Daar zit je dan. Het nieuwe jaar, net een paar weken oud. In de wachtkamer. De gezamenlijke wachtkamer van de afdeling orthopedie en de afdeling chirurgie. We hebben om 09.30 uur een afspraak met een chirurg. De mevrouw achter de balie, die de afspraak checkt en je aanmeldt, heeft al gezegd dat onze chirurg wat uitloopt. Dat 'onze' is ook wel speciaal. Waarom noemen we mensen die aan ons lichaam zitten ineens als een soort bezit? We hebben mijn kapper, mijn pedicure, mijn neuroloog en mijn oncoloog. Dat heb ik niet met de meneer of mevrouw achter de afdeling vleeswaren bij de supermarkt. En die zie ik vaker dan onze oncoloog. De meeste weken tenminste. Maar het wordt nog steeds niet mijn vleeswarenspecialist. Of bij de boekhandel, onze boekhandelaar. Trouwens met de dominee hebben we het weer wel. Onze dominee. Zal dan toch wel iets te maken hebben met de mate waarin men bezig is met ons welzijn.
In het volgende uur dat we
wachtend doorbrengen, zie ik nogal wat mensen binnenkomen lopen. Of rijden. De
meeste mensen zien er ziek uit. Naast me een meneer, die in enkele zinnen
vertelt over de dertig kilo die hij afgevallen is. Iets met maag en slokdarm.
Even later een gesprek tussen twee oude kennissen die elkaar toevallig zien. De
één oud en ziek, de ander alleen ziek. Bijzonderheden worden uitgewisseld. De
oudere zieke is er slechter aan toe dan de alleen-zieke. Wel geeft hij een
korte schets aan de ander hoe het eruitziet als je niet alleen ziek, maar ook
oud bent. Soort vooruitblik zeg maar.
We worden gehaald. Nee, niet
rechtstreeks naar onze chirurg, maar eerst naar een kamertje van de mamma-care.
Dat is een afdeling binnen de oncologie die bestaat uit verpleegkundigen,
gespecialiseerd in borstkanker. Waar chirurg en oncoloog soms zo op gaan in hun
ingewikkelde specialismen, heb je de
mamma-care-verpleegkundige, die de patiënt op praktisch en emotioneel gebied
met raad en daad bijstaat. Ook omdat het eigen maken van de geneeskundige
wetenschap niet altijd samen gaat met het ontwikkelen van sociale vaardigheden. De
verpleegkundigen van deze afdeling, blinken uit in het uitleggen en begeleiden.
Heel erg lieve mensen.
De normale gang van zaken is, dat
je bij een bezoek eerst door één van hen te woord wordt gestaan en vervolgens
verschijnt er een chirurg en/of oncoloog. Deze gaan snel en zakelijk te werk.
Zijn vaak ook zo weer weg, Waarna de mamma-care-verpleegkundige het afrondt.
Deze keer maakt de chirurg het
erg bont door uiteindelijk na vijf kwartier te verschijnen.
Om te constateren dat het redelijk gaat. Op pijnklachten reageert,
door wat verdiepingsvragen te stellen en het al snel af te doen als een
spierpijn.
Dan vraag ik, terwijl betreffende
chirurg al bijna weer op de terugweg is, of het ook nieuwe uitzaaiingen kunnen
zijn. Ze kijkt me aan, en zegt: 'Ja dat kan.'
Zelf denk ik op dat moment: ‘Kom
op, waar is die kamer met scanapparatuur. MRI, CT, PET’. Het vliegt allemaal door me heen. Ik benoem
dat ook.
Waarop de chirurg zegt: 'Ja maar
dat helpt niet. We kunnen nu toch niets doen'. Op mijn: 'En wat nu?', volgt :
'Tja, kans is groot dat het spierpijn is, of bijwerking van bestraling. Maar
stel dat het uitzaaiingen zijn, dan zie je tussen week vijf en week acht, de eerste
neurologische uitvalverschijnselen. En zelfs dan doen we niet meer dan pijnbestrijding.
Net zoals nu'. Ze kijkt me aan met een blik van: 'Het is niet anders'.
En ja, ik ken deze chirurg ondertussen een beetje. Aardige competente
dame. Die heel professioneel overkomt. En ook goed is denk ik.
Maar nu. Ik zou de hele boel bij
elkaar willen vegen. Willen roepen dat we dit niet afgesproken hebben. Dat het
plan echt anders was. Gewoon. Nee, niet genezen. Dat verklaren ze je niet als
je én tumoren én uitzaaiingen gehad hebt. Maar wel beetje rust nu. Eventjes. Ja
natuurlijk weet ik ook wel dat deze ziekte de kop weer op kan steken. Zal
steken, denk ik vaak. Maar niet nu. Dat is gewoon niet eerlijk. Langzamerhand begon ik een beetje te geloven dat de omgeving gelijk heeft. Die zegt, dat het goed
gaat. Dat ze er goed uit ziet. Het leuk is dat het haar weer begint te groeien.
Met reacties die variëren van 'pittig koppie' tot 'het hindert niet'. Die
laatste uit kringen waar kort haar voor een vrouw een soort van zonde is. Dan
is een 'het hindert niet' eigenlijk al een heel groot compliment. Een
soort van 'het komt wel goed'.
