woensdag 11 september 2019

Herfstliefde

Mijn liefste is de herfst.
De tranen en de wind,
schemerende nevel,
in het zacht 
gebroken 
licht. 

Ik 
maak 
een bed
van varen.
Waarop mijn 
meest beminde,
ontdaan van zwoelig 
zomerkleed, zich naakt
voorwinters openbaart.

De 
koude
winter stoeit
waar frisse lente speelt
en zachte zomer zindert.
Mijn herfst, die vurig waaiend vrijt,
of traag als mist de liefd bedrijft.
Bezwanger ons de aarde,
verrijs dan nieuwe loot
verrukt, verwonderd
uit haar schoot.
Allerliefste herfst,
je zachte dood
is meer dan
leven 
kan.









zondag 8 september 2019

Nog een keer stoppen

Aan t eind van een paar heftige weekjes kom ik er achter dat ik het fout doe. Er gebeurt veel, soms met een intesiteit die mezelf verrast. Het voelt ook alsof het bordje wat te vol ligt. Tot nu toe probeer ik alles voor te blijven. En dat mislukt. Ik neem een besluit om het anders te doen. Niet meer op de loop voor wat achter ligt. Nee we draaien de rollen om. 
Ik ga jagen op datgene wat voor ligt. Dat past mij beter. Mijn Veluwse voorgeslacht had wel iets met jagen.
Als boerenzoon al jong geleerd, dat recht ploegen alleen lukt, als je niet achterom kijkt. Stuur vast houden, niet te strak, je ogen op een punt op de horizon. En gaan. 
Vooruitblikken en er wat moois van maken.  Tegelijk heb ik besloten om te stoppen met denken. Ga alleen nog maar doen. 
Dat betekent een enorme ruimte in mijn agenda. Geen visie-bijeenkomsten meer. Elke vergadering, waar het woord missie (altijd al een beetje verdacht) in voorkomt, mijd ik. Geen brainstorm over formatjes die uitgerold moeten worden. Geen denkkaders waar binnen ik me kan bewegen. 
Gewoon doen.  Alleen maar doen. Zelfs als doen betekent het ontbreken van iets zinnigs. Dan nog ben ik gewoon aan het doen. Heerlijk. 
Als ik boos ben op iets of iemand, dan stap ik daar op af en zeg 'Ik ben boos'. En leg vervolgens uit waarom. Niets van een stappenplan bedenken om draagvlak te creëren, zodat de ander mee kan bewegen. Niets daarvan. Gewoon boos doen. Als ik liefheb dan heb ik lief. Ben ik verdrietig, dan huil ik. Blij, dan lach ik. Doen, alleen maar doen.  
Dat geldt ook voor wat er op mijn pad komt. Veel meer Jezus na doen. Ben ik op een feest, dan helpen als de wijn op is. Niets geen stuurgroep, die gaat kijken hoe dit probleem aangevlogen moet worden. Of een evaluatie hoe dit anders gekund had. Of beleid te ontwikkelen hoe dit de volgende keer te voorkomen.
Gewoon helpen. Doen. Er zijn al zoveel denkers. Problemen worden veelal aangepakt door denkers. En helpt het?
Denk van niet. Waarom staat er op die armbandjes 'What would Jesus do?' en niet 'What would Jesus think'.  Hij dacht denk ik van alles. Maar zei daar niet zoveel over. Hij zag, vroeg en deed. Dat ga ik proberen na te doen.  Beetje kijken, zien en wat vragen. En doen. Niet denken. Geen denken aan.

Realistisch? Misschien niet, maar waar het ingewikkeld wordt, kan ik juist het nu wat meer betekenis geven. Als ik daar bedreven genoeg in word, dan kan ik zelfs de hemel een stukje naar beneden halen. Want het wordt niet beter, dat is het al. Onlangs liep ik een rondje langs het water. Keek ik rechts, dan zag ik rollende golven. Opkomend tij. Keek ik naar links; daar ging af en toe de hemel open en brak de zon door. Misschien is het allemaal wel een kwestie van de juiste kant op kijken.
En soms zal ik zwijgen. Dan denk ik niets, dan doe ik niets. Dan droom ik.

(bewerking van een blog van drie jaar geleden, opeens weer een beetje actueel)

zaterdag 7 september 2019

Zwartdicht







Stuur mij geen roos
zeker niet die rode
Waar tint en toon
zo snel verschiet
en glansloos dof
zich 't leven laat.
Zend mij die zwarte
rijk in doorn getooide
Zodat m'n hand haar zachte,
nachtfluwelen fluisterbloem,
altijd bloedrood blozen doet.

donderdag 5 september 2019

Verdwaald

Waar wandelen, dwalen wordt,
raken we de weg snel kwijt.
Vragen ons in wanhoop af
waarom we wegwijzers 
op plekken plaatsen 
waar de weg 
nooit echt
weg was.

Laat ons borden plaatsen,
richting wijzen daar
waar weg en pad 
hun spoor al
heel lang
bijster
zijn.

In andere gevallen
zoveel rails versjouwen, 
van bomen bielzen bouwen
dat iedereen weer sporen kan.




dinsdag 3 september 2019

Het gaat super met me!

Een jaar geleden verkeerde ik in zwaar weer. Iemand schreef me toen:

''Heiligen hebben een fantastisch verleden, zondaren een geweldige toekomst."

Dit was op het moment dat ik links en rechts redelijk hardhandig met mijn verleden om de oren werd geslagen. Niet in het minst door mijzelf.
Toen ik bovengenoemde quote ontving, dacht ik met name aan de toekomst in een soort spirituele zin. Zoals de verwachting van een mooi en prachtig leven na de dood. Iets als een christelijke bemoediging. Waarbij het wereldse lijden in een schril contrast staat met een te verwachten hemelleven.

Ik vergiste me. 

Dit gaat over nu. De toekomst is vandaag en een beetje morgen. De afgelopen dagen bezig geweest met de voorbereiding op een nieuw schooljaar. Weer een lokaal ingericht. Een beetje 'mijn eigen plekkie' van gemaakt zoals een goede vriendin zegt.  De gedichten hangen er weer. De boeken staan in de kast. Door de U-opstelling die ik gemaakt heb, is er een podiumruimte ontstaan. 
Kennisgemaakt met een nieuwe school, nieuwe collega's en een nieuw team. Mensen die me hartelijk welkom heten.
En mijn mentorklas vandaag voor het eerst ontvangen. Bijna dertig leerlingen van veertien tot zestien jaar.  Bij de deur wacht ik ze op en verwelkomd ze met een handdruk. Ze komen nogal verschillend binnen.
De één vol bravoure, de ander vriendelijk glimlachend, hier iemand die wegkijkt, daar iemand die achterlangs probeert te glippen. Een ander die vrolijk en open binnenkomt. 
Als iedereen zit, loop ik naar voren en ga op mijn krukje midden tussen hen in zitten, kijk ik rond en zie de mensheid voor me. Het zijn achtenvijftig ogen die me aankijken.  Negenentwintig mensen waar ik me een tijdje mee mag verbinden. 
De komende dagen ga ik er nog een kleine tweehonderd ontmoeten. En ja natuurlijk is het me ook wel een beetje wonderlijk te moe. Er is veel gebeurd het afgelopen jaar, nog steeds eigenlijk.  De behoefte aan wat rustig vaarwater is er. 
Tegelijk kan het voelen als een keuze. Kiezen tussen muizenissen in je hoofd hoe morgen er uitziet, of overmorgen. Ook de volgende maand zou ik willen weten. Tot ik denk, het is goed zo.

De school gaat uit, ik tref op de gang nog eens tel meiden uit mijn klas aan.  "Meneer, hoe vindt u ons als mentorklas?", klinkt het. Op dit moment denk ik; hier gaat het om. Niet wat ik vind, is belangrijk. Achter hun vraag ligt hun verlangen. "Heeft u ons gezien?' was ten diepste hun vraag.
Dat mag ik het komende jaar doen. Mensen proberen te zien. Ik ga een fantastische toekomst tegemoet!

zondag 25 augustus 2019

Leven in overvloed

Ook al hebben wij sinds een aantal jaren onze tent verwisseld voor een huisje, toch blijf ik ergens een kampeerder. Iemand die gewend is om niet meer mee te nemen dan nodig en een beetje uitgekiend met voorraden om te gaan. Zowel in het inslaan er van als met het gebruik.
Zo kon het gebeuren dat toen we na ons eerste weekje in Portugal zuidelijker trokken de koel- en andere kasten redelijk leeg waren.
Even aarzelde ik om langs een winkel te gaan. Wat heerlijke ingrediënten halen voor een mooie kostelijk maaltijd. Dat we de dag ervoor in een superleuk restaurantje aan de Atlantische kust gegeten hadden, versterkte de behoefte aan een rijk voorziene tafel. Niet omdat dit restaurant de toon gezet had voor wat onze smaakpapillen betrof. Ik klaag niet snel maar hier was het eten echt beneden alle peil. Hoe leuk alles er ook uit zag; of de kok had zijn dag niet, of onze vegetarische keuzes hadden zijn creativiteit en verbeeldingskracht dusdanig aangepast dat zelfs een uitgehongerde bedevaartganger bij het aanschouwen van wat er samengeraapt op het plankje gekwakt was, er spontaan een vastendag van zou maken.

Ondanks mijn aarzeling, besloot ik te gaan koken met wat we hadden. Een maaltijd bereiden met de restjes.  Dat was zoeken, improviseren en even wat vaste vormen loslaten. Een tomaat met ui en een heel klein teentje knoflook werd de basis van de saus. Met wat kruiden uit de tuin van het huisje waar we zaten, lukte dat prima. Bramen van de struiken langs de weg als nagerecht. Samen met de meloen die al een tijdje met ons meerolde. 
Een ratjetoe van overgebleven groente aangebakken met een paar druppel olie vormde samen met de saus een prachtig palet waar alle kleuren in vertegenwoordigd waren. En het smaakte fantastisch!

Hoe vaak gebeurt het niet dat we denken dat we eerst nog iets erbij moeten hebben voordat het genoeg is. 
Vandaag ga ik leven in overvloed, desnoods van de restjes.

donderdag 22 augustus 2019

Waaiend naar de kerk

We zingen en we spelen,
spreken en luisteren
horen de stilte
in de ruimte
met God.
Al weet
ik niet zeker
dan nog meer
ontmoeting nodig.

We leven in storm of stilte
genieten van een bries
die warmend zwoelt.
voelt als tocht
Staand in
waaiend
veld.

Laat mij zijn als kind
dat zelf het pad 
niet kent.
Vuisten
al dan niet
gebald in uw
hoge handen legt.
Geleid in holle weg,
ruim omtuind met  
roos gevulde
doornen
heg.



vrijdag 16 augustus 2019

Uit

Uitvaart
niet verzekert
Omdat je dood gaat
soms aan uitzaaiingen.
Vaarwel verzekeraar, val 
dood zal ik niet zeggen. 
Stel dat uw polis
dit niet dekt.
Dan bent 
u zelf
ook
uit
.

woensdag 14 augustus 2019

Strop om hals van ma

Nadat ik van vakantie terugkom, heb ik een soort van bijkomdag. Beetje koffers uitpakken, alle kamers van het huis bezoeken, met blote voeten aarden in de tuin. Ik kijk zelden televisie, maar dit is zo'n dag dat ik besluit om het journaal te kijken. Even weten wat de rest van de wereld doet.

Ongeluk veroorzakende jongeren met lachgas achter het stuur, weggevaagde dorpen door overstromingen, brand in Siberië, een van kindermisbruik verdachte miljardair die sterft in zijn cel en vallende voetbaldaken in Alkmaar.  Ik word er niet vrolijk van en besluit alle journaals voor de komende tijd te mijden.

Tot ik vanmorgen de computer opstart en er wat nieuwsitems oppoppen onderin mijn scherm. Blijkbaar ergens een knop ingeduwd waardoor dit gebeurt. Deze keer ben ik er bij mee. Geweldig nieuws namelijk.  Er is weer hoop voor onze samenleving. Waar we dreigden in te dutten en weg te zakken in een ongelooflijk diep zwart digitaal gat waarbij iedereen verdrinkt in zijn bites en bytes is er een kentering gesignaleerd. 
We weten van al die duizenden jongeren die dagenlang hun tijd vullen met insta, netflix en andere digitale vermakelijkheden. Die hun ziel en zaligheid verkocht hebben aan het wereldwijde web. Waar ze oeverloos surfend de branding van het leven missen. Die hooguit volgas naar een party gaan om in de vroege morgen, lang niet uitgelachen, terug te komen.
Of eens in de zoveel tijd uit hun dak gaan bij een voetbalwedstrijd. Dat zijn wel zo'n beetje de randen van hun echte wereldbelevingen.
Maar nu, het gaat veranderen. Echt!

In Amsterdam zijn er een paar tieners gesignaleerd die nog buiten spelen. Ze hebben een oude woonboot ontdekt die al jaren leeg lijkt te staan. Na dagen van plannen maken, de boot observeren en de taken verdelen hebben ze eindelijk de knoop doorgehakt. Ze gaan de boot enteren. Eén van de gastjes weet dat zijn vader thuis nog ergens in de schuur een alarmpistool heeft liggen. Die dingen kon je in de jaren zeventig en tachtig gewoon bij een postorderbedrijf bestellen namelijk. 
Een van de andere jongens brengt een schroevendraaier mee waar ze het hangslot mee kunnen lospeuteren. Meestal is het slot sterker dan de manier waarop het bevestigd is.
Als het afgesproken uur is aangebroken, besluipen ze de boot, draaien de schroeven uit de plaat waar het slot aan hangt en gaan naar binnen.
Net voor binnenkomst maken ze nog even een paar foto's om hun daad vast te leggen. Ze posten deze op Snap en Insta en gaan naar binnen. Ze dolen een uurtje door de boot, trekken laden en kasten open.
Kijken in de keuken waar de borden, messen en vorken als vieze vaat zijn achtergebleven. Terwijl ze, hoog in de adrenaline, hun nieuwe verovering inspecteren, gaan de foto's buiten als een razende over het web.
Binnen een halfuur is ook onze Hermandad op de hoogte. Deze ziet niet anders dan een mogelijke inbraak en ook nog eens een pistool. 
Met man en macht trekken ze erop uit. Een uurtje later is het spel voor de jongens over. Maar lang niet uit.

Graag wil ik het hierbij laten. Misschien klopt mijn interpretatie, misschien ook niet. Wel wil ik geloven dat de politie het verschil kent tussen potentiële misdaad en kwajongensgedrag. Ik weet het niet. Hoef het ook niet te weten. Maar zullen we voordat we ze ophangen, dit aan anderen overlaten? Ik begrijp inmiddels dat ze één van de moeders al aan het ophangen zijn. Omdat ze de baas van de politie is. Dat ze daarom gelijk de zaak aan een andere parket heeft overgedragen schijnt haar niet te helpen. Dat ze de kwajongstreken van haar zoon veroordeelt en bestraft, ook niet. Ze moet hangen omdat ze de moeder is en blijkbaar weigert hem als een crimineel neer te zetten.  
En of ze nu juffrouw of meester van burgers is, blauwrechts of groen, zolang zij als moeder doet wat moeders moeten doen, verdient ze eerder een lintje dan een strop.


zondag 11 augustus 2019

Een leven lang op de wip

Vandaag deed ik een ontdekking. Voor degene die me een beetje kent, is dat niet vreemd, het gebeurt vaker. Nogal eens met een gevoel alsof het een wereldontdekking is.  Soms is dat zo, vaak niet. In dat laatste geval denk ik gewoon dat mijn omgeving er nog niet aan toe is. In andere gevallen leert het leven me wel.

Maar nu, mijn ontdekking. Die begint met een vraag. Waarom hebben we geen speeltuinen voor oude mensen? Waarom kunnen we pretparken en speelplaatsen bedenken voor kinderen, met alles waarvan we denken dat het er bij hoort. Door onze maakbaarheidsgedachten hebben we ze al een beetje vernaggelt met alle veiligheidsvoorschriften. Maar ze zijn er nog wel. De plekken waar kinderen kind kunnen zijn. 
Daar we ontdekt hebben dat elk mens wil spelen hebben we parken ontwikkeld waar we ons als volwassenen kunnen uitleven. Jammer genoeg hebben we bedacht dat dit vooral een hoog adrenaline-gehalte moet hebben. 
Onlangs zat ik aan een strand en bouwde daar een soort kasteel. Het lukt me nog steeds niet om die precies op de vloedlijn te zetten. Ver genoeg op het strand om hem te behouden en dicht genoeg bij het water om de slotgracht vol te krijgen. Ik heb mezelf aangeleerd om op het moment dat mijn laatste muur weggespoeld wordt, het achterblijvende gat te vullen met mijn voeten. Dan trek ik een gezicht naar eventuele toeschouwers alsof dit mijn bedoeling was. Gewoon een watergat waar mijn voeten in passen.
Terug naar mijn ontdekking. We kennen het fenomeen dat er nogal wat ouderen zijn die terug keren naar hun kindzijn voordat ze dit leven achter zich kunnen laten. Nee, dit is niet altijd een feest. Ik weet het. Dat is kind-zijn ook niet altijd. Toch hebben we kinderspeelplekken.
Laten we ouderspeeltuinen maken. Waar ze kunnen schommelen, draaien en wippen totdat ze uit uitkraaien van plezier. Of jammerend komen om een ijsje.  Waar ze kunnen roepen: 'Nog een keer!' 
De plek waar wij als jongeren tegen ze zeggen:'Doe voorzichtig!', in de wetenschap dat dit het laatste is dat ze willen. Dus kijken wij een beetje voor ze uit. Een boemeltje over alle atracties heen, waar ze allemaal in kunnen.  De plaats waar we als kind of partner mee mogen feesten op de glunder van wie ons het liefste is. Waar een gerimpelde hand als een babyhand is en overhangend vel net zo sprankelt van plezier als een klein kind met nog wat teveel aan babyvet. Weg met de eeuwige jeugd, schoonheid zit 'm in het leven zelf. Ouderdomsvlekken, grijze en kalende hoofden staan de schoonheid niet in de weg maar benadrukken die.  
Hoe dat moet met al die rollators en electrische karretjes? Nou gewoon, beschouw ze als kinderwagens, maxicosa en ander zit-, en vastmaaktuig waar we onze kinderen mee plagen.
Maar als ze wat breken? En iemand een hand tussen een touw van een schommel krijgt? Ja wat dan? Dan helpen we ze en troosten we. Leren we dat ook weer eens.  Er zal vast wel iemand te vinden zijn die een protocol wil schrijven. Tot dat klaar is en lang daarna: 'Laat onze ouderen spelen!'

Zelf hoop ik oprecht dat ik op honderdjarige leeftijd nog op een schommel zit, of iemand loop te duwen. En elke keer als de schommel bij me is, mag fluisteren voor ik afduw: 'Speel liefste, speel.' 

Misschien, heel misschien, als we genoeg met onze kinderen en onze ouderen spelen, komen we erachter dat we in die tijd ertussen gewoon door mogen spelen.  'Sorry schat, ik kom wat later, moet eerst even schommelen.'

woensdag 7 augustus 2019

Ik ben verliefd

Vandaag heb ik gehuild.  Ik ontmoette José Sousa Saramago in Casa dos Bicos, een prachtig gebouw aan de oever van de monding van de Taag, waar een permanente tentoonstelling aan deze man is gewijd. 
De boerenzoon uit 1922 werd rond zijn vijftigste dichter en schrijver.  Vanwege zijn opvattingen werd hij ontslagen door zijn werkgever. Daarnaast na het verschijnen van een roman waar hij Jezus met Maria Magdalena laat trouwen en deze laatste als een krachtige wijze vrouw neerzet, wordt hij verbannen door de kerk. Ooit wilde men hem een prijs geven. De toenmalige regering vond deze strijder tegen onrecht een te grote rebel en hield dit tegen. Uiteindelijk gaf de wereld hem de Nobelprijs voor Literatuur. De enige Portugees die deze ooit in ontvangst mocht nemen.

Inmiddels verschijnen zijn boeken in meer dan vijftien talen, is er één verfilmd, een ander de basis voor een operastuk. Twee andere boeken van hem, worden gespeeld in het theater.
Toch zijn al deze dingen, hoe ontroerend en mooi ook, niet de reden van mijn tranen. Nee, dat kwam ergens anders door
Naast al het indrukwekkende; zijn handschrift, zijn nagebouwde werkkamer, foto's en filmmateriaal was ik onder de indruk van al zijn boeken. Een compleet wereldwerk. Met zinnen die je pakken als de blote hand van je grote liefde op een naakte bovenarm wanneer je die daar een tijdje gemist hebt.  Wat me echt raakte was het volgende dat hij schreef onder een foto van zijn vader:

De jaren zijn voorbijgegaan en dit is wellicht de laatste foto van mijn vader. Ondanks zijn rare capriolen is hij nooit een slecht mens geweest. Op zekere dag, ik was al volwassen, zei hij tegen mij: 'Jij bent wél altijd een goede zoon geweest' Op dat moment heb ik hem alles vergeven. Ik had nog nooit zo'n band gevoeld met hem.

Liefde op het eerste gezicht geloof ik oprecht in.  Dat zo'n liefde mij de eerste dag aan het huilen maakt, is nieuw voor me. Maar voelt geweldig goed. José, ik hou van je. Ik heb je gezien, gelezen en gevoeld vandaag. Wil je nog veel beter leren kennen. Laag voor laag zoals je een ui af pelt. Dwars door alle pel-, en andere tranen heen wil ik alles van je weten. Ook al wist ik het al honderd jaar, vertel het mij opnieuw. Zin voor zin. Als ik je denk te kennen starten we voor mijn part elke dag opnieuw.  





Lissabon

Ontwakende stad en 
wachtende rail.
Oplopende straat die
onder mij doorklinkt.
De vuilnismens die
voor de wagen veegt
de afvalbakken leegt
van wat hem nog past.
Het dronken stel,
de nacht te kort,
nu zoekend naar de sleutel
van een slot dat allang niet 
meer gesloten is.
Schuim van de straat
daar miezerige mot
op de weg regent.
De iets te dikke dame
van lichte zeden,
probeert alsnog 
wat binnen te halen.
Achter gesloten deur
verdwijnende pooier
die als profiteur
zijn geld nu telt.
Stad van dichter
en muze 
je raakt 
als je mij
wandelend 
wakker maakt


maandag 5 augustus 2019

Sainte-Victoire


Al overwon Marius er de Teutonen
en kwam zij zo aan haar naam.
Al bedreef Cézanne er meer 
dan zestig keer 
de liefde 
met
kwast
en doek.
Voor mij 
een verre berg 
te zien door inkijk
tussen een stel bomen.
Gaten die ik heel graag dicht.
(foto van Henrika Lefevre)