vrijdag 21 juli 2017

Mijn droomjaar


Elke morgen mijn mentorklas ontvangen.  Een stuk of twintig leerlingen van een jaar of veertien, vijftien. Ze volgen het VMBO-onderwijs op basisniveau. Jongens en meiden met veel talenten, alleen wat minder op het cognitieve vlak.
Dat wil niet zeggen dat het alleen maar doeners zijn. Nee, er zitten meer ‘d’tjes’  in: dromers, denkers, doorzetters en durvers.  Het verschil zit ‘m  in de volgorde. Eerst doen en dan denken. Of net zolang blijven dromen tot de tijd van doen voorbij is. En durven waar anderen nog aan het denken zijn.  Wanneer ze in een eerder stadium tegen grenzen aanlopen, worden zij als het goed is, uitgedaagd om door te zetten.
Dit laatste element,  het doorzetten, hier gaat mijn droomjaar over. Leren is zoveel meer dan feitenkennis verzamelen. School zou zoveel meer kunnen zijn dan pasklare stof tot je nemen. We leven  in een tijd waarin alles op te zoeken valt, waarin gedebiteerde waarheden vrij snel gecontroleerd kunnen worden maar ook ontbrekende kennis vrij snel aangevuld. In plaats daarvan zouden we veel meer kunnen inzetten op de zoektocht. De zoektocht naar hoe we leren, wat daar de juiste middelen voor zijn en wat ons uiteindelijke doel is.
Willen we echt alleen maar zichtbare resultaten op het vlak van meetbare kennisvermeerdering? Of zijn we ook nog op zoek naar een soort van ‘heilige graal’. Willen we streven naar idealen die misschien niet bereikbaar zijn,  maar waarbij de zoektocht alleen al een grandioze ervaring is. Die ons helpt om te leven.
Nu de invulling van mijn droomjaar:  Mijn klas, die elke morgen mijn lokaal binnenwandelt.  In rust de dag beginnen. Bij ons op school betekent dit een religieus meditatief moment ,  waarin we zingen, bidden en uit de Bijbel lezen. Gewoon omdat dit is waar wij als school voor staan. Kinderen zijn dit ook van huis uit gewend.  Aan mij de taak om de, niet altijd naar vroomheid strevende, leerling uit te dagen en te inspireren vanuit onze beginselen.  Daarbij tijd nemen om ruimte te geven aan persoonlijke verhalen. Kostbaar moment. Vragen misschien wel belangrijker dan antwoorden.
Hierna gaan we een uurtje iets doen met de Nederlandse taal.  Nadruk ligt op communiceren en presenteren.  Hier het evenwicht zoeken tussen wat goed is voor dit type leerling en wat nodig is voor de ontwikkeling en toekomst van hen.
Na dit uur, inmiddels is het tien uur, gaan we naar buiten. Op maandag maken we een wandeling, dinsdag gaan we hardlopen, ’s woensdags een teamsport,  op donderdag snelwandelen en als laatste  vrijdags nog een keer hardlopen.  Uiteindelijk sporten we een veertig minuten, de rest gaat op aan omkleden en douchen.
Tegen elf uur zijn we dan weer in het lokaal waar de helft van de klas pauzeert (in het lokaal) en de andere helft de lunch gaat voorbereiden. Die voorbereiding duurt een half uurtje zodat we om half twaalf kunnen lunchen. Voor de lunch nemen we uitgebreid de tijd.  Nadruk ligt hierbij op gezonde voeding. Alles gebeurt volgens een vast schema. We hebben een rooster waarin lang van te voren inzichtelijk is wie verantwoordelijk is voor wat. En het maakt niet uit of je nu afwasser, inkoper, menuschrijver of tafeldekker bent. Door het jaar heen krijgt iedereen uiteindelijk elke taak meerdere keren. We zijn tenslotte wel een school. Oh ja, by the way, alles rondom en tijdens de lunch vindt in het Engels plaats. Hiervoor is een docent Engels ingevlogen die dit begeleidt.
Na de lunch is het tijd voor wiskunde. Hierbij ligt de nadruk op toepasbare kennisverwerving en inzicht krijgen in logische denkpatronen. Nu wordt een wiskundedocent ingevlogen. Ondertussen is het half twee. Tijd voor een half uur pauze. Leerlingen mogen naar de aula of naar buiten. Ze zijn verplicht om het lokaal te verlaten.
Om twee uur starten we met Burgerschap. Hierbij hebben we dagelijks een ander onderdeel dat elke week terugkomt. Zo hebben we maandag een geschiedenisdocent die anderhalf uur vanuit de geschiedenis lijnen naar het heden en de toekomst probeert te trekken. Op dinsdag mag ik als mentor de invulling geven. De nadruk ligt dan op levensbeschouwing. Op woensdag hebben we altijd een extern iemand. Die aan de hand van een film, een presentatie of een verhaal ons bij komt praten over de wereld buiten. Op donderdag trekken we er op uit. We gaan kijken bij een afvalverwerkingsbedrijf, een aannemer of een verzorgingshuis. Vrijdags zijn we op school bezig met onze  toekomst. We verwerken dan alles van de afgelopen week. Ook evalueren we onze leerdoelen van de voorbije week. Die van ons als klas als ook die van iedereen individueel. De zogenaamde tips en tops bespreken.

Het volkslied zingen is onze afsluiting. Het liefst bij de vlag op het schoolplein. Daarna wensen we elkaar een goed weekend en gaan  naar huis. Naar onze gezinnen, (bij)baantjes en hobby’s.  Toepassen wat we geleerd hebben. 



donderdag 20 juli 2017

Gedachteloos


 
Een afdeling met mensen die het niet meer weten.
Zwijgend, mompelend, pratend of roepend.
Zittend, liggend en rollend.
En elke keer bedenk ik me:
Dat denken in deze fase,
heel erg bedenkelijk zou zijn.

vrijdag 7 juli 2017

Ik moet mama nog ajuus zeggen

Ik heb een fantastische baan! Dat is niet alleen omdat ik nu aan de vooravond sta van zes weken vakantie. 
Ook niet omdat ik net een heerlijke lunch achter de kiezen heb met een stuk of zes, zeven geweldige mensen. Die in de loop der jaren meer geworden zijn dan alleen maar collega's.
Maar grotendeels is de inhoud van mijn werk bepalend. Men geeft mij namelijk het kostbaarste wat we hebben. De jeugd.  
De ouderdom kan mooi zijn. Sierlijk soms. Maar ook pijnlijk en hard en eenzaam.
De middelbare leeftijd heeft zijn charmes. Zelfs de crises die erbij horen. Wel slaat ook hier de weerbarstigheid van het leven soms hard toe. 
Maar de jeugd. De dromen, de verwachtingen, het niet neer willen leggen bij onrecht. Het vallen en weer opstaan. Natuurlijk weet ik dat soms op jonge leeftijd dingen onherstelbaar stuk gaan. Maar dat is vandaag even niet mijn punt. 
Afgelopen jaar kreeg ik meer dan 25.000 keer (ik schreef al eens over dit aantal) een stukje jeugd in mijn lokaal. De gezichten die je op die leeftijd vaak nog redelijk kunt lezen.
Bas die met een vrolijk 'dag meneer' begroet. Gewoon omdat hij altijd vrolijk is. Stefan die wat bedrukt kijkt, waarschijnlijk weer eens zijn huiswerk niet gemaakt. Jolien die blij naar binnen huppelt en mij in 't voorbijgaan nog een keer vertelt dat ze er volgende week een dag niet is omdat ze een bruiloft heeft. Anita die gelijk na binnenkomst weer naar het toilet wil. Waarschijnlijk om haar mobiel te checken.
Jan Willem die een beetje mokkend groet, nog niet helemaal eens met de nieuwe klassenplattegrond, waarbij hij naast Gerrianne moet zitten. Diezelfde Gerrianne die even later al giechelend met Coby, haar hartsvriendin, binnenkomt. 
Martha die zoals gewoonlijk eigenlijk te laat is maar nu met een sprintje het redt om binnen te zijn voor ik de deur dichtdoe. Nog snel even triomfantelijk goedemorgen roept en gaat zitten.
Ariënne die me vaak even nadenkend aankijkt aan het begin van de les. Het is alsof ze telkens wil polsen hoe de vlag erbij hangt.
Zo zou ik door kunnen gaan. Als ik op het afgelopen jaar terugkijk, zie ik nogal wat langs komen in mijn klassen. Veel wat blij maakte. Ook andere zaken die verdrietig maakten of zorgen gaven.  
Contacten met ouders:nodig en zinvol. Helpend ook om gedrag van kinderen te herkennen. Wel eens boos geweest over de manier hoe sommige ouders invulling geven aan opvoeding. En mij machteloos gevoeld bij het zien van het onvermogen op dat gebied.

Jaren geleden had ik een mentorleerling waar het thuis niet goed ging. Ik noem hem hier even Martijn. Via de voorlopers van Veilig Thuis en andere instanties kwam één en ander aan het rollen.  Gesprekken volgden. Met ouders en met Martijn. Totdat het echt niet meer ging. 
’s Morgens was er een uitspraak van de rechter tot uithuisplaatsing.
 ’s Middags haalde ik Martijn uit de klas. Ik ging met hem naar een kamertje in de school. Hij vroeg niets. En ik zei niets. Afspraak was dat er pas in dat kamertje uitleg zou gegeven worden. Daar zaten een maatschappelijk werker en een gezinsvoogd. In de hoek van de kamer stonden enkele volle weekendtassen.
Martijn werd verteld dat hij door de twee dames naar een ander huis gebracht zou worden. Waar hij vanaf nu zou wonen.
Martijn keek mij aan en zei: ‘Dan moet ik naar huis om spullen te halen.’
De gezinsvoogd wees naar de tassen en vertelde hem dat zij dit al gedaan had.
Nog hoor ik Martijn zeggen: ’Maar ik moet mama nog ajuus zeggen’.
Op dit soort momenten snap ik nog steeds niet dat je pas in een auto mag rijden na een theorie en praktijkexamen en dat het enige criterium voor kinderen op de wereld zetten de leeftijd is.
Meer dan tien jaar geleden inmiddels. Van tijd tot tijd deze situatie overdacht. Ook wel mijn twijfels over de procedure. Mijn eigen aandeel hierin.
Tot ik een paar weken terug de gezinsvoogd ontmoette. Door een bijzondere samenloop van omstandigheden troffen we elkaar.
En uiteindelijk hebben we op een terrasje alles nog eens doorgesproken.  Natuurlijk wist zij ook niet alles meer, maar ze kon m’n twijfels wel wegnemen. Ik was er blij om.

Nu aan het eind van een schooljaar alles overziend, durf ik te zeggen: Het was goed. De mooie en de moeilijke momenten.
En geloof me: Mijn collega’s en ik hebben die zes weken hard nodig om even afstand te nemen om straks weer klaar te zijn om ons kostbaar kroost te koesteren.

woensdag 28 juni 2017

DOEN

Laten we alle partijen opheffen en opnieuw beginnen. Gewoon vandaag. Zeg nou zelf: 'Merkt u er iets van dat we al meer dan honderd dagen zonder partij zitten die het land bestuurt?'
'Nee dus.' 
Mooie gelegenheid om voor de zomer alles op te doeken. Opnieuw beginnen. In plaats van partijen groepen vormen. Groepen die uit het oogpunt van doelmatigheid worden opgericht.  
Een Onderwijsgroep en een Zorggroep.  Daarnaast groepen voor Milieu, Sport, Veiligheid, Economie, Buitenland, en Verkeer. 
Ideologieën niet meer aan één partij gekoppeld. Een ieder kan zijn of haar identiteit uitdragen in de groep waar hij/zij deel van uit maakt.

Ook het systeem vernieuwen. Iets meer digitaal. Om te beginnen het stemmen zelf. Toch niet meer van deze tijd dat we ons naar een schimmig lokaaltje begeven en daar een soort van behangrol op bouwtekenpapier uitvouwen. Om vervolgens met een potlood (ja echt ...een potlood) een hokje in te kleuren. 

Tot het zover is, beperk ik me tot roepen vanaf de zijlijn en ga ik geen nieuwe (splinter)partij starten. Beloofd. 
Om op stoom te komen zal ik de komende tijd wat inhoudelijke voorzetjes geven. Hier komt de eerste:

Gebruik een school twee keer op een dag. Vestig twee scholen in één gebouw. Gemiddeld wordt er in een lokaal duizend uur les gegeven. Lesuren welteverstaan. Dat zijn vaak uren van vijftig minuten.
Met een simpele rekensom kom je dan uit op 833 klokuren. Dit is minder dan 2,3 uur per dag. 

Als we het houden op veertig weken school (zoals we die nu hebben) komen we per dag uit op vier uur en een beetje.
School A begint om 8.00 uur. En gaat uit om 12.30 uur. School B begint om 13.00 uur en gaat uit om 17.30 uur.
Denk dat in deze tijd van flexwerkers er genoeg ouders zullen zijn, die dit zien zitten.
Weet u hoeveel lokalen (en complete bouwlagen) er in mijn school leeg zijn na 13.50 uur?
Niet te geloven dat we nieuwe gebouwen neerzetten en deze voor minder dan 10% van de totale tijd gebruiken.
Dit levert niet alleen een gigantische bouwbesparing op; maar ook een mooi bedrag op het gebied van energiebesparing. Daarnaast de winst van het delen van leermiddelen. Zoals bijvoorbeeld dure smartborden die nu twintig uur per dag werkloos aan de muur hangen

Voor de eerste vier jaar levert dit een besparing op van ruim een miljard. Dat zijn heel veel handen voor de klas. En nog meer aandacht voor de leerling. Waar het allemaal ooit om begonnen is.

zaterdag 17 juni 2017

Thuiskomen


Heilig Avondmaal.
Morgenochtend.
Contradictie.
Niet alleen de woorden
ook de inhoud.
Liefdesmaaltijd.
In een wereld
vol van haat,
pijn en oordeel.
Niet waarom,
maar daarom.
Rustpunt,
ankerplaats,
oplaadstation.
Niet waardig,
onbegonnen werk.
Heilig in Hem,
die uiteindelijk mij 
het beste kent.
Verloren dochters 
en zonen
komen thuis.
Heerlijk egoïstisch,
net als in 't verhaal:
Niet vromer,
niet netter.
Maar omdat het leven,
bij Vader
leven is.
Voller en vrijer.
Daarom vier ik 
morgen
feest.

zaterdag 10 juni 2017

Meer doen dan denken.

En nu weet ik het zeker. Bijna. Ik ga een politieke partij oprichten. Uiteindelijk was het een bedrag van €3,95 wat de doorslag gaf. Maar daarover later meer.
Sinds ik bijna twee weken geleden een blog postte en daar echt duizenden reacties op kreeg, loop ik al een beetje met dit idee te spelen. 
Die politieke partij moet er gewoon komen. De naam heb ik al: DOEN! 
Eerst een vereniging oprichten. Notariële akte laten opmaken. Inschrijven bij de Kamer van Koophandel. De naam registreren bij de Kiesraad. En voilà, we kunnen van start als politieke partij. De speerpunten worden: onderwijs en gezondheidszorg.
Nadat we eind vorig millennium de hele wereld overhoop gehaald hebben door klantgericht te gaan werken, zijn we deze twee belangrijke pijlers van onze beschaving vergeten. 
Het onderwijs wordt nog steeds door anderen vormgegeven dan de directbetrokkenen. 
In de top van de zorg is echt niet doorgedrongen dat het uiteindelijk om de zorgvrager draait. Elke leerling, cliënt, verpleegkundige, ouder en leraar snapt dit. En daarom denk ik: DOEN!

Zo maar een paar uitkomsten van wat onderzoek op het gebied van onderwijs:
- Werkdruk wordt als te hoog ervaren.
- Meer burnout-klachten dan elders.
- Grotere klassen dan meeste andere Europese landen.
- Leerkrachten geven meer uur les dan in veel omringende landen.
- Met geld is niet alles op te lossen.
- Cultuur van 'alles meten' geeft geen verbetering.
- Na de invoering van passend onderwijs zijn we hier op gaan bezuinigen.

En dan de zorg:
Tja, waar zal ik beginnen? Met verontwaardiging las ik vanmorgen wat over de 'graaicultuur'. Nee, niet zo'n mooi woord. Maar we hebben met ons allen afgesproken dat bestuurders in de (semi)publieke sector niet meer mogen verdienen dan een ministerssalaris van een kleine € 200.000,- 
En vanaf volgend jaar wordt daar ook op gecontroleerd en eventueel gesanctioneerd. Wat blijkt er nu?
Het gros van de bestuurders gaat nog even maximaal cashen voordat de regel helemaal niet meer overtreden kan worden.
Ik zie het al voor me: We hebben jaren gewacht op een nieuw verkeerslicht. Gewoon om de buurt veiliger te maken. Verkeerslicht arriveert. Alles doet het. Voelt een stuk beter. Dan komt er bericht dat er met ingang van volgend jaar een camera bij komt hangen. En gaan wij nu het resterende half jaar als een stel malloten door rood rijden? Zo van 'het kan nog'? Dacht het niet.
Ondertussen zie ik om mij heen hardwerkende verpleegkundigen die uren in moeten leveren, vakantiedagen zelfs. Ik snap het gewoon niet.

Dan de zorgverzekeringen (het verhaal van de € 3,95):
Sta ik net bij de apotheek. In het ziekenhuis. Het recept is door de afdeling chirurgie afgegeven. Een aardige dame laat me de middelen zien en geeft wat uitleg.
Aan het eind zegt ze: 'De maagbeschermers, die u nodig heeft bij het gebruik van de pijnmedicatie, moet u zelf betalen. Deze worden niet vergoed.'
Terwijl ik € 3,95 afreken, vraag ik waarom ze eigenlijk niet vergoed worden. Ze lacht wat schaapachtig en zegt: 'Tja, dat vinden wij ook heel raar maar de verzekering wil dit alleen vergoeden als je ze minimaal zes maanden achtereen aantoonbaar gebruikt.'
Deze keer was de medicatie niet voor mijzelf. Maar mijn ervaring met dit soort middelen is dat het niet echt handig is om deze zes maanden te slikken.  De apotheker deelt deze mening maar geeft aan zelf machteloos te staan tegen dit soort regelingen van verzekeringsmaatschappijen.

En nee, het lukt niet om gelijk met alle oplossingen te komen. Die zijn ook niet allemaal kant en klaar voor handen.  Maar er zijn al best heel veel zaken die met gezond en nuchter verstand op te lossen zijn. Daarover in een volgend blog meer. 
Voor nu de focus op doen. Echt doen. Begrijp me goed: Ik ben niet tegen denken.  Menigeen die eerst deed, voordat hij dacht, kreeg daar spijt van.
Toch denk ik dat we teveel denken. Laat de uitvoering vooral aan de doeners over. En denk daar niet teveel over. Daarom een nieuwe politiek partij. Die zich sterk maakt voor de doeners. Ik zeg: DOEN!



dinsdag 30 mei 2017

'Ik heb nog nooit een acht gehaald'

Een paar jaar geleden kwam een meisje aan het eind van de les naar mijn bureau.  Haar repetitie-blaadje in de hand. 
Ze aarzelde en zei 'Klopt dit wel meneer?'
'Wat bedoel je Joke?'
'Nou, hier staat een acht.'
'Ja, zoals ik al zei, heel goed gedaan!'
'Maar ik heb nog nooit een acht gehaald.' Ik meende een traan te zien glinsteren. 
Achteraf gezien was dit het moment dat ik de beslissing nam om me helemaal te richten op deze kinderen. Leerlingen die het vmbo volgen. En dan de kader-, of liever nog de basisberoepsgerichte leerweg. Mensen waarvan ik merk dat ze veel talenten hebben. Alleen niet op cognitief niveau.
Leerlingen die de hele basisschooltijd doorgebracht hebben in de hoek van 'kan niet', 'wil niet', 'mag niet' en ten slotte 'durf niet'.  Ik weet dat ik chargeer, maar toch.
Het gesprek met Joke was nog niet over. Nou ja, wel met haar maar niet met haar moeder. Die belde me 's avonds.
'Joke staat hier naast me. Ze is zo blij met haar mooie cijfer'
'Ha ja mevrouw,  leuk dat u daarvoor belt.  Feliciteer haar maar. Ze heeft het echt helemaal zelf verdiend'
'Ja daarvoor bel ik u ook' vervolgde ze, 'eigenlijk willen we u vragen of ze naar kader kan, een niveautje hoger.'
'Waarom wilt u dat mevrouw?'
'Nou ja, haar broer Paul doet gewoon havo, en nu vinden we het een beetje naar dat Joke helemaal op basis zit.'
Ik zal u mijn reactie besparen, het was niet mijn beleefdste antwoord ooit.
Hiermee zeg ik niet dat de onderwaardering van het vmbo aan ouders, of alleen aan ouders te danken is.  
Ook wij schoolmensen maken er een potje van. Zolang wij blijven praten over opstromen en afstromen, niveau hoger of niveau lager verandert er niets.
Om nog maar niet te praten over methodes en hun totstandkoming. Ben er zelf ook wel eens bij betrokken geweest. Wil niets afdoen van de goede intenties van de mensen die hier  veel uren insteken. Ook in hun vrije tijd. Maar per definitie worden methodes geschreven door mensen die zelf aan de andere kant van het spectrum zitten.
Dit betekent in de praktijk dat een methode vaak geschreven wordt voor een havo/vwo-niveau.
En uiteindelijk na veel schaven en alle vierlettergrepige woorden verwijderen, blijft er iets over dat geschikt is voor een vmbo-leerling. Denken we.
Dat deze leerling vaak niets heeft met onze manier van werken, vergeten we.
Wil ik echt dat degene die in de toekomst mijn huis bouwt, de weg aanlegt of mij verzorgt, het verschil weet tussen een onderwerp en een lijdend voorwerp?
Vanmorgen waren we aan het ontleden.  De zin "Ik ga vissen vangen met een schepnet." stond in het boek.  Hierbij een paar reacties:
'Meneer ik vis niet.'
'Mijn broer vist met een hengel.'
'Pas een snoek van zestig centimeter gevangen.'
'Vissen is saai.'
Toen we uiteindelijk de opdracht maakten, vond de helft 'vissen' ook een werkwoord.  Natuurlijk hadden ze gelijk, alleen niet in deze zin. Typisch geval van verkeerd voorbeeld op een verkeerde plaats.
Ik heb het nu over mensen die de rest van hun leven bezig zullen zijn met uitvoerende taken.  Veelal met hun handen gaan werken. Mooie, moeilijke en zware dingen doen.
Hiermee zeg ik niets over die mens. IQ maakt geen goede of slechte mensen. Zelf denk ik wel eens dat ik slim ben. Maar al mijn slimmigheid heeft me niet behoed voor een paar domme keuzes. Het waren juist mijn vmbo-leerlingen die indruk op mij maakten. Op het moment dat gevolgen van foute keuzes zichtbaar werden. En nogal breed uitgemeten werden. Toen het voor mijn directe omgeving al lang oud nieuws was.  Het waren mijn leerlingen die me op één van mijn donkerste momenten verrasten met een cadeau als hart onder de riem. En een bos bloemen. ‘Voor uw vrouw, want zij kan er helemaal niets aan doen.'  
Het zijn inmiddels vrachtwagenchauffeurs, schoonmakers, metselaars en verzorgenden geworden. Ik ben onwijs trots op ze. Verschillende van hen spreek ik nog regelmatig. Ze zijn geworden wat ze toen al waren. Grote mensen.




donderdag 25 mei 2017

Weeszondag



Het kind in jou
koesteren ,
hebben,
laten.
Som zonder uitkomst,
Vermenigvuldiging,
zonder iets.
Raadsel,
geen oplossing.
Alleen de vraag is mooi.
Antwoord niet nodig.
De vraag tekent.
De 'is' belangrijk.
Veel achter
de twee liggende streepjes
een leugen.
Blijf wie je bent:
de som, de opdracht, het raadsel.
Laat niemand het antwoord geven.
Zolang jij plust,
of mint,
deelt en vermenigvuldigt.
Is alles tot
het 'isgelijkteken'
belangrijk.
De rest kan wachten.

Want Pinksteren komt,
is geweest.
En de Geest 
die blijft.




donderdag 18 mei 2017

Veluws verlangen



Gracieus kwam 
mijn heideveldje,
ineens weer op mij af.
Hier een eind vandaan
maar nooit ver weg.
Raakte mij,
haar schoonheid.
Nog meer, 
 wat rondom en in
haar opbloeide.
Ze vulde, verwarmde.
Maakte blij en glanzend.
Ze herneemt haar ruimte 
Wat zou ik willen dwalen 
op en in dat veldje.
Uren, dagen en
een leven.
De heide voelen,
proeven, ruiken.
Samen leren,
dat elke maand
zijn charmes heeft.
Lachende lente,
huilende herfst. 
Ga heideveldje,
bloei als nooit tevoren.
Vind jouw heuvel,
 laat je kleuren.
Koester je leegtes,
vul ze niet allemaal.
Werp je zeven zonen,
als een krans rondom.
Word het wonder
dat jij al bent.
Al zal ik je niet betreden,
en zul jij niet kijken.
Ik zal je zien.

zondag 14 mei 2017

Moederdag

Op deze mooie zondagmorgen doe ik dienst in Gouwestein. Een zorginstelling in onze achtertuin. Elke zondagmorgen wordt er een kerkdienst belegd.  Altijd door één van de vele wijkgemeenten die ons stadje rijk is. Vandaag is onze wijk aan de beurt. Wij 'leveren' dan een dominee, een ouderling, een organist en een diaken. Ik ben er één van.


Daar ik de laatste tijd wat vaker in soortgelijke instellingen geweest ben, niet als kerkenraadslid maar als familielid, kijk ik nu toch met wat andere ogen.
En sta ik verbaasd over alle mensen die hier bezig zijn. Naast de professionals (zowel het verplegend als facilitair personeel) de vele vrijwilligers. De gastvrouwen en heren, de mensen die bewoners van en naar de kamer halen en brengen. De koffie-schenkers, collectanten en organisten. Soms zelfs een heel koor.
Zoals altijd, wanneer ik dienst heb, ben ik veel te vroeg. Ik maak wat foto's van wat kunstwerken.  En snuffel wat rond. Spreek wat mensen. 
Dan de dienst. Mooi, kort en krachtig. Over psalm 23. De Heer is mijn Herder en zo. In deze omgeving komt deze psalm nog meer tot zijn recht. Er komt ook een geweldig mooi gezang langs. In ieder geval de laatste regel daarvan raakt mij altijd.
Vanuit één van de speciaal gereserveerde 'kerkenraadsstoeltjes' heb ik een goed zicht op de gemeente deze morgen.
Zo'n vijf à zes mannen. En een stuk of dertig vrouwen. Mijn gedachten dwalen af naar mijn moeder. Op dit moment een honderd kilometer verderop, in een andere zorginstelling.
Ondertussen hoor ik flarden van de overbekende psalm voorbijkomen. Over grazige weiden. Stille wateren. Gaan door een dal van schaduw des doods. En ook het 'mij zal niets ontbreken' komt een paar keer langs. 
In de loop van de dag zoek ik wat levens van moeders uit de bijbel op. Toen werd er ook al geleden. Door moeders. Manhaftige moeders
Eva die door haar man 'die vrouw' genoemd werd. Haar oudste zoon wordt een moordenaar. 
Sara die het grootste gedeelte van haar leven op een kind wacht. En door te weinig geduld haar huiselijke vrede in rook op ziet gaan.
Rebekka, vrouw met een goed huwelijk, zet haar zoon tot leugen aan en moet hem daardoor missen. 
En via Rachel en Batshéba kom ik uit bij Maria. Die op een afstand stond te lijden toen haar Zoon gekruisigd werd.
Dan heb ik Lea en Naomi nog niet eens genoemd.
Zei ik net manhaftige moeders? Misschien toch maar veranderen. Wij mannen zijn de watjes. 



zaterdag 13 mei 2017

Spruitjeslucht in duinlandschap

Wat is dat toch met ons als christenen? Hoe komt het dat we er op één of andere manier telkens in slagen om onszelf in de voet te schieten? Ik kan geen andere groep mensen bedenken, die zo goed is staat is zichzelf in een kwaad daglicht te stellen.
Zijn we zover dat we, de verzuiling voorbij, een paar prachtige maatschappelijke verantwoorde organisaties hebben, gaan we ze langs ons eigen meetlatje leggen. 
We hebben een organisatie: 'Tot Heil des Volks'. Deze doet al meer dan 150 jaar prachtig werk. Grotendeels in Amsterdam. Met de bedoeling om het leven van mensen te verbeteren. Lichamelijk en geestelijk. Verslaafden, prostituees en andere mensen aan de rand van de samenleving worden geholpen.
In de loop van de anderhalve eeuw hebben ze hun beleid wel eens aangepast. Zo zijn ze overgestapt van scholing voor kinderen en vrouwen naar hulp aan werklozen. Daarna de drugsverslaafden en de prostituees. 
Zo'n beetje de meest praktische invulling van onze diaconale opdracht: Helpen daar, waar geen helper is. 
Natuurlijk is hun manier van werken ook wel wat aangepast. Eerst relatie en verbinding, daarna proberen mensen te laten zien dat een leven met Jezus een rijk leven is.  Lijkt me niet zo'n probleem toch?
Uiteindelijk vertrekken er toch ook geen schepen van de VOC meer met specerijen-handelaren op het achterdek en missionarissen in het vooronder?  
Maar wat schetst mijn verbazing de afgelopen week? Blijkbaar voldoet "Tot Heils des Volks' niet helemaal aan de strenge eisen die we elkaar in refo-land zo graag opleggen. 
En natuurlijk zal er best iets zijn. Iets met rook en vuur en zo. Maar moet dat op deze manier? Niet alleen elkaar in de haren vliegen in krant voor eigen parochie. Maar via de social-media de hele wereld over. 

Wat dan? Bij (vermeend) onrecht zwijgen? Nee, dat niet. Er is denk ik al veel te veel en veel te lang over van alles en nog wat gezwegen. Zeker in ons eigen zuiltje.

Maar bij een flagrante schending van de eerbaarheid van zowel de genoemde Stichting als hun huidige directie, verwacht ik toch minimaal een paar zaken die alle onrust en opschudding waard zijn.
Wanneer dit niet het geval is, mogen, wat mij betreft, titels boven ingezonden stukken, die suggereren dat het heil er vandoor is, achterwege blijven. Zolang 'Tot Heil des Volks' niet collaboreert met het kwaad, in welke vorm of gedaante dan ook hebben ze mijn steun.

vrijdag 12 mei 2017

Fantoompijn

Om wat er niet is.
Met mijn hoofd
mijn hart bedwongen,
om wat er mist.
Meestal regeert 
mijn hoofd.
Soms mijn hart.
Of beiden zitten dicht.
Dan trekt mijn huid,
kriebelt en jeukt,
om wat er mist.
En ja, ik weet het.
Alle antwoorden,
als een meerkeuze 
voorbijgekomen.
Allemaal fout
Toch weet en voel ik,
Drie woorden volstaan.
Om achter mijn
fantoompijn
aan te gaan.

dinsdag 2 mei 2017

Vijfentwintigduizend leerlingen in een lokaal


Eén week vakantie. Naast die andere elf weken per jaar die ik al heb. Onderwijs is wel zo ontzettend gaaf!
Dan heb ik het er nog niet eens over dat om vijf over drie 's middags de lessen er op zitten. En mijn leerlingen verdwenen zijn. Vergaderen? Nee hoor, dat doen we tegenwoordig een stuk minder.  We doen het meest digitaal.
Ooit ontbond een school, waar ik voor werkte, van de één op de andere dag, alle (sub)commissies. In het kader van bezuinigingen en werkdrukverlaging. Geen leerling heeft daar wat van gemerkt.
Maar om bij het begin te beginnen. Ik werk in het voortgezet onderwijs. Van mij wordt verwacht dat ik elke week 26 uur les geef. Lesuren van 50 minuten. Dat is iets meer dan 21 uur werken per week. Dit doe ik veertig weken per jaar. 
Geen wonder dat mijn vrienden me nog wel eens iets over vrije tijd in het oor fluisteren. 
Laat ik voorop stellen dat ik een fantastische baan heb. Elke schooldag trek ik
op met jongeren. Jongens en meiden in een leeftijdsfase, die ingewikkeld is.Te oud om alleen als kind gezien te worden en te jong om zelf van alles te mogen beslissen. En wij volwassenen weten verdraaid goed wanneer we welke van deze twee moeten gebruiken. 
Onderdeel uitmaken van, en een klein beetje bij mogen dragen aan, het proces van volwassen worden, is mooi.
Een geweldige baan, die wat uren betreft, echt niet alles van mij vergt. Ik kan er zijn voor mijn gezin. Heb leuke vrijetijdsbestedingen
Vanwaar de discrepantie tussen de beleving van de zwaarte van ons werk en de niet overdreven veel uren makende weken? Want ook al besteden we vier uur per dag aan nakijken, voorbereiden en oudercontacten, dan nog zitten we op jaarbasis onder een veertigurige werkweek. En vanwaar het hoogste percentage ziekteverzuim in het onderwijs? Uitval van mensen? De burn-outs? 
Misschien is het wel helemaal geen uren-verhaal. En ook niet les-gerelateerd. Natuurlijk moet je stof over kunnen brengen en een klas met pubers aan kunnen. Dat is het punt niet. Maar er is ook nog wat anders. 
Tijdens een gemiddelde dag komen er ongeveer honderdvijftig leerlingen mijn lokaal binnen. De meesten begroeten me, verwachten een groet terug. Zowel bij binnenkomen als bij vertrek. Daarnaast komen er meestal voor schooltijd wel een paar leerlingen bij me binnenvallen. Na de les blijft er ook nog wel eens één hangen voor een ditje of datje.
Zo kan het gebeuren dat ik iets voor achten in mijn lokaal ben. Daar de eerste leerling voor mijn deur tref. Na een gesprekje is het tijd voor de eerste les, die wordt opgevolgd door les twee en drie. Hierna  een snelle lunch met mijn leerlingen. Daarna blijven er nog wat hangen.
Snel om tien over elf naar de docentenkamer. Plastic bekertje koffie. Beetje ongein met hartstikke leuke collega's en weer terug naar het lokaal. Waar de eerste leerlingen weer staan. De volgende lessen gaan van start.
De meeste dagen kun je mij om drie uur opvegen. Gewoon eventjes leeg. Zit in mijn dan lege lokaal bij te komen. Laat de dag passeren. De mooie en moeilijke ontmoetingen. Zoveel leerlingen die allemaal gezien willen worden. Gekend willen zijn. Energie die komt en gaat.
Gemiddeld komt er vijfentwintigduizend keer per jaar een leerling mijn lokaal binnen. Die gezien en gekend wil worden. Dit gebeurt in veertig weken. Mooie weken meestal. Die andere gebruik ik om weer op te laden.