donderdag 30 maart 2017

Verleiding

Met dit verhaal meegedaan met de NPO4 en met de CLO/Liter schrijfwedstrijd. Beide wedstrijden stonden in het teken van 'Verboden vrucht" (Boekenweekgeschenk).


Gelukkig weet mijn vrouw er niets van. Ze zou er wakker van liggen. Er met me over willen
hebben. Diepe waarheidsvindingen toepassen. En misschien, heel misschien zou ik het ook niet meer leuk vinden. Zeker niet als we overal woorden aan gegeven hebben. Dus koester ik de gedachte. Voed ik die ook.
Want ik wil gewoon genieten. Van de gedachte alleen. Regelmatig zie ik haar voor me. Gewoon alleen maar zien hoor. Meestal.  Soms zou ik meer willen dan alleen zien. Dan voel ik ook een beetje. Raak ik haar even aan. Met mijn lippen. Op dat moment proef ik. Ruik ik ook weer die onweerstaanbare lekkere geur. Eventjes maar.
En nee natuurlijk denk ik op dat moment niet aan de gevolgen. Die desastreus zouden zijn. Nee ik denk gewoon aan haar. Het moment. En dat ik daar mijn gezelschap voor zou moeten verlaten. Alleen met haar. Buiten. En ja, soms zou dat genoeg zijn. Want weet je, ik weet nog hoe het was. De ene keer voorzichtig vastpakken de andere keren gretig, onbeheerst. Vingers die hun werk doen. Het vasthouden werkt al troostend. Gewoon het moment. Vastpakken, draaien, even spelen. Vuur erbij. En ja, in mijn gedachten rook ik weer een heerlijke halfzware shag. Doodzonde.







vrijdag 24 maart 2017

Het duurde even



Emst, Gortel en de Pollen.
Een kwart eeuw,
braak gelegen,
nu opnieuw betreden.

Een dag lang rondgestruind.
Gras en berm geuren 't zelfde.
Paadjes ogen smaller, kleiner,
ik groeide, zij niet.

Onder de immer 
cirkelende buizerds.
Wat bomen geschopt,
paar graven gesproken.

De spreng is verlegd. 
Minder rechtlijnig.
Hetzelfde doel:
Afvoer van wellend water.

Sloot stond voor schouw, 
stuw en scheiding.
Nu door het verleggen van de loop
symbool van sierlijkheid

Op mijn plek gezeten,
bedenk ik m'n herinneringen
de mooie en de mindere. 
Zeer en zegeningen.

Thuisgekomen post ik 
de op één na mooiste foto.
Zet eronder:
'Licht overwint'













dinsdag 21 maart 2017

Voltooid sterven

Tja en dan gebeurt het, dat je moeder je niet meer herkent. Voor het eerst. Je weet dat het er aan zit te komen. Maar toch. En op diezelfde dag rijd je met je vader, voor het eerst in een rolstoel, door het ziekenhuis.
Beiden ver in de tachtig. Hun leven wel zo'n beetje voltooid. Mooie dingen hebben ze gedaan. Actief betrokken geweest, bij de wederopbouw in de tweede helft van de vorige eeuw. Hun steentje bijgedragen aan de vooruitgang. Op verschillende terreinen. 
Ziekte, dood en gebrokenheid kwamen soms heel dichtbij. Niet het minst in de laatste jaren. Hebben inmiddels hun zichtbare en niet-zichtbare sporen getrokken. 
Voltooid leven. Wanneer ik  op synoniemen zoek dan lees ik afgerond,  klaar, af,
perfect en gereed. En de Dikke Van Dale zegt: 'Waarin men zich de handeling als afgelopen denkt.'
En ja, eerlijk is eerlijk. Veel van wat zij gedaan hebben is af. Klaar. Afgerond. Niet altijd perfect. Ook niet alles afgelopen. Iets in mij pleit ervoor om los te laten. Te laten gaan. Nu. Voordat het nog erger wordt. Een echtpaar dat elkaar voor de helft niet herkent, hoe echt paar is dat? 

Maar hoor ik iemand zeggen: 'Jij als christen, jij bent toch zeker niet voor voltooid leven?' Nee, eigenlijk niet. Maar ik lees ook in de Bijbel dat Jakob zijn zonen zegent en zijn voeten bij elkaar legt en de geest geeft.
Staat er wel een beetje als een activiteit. Klinkt ook  als voltooid leven. Het wordt ook niet gevolgd, door reanimatiepogingen of iets dergelijks. Maar ben geen theoloog. Die kan hier vast meer over zeggen. Je bent oud, ligt in een tent, lichaam wil niet meer zo. De geest nog scherp. Zegen je zonen, stop met drinken en in een woestijnklimaat ben je zo verstorven. Heeft ook wel iets moois. Maar weet niet of het zo gegaan is.
Treffend dat ook bij de vader en opa van Jakob staat, dat zij de geest gaven en stierven. Bij hen staat er ook nog bij dat ze de dagen zat waren. Klinkt ook weer als voltooid en er klaar mee zijn.

Aan de andere kant: Op de dag waar dit verhaal mee begon, heb ik wel een heel mooi gesprek met mijn vader gehad. Nou ja, hij praatte en ik luisterde. Die combi was nooit onze sterkste kant. En nu gebeurde het. 
En mijn moeder? Echt bereiken kunnen we elkaar niet meer met woorden. Maar er is zoveel meer. Wat te denken van samen eten, elkaar zien, even aanraken. Kreeg pas een handdruk van iemand, zonder woorden. In een situatie die wat ingewikkeld was geworden. Deze handdruk zei me meer dan duizend woorden.

Hoe meer ik er over na denk, hoe meer ik het gewoon niet weet. Wel denk ik, dat we niet voor een ander moeten beslissen. Ook al betekent dat lijden. Dit pleit er tevens voor, om zaken te regelen, wanneer we nog kunnen. Ook die met betrekking tot de wens, al dan niet tot het laatst toe, alle pogingen in het werk te stellen, leven te rekken.

De mogelijkheid om datgene wat achterligt, of achterblijft te zegenen, de voeten bij elkaar te leggen en de geest te geven, mag best wel eens over nagedacht worden. Voltooid sterven.




maandag 13 maart 2017

"Kaa-Uu-Tee-wijf! Je kan beter dood zijn"

Een collega, van een andere school, opent een paar dagen geleden haar mail. Zij leest het volgende:

“KUTWIJF JE KAN BETER DOOD ZIJN BEMOEI JE MET JE EIGEN ZAKEN” 

Zonder afzender. De dader wordt al snel opgespoord. Het is een leerling van haar, hij is vijftien en boos.
Voor zover ik begrepen heb is er met desbetreffende leerling gepraat. Ouders waren niet te bereiken en daarom kon de schoolleiding eigenlijk niet zoveel. Betreffende collega post haar verhaal op Facebook, in een besloten docentengroep.
Er blijven reacties binnenkomen op haar verhaal. 
Veel reacties gaan over de achtergrond van de leerling en de eventuele redenen voor zijn gedrag. En de wil om hierover in gesprek gaan. Gewoon als oplossing. Ik kijk hier erg van op. Begrijp me goed, als leerkracht maak je deel uit van een pedagogisch proces. Wil je graag gedrag begrijpen. En wil je ook graag in gesprek blijven met leerlingen.
Maar dit is wangedrag. Dat ga je eerst aanpakken. De boel veilig maken. Een signaal afgeven. De dader een sanctie opleggen. Hierna prima om in gesprek te gaan. Maar niet andersom. Zelfs bij de brandweer blussen ze eerst, voor ze onderzoek gaan doen waar de brand begonnen is.
Ik sta net zo lang voor de klas als dat bovengenoemde leerling oud is. Wat ik geleerd heb, is dat veiligheid binnen school, binnen een klas de absolute
basisvoorwaarde is. In een veilige omgeving wordt geleerd, gedeeld en geleefd. En daar mogen we fouten maken. Zijn we school voor. En mijn leerlingen maken fouten, net als ik. Zijn ze mij niet minder om. We leren van elkaar. 
Maar wangedrag is van een andere orde. Daar zit een keuze-element in. Zeker in bovengenoemd geval. De computer opstarten, anoniem account aanmaken en vervolgens de woorden intypen en ook nog eens versturen. Genoeg tijd om zich te bedenken.
Zeg ik hiermee dat we een vijftienjarige in de cel moeten stoppen? Nee, maar wel aanpakken. Duidelijk en consequent. En ouders niet bereikbaar? Anno 2017? Ja dat gebeurt helaas. 

Een paar jaar geleden had ik een leerling met een wapen in haar tas. Ze zat in mijn mentorklas. Eén telefoontje (volgens het protocol) naar de politie en binnen tien minuten stond de Hermandad op het schoolplein.
Ze stelden haar een paar vragen, namen wapen in beslag en zij moest mee. Ouders waren niet te vinden. Als mentor werd mij toen gevraagd om mee te komen. Ik heb vier uur op het bureau gezeten terwijl daar een heel protocol in werking trad. Dit in verband met de leeftijd van onze leerling.  Kwam zelfs een dokter aan te pas.
Ondertussen vader van de leerling aan de lijn. Boos omdat dochterlief aan zijn wapenkast had gezeten.  En deze open had kunnen krijgen. Oom agent die bij dat telefoongesprek aanwezig was, zag mijn boosheid toenemen. Over een vader in een situatie, waar je gewoon niet weg kunt blijven. En al helemaal over een vader die zich druk maakt over zijn wapenverzameling. Ik had meneer graag door de telefoonlijn heen getrokken. En hem zijn dochter laten zien. Die er ondertussen knap doorheen zat.
Begreep van oom agent dat zijn collega’s onderweg waren voor een inspectie van genoemde wapenkast. En begreep zo tussen neus en lippen door dat vader die wel eens kwijt kon raken. In ieder geval de inhoud.

Ieder gezond mens wil dat iemand die ontspoort, hulp krijgt. Maar wel in de juiste volgorde.
Laten we weer gaan opvoeden. Dat gebeurt in een gemiddelde week 32 uur op school, 14 uur op straat en 122 uur thuis.
De meeste uren hebben we niet in de hand als leerkrachten. Laten we alsjeblieft de uren op school benutten om dingen te doen waar we goed in zijn. Leerlingen te leren. Met alle middelen die ons ten dienste staan.

En ouders?  Geef kinderen een duidelijke koers; Blijf alsjeblieft fouten accepteren en helpen herstellen. Maar wangedrag? Help onze kinderen door dit niet te tolereren. Ook en juist nu.




donderdag 2 maart 2017

Het jaar nul

Stel je eens voor. Dat Jozef naar het noorden gevlucht was. Met Maria en hun zoontje. In plaats van naar Egypte richting Turkije. En uiteindelijk de oversteek gemaakt had richting Griekenland. Vervolgens doorgereisd richting Macedonië, Servië en Hongarije.
Stel je als laatste voor dat dit verhaal tweeduizend jaar later had gespeeld: Prikkeldraadversperring, grenswachten en natte tenten.
Vanaf Wenen maakt Jozef de keuze om door te reizen naar Nederland.
Hij komt langs meer dan twaalf azc’s. Deze staan leeg. Daarom zit het hek dicht. Ook zijn de publicatieborden bij de ingang niet meer te zien. Ze hangen vol met verkiezingsposters.

maandag 27 februari 2017

120w.nl

Ingezonden en gepubliceerde verhalen 120w.nl. 




EERSTE OPDRACHT NIEUWE KABINET (winaar weekthema)


1 mei 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  |  8 
Het heeft de Tweede Kamer goedgedacht om het nieuw te vormen kabinet een allereerste opdracht mee te geven. Dit als proeve van bekwaamheid.
De opdracht luidt als volgt: “Het nieuwe kabinet bedenkt, ontwerpt en presenteert een symbool van afscheid”. In de bijbehorende stukken wordt uitgelegd dat het volk, bij monde van de Tweede Kamer, dringend toe is aan een herinvoering van sommige tradities. Om te beginnen met een moderne variant op de gesloten luiken of dichte gordijnen van vroeger bij het overlijden van een naaste. Een soort tegenhanger van de houten ooievaar als geboorte-teken in de tuin. Het doel van deze opdracht is tweeledig: naast kennisname van verdriet in je omgeving, ook de bewustwording van de onvolkomenheid van het leven


DE DIGITALE MODDER GOOIENDE HERAUT.


27 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  |  4 
Zie nog de krantenkoppen voor me. Beschuldigingen werden geuit. Namen werden genoemd, verdachtmakingen uitgesproken. Uitspraken over een vermeend toedekken werden gedaan. Nu, jaren later, blijkt dat de mensen die er toen bij betrokken waren, alles gedaan hebben wat van hen verwacht mocht worden. Dit na een onderzoek door professionals. Eindconclusie is dat mensen die er toen bij betrokken waren, goed gehandeld hebben. En wij? We zwijgen. Bang voor gevolgen? Om zelf in aanraking te komen met wat modder? Dan wordt het tijd om ons troontje te verlaten en ons gewoon tussen aardse mensen te begeven. Modder is een aards product. Waar je soms hele mooie klei onder aantreft. Nog dieper tref je metalen aan. Kun je prachtige kunstwerken van maken.


DODENRIT
20 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  7 
In het holst van de nacht de brug oprijdend zie ik de grote betonnen pijler opdoemen in de verte. Al in eerdere nachten waarin het veel te laat geworden was, had hij mij de oplossing geleken. De oplossing voor het verlies bij de roulette. De blackjack die me geen geluk bracht. Zelfs de tijdelijke tafel waar Yahtzee gespeeld kon worden, beroofde mij van een paar honderd euro. Ik vermeerder snelheid. Met een klamme handen stuur ik de auto er recht op af. Vol gas. Op het laatst durf ik niet, stuur bij en rij naar huis. Weer veel te laat, platzak en heel veel schuld rijker. Maar eerlijk is eerlijk; had ik niet bijgestuurd dan was dit verhaal niet geschreven.

KANKERBELASTING  (winnaar weekthema)
13 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  11 
Kanker is oorlog. Alleen al het woordgebruik: ‘De slag verloren maar niet de oorlog’. Vechtlust, strijd, overwinningen, nederlagen, verraad en overgave. Al deze termen worden, ook door de medici zelf, nogal eens gebezigd.
We hebben hier het hele leger voorbij zien komen. De strijdkrachten hun slag zien leveren.
Als een soort luchtmacht heeft de chemo zijn bommen gedropt. Een precisie-bombardement met wel wat bijkomende schade. En niet helemaal het verwachte en gehoopte resultaat.
Daarnaast de landmacht die operatief heeft ingegrepen. Fors opgetreden en diep doorgedrongen in de vijandelijke linies.
De zeemacht is begonnen met het dagelijks doorkruisen van alle bloed-, en lymfevaten middels hormoontherapie.
En nu de elite-troepen. Als een commando-korps richten zij hun bestralingen elke dag op dezelfde plek.


TOEN IVOOR NOG GEWOON STEEN WAS

7 februari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  6 
Als kind zag ik meer zwerfstenen dan straatstenen. Zelf was ik een dondersteen. Maar dat was in de steentijd. Later volgde er een kopertijd, bronstijd (ja met één t, die met twee t’s is echt iets anders) en ijzertijd. En dan nu het digitale tijdperk. Als je die vernoemt naar een grondstof gebeurt er iets grappigs: Heb me laten vertellen dat chips (die van computers), gemaakt worden van kiezels. Silicium komt van vuursteen. Silicon Valley is er naar vernoemd. Met al onze bits en bytes zijn we terug waar we begonnen. De steentijd. Ons appen, mailen, bloggen en ander digitaal verkeer is gewoon ‘stenen op elkaar slaan’. En soms ontstaat er vuur. Nu in mijn ivoortijd. Iets met een toren


VRIENDENDIENST OP DODENAKKER

27 januari 2017 | 120w | arjan van essen  |  |  2 
Op naar de begraafplaats. Nat van ’t zweet zit ik in de auto. Het meest van het hardlopen. Denk ik. Heb het niet zo op graven. Maar beloofd is beloofd. En wie weet. Tegenover een immense kerk ligt de begraafplaats.
Rare gedachte dat jij ooit deze weg ging als klein kind. Achter jouw moeder aan. Een kind zou altijd samen met moeder een begraafplaats op moeten gaan. Maar dan wel een levende. Jij niet. Begroef een dode. Het voelt een beetje als betreden van heilige grond.
Ik parkeer de auto en wacht even. Verzamel moed en loop de dodenakker op. Erger me aan de afvalbakken bij de ingang. Voor de rest is het stil. Ik ben de enige Elegiacus hier.























vrijdag 24 februari 2017

Modder gooien

Twee maanden geleden nam ik me voor om te stoppen met denken. Schreef toen mijn 'Denkstop'. Nam me voor om meer te doen en minder te denken. Dag na dag. Geen uren meer verspillen aan lange-termijnvisies. Doen wat voor je voeten komt. Eerlijk is eerlijk, het is gelukt. Nou ja, gedeeltelijk. 
Tot deze week. Er kwamen twee berichten langs die me in een denkversnelling brachten. Soort terugval in oud gedrag zeg maar.
In de eerste plaats kwam ik een bericht tegen over een commissie die onderzoek heeft gedaan naar de handelswijze van een vroegere kerkenraad in de jaren tachtig.  Een half jaar geleden kwam er namelijk een misbruikzaak uit die tijd opnieuw in het nieuws. Het gaat me niet om de zaak zelf. Natuurlijk is die verschrikkelijk, zoals alles op het gebied van misbruik. Maar nu gaat het om degenen die om de slachtoffers en dader heen stonden. Zie nog de krantenkoppen (zowel de papieren als de digitale versies) voor me. Allerlei beschuldigingen werden geuit. Namen werden genoemd, verdachtmakingen uitgesproken. Uitspraken over een vermeend toedekken werden gedaan. Nu, een half jaar later, blijkt dat de mensen die er toen bij betrokken waren, alles gedaan hebben wat van hen verwacht mocht worden. Dit na een onderzoek door professionals. Waarin psychologen en rechercheurs participeerden. Eindconclusie is dat mensen die er toen bij betrokken waren, goed gehandeld hebben. En de verontwaardigde media? Die zwijgen. De woedende reporters van toen? Geen reactie. De zelfbenoemde crime-fighters (vooral degene die het gemunt hebben op misstanden in de  kerk)? Niets.


Nogmaals het gaat me niet om het misbruik dat heeft plaatsgevonden. Dat was en blijft verschrikkelijk. Dat dit binnen een bepaalde kerkelijke context gebeurde maakt het nog erger. Ook beweer ik niet dat er altijd juist is opgetreden door kerken. Het gaat mij nu om dit geval. En hoe we omgaan met mensen die vaak tot de knieën in de modder naast slachtoffers en ook daders staan. Ter goeder trouw en met de juiste intenties. Waarover in eerste instantie wat geroepen wordt en vervolgens als blijkt dat hen niets te verwijten valt, zwijgen we.
Nog een ander bericht viel me op. Begin van deze week was het nieuws dat een advocaat bezig is familie van slachtoffers van een schietpartij te ronselen.  Bij deze schietpartij  vielen doden en gewonden. Heel Nederland hield de adem in. Achteraf bleek dat de dader een eenling was. Iemand die gestoord was. Nota bene lid van een schietvereniging. Alom verontwaardiging. Diverse onderzoeken hebben er plaatsgevonden. Alles is op de kop gezet. Het gezin, de schietclub, de politie, alles binnenste buiten gekeerd. En nee, ik doe niets af van het drama. Verschrikkelijk, wat een lijden. De dader pleegde zelfmoord. De wereld met heel veel vragen achterlatend. 
Nu de advocatenactie. Ouders aanklagen. Zij hadden dit moeten voorkomen. In ieder geval anders moeten handelen. Verwijtbaar gedrag.
Nee, ik zeg niet dat alles goed gegaan is. Of dat er altijd de juiste keuzes gemaakt zijn. Met de kennis van nu kun je daar best iets van vinden. Geen hogere wiskunde voor nodig om te voelen dat deze mensen zich de rest van hun leven zullen afvragen waar het fout gegaan is. Wat anders gemoeten had. Daar hebben zij geen rechtszaak voor nodig. De nabestaanden van slachtoffers misschien wel, dacht ik even. Tot ik bedacht, dat schadevergoeding inhoudt dat iets van de schade weer goed wordt. Onmogelijk, denk ik in dit geval. Hoe dan ook hebben deze ouders, ongevraagd en ongewild, al levenslang. Ook zonder rechter. Daar is geen advocaat voor nodig die hier een verdienmodel in ziet.
Wat me misschien het meest raakte, was dat ik een blog las van iemand die zich hier terecht over opwond. Iemand die volgens mij niet tot onze achterban behoort. Geen lid van de Bible-belt zeg maar. Uit dat milieu kwam de dader wel. En zijn familie.

Waarom zwijgen wij? Is het een soort van overgebleven calvinistisch schuldgevoel? Iets van je kruis moeten dragen? Of is het meer? Angst om ergens in te roeren waar nare randjes aan zitten? Omdat we besmeurd kunnen worden?
Nou laat ik dit zeggen: Kruis dragen doen we allemaal. Soms moet je onrecht gewoon dragen. Deze wereld is niet perfect.  Maar er is ook onrecht waar we ons tegen mogen verdedigen. Misschien wel in de aanval. De rijen sluiten en onze heilige toorn laten zien. Al was het maar om de last van eenzame kruisdragers wat te verlichten.
En als we bang zijn voor gevolgen? Om zelf in aanraking te komen met wat modder? Dan wordt het tijd om ons troontje te verlaten en ons gewoon tussen aardse mensen te begeven. Modder is een aards product. Waar je soms hele mooie klei onder aantreft. Nog dieper tref je metalen aan.  Kun je prachtige kunstwerken van maken.

vrijdag 17 februari 2017

Arjan, jij was sneller!

Het schot klinkt om 17.59 uur. Boordevol adrenaline vertrek ik. Samen met mijn vriend en naamgenoot. Iets meer dan 42 km voor de boeg. De eerste paar kilometer zijn we bezig met ons het parcours eigen te maken. 
We hebben afgesproken om met een laag tempo te starten. Liefst boven de 6.00 min/km. Iets onder de 10 km/h dus.
De eerste 7 à 8 km praten we nog wat. Hierna wordt het zwaarder.  De route loopt heuvel-op. 
Na wat fikse hindernissen en wat boslopen besluiten we eigen tempo te zoeken. Mijn vriend gaat op zijn tempo verder en ik zak wat af. Na een paar minuten is hij in het donker verdwenen.
Gevoelsmatig begint nu het echte werk. Gras, modder en sneeuw. Alleen het licht van mijn hoofdlamp en verder is het donker. Gek genoeg voelt dat best comfortabel. Alleen met jezelf.
Tijdens het lopen, check ik mijn lichaam. Ondanks dat ik mijn benen en voeten voel, bemerk ik geen problemen. Geen last van kuiten en schenen. Ademhaling onder controle. Ik voel me sterk. Na een vies stukje waarbij mijn voeten tot de enkels door de modder gaan, blijf ik met een matig tempo doorgaan.  

Ondertussen bedenk ik waar het ooit begon: Vijf jaar geleden. Een roerige periode in mijn leven was tot rust gekomen. Bij mijn huidige werkgever gestart. Al snel bemerkte een collega, inmiddels een goede vriend, dat mijn conditie niet geweldig was. Maar ja, wat wil je;  hij is wat jaartjes jonger, gymdocent en fanatieke spits bij onze plaatselijke topclub.
Hij ging wat aan mijn conditie doen. Gaf me op voor een plaatselijk, jaarlijks terugkerend, hardloopevenement. De Goudse Nationale Singelloop. Ik aan het trainen. Hardloopschema uitgedraaid. Je weet wel, zo'n schema waar je in 12 weken een half uur zonder wandelpauze kunt hardlopen.
Uitrusting aangeschaft en gewacht tot het donker werd. Mijn eerste twee minuten hardlopen. Na precies 30 seconden, ging ik out. Alles op. Twee minuten gaan wandelen.  Hierna weer twee minuten hardlopen. Weer na 30 seconden helemaal stuk. Dit vijf keer herhaald en naar huis terug. 
Dit hele ritueel een paar weken gedaan. Al snel kwam ik erachter dat dit het niet ging worden. Mijn collega erbij gehaald.  Hij constateerde dat ik veel te snel vertrok. Van hem geleerd dat je ook 'langzaam' kunt hardlopen.
Daarnaast nog wat mooie adviezen gekregen. Een paar maanden later liepen we samen de Singelloop. De 7 km. We kwamen op 41 minuten binnen. En vanaf daar niet meer gestopt. Inmiddels 10 km wedstrijden en halve marathons gelopen.  En elke wedstrijd tot nu gewonnen. Nee niet in snelheid. Meestal zit ik in de achterhoede. Maar gewonnen van mezelf. En dat is een vrij nieuwe ervaring voor mij.
En nu dus de marathon. Inmiddels ben ik een heuvel op geslingerd via een
mountainbikepaadje. Dan weer naar beneden. Ik begin mijn kuiten te voelen. Besluit om wat snel opneembare suikers te nemen. Heb een Mars bij me. Helaas is die bevroren. Lastig om een stuk af te breken onder het lopen. Het lukt uiteindelijk. Voelt als een ijzeren balk met roestige puisten in m'n mond. 
Inmiddels doemt er in het donker een verzorgingspost op. Hier ontmoet ik de andere Arjan weer. Hij staat net op het punt van vertrek. Terwijl hij verder gaat, las ik een pauze van twee minuten in. Ik consumeer een paar stukken banaan, vul mijn flesjes met water en vertrek.

Na een paar lastige kilometers begint er nu een recht stuk parcours. Af en toe is de route omgeleid, de polder in, een slootje over en weer terug. Dit om meters te kunnen maken. Ondertussen bedenk ik, dat dit allemaal te danken is aan een Griekse soldaat, die de afstand tussen Marathon en Athene aflegde, om de overwinning op de Perzen bekend te maken. Althans zo gaat het verhaal. Ook dat hij na de uitroep 'Wij hebben gewonnen!' dood neerviel in het centrum van Athene. Een zonnesteek werd hem fataal. Dat risico loop ik nu niet. Zelfs de nattigheid en de kou voel ik niet meer. Ik loop in mijn eigen cocon. Alleen de meters tellen. Na een uurtje, doemt de tweede en laatste verzorgingspost op. Net daarvoor blijf ik met mijn voet in een konijnenhol of iets soortgelijks haken. Ik klap voorover. Ik kijk of mijn voet het nog doet. Alle geluk van de wereld. Niets verzwikt, geen verstuiking. Hooguit een blauwe plek. Ik kruip overeind en hol richting de post. Daar herhaalt zich het ritueel van bijtanken, bananen eten, paar woorden uitwisselen en weer gaan.
En nu begint het serieuze werk. Ik merk dat de meters mij moeite gaan kosten. De stukjes heuvelopwaarts worden lastig. Ondertussen is het gaan sneeuwen. De wereld bestaat nu uit een koker licht die volloopt met sneeuwvlokken. Mijn adem versnelt. Ik struikel vaker. Niet alleen door de gladheid maar ook door vermoeidheid. 
Bij 35/36 km krijg ik het echt zwaar. Een heuvel al glijdend en kruipend op. Neervallen en eigenlijk willen blijven liggen. Fysiek gewoon op. Achter mij verschijnt een dame op een mountainbike. Ze is de hekkensluiter. Stelt zich voor als Sanne. Aan haar de taak om de laatste loper te begeleiden. Professioneel vraagt ze naar mijn naam.  Ook of het nog gaat. Heb adem tekort om normaal te antwoorden. Ik besluit even een stukje te wandelen. Bergop. Tempo is nu erg traag. Sanne en ik hebben hele gesprekken. Gek is dat, hoe je met een wildvreemde tijdens een paar kilometers vertrouwd kunt raken. Iets met het weer, omstandigheden en uitputting te maken denk ik. Daarna in halve looppas naar beneden. Dan krijg ik zowaar de gang weer. Inmiddels is Sanne verdwenen. Zou er dan toch nog iemand achter me zitten?
Nog wat bochtenwerk, een stuk door kapot getrapt gras en door modder. Dan een brug over. Ik loop door, hoor mensen roepen:'Je bent er!' Gek genoeg kom ik lachend èn huilend over de finish. Helemaal stuk. Binnen in 4 uur en 55 minuten. 
Krijg een beker erwtensoep in de hand geduwd. Lukt niet echt om een lepel naar mijn mond te krijgen. Alles schudt en beeft. De grond draait. Ik ga naar binnen. Krijg snel een veiligheidsdeken om me heen geslagen. Sta tegen een paal bij te komen.
Dan komt mijn naamgenoot binnen. Een baanwachter heeft hem de verkeerde afslag gewezen. Hij heeft 3 km extra gelopen. Ik was dan wel eerder binnen maar hij was sneller!





woensdag 25 januari 2017

Het hindert wel.


Daar zit je dan. Het nieuwe jaar, net een paar weken oud. In de wachtkamer. De gezamenlijke wachtkamer van de afdeling orthopedie en de afdeling chirurgie. We hebben om 09.30 uur een afspraak met een chirurg. De mevrouw achter de balie, die de afspraak checkt en je aanmeldt, heeft al gezegd dat onze chirurg wat uitloopt. Dat 'onze' is ook wel speciaal. Waarom noemen we mensen die aan ons lichaam zitten ineens als een soort bezit? We hebben mijn kapper, mijn pedicure, mijn neuroloog en mijn oncoloog. Dat heb ik niet met de meneer of mevrouw achter de afdeling vleeswaren bij de supermarkt. En die zie ik vaker dan onze oncoloog. De meeste weken tenminste. Maar het wordt nog steeds niet mijn vleeswarenspecialist. Of bij de boekhandel, onze boekhandelaar. Trouwens met de dominee hebben we het weer wel. Onze dominee. Zal dan toch wel iets te maken hebben met de mate waarin men bezig is met ons welzijn.


In het volgende uur dat we wachtend doorbrengen, zie ik nogal wat mensen binnenkomen lopen. Of rijden. De meeste mensen zien er ziek uit. Naast me een meneer, die in enkele zinnen vertelt over de dertig kilo die hij afgevallen is. Iets met maag en slokdarm. Even later een gesprek tussen twee oude kennissen die elkaar toevallig zien. De één oud en ziek, de ander alleen ziek. Bijzonderheden worden uitgewisseld. De oudere zieke is er slechter aan toe dan de alleen-zieke. Wel geeft hij een korte schets aan de ander hoe het eruitziet als je niet alleen ziek, maar ook oud bent. Soort vooruitblik zeg maar.

We worden gehaald. Nee, niet rechtstreeks naar onze chirurg, maar eerst naar een kamertje van de mamma-care. Dat is een afdeling binnen de oncologie die bestaat uit verpleegkundigen, gespecialiseerd in borstkanker. Waar chirurg en oncoloog soms zo op gaan in hun ingewikkelde specialismen, heb je de mamma-care-verpleegkundige, die de patiënt op praktisch en emotioneel gebied met raad en daad bijstaat. Ook omdat het eigen maken van de geneeskundige wetenschap niet altijd samen gaat met het ontwikkelen van sociale vaardigheden. De verpleegkundigen van deze afdeling, blinken uit in het uitleggen en begeleiden. Heel erg lieve mensen.
De normale gang van zaken is, dat je bij een bezoek eerst door één van hen te woord wordt gestaan en vervolgens verschijnt er een chirurg en/of oncoloog. Deze gaan snel en zakelijk te werk. Zijn vaak ook zo weer weg, Waarna de mamma-care-verpleegkundige het afrondt.
Deze keer maakt de chirurg het erg bont door uiteindelijk na vijf kwartier te verschijnen.  Om te constateren dat het redelijk gaat. Op pijnklachten reageert, door wat verdiepingsvragen te stellen en het al snel af te doen als een spierpijn. 
Dan vraag ik, terwijl betreffende chirurg al bijna weer op de terugweg is, of het ook nieuwe uitzaaiingen kunnen zijn. Ze kijkt me aan, en zegt: 'Ja dat kan.'
Zelf denk ik op dat moment: ‘Kom op, waar is die kamer met scanapparatuur. MRI, CT, PET’.  Het vliegt allemaal door me heen. Ik benoem dat ook. 
Waarop de chirurg zegt: 'Ja maar dat helpt niet. We kunnen nu toch niets doen'. Op mijn: 'En wat nu?', volgt : 'Tja, kans is groot dat het spierpijn is, of bijwerking van bestraling. Maar stel dat het uitzaaiingen zijn, dan zie  je tussen week vijf en week acht, de eerste neurologische uitvalverschijnselen.  En zelfs dan doen we niet meer dan pijnbestrijding. Net zoals nu'.  Ze kijkt me aan met een blik van: 'Het is niet anders'.  En ja, ik ken deze chirurg ondertussen een beetje. Aardige competente dame. Die heel professioneel overkomt. En ook goed is denk ik.
Maar nu. Ik zou de hele boel bij elkaar willen vegen. Willen roepen dat we dit niet afgesproken hebben. Dat het plan echt anders was. Gewoon. Nee, niet genezen. Dat verklaren ze je niet als je én tumoren én uitzaaiingen gehad hebt. Maar wel beetje rust nu. Eventjes. Ja natuurlijk weet ik ook wel dat deze ziekte de kop weer op kan steken. Zal steken, denk ik vaak. Maar niet nu. Dat is gewoon niet eerlijk. Langzamerhand begon ik een beetje te geloven dat de omgeving gelijk heeft. Die zegt, dat het goed gaat. Dat ze er goed uit ziet. Het leuk is dat het haar weer begint te groeien. Met reacties die variëren van 'pittig koppie' tot 'het hindert niet'. Die laatste uit kringen waar kort haar voor een vrouw een soort van zonde is. Dan is een 'het hindert niet' eigenlijk al een heel groot compliment.  Een soort van 'het komt wel goed'.
En ik bemerk bij mezelf dat ik helemaal klaar ben met alle speculaties, alle prognoses, alle uitspraken over al dan niet neurologische uitvalverschijnselen. Rotwoorden, die laatste twee. Klinkt als begin van het einde. Voelt als rollercoaster die het stationnetje weer uit dendert en weer snelheid maakt. En niemand die zegt dat het niet hindert. Laat staan dat het goed komt.


donderdag 12 januari 2017

Halfvol

Wat gebeurt er als je een blanco blog publiceert. Een leeg vel. Tabula rasa. Dan zou ik nu al te veel woorden hebben. Soms heb ik dat. Veel woorden. 
Mijn leerlingen lachen daar wel eens om. Of snappen het. Vanmorgen tijdens een uurtje, waarbij we het hadden over het verlies. Rouw. Verdriet. Omdat dit heel dichtbij kwam in deze klas. Als school hebben we er een protocol voor, wanneer leerlingen van dichtbij, geconfronteerd worden met de dood. Vandaag was zo'n dag. 

En na tijd voor gesprek, luisteren, stilte en gebed gaan we kaarten schrijven. En een boekje. Nee, ik ga hier niet benoemen wat mijn leerlingen schreven. Maar wel ga ik zeggen dat ik trots op hen ben. En hoop heb. Op een verder beetje hopeloze dag. Maar werd wel stil, van wat ze schreven. Om vervolgens, half uurtje later, met heel veel woorden de brug te slaan naar school en les en volgende lesuur. Eén jongen begon beetje te lachen, in een verder aangeslagen klas. Eén meisje begreep het en zei: 'Hij heeft die hele hoop woorden nodig, anders is het te veel'.
En soms zijn alle woorden van de wereld niet genoeg. Vandaar dit halflege blog.





































zondag 1 januari 2017

Ouddorp

Ouddorp:
Oog van een zeepaardje 
volgens Google Maps.
Strand en duin
Slik en schuim
Mist en modder
Pannenkoek en bier.
Kaas en wijn.
Boek en bank
Ziek zijn en beroerd.
Lopen, wandelend of rennend.
Zelfs beetje bos ontdekt.
Eigenlijk is vakantie,
gewoon heel erg leven.
Dee en Tee: 
Super bedankt voor deze week!






Kroonsteentje

                                     
Mistige morgen in D.
Al vroeg opgestaan na een veel te korte nacht.                     
Hardloopkleding aan. Eerst met de auto naar D. Geparkeerd achter de supermarkt tegenover jouw geboortehuis. Voelt beetje raar. Als soort van bedevaart. 
Ik zet 'm op een lopen. Iets wat ik wel vaker doe. Na iets meer dan een halve marathon ben ik weer terug. Schiet een paar foto's.

Op naar de begraafplaats. Nat van ’t zweet zit ik in de auto. Het meest van het hardlopen. Denk ik. Heb het niet zo op graven. Maar beloofd is beloofd. En wie weet.  Tegenover een immense kerk met een verdachte uitstraling, die riekt naar de zoveelste afscheiding, ligt de begraafplaats.
Rare gedachte dat jij ooit deze weg ging als klein kind. Achter jouw moeder aan. Een kind zou altijd samen met moeder een begraafplaats op moeten gaan. Maar dan wel een levende. Jij niet. Begroef een dode. Het voelt een beetje als betreden van heilige grond.
Ik parkeer de auto en wacht even. Verzamel moed en loop de dodenakker op. Erger me aan de afvalbakken bij de ingang. Voor de rest is het stil. Ik ben de enige levende hier.

Rechtsaf zoals je zei. En daar ligt ze. Jouw moeder. Haar steen. Jullie steen. Ik zwijg.  Voel me niet ongemakkelijk meer. Jij was de eerste die me een beetje thuis deed voelen zoveel jaren geleden. Waarom zou ik dit dan niet voor je doen.
Hardop lees ik de tekst van de grafsteen. Gedenksteen. Pak mijn telefoon en open de Whatsapp. Lees jouw gedicht ‘Herdenken’ voor. Hardop.  Daarna bedank ik je moeder voor de prachtige dochter die ze voortbracht.  Ook hardop. En vertel haar dat ze rusten mag. Omdat het goed is. Niet altijd. Veel te vroeg ging ze. Maar dat wist ze zelf ook wel denk ik. Dus zeg ik haar dat ze rusten mag. Want met haar kleine meisje gaat het goed. Is een volwassen en prachtig mens geworden. Mooie vrouw. Niet makkelijk. Zal ze
niet worden ook. Daar is haar leven te moeilijk voor. Moeilijk geweest, en soms nog. Maar wel mooi. Een fantastisch kind heeft ze. En een goeie vent. Eerlijk en trouw. Ik vermoei je moeder niet met de moeilijke momenten. Ik ken ze ook niet allemaal van je. Maar dwars door het donker ga je naar het licht. Dat vertel ik. Daarbij neem je veel mensen mee. Daar bedank ik je moeder voor. Voor jou. Daarna zoek ik een steentje. Even later gevonden. Steentje in de vorm van een ruit. Ik leg hem zachtjes boven op de steen. Kroonsteentje. Dan doe ik een pas terug, zeg een gebed en vertrek.


En op de terugweg ben ik stil. Eigenlijk wel blij. Je bent iets dichterbij gekomen.

dinsdag 27 december 2016

Denkstop

Aan t eind van een paar heftige weekjes ben ik moe. Gewoon moe. Het zat 'm niet alleen in de hoeveelheid dingen die er gebeurden maar ook in de intensiteit. En intens was het. Op allerlei gebied. 
Eigenlijk was ik al bezig met een lijstje. Over alles wat er in het achterliggende jaar gebeurd is. En dan ingehaald door wat ineens passeerde. Twee weken. Vol met van alles. En hoe hard ik ook liep, ik bleef het niet voor.  
Tot ik een besluit nam. En dacht: 'Ik doe het helemaal fout'. Tot nu toe probeer ik datgene voor te blijven wat achter ligt. En dat mislukt. Keer op keer. Ik ga het anders doen. Niet meer op de loop voor wat achter ligt. Nee we draaien de rollen om. Ik ga jagen op datgene wat voorligt. Dat past mij ook beter. Mijn Veluwse voorgeslacht had ook wel iets met jagen.
Als boerenzoon al jong geleerd, dat recht ploegen alleen lukt, als je niet achterom kijkt. Stuur vast houden, niet te strak, je ogen op een punt op de horizon. En gaan. Dus geen terugblik. En daarmee wil ik niet voorbijgaan aan de mooie dingen of de verdrietige. Maar soms zo verdraaid lastig te benoemen. Het meest dichtbij komt een strofe uit het prachtige 'Wie dit leest' van Leo Vroman:
'Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigeen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige'.
Vooruitblikken. 2017. En dat gaat een fantastisch jaar worden. Heb namelijk besloten om te stoppen met denken. Ga alleen nog maar doen. 
Dat betekent een enorme ruimte in mijn agenda. Geen visie-bijeenkomsten meer. Elke vergadering, waar het woord missie (altijd al een beetje verdacht) in voorkomt, mijd ik. Geen brainstorm over formatjes die uitgerold moeten worden. Geen denkkaders waarbinnen ik me kan bewegen. 
Gewoon. Doen. Alleen maar doen. Zelfs als doen betekent het ontbreken van iets zinnigs. Dan nog ben ik gewoon aan het doen. Heerlijk. 
Als ik boos ben op iets of iemand, dan stap ik daar op af en zeg 'Ik ben boos'. En leg vervolgens haarfijn uit waarom. Niets van een stappenplan bedenken om draagvlak te creëren, zodat de ander mee kan bewegen. Niets daarvan. Gewoon boos doen. Als ik liefheb dan heb ik lief. Ben ik verdrietig, dan huil ik. Blij, dan lach ik. Doen, alleen maar doen.  
Dat geldt ook voor wat er op mijn pad komt. Veel meer Jezus na doen. Ben ik op een feest, dan helpen als de wijn op is. Niets geen stuurgroep, die gaat kijken hoe dit probleem aangevlogen moet worden. Of een evaluatie hoe dit anders gekund had. Of beleid te ontwikkelen hoe dit de volgende keer te voorkomen.
Gewoon helpen. Doen. Er zijn al zoveel denkers. Problemen werden tot en met 2016 alleen maar aangepakt door denkers. En hielp het? Denk van niet. Waarom staat er op die armbandjes 'What would Jesus do?' en niet 'What would Jesus think'.  Hij dacht denk ik van alles. Maar zei daar niet zoveel over. Hij zag, vroeg en deed. Dat ga ik proberen na te doen. Zien. Wat vragen. En doen. Niet denken. Geen denken aan.
Ooit stond ik aan de zijlijn bij een begrafenis van iemand die het leven niet aankon. Er uit stapte. Op een rotmanier. De gemeenschap die haar begroef, dacht. Dacht aan haar zonde. Zij had zich vergrepen aan haar leven. Leven dat heilig was. Een doodzonde. Zo dacht de gemeenschap en zweeg. Het werd een ezelsbegrafenis. De kist werd zwijgend rondgesjouwd. Zevenmaal zwijgend sjokkend om haar graf.  Wij zwegen. Dachten alleen. Maar deden niets. Doodzonde. 
Mijn voornemen is om in het nieuwe jaar wat graven te bezoeken. Onder andere die van bovengenoemde doodgezwegene. Is nog steeds niet van gekomen. Doodsbang voor gedenkstenen. Ik ga ze omvormen tot doestenen. Omdat de tijd van doen is aangebroken. En na het doen weer terug naar de stenen. Om te vertellen dat ik gedaan heb. En blijf doen.
Hiermee kom ik gelijk bij een volgend punt. Want 2017 wordt natuurlijk niet alleen maar een fantastisch jaar. Ook ik ken m'n nachtmerrie-scenario's. En zoals in het begin gesteld, we blijven niet alles voor. Maar misschien dan juist de toekomst naar voren halen. En als ik daar bedreven genoeg in word, dan kan ik zelfs de hemel een stukje naar voren halen. Want ooit wordt het beter. Vanmorgen aan gekomen in een prachtig huis aan zee. Waar we een
weekje mogen vertoeven. Gekregen van vrienden.  Gelijk maar een rondje hardgelopen. Naar de vuurtoren en terug. Keek ik rechts, dan zag ik rollende golven. Opkomend tij. Keek ik naar links; daar ging af en toe de hemel open. En brak de zon door. Misschien is het allemaal wel een kwestie van de juiste kant op kijken.
Maar soms zal ik zwijgen. Dan denk ik niets, dan doe ik niets. Dan droom ik.