zaterdag 20 april 2019

Stil maar

Stille Zaterdag. De
begrafenis is achter de rug. Het lichaam snel in wat doeken gewonden en het graf ingedragen. Dit graf bestaat uit een spelonkachtige ruimte, uitgehouwen uit de rotsen.  Er wordt een steen voor de ingang gelegd en een stel soldaten als bewakers. Nee, niet als erewacht maar om te voorkomen dat de leerlingen van Jezus Zijn lichaam ophalen en er later gezegd  kan worden dat Hij opgestaan is.
Er is haast bij deze begrafenis. Het moet allemaal gebeuren voordat het Sabbat is. De rustdag waar geen ruimte is voor het begraven van wie dan ook.
Deze dag spreekt niemand. Jezus zelf niet, tenminste niet met woorden, Zijn leerlingen niet en ook Zijn tegenstanders horen we niets van. Het is op alle fronten doodstil.

Doodstil en verstomd 
zachtjes uitgepraat.
De stilte oorverdovend
luid verzachtend.
Zwijgen het meest
veelzeggende.
Zo wordt dood
nooit gewoon.




vrijdag 19 april 2019

Papa

Goede Vrijdag vandaag. Aan al mijn vrienden kan ik Kerst en Pasen uitleggen. Ook aan degene die niet met geloof bezig zijn. Juist aan hen soms. Feest van geboorte en nieuw leven snappen we. In ieder geval kunnen we er blij om worden. Een kindje in een kribbetje vertedert. Leven na de dood intrigeert op zijn minst. 
Maar Goede Vrijdag? Iemand die zich vrijwillig aan een kruis laat hangen? Sterven om voor een ander schoon schip te maken? Je niet alleen voor vrienden opofferen, maar vooral voor mensen die je niet moeten?
Misschien is het ook niet te snappen wat er echt aan dat kruis gebeurt. Wat er naast gebeurt is makkelijker.
De meeste vrienden zijn er vandoor. Een mooie toespraak houden en  daarna vijfduizend man voeden met vijf broden en twee visjes, trekt nu eenmaal meer publiek dan je zelf willoos te laten doden.
Er staan er een paar die niet weg blijven. Maria en Johannes staan er. Zijn moeder en Zijn meest aanhankelijke leerling. 
Jezus ziet ze en houdt één van Zijn laatste preken. Hij zegt tegen Maria:'Vrouw, zie jouw zoon.' Dan zegt ie tegen Johannes: 'Zie je moeder.'
Hij ziet twee mensen die een groot verlies lijden; Maria raakt haar zoon kwijt en Johannes zijn meester. Jezus ziet dit. Hij reikt uit naar hen en verbindt ze aan elkaar.
Misschien gaat het vandaag ook wel om wezende kinderen. Blijkbaar had Johannes geen ouders meer. Vandaar dat Jezus hem 'koppelde' aan Maria. Het gaat ook om huilende moeders, voor moeders die een kind verliezen bestaat geen term. Blijkbaar hebben we daar geen woorden voor. 
En ook een beetje om afwezige vaders. Er staan niet zoveel vaders rondom het kruis. Maar als ik hier opschrijf dat er afwezige vaders waren, dan zijn ze er toch een beetje.  Al is het maar op een taalkundige manier. Soms is dat alles.
Volgens het christelijk geloof moet Jezus dood om iedereen een vader terug te geven. 
Vandaag wens ik ieder haar of zijn vader terug.  Misschien voor een moment, misschien een beetje maar. Omdat afwezige vaders geen niet-vaders zijn.

donderdag 18 april 2019

Vandaag ga ik wat voeten wassen

Het is Witte Donderdag. Op deze donderdag in de laatste week voor Pasen denken en vieren christenen over de gehele wereld dat Jezus tijdens Zijn laatste avond een avondmaaltijd had. In de oosterse traditie werden de voeten van de gasten gewassen. Als gebaar van gastvrijheid, voorafgaand aan de maaltijd. 
Jezus stond er op dat Hij dit zelf deed bij zijn leerlingen als een voorbeeld van dienende liefde.
In sommige kerken worden vandaag de voeten gewassen van een twaalftal mensen. Ondertussen wordt dan de 'Ubi Caritas' gezongen. In het Latijn. Dan klinkt ie ook het mooist. Kijk maar eens naar die eerste regel:  Nu is mij Latijn wat roestig geworden. Vandaar hier de vertaling:

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.


Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.
Christus' liefde heeft ons tot eenheid gebracht.
Laat ons juichen en blij zijn in Hem.
Laat ons oprecht beminnen de God die leeft.
en van harte goed zijn met elkaar.

Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.
Laat ons dus, nu we hier te zamen zijn
Zorgen dat er geen verdeeldheid heerst.
Geen wrok meer, geen onenigheid,
Moge Christus in ons midden zijn.

Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.
O Christus, God, toon ons uw heerlijkheid,
met uw heiligen die bij U zijn.
Die vreugde zal zuiver zijn en zonder maat,
en duren tot in eeuwigheid.

Amen


Witte Donderdag. De inleiding voor Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Dagen die gaan over lijden, eenzaamheid, haat, verraad en pijn. Maar die bovenal gaan over liefde. Daar begon het mee. En eindigde het ook. Ik ga wat voeten wassen vandaag. Omdat liefde altijd het laatste woord heeft.
  

maandag 15 april 2019

Wegen vinden


Vandaag heb ik, in overleg met mijn school, besloten om mijn dienstverband te beëindigen. 
De hoeveelheid aan papierwerk zorgde ervoor zorgde dat mijn baan, in mijn beleving, steeds meer weg kreeg van een kantoorbaan. Op den duur kwamen alle ambtelijke verplichtingen als een muur op mij af. Het kreeg zelfs zijn weerslag op mijn gezondheid.
Deze mooie school en dit mooie team, verdient zoals iedere organisatie en elk team, iemand die er niet alleen volledig voor gaat. Maar bovenal iemand die gelukkig wordt van wat hij doet. Ik werd dat niet. Steeds minder zelfs. Tot mijn schrik besefte ik de afgelopen weken dat ik meer bezig was met berusten in, dan plezier hebben van.
Mijn vuur en sprankel kwamen onder tafel te liggen. Omdat de dingen nu eenmaal gaan zoals ze gaan. Ik werd er somber van.  
Net voordat ik aan mijn baan begon schreef ik:

Die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
zal ook wel wegen vinden,
waarlangs mijn voet kan gaan.

Ik hoef deze wegen niet zelf te vinden. Wegen vinden mij. Zaterdag liep ik op een mooi plekje dicht bij mijn geboortegrond. Daar ook ervaren dat bij alles wat verandert er altijd een bosrand is. Een thuiskomen. Die kracht van dat te geloven, zorgt dat ik me nu al kan verheugen op wat er komen gaat.

vrijdag 29 maart 2019

Zorg voor jezelf

Enkele weken geleden. Het is na afloop van onze voorstelling. Het was een mooie avond. Ook mooie verhalen en vragen uit de zaal het kwartiertje aan het eind van de voorstelling. Maar nu staan we in de foyer te signeren. Er komt een wat oudere dame aan. Ze heeft al een tijdje staan kijken. Nu het wat rustiger rond onze tafel is, meldt zij zich.  Ze pakt een boek en kijkt me aan:
‘Dit boek is voor mijn zoon. Ik heb hem vandaag weer naar de kliniek gebracht. Voor de tweede keer.’ Ze kijkt me doordringend maar ook enigszins voorzichtig aan. Zeker de toevoeging over een tweede poging komt er behoedzaam uit.

Toen ik nog op de Veluwe woonde en regelmatig de Gortelse bossen doorkruiste, gebeurde me het van tijd tot tijd dat een hert of ree net voor mijn auto de weg overstak. Vervolgens midden op de weg stopte en het hoofd richting auto draaide. En dan verblind door het felle licht stokstijf blijft staan. De blik van de mevrouw doet mij denken aan de ogen van dat dier in de koplampen van mijn auto. Stilstaan, alert om weg te springen.

Deze alertheid lees ik in haar ogen. Te veel afwijzing, teleurstelling en gevoel van mislukking geproefd. Voelhorens ontwikkeld die weten wanneer kwetsbaarheid ondraaglijk kan worden. Waar weglopen of vervreemding het enige antwoord is. Ja ik vul dit in, maar ergens herken ik het.

In de ogen van deze moeder zie ik het allemaal. De vastberadenheid om niet op te geven, de moedeloosheid om weer opnieuw dezelfde weg te gaan, de wanhoop of het wel goed komt, de twijfel of er wel echt genezing te vinden is. De vragen wat zij al dan niet anders had kunnen of moeten doen. Het ligt er allemaal.


Het is alsof alles in deze mevrouw me toeschreeuwt, alsjeblieft veroordeel me niet, en mijn zoon ook niet. We proberen het. En we blijven proberen. Wat mij raakt, is dat ze het wel benoemt. Ze had ook kunnen volstaan met "Dit boek is voor mijn zoon". Of eventueel "Dit boek is voor mijn zoon die ik net vandaag naar een kliniek heb gebracht.' Maar ze kiest ervoor om te zeggen dat dit de tweede keer is.

Alsof ze antwoord geeft op onze voorstelling. Waar ik niet alleen stel dat we meer zijn dan onze verslaving. Maar waar ik ook iets zeg over de destructiviteit van verslaving. Van elke verslaving.
Niet alleen de zelfdestructie. Maar ook naar onze omgeving. Meestal krijgen we wel de vraag wat we al dan niet als handvat of advies hebben voor de directe omgeving van een verslaafde. Ik krijg soms de indruk dat men dan verwacht dat ik iets ga zeggen over het weghouden van de drank bij de alcoholist. Of inleveren van een pinpasje door een gokverslaafde. Afsluiten van sites bij een porno-verslaafde. En de gebruiker van andere middelen uit de coffeeshop houden.
Allemaal mooie maatregelen, zeker nodig als je echt wil stoppen. De weg naar herstel is te doen als je radicale keuzes durft te maken.

Toch zeg ik wat anders als men mij vraagt hoe te handelen als je dicht naast iemand staat die verslaafd is. Mijn antwoord is dan altijd; 'Zorg voor jezelf". Uiteindelijk kan een verslaafde alleen zichzelf redden. Natuurlijk helpt het als er mooie mensen in zijn of haar omgeving aanwezig zijn. Dat is mijn tweede advies. 'Blijf aanwezig'; geef de verslaafde het gevoel dat hij/zij bij je terecht kan. Mij heeft dit zeker geholpen.
Maar in de eerste plaats: Zorg voor jezelf. Ik heb nogal wat mensen stuk zien gaan aan het willen helpen van de ander. Genezen van de ander. Zelf dacht ik na mijn behandeling in de kliniek dat ik de wereld moest redden. Heb wel eens iemand letterlijk aan de voordeur van de kliniek afgeleverd. En kwam erachter dat voordat ik van het terrein afreed, de betreffende persoon het terrein via de achterdeur al verlaten had.
Heb mezelf ook de vraag gesteld waarom ik wilde helpen. Was het liefde? Was het eigenbelang? wilde ik mezelf een goed gevoel geven? Sindsdien probeer ik aanwezig te blijven. En laat ik de keuze bij de ander. Het geeft mij niet alleen rust, het doet de ander ook recht.







donderdag 14 maart 2019

Bosrand


Grens van licht en donker.
Plaats waar fiets geluk
brengt en neemt.
Waar samen
eenzamer
kan zijn
dan alleen.
Waar leven
is vergeven
Nu de rest nog.

vrijdag 8 maart 2019

Ik wacht

Weer waaiend 
maartse wind
maakt winter 
wijkend 
voor jaar
en jou.
Wachtend op
hete zomer.
Ik blijf de
dromer
die 
't liefst
in herfst
weer wakend
en wakker blijft.
Wachtend op jou.

zaterdag 2 maart 2019

Vinden


De appel 

ver van de boom
en toch ook weer niet.

Niet verder dan 

de verloren vader 
van gevonden zoon.


Dochter die de 
dode vader vindt. 
Opnieuw en andersom.

Moeder, zij die niet vertrekt, 
hoezeer verloren, nooit 
de zoekgeraakte is.

Schil de appel,
klief de boom.
Vind hetzelfde
sap als louter
liefdesstroom.

woensdag 27 februari 2019

Zeer wordt zegen





De zon komt op,

kust de morgen.
Duister wijkt.
Zeer wordt
zegen.
Wegen
vinden ons.
Wat verloren lijkt
is liefst gevonden.

Ik heb je lief


Ineens slaat zeer de zegen
en vlucht licht voor 't donker.
De slaap is weg, geloof verdwenen.
De hoop ook ver te zoeken.
Wat blijft is liefde en is genoeg.


Zelfs Vroman wist het:



Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.
O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.
Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigeen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.
Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die Gij wakker leest.
Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken naar uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.
Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.
Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
Ik heb je zo lief.
Leo Vroman

Legaliseren is geen antwoord op verslavingsgedrag



Hieronder de tekst:


De overheid gaat het online gokken legaliseren. Van de 8 miljoen mensen die jaarlijks een gokje wagen zijn er 80 duizend ernstig verslaafd. In totaal gaat er 2,5 miljard euro per jaar om in de gokwereld. 

Bijna 1 miljard via het illegale circuit. Hier loopt de overheid hun 30 % kansspelbelasting mis.
Daarnaast wil de overheid meer toezicht en inzicht krijgen in de mensen die problematisch gokken. 
Tja, daar raakt het mij wel een beetje. Ik ben Arjan van Essen, meer dan twintig jaar verslaafd geweest. Ik vergokte mijn geld in het Holland Casino. Een overheidsinstelling. 
Ik vergokte in het begin duizenden gulden. Het HC/de overheid zei niets. Terwijl ze volledig toezicht en inzicht hadden.  Elke binnenkomst wordt geregistreerd.
Na jaren vergokte ik tienduizenden guldens. Nog steeds deed het HC/mijn overheid niets.
Op het laatst vergokte ik tonnen euro's. Het enige dat het HC/mijn overheid deed, was mij voorzien van eten en drinken. Aan de roulettetafel, zodat ik door kon spelen.  En zelfs de croupier wachtte met draaien tot ik terug was als ik ergens tussen twee uur 's middags en twee uur 's nachts een rook of plaspauze nam.
Geef ik de overheid de schuld van mijn verslaving? Nee, die verantwoording ligt bij mij. En bij mij alleen. Daar is geen overheid schuldig aan. 
Maar neem één ding van mij aan. On of offline gokken, legaal of illegaal, het draait om geld verdienen. Heel veel geld. 
Verslaving is niet tegen te gaan met iets al dan niet te verbieden. Ik leef nu al tien jaar verslavingsvrij. Het laatste jaar breng ik met de theaterproductie kop of munt mijn levensverhaal op het podium. In heel Nederland. En telkens krijg ik na de voorstelling de vraag; "Hoe doe je dat, verslavingsvrij leven?'
Mijn antwoord is : Door elkaar te zien, echt te zien. Van twee kanten. Daar begint verbinding. En waar verbinding begint, kan verslaving eindigen. Omdat het dan niet meer nodig is.

zondag 24 februari 2019

Babyvriendschap


We waren elkaar een beetje kwijt
geraakt door ietsje te dichtbij.
Tot jij je liet zien gisteravond.
Mooi, schoon en echt.
stukken meer nabij
dan maanden.
Niet uit te leggen.
Het laatste nieuws.
Overdonderd, blij en
zelfs ook wat beduusd.
Warmte overheerst.
Koester jij je kind,
doe ik het
met 
ons.





zaterdag 23 februari 2019

'Bij de gratie van het goede'

Het gebeurt elke vrijdagavond. In de zaal, na de voorstelling. Wanneer we het publiek vragen om een reactie. Dat kan met een vraag of een verhaal. Soms beide.

Iedere vrijdagavond sta ik verwonderd. Ik kan er heel klein van worden. Hoe er iemand opstaat en vertelt uit eigen leven. Soms in een paar zinnen. Soms in de trant van: 'Ik ben nu vijf jaar clean, maar heb hetzelfde leven achter me.' Gevolgd door een vraag. Een vraag die vaak om vergeving, vertrouwen of herstel gaat. Of over clean blijven. En over de kunst om gewoon te leven. Wat dat dan ook is.

Of iemand die na afloop na mij toekomt en zegt: 'Ik word over veertien dagen opgenomen, maar wilde voor die tijd het verhaal horen van iemand die het gelukt is.' Ik zie de lichte wanhoop in zijn ogen. Een echte gebruiker, gewend om zijn eigen leven te leven. En zich gaat overgeven. Aan andere mensen met een beter zicht op de werkelijkheid. Ik herken zijn blik en huiver even. In zijn ogen zie ik de lengte van de weg die hij heeft te gaan. En wat hobbels hier en daar. Dan omhels ik hem en vertel hem dat het kan. Vrij leven, dag bij dag.

Of die man in de zaal die zegt dat het nog niet lukt. Eens per halfjaar valt hij terug. Op dat moment wordt de al aanwezige stilte nog verder voelbaar. 

Gisteren veel mensen met een eigen verhaal. Over wat er stuk ging, wat er heel werd en wat nog niet helemaal lukt. Ik proefde de twijfel. Wat als het niet lukt? Wat als je altijd blijft verlangen? Wat als je terugvalt?
En ik vertelde het publiek het volgende: Op een gemiddeld feestje of bijeenkomst komt, zeker nu na alle publiciteit, mijn vroegere verslaving en opname in de kliniek meestal wel aan de orde. Eén van de meest gestelde vragen is : 'Maar het gaat nu goed met je he?'
Natuurlijk snap ik dat, maar wat als mijn antwoord nu eens zou zijn: "Nou ja, nee, eigenlijk niet. Ik heb wel trek om morgen duizend euro te pinnen en een paar uur het casino in te duiken."  Niet dat ik dit wil, wees gerust. Maar wat als ik dit gewoon zou zeggen. Of als ik dit zou doen? Maakt me dat een ander mens? Ben ik dan ineens iemand anders?
Het antwoord op bovenstaande vragen bepaalt of we al dan niet bij de gratie van het goeddoen leven. Als dat zo is, zijn we niet vrij. Niet echt.