij op de rand van zijn tafeltje. Iets erover heen. Vervolgens geeft hij met de zijkant van zijn hand een klap op het overstekende gedeelte.
Het potlood vliegt omhoog en Gerrit de klas uit.
Als ik aan het eind van de dag een gesprek heb met de collega vertelt hij me hoe hij altijd extra voorzichtig is met mijn klas. 'Het zijn tenslotte vmbo'ers, dus ik gun ze wat meer ruimte.' zegt hij. Erg lief maar niet helpend. Een leerling vragen of hij wil gaan zitten, is echt iets anders dan zeggen: 'Ga zitten'. Net zoals een klas zeggen: 'Ik wil graag gaan beginnen' een andere boodschap is dan zeggen: 'We gaan beginnen', of zelfs: 'We beginnen'. 
Een vmbo'er vragen wat hij doet, staat gelijk aan de vraag of hij het voor wil doen. Nee, dit is geen excuus voor Gerrit zijn gedrag. Zijn gedrag is fout en brutaal. Maar er is wel een verklaring voor.
Ik schrijf dit stuk niet om mijn collega te kijk te zetten (eerlijk gezegd is het bovenstaande een samenstelling van diverse soortgelijke gebeurtenissen). Genoemde collega is een topdocent. Hij bezit ongelooflijk veel kennis en brengt dit op een hele mooie manier over op zijn vwo-leerlingen.
In het onderwijs gaat het niet alleen over goed en slecht les kunnen geven. Zelfs niet over goed en slecht met leerlingen kunnen omgaan. Het gaat ook over randvoorwaarden waarmee we het onszelf, vaak onbewust, moeilijk maken.
En weet u? Soms zijn zelfs docenten aan vakantie toe.






dinsdag 17 juli 2018

Burgemeester Jamessingel

Als je Gouda vanaf de snelweg binnenrijdt, via de Goudse Poort, en je slaat net voor het spoorviaduct linksaf, dan kom je op de Jamessingel. Deze loopt aan het andere eind, via het Albert Plesmanplein, de Statensingel of de Graaf Florisweg op. De Burgemeester Jamessingel is ongeveer een anderhalve kilometer lang.
De naam is afkomstig van Karel Frederik Otto James. Deze was van 1938 tot 1964 burgemeester van Gouda. Al snel na zijn aantreden werd hij in het begin van de oorlog gearresteerd en vastgezet in het ‘Oranjehotel’  in Scheveningen. Dit omdat hij een Duitse officier beledigd zou hebben.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen

Verbannen uit Gouda

Voor deze misdaad kreeg hij een jaar gevangenisstraf en werd hij verbannen uit Gouda. Na het uitzitten van zijn straf, vestigde hij zich in Rotterdam en dook daar al snel onder. Tijdens de bevrijding meldde hij zich in Gouda en pakte daar zijn functie van burgemeester weer op.
Het is aan hem te danken dat diverse oude gebouwen (zoals de Waag en het Stadhuis) gerestaureerd zijn. Daarnaast maakte hij Gouda graag groter. Hij probeerde de gemeentegrenzen wat op te rekken. Iets dat de omliggende gemeenten niet heel erg konden waarderen.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen

Spoordijk

Vanaf het begin volgt de Jamessingel de naastliggende spoordijk. De eerste helft aan de rechterkant bestaat voornamelijk uit gras, water en dijk. Aan de linkerkant heb je dan een woonwijk die als een uitloper van de wijk Bloemendaal het dichtst tegen de stad aanligt.
Halverwege staat links een grote school. Eerst de Driestar als opleidingsschool voor meesters en juffen. Iets verderop de gebouwen waar leraren opgeleid worden en andere onderwijsgerelateerde zaken een belangrijke plaats hebben. Schuin erachter de gebouwen van het Driestar college, waar menig Gouwenaar mooie herinneringen aan heeft. Duizenden leerlingen hebben hier hun weg weten te vinden. Waar ook de schrijver van dit stukje een bijdrage aan mag leveren als leraar.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen

Wellant college

Iets verderop tref je de achterkant van het Wellant college aan. Deze groene onderwijsinstelling biedt zowel vmbo als mbo aan. Mooi om te zien hoe zij midden in de stad toch een groene uitstraling hebben. En dat komt niet alleen door de kassen die er staan.
Aan de linkerkant wordt de Jamessingel vervolgd door hoogbouw. Dit grote flatgebouw uit de jaren zeventig was tot voor kort typerend voor het uitzicht als je uit het station richting Bloemendaal ging. Diverse andere, hogere en nieuwere gebouwen hebben nu deze functie overgenomen.
Als we nu teruggaan ontdekken we aan de andere kant – de spoorzijde dus – de verschillende gebouwen achter elkaar. Een groot hoog kantoorgebouw wordt opgevolgd door het Huis van de Stad. Mooi gesitueerd met een ruim plein eromheen.  Mooie spiegelende glazen waarin ik mezelf altijd even check als ik hardlopend voorbij kom. Hierdoor ga ik automatisch wat rechterop lopen.
Tekst gaat verder onder de foto.

Foto: Arjan van Assen

Nieuwe ID

Dit is ook de plek waar ik vorige week kwam voor een nieuwe ID. Mijn paspoort was verlopen, dus ik had een afspraak ingepland via de computer (thuis). De zuil in de centrale hal bleef maar zeggen dat ik geen afspraak had. Zelfs na tussenkomst van twee allervriendelijkste medewerkers bleef de zuil maar zeggen ‘ u heeft geen afspraak’.  Na veel gezoek en gedoe bleek ik zelf de afspraak verkeerd ingepland te hebben. Na dit hersteld te hebben, kreeg ik een nieuwe afspraak.
Tijdens deze afspraak knipte een andere vriendelijke dame twee grote gaten in mijn paspoort en gaf mij een papier waar ik vandaag mijn nieuwe ID kon afhalen. Nadat de zuil mij deze keer wel herkende en vriendelijk verwelkomde, mocht ik plaats nemen.
Tekst gaat verder onder de foto.
burgemeester jamessingel
Foto: Arjan van Assen
Na tien minuten was ik aan de beurt. De dame vroeg naar mijn ID. Ik kon nog net inslikken: die kom ik juist halen. En dus geef ik mijn oude paspoort. “Die is niet geldig meneer”….. Nee dat klopt, uiteindelijk was dat de reden van mijn stadhuisbezoek en ontluikende vriendschap met zuil. Gelukkig bracht mijn rijbewijs uitkomst. Ja ik weet het; we doen dit met zijn allen. Het is ook geen kritiek, maar soms maken we het best ingewikkeld.

Samaritaan


Deze week heb ik een kerkenraadsvergadering.  Dit  keer moet ik naar een kerkgebouw aan de rand van de stad. Hiervoor moet ik door een wijk die wat problemen gaf in het verleden. Ooit rukte de brandweer alleen uit naar deze wijk als er politie meeging. Een streekvervoerder hief een buslijn op in verband met escalerend geweld tegen hun chauffeurs.
De laatste jaren gaat het beter. Maar het blijft een snel ontvlambaar wijkje. Halverwege de wijk zie ik twee fietsers voor me. Ik herken ze als een dominee en een ouderling.  Terwijl ik wat harder trap, zie ik wat vreemds. Er staat een auto schuin op de straat. Hij blokkeert de fietsstrook. Ik zie dat  rook uit de omhoogstaande motorkap wolkt. Iemand ligt half onder de auto. Alleen de benen en een paar voeten zijn te zien.
Inmiddels zie ik mijn collega's, de dominee en de ouderling, snel doorrijden. Gelijk hebben ze, de vergadering begint over een paar minuten. En deze bijeenkomst is belangrijk. Gaat over missionair bezig zijn in de stad en hoe we ons uit kunnen strekken naar de ander.
Zelf aarzel ik ook niet. Als diaken heb ik wat geld bij me dat ik vanavond nog aan een andere diaken moet overhandigen. Is bedoeld voor een gezin dat met armoede te kampen heeft. Ze hebben de laatste tijd pech gehad, iets met een auto-ongeluk en zo.  
Stel dat dit ongeluk hier in scene gezet is om mij te beroven, bedenk ik me. Ik fiets met een grote boog om de auto heen.
Met dit verhaal deed ik deze week een dagopening voor een honderd leerlingen. Leerlingen die zich gaan inzetten voor een plaatselijk goed doel. Om het verhaal van de barmhartige Samaritaan aanschouwelijk te maken, gebruikte ik deze vergelijking. Ik rondde af met een allochtoon die achter me aan kwam en zich over het slachtoffer ontfermde.
Het verhaal komt deze week een paar keer terug.
In de organiserende, de redelijke en de rauwe vorm. 
De organiserende is het makkelijkst. We plaatsen gevaarsborden.  Een commissie wordt in het leven geroepen om soortgelijke ongelukken te voorkomen. Een andere commissie die mensen opleidt om hulp te bieden. We zoeken uit welke kleur piloontjes we de volgende keer om zo’n incident neer zetten. Wie de hesjes gaat regelen als er weer een auto overdwars op de weg staat.
Dan de redelijke. Komt er op neer dat we iedereen een beetje gelijk moeten geven.  Het slachtoffer, de voorbijgaande fietsers en de wijk. Polderen heet dat. Voor de economie schijnt het te werken. Voor minderheden is het funest. En van water in de wijn word je niet altijd vrolijk.

De rauwe komt ook langs. Pijnlijk. De rauwe zegt: 'Er heeft nooit iemand aan de kant van de weg gelegen.' En als er al iemand lag, was het zijn eigen schuld. Dus maak er alsjeblieft geen drama van. Doe de doos dicht. Het wrak is weggetakeld en het slachtoffer opgelapt. En de buurt is bekomen van de klap. Laten we alsjeblieft verder vergaderen.



Onlangs postte ik dit blog. Op mijn persoonlijke facebookpagina. Deze week raakte het me keihard dat elkaar echt zien soms moeilijk is. Ook in onze gemeente. En nee, dit is geen verwijt. Wel een oproep om 'het ambt aller gelovigen' uit te oefenen. Dat mogen we. 

vrijdag 29 juni 2018

Nu is het weer aan


(op 27 juni gepubliceerd in het Nederlands Dagblad)
Het schooljaar is bijna ten einde.  Schoolreisjes naar alle windstreken, laatste lesstof behandelen en toetsweek volgen elkaar in rap tempo op. Heerlijk om te leven in het ritme van een school. Elk jaar kunnen we afsluiten en vervolgens na een lange vakantieperiode opnieuw beginnen.
Ergens heerst in ons gebouw ook een 'toe zijn aan vakantie'. Niet in het minst bij de leerlingen. In deze tijd van het jaar leg ik mijn leerlingen ook een lijstje met vragen voor. Vragen over hoe zij het afgelopen jaar ervaren hebben.Wat goed ging en wat beter kon. Met betrekking tot de school, de lessen van mij en hun eigen aandeel daarin.
Elk jaar sta ik verbaasd over hun scherpe manier van waarnemen. Ze vertellen wat goed en wat minder gaat. Het blijft school. Per definitie iets dat niet leuk is voor hen. Maar er valt ook te lezen dat ze het naar hun zin hebben. Leuke fietsgroepen en lol in de pauze. De meesten.
Dan de lessen. Altijd te veel, meestal te lang en vaak saai. Dat is hun bevinding. Ik denk dat ze hier een punt hebben. Zeker in drukke periodes is het voor ons als leerkracht een valkuil om op de automatische piloot te gaan. Als professionele docent lukt ons dat, maar de leerling voelt het. De ziel is er dan wel uit. 
Nee, we kunnen niet elke dag top presteren maar de leerling zeven keer per dag een uur een lokaal injagen is niet altijd heel vruchtbaar.
Over mijn eigen lessen krijg ik tops en tips. Ook na vijftien jaar onderwijs geven, kun je nog steeds van je leerling leren. Niet altijd toepasbaar. Ze willen graag meer verhalen en minder spelling en grammatica. 
Dan de vragen die gaan over mentoraat en zaken om de lessen heen.
De tevredenheid, vergevingsgezindheid en loyaliteit die uit de antwoorden naar voren komen raken me. Het leert me dit jaar drie lessen:
-Strek je uit naar je leerling, geef wat vertrouwen en hij of zij brengt een geweldige verbinding tot stand. Neem die halve minuut om te vragen hoe het gaat. Zorg dat je elke leerling echt even ziet. Is iets anders dan de klas rondkijken.
-Geef je fouten toe als docent en  zeg gewoon sorry als je het verknalt. Dan ontstaat er ruimte om opnieuw te beginnen. Je laat de leerling zien dat fouten maken mag, en nieuwe kansen gewoon verkrijgbaar zijn. Daarnaast ziet hij of zij dat je gewoon mens bent. Met je hebbelijkheden en onhebbelijkheden.
-Schaam je niet voor je zwaktes. Geef gewoon aan dat je sommige dingen lastig vindt. Dat is iets anders dan over je heen laten lopen. Zij kunnen zich niet identificeren met een volmaakt persoon.  Maar een keer zeggen dat ik wat chagrijnig bent en de reden erbij noemen is gegarandeerd een succes als ik ze vervolgens vraagt om rustig aan het werk te gaan en mij een kwartiertje met rust te laten.
Het meest treft me nog wel het blaadje van Harrold. Hij schrijft: 'Bedankt dat toen mijn verkering uit was ik bij u kwam. U zei dat ik best boos en verdrietig kon zijn. Dat ben ik toen geworden. Nu is het weer aan'
Deze leerling had verkering met een klasgenootje. Toen het uitraakte kwam hij bij me. Hij zie: " Ik weet niet of ik boos of verdrietig moet zijn." Ik gaf hem terug: "Misschien beide." 






dinsdag 19 juni 2018

Biggetje

Vandaag gaan we met de klas naar een zeugenhouderij. Dat is een varkensbedrijf waar biggen worden gefokt. 

Voordat u meent dat we naar een leuke boerderij gaan waar een aantal zeugen lekker rond baggeren in de modder, eventueel met een bronstige beer die ze af en toe bespringt, moet ik u uit de droom helpen.
Heb namelijk met de klas vooraf wat onderzoek gedaan.
De gemiddelde zeug mag twee jaar produceren. Zo heet dat. Zij wordt geïnsemineerd (ja, met een rietje) en moet dan zwanger worden. Na twee pogingen nog niet zwanger? Dan wordt ze geruimd. Dat betekent dat ze afgevoerd en geslacht wordt.  
Als ze zwanger wordt, streven we in Nederland naar een productiegetal van dertig. De zeug perst  dertig keer per jaar een biggetje uit de baarmoeder. Hiervoor is een worpindex van 2,5 nodig. De zeug moet dus om de vier en halve maand een stuk of twaalf, dertien biggen werpen. Dit betekent dat als het biggetje bij de zeug weg gaat, de zeug weer zo snel mogelijk geïnsemineerd moet worden. De dagen vanaf het moment dat de biggetjes bij de zeug worden weggehaald totdat ze weer opnieuw zwanger is noemen ze verliesdagen. Dan staat de fokmachine stil zogezegd.
Naast de zeugenhouderijen kennen we in Nederland ook de vleesvarkenshouderij. Hier komen de biggen terecht die voor consumptie vetgemest worden. Ze wegen vijfentwintig kilogram bij aankomst en gaan vijf maanden later met een gewicht van ruim honderd kilo richting de slager.

We zijn inmiddels aangekomen op de boerderij. Het heeft meer weg van een modern industrieterrein dan een landelijk sfeertje. We moeten eerst door een kantoorsluis annex doucheruimte. We schrijven allemaal onze naam in een logboek. Vervolgens krijgen we een overall en laarzen aan. Dan lopen we onder een soort neveldouche door een voetbad. Dit is allemaal bedoeld om de fabriek redelijk steriel te houden.
We komen in de stal. Een ruimte zonder ramen. Nu mogen we kiezen wat we gaan doen. Eén groep gaat helpen bij het castreren van de mannetjesbiggen. Door een snee in de balzak te maken wippen ze de beide balletjes eruit. Biggen zonder ballen produceren beter vlees.
Een andere groep gaat helpen bij het afsnijden van de staarten. Doordat de biggen dicht op elkaar leven, kauwen ze op elkaars uitsteeksels zoals oren en staarten. Waarom oren niet verwijderd worden, weet ik niet.
Elk jaar worden er in Nederland dertig miljoen biggen geboren. Vijf miljoen gaan er gelijk dood, bij de bevalling of ze worden doodgedrukt. Uitval noemen we dat. Van de overige 25 miljoen biggen eten we er zes miljoen op. De rest exporteren we.
Dit betekent dat we per huishouden per jaar zo’n zes biggen hebben. Waar er dan één van dood gaat. Een ander eten we op. De andere vier jagen we de grens over. Dood of levend.
Een varken kan vijftien tot twintig jaar oud worden. In Nederland halen ze in de meeste gevallen het eerste half jaar niet.
Eén van mijn leerlingen, degene die gisteren het best oplette bij de voorbereiding, komt met een dood biggetje aangelopen. Net geboren en doodgedrukt zo te zien. 'Kijk meneer, dit is de gelukkigste.' Op mijn ietwat verbaasde blik antwoordt hij: ‘Ja, ze blijven nu van zijn ballen af, niemand bijt in zijn staart of oor en hij hoeft geen half jaar te lijden voordat hij in een slachthuis eindigt.' Tja, zo kun je het ook zien.
We besluiten te gaan. Genoeg gezien. We moeten nog eten. Ik zeg dat we in plaats van de geplande barbecue,  vegan pannenkoeken gaan bakken. Dit keer is er niemand die boe roept. Of knor. 

maandag 18 juni 2018

Noothoven van Goorstraat

(geschreven voor en gepubliceerd in indebuurt.nl/gouda)
Als je in Gouda vanuit de omgeving van het station richting Oosterwei of Goverwelle wil, heb je de keuze tussen wat verschillende routes. Of via de singels, dan loop of rijd je in een halve cirkel tussen centrum en Kadebuurt. Of je gaat via de Noothoven van Goorstraat. Deze loopt parallel aan het spoor.  Aan de zuidzijde. Bij beide keuzes moet je uiteindelijk een slinger maken om ergens de Karnemelksloot over te steken.
De Noothoven van Goorstraat begint vanaf het Stationsplein. Loopt gelijk omhoog om over de spoortunnel heen te komen. En dan vervolgt de straat zijn weg in een rechte lijn. Kaarsrecht. Tot je niet verder kunt omdat de Karnemelksloot je pad kruist. Op de plek waar deze overgaat in de Burgvliet.
Ondertussen ben je wel een en ander gepasseerd, allemaal aan de rechterkant. Links kijk je tegen de spoordijk waar de trein overheen dendert. Van Gouda richting Utrecht.
De dijk waar een geluidsmuur van een paar meter op staat. Die nog meters hoger gaat worden volgens Marjan en Peter, die ik in de straat ontmoet. Ze zijn net terug van een tripje Oostenrijk en Duitsland en staan nu hun caravan te wassen. De caravan waar gisteren geen plaats voor was, daar zij op het enige stukje straat wonen waar je geen parkeergeld hoeft te betalen.
Leuke mensen die me in een paar minuten zo wat bijpraten. Over die geluidswal die van hen niet hoger hoeft. Over de boompjes die de buurt plantte op de spoordijk. En die vervolgens door een gemeentelijke grasmaaier gekortwiekt werden. Met als gevolg dat er nu geen boompjes meer zijn.
We hebben het ook nog even over de herkomst van de naam van de straat. We blijven steken bij de keuze tussen een burgemeester en een drukker. Dat laatste is wel waar ik denk dat de naam vanaf komt. Uitgeverij van Goor en Zonen. De broer en een zoon van deze uitgever voegden de naam Noothoven toe. Deze naam was afkomstig van de moeder van de uitgever.  De uitgeverij kende een bloeitijd en onderscheidde zich door educatieve drukwerken en jeugdliteratuur uit te geven.
Terug naar de straat zelf. Halverwege zit een trapveldje.  Waarschijnlijk is het erg handig dat er een huizenhoog hek omhoog zit. Het zal best wat gesneuvelde ruiten schelen. Maar mooi is het niet.  Toen ik er ooit voor het eerst langs kwam renden dacht ik dat het een luchtplaats voor gedetineerden was.
Het grappigst vind ik de bordjes met 'gas terug'.  Waarschijnlijk is het bloedserieus bedoeld. Kan me voorstellen dat men op zo'n rechte straat de snelheid terug wil dringen. Of dan een een heel vriendelijk baby-blauw gekleurd bordje waarop een pijl staat van 120 km/h naar 30 km/h helpend is?
Zelfs met de fiets moest ik afstappen om dit te kunnen zien.
De straat wordt een paar keer doorsneden door een soort van oversteekplaatsen voor mensen die vanuit Gouda Noord via een spoortunnel naar de stad kunnen.
Naast de mooie naam is het ook gewoon een hele mooi straat.




zaterdag 16 juni 2018

Dichte doosjes

Deze week heb ik een kerkenraadsvergadering.  Dit  keer moet ik naar een kerkgebouw aan de rand van de stad. Hiervoor moet ik door een wijk die wat problemen gaf in het verleden. Ooit rukte de brandweer alleen uit naar deze wijk als er politie meeging. Een streekvervoerder hief een buslijn op in verband met escalerend geweld tegen hun chauffeurs.
De laatste jaren gaat het beter. Maar het blijft een snel ontvlambaar wijkje. Halverwege de wijk zie ik twee fietsers voor me. Ik herken ze als een dominee en een ouderling.  Terwijl ik wat harder trap, zie ik wat vreemds. Er staat een auto schuin op de straat. Hij blokkeert de fietsstrook. Ik zie dat  rook uit de omhoogstaande motorkap wolkt. Iemand ligt half onder de auto. Alleen de benen en een paar voeten zijn te zien.
Inmiddels zie ik mijn collega's, de dominee en de ouderling, snel doorrijden. Gelijk hebben ze, de vergadering begint over een paar minuten. En deze bijeenkomst is belangrijk. Gaat over missionair bezig zijn in de stad en hoe we ons uit kunnen strekken naar de ander.
Zelf aarzel ik ook niet. Als diaken heb ik wat geld bij me dat ik vanavond nog aan een andere diaken moet overhandigen. Is bedoeld voor een gezin dat met armoede te kampen heeft. Ze hebben de laatste tijd pech gehad, iets met een auto-ongeluk en zo.  
Stel dat dit ongeluk hier in scene gezet is om mij te beroven, bedenk ik me. Ik fiets met een grote boog om de auto heen.
Met dit verhaal deed ik deze week een dagopening voor een honderd leerlingen. Leerlingen die zich gaan inzetten voor een plaatselijk goed doel. Om het verhaal van de barmhartige Samaritaan aanschouwelijk te maken, gebruikte ik deze vergelijking. Ik rondde af met een allochtoon die achter me aan kwam en zich over het slachtoffer ontfermde.
Het verhaal komt deze week een paar keer terug.
In de organiserende, de redelijke en de rauwe vorm. 
De organiserende is het makkelijkst. We plaatsen gevaarsborden.  Een commissie wordt in het leven geroepen om soortgelijke ongelukken te voorkomen. Een andere commissie die mensen opleidt om hulp te bieden. We zoeken uit welke kleur piloontjes we de volgende keer om zo’n incident neer zetten. Wie de hesjes gaat regelen als er weer een auto overdwars op de weg staat.
Dan de redelijke. Komt er op neer dat we iedereen een beetje gelijk moeten geven.  Het slachtoffer, de voorbijgaande fietsers en de wijk. Polderen heet dat. Voor de economie schijnt het te werken. Voor minderheden is het funest. En van water in de wijn word je niet altijd vrolijk.
De rauwe komt ook langs. Pijnlijk. De rauwe zegt: 'Er heeft nooit iemand aan de kant van de weg gelegen.' En als er al iemand lag, was het zijn eigen schuld. Dus maak er alsjeblieft geen theater van. Doe de doos dicht. Het wrak is weggetakeld en het slachtoffer opgelapt. En de buurt is bekomen van de klap. Laten we alsjeblieft verder vergaderen.





zaterdag 9 juni 2018

Theater maken

'Waarom zou je het willen?',  vraagt een goede vriendin vanmorgen. Ik had haar posters laten zien. Proefposters waar ik met mijn grote hoofd opsta en die het theaterstuk aankondigen. 
Het theater waar we nu ongeveer op de helft zijn, voor wat de voorbereiding betreft. De meeste woensdagavonden oefenen, schrijven en spelen. De première is in  november volgens de planning.  Een belangrijke datum, omdat het dan precies tien jaar geleden is dat ik het voor het laatst verloor van mijn verslaving.
'Waarom niet?', geef ik terug.
'Tja, ik denk dat je dat leven nu toch wel langzamerhand achter je gelaten heb, dat je in een nieuw leven staat. Ze noemt een mooie tekst uit de Bijbel: 'Zie, Ik maak alle dingen nieuw' en vervolgt: 'Moet je dan zo nodig achterom kijken?'
Het raakt mij dat het voor haar dus echt iets van vroeger was. Zij ziet mij dus  zoals ik nu ben. Dat voelt goed.
Wat ik tegen haar zeg, is iets over geloven in een vrij leven, dat we los kunnen komen van dingen die ons in de greep hebben. Dat het echt kan lukken, hoe diep je ook zit, dat er een weg terug is. Of omhoog zo je wilt. En ja in mijn geval heeft dat zeker met geloof te maken. 
Maar er is meer.
Steeds meer zie ik dat we allemaal onze behoeftes en verlangens hebben.  Meestal controleerbaar, soms ook ongrijpbaar. De wereld is niet helemaal volmaakt. Soms helemaal niet. 
Puinhopen ver weg en soms dichtbij. Allemaal hebben we er linksom of rechtsom mee te maken. Vervolgens is de stap naar iets wat verdoofd of tijdelijk even wat uitschakelt niet zo ver. Gelukkig hebben de meeste mensen er geen destructieve manier voor nodig. De herkenning van iets dat ons beheerst in plaats van andersom, kan verrijkend zijn. Daarnaast het zien dat mensen meer zijn dan hun obsessie.
Wat dat nieuwe leven betreft, ja dat is er zeker. Geniet ik met volle teugen van. Elke dag opnieuw. Het oude dan maar vergeten? Los van het feit dat sommige dingen te groot of teveel geweest zijn om te vergeten, lukt het jammer genoeg op de manier waarop wij samen maatschappij zijn, niet echt om maar te vergeten. Er zijn altijd mensen of instanties die ons herinneren aan onze gebreken.  

Op de vraag "Zou je het niet eens achter je laten?' Is maar één antwoord mogelijk: 'Hoe graag ik dat ook zou willen, het komt altijd terug, linksom of rechtsom.'
Nee, ik vraag geen medelijden. Wel weet ik inmiddels dat er maar één ding erger is dan aan je verleden herinnerd worden. Het ontkennen ervan.  

dinsdag 5 juni 2018

Goejanverwelledijk

Goejanverwelle (gepubliceerd in en geschreven voor indebuurtgouda.nl)

Daar waar de Steinsedijk stopt, begint de Goejanverwelledijk. Deze dijk (aan de noordkant van de Hollandse IJssel) is de oude weg van Hekendorp, dat ooit Goejanverwelle heette. 
Waarschijnlijk is de naam afkomstig van een landeigenaar die er ergens in de 15e eeuw woonde. Hij heette Goe Jan Verwellen. Zo simpel kan het dus zijn.

Die plek bestond uit een buurtschap en een sluis. De laaste bekend als de plaats waar Wilhemina van Pruisen, de vrouw van Willem de Vijfde, een tijdje gegijzeld werd door patriotten. Ten gevolge van deze actie, uitgevoerd door een Gouds Vrijkorps, vielen er vijfentwintigduizend Pruisische soldaten Holland binnen. Hierdoor werd uiteindelijk ons koninsghuis gered en kregen we de eerste echte Koning van Oranje.

Goverwelle
Een paar honderd jaar later bouwt Gouda een complete nieuwe wijk. Deze wijk krijgt de naam Goverwelle, een afleiding van Goejanverwelle. Niet zo vreemd, daar de Goejanverwelledijk de zuidelijke begrenzing van de wijk vormt.

IJsselhof
Een tijdje terug schreef ik onderstaand verhaal dat zich voor een jaar of wat geleden afspeelde aan de stadkant van de Goejanverwelledijk. Op de begraafplaats. Die gelukkig weer gewoon IJsselhof heet. Alleen Google noemt het nog naar de verzekering die blijkbaar eigenaar kan zijn van grond waar jij en ik onze dierbaren in begraven.  

De overledene is er al. Ze ligt in een kist die op een draagbaar met grote wielen staat. De begrafenisondernemer naast me blijft op zijn horloge kijken en hardop mompelen dat ie niet begrijpt waar zijn dragers blijven.
Samen vormen we een ietwat raar gezelschap. Een diaken, een doodbidder en een dominee. En de dode. Deze druiligere dinsdag had niet veel triester kunnen zijn. De mevrouw die we gaan begraven is bijna negentig geworden. Haar man is al tien jaar dood. Ze hadden geen kinderen. De meeste verwanten en vrienden zijn blijkbaar ook niet meer in leven. Of niet mobiel genoeg om hier te komen. Of, bedenk ik me nu, gewoon te zeker dat ze binnenkort toch deze kant op gaan.


Rugby
Een heel stukje verderop maakte ik ooit wat vrolijkers mee. Daar waar de rugby-, en tennisvelden zich bevinden. Heel officieel is het zelfs een zijweggetje met de naam Uiterwaardseweg, maar het ligt wel onderaan de Goejanverwelledijk. Je vindt er ook een mooi buiten-volleyballveldje. Dat was de plek waar het gebeurde. Ik deed mee aan een vriendschappelijk volleyballtoernooi. Bedoeling was dat we ons lieten sponsoren en de binnengekomen gelden gingen ergens naar een goed doel. Er heerste een ontspannen sfeer. Het mooie zomerse weer hielp ook. Naast de spelers waren er nogal wat vrienden en bekenden. Er was eten, drinken en gezelligheid. Op het veld naast ons waren de rugbyspelen afgelopen en de jonge heren en  wat oudere stonden aan een soort buitenbar. Met een barbecue. Ze vierden een overwinning of een seizoensafsluiting. Dat weet ik niet meer.
Wat ik wel weet is dat ergens halverwege de avond er een gejoel op ging aan hun kant, en het aan onze kant erg stil werd.  Er kwam een compleet rugby-team het veld op gehold. Naakt. Helemaal. Ze holden een rondje. Niet zomaar een rondje, een beetje midden op het veld. Nee, een complete ronde langs het gehele sportveld. Alle jongeheren achter elkaar. Blijkbaar vonden ze ons iets te tam. Iets met vriendelijke volley, goede doelen en gezinnetjes. 
We konden er wel om lachen. Aan het eind van de avond bleek dat ze ons ook nog eens gesponsord hadden voor een leuk bedrag!  Rare jongens die rugbyers.