zondag 27 september 2020

Meedoen

Waarom worden mensen die vraagtekens zetten bij het huidige beleid onverantwoordelijk genoemd? Zeg je dan dat je niet langer mee doet? Betekent dit dat er een groep is die wel meedoet?

Of ligt het probleem dieper? Legt dit virus de tweedeling in onze maatschappij bloot?
Waarbij de één koste wat kost het gewende normaal wil handhaven. Leven vooral maakbaar moet zijn. Desnoods met strenge regels alles lam leggen zodat we, als straks het vaccin er is, we weer verder kunnen waar we gebleven waren? Met wat schade aan de samenleving en de economie. Best gek trouwens dat we deze twee dingen altijd apart van elkaar noemen.

En denkt de ander vooral dat deze pandemie onvermijdelijk was. Dat ie er aan stond te komen. Voor de christelijke lezers een tweeduizend jaar oude voorspelling uit de Bijbel die uitkomt. En voor de niet-christelijke lezers een evolutioniar gebeuren waarbij de aarde zichzelf opschoont. En misschien is dit allebei hetzelfde.

Hoe dan ook; kan het zijn dat er mensen zijn die zich zorgen maken omdat ze betwijfelen of maatregelen zin hebben? Natuurlijk zal anderhalve meter de besmettingssnelheid tegengaan. Minder doden op de korte termijn. Maar wat als het gewoon de bedoeling is dat dit virus huishoudt op onze aarde. Dat we aan de vooravond staan van een decimering van onze planeet.

Willen we dan echt dat onze kinderen opgroeien met de idee dat afstand houden van elkaar de manier van leven is?

Wat als later blijkt dat dit virus, zoals zoveel virussen, stopte voor de zomer en nu weer volop los gaat? En zich niets aantrekt van ons handelen.
Als boerenzoon leerde ik al vroeg dat een virus, in tegenstelling tot een bacterie, in de lucht zit en bijna niet te bestrijden is. Hooguit kun je aan je weerstand werken zodat een virusaanval minder kans van slagen heeft.

In plaats van verzorgingshuizen afsluiten zou ik de bewoners naar buiten willen sturen. Laten we dat allemaal doen. Pak een paar uurtjes zon per dag. Blijf in beweging. Eet twee keer fruit op en een dag en vierhonderd gram groente. Gooi de ramen open en loop elke morgen met je blote voeten door het gras. Leef dicht bij de plek waar we vandaan komen. Het is toch raar dat we alles wat met natuur te maken heeft alternatief zijn gaan noemen en alles wat de industrie voor ons maakt, noemen we regulier.

Stop met demoniseren van de andersdenkende. Natuurlijk geloof ik dat de overheid het beste met ons voor heeft. En dat artsen en virologen doen wat ze kunnen. Wel zijn dit allemaal mensen die gewend zijn om zich tegen welk soort aanval ook te verdedigen met de gedachte dat we terug moeten naar hoe het was voor zo'n aanval.

Mijn vraag is: Wat als er geen terug is? Wat als we staan op de drempel van een nieuw tijdperk. Waarin de aarde haar eigen weg gaat en haar eigen plan uitvoert.

Ik heb inmiddels begrepen dat dit een verschrikkelijk lijden en sterven betekent. Maar wat als dit hoe dan ook gaat gebeuren? Snelheid van besmetting vertragen is mooi
als je in afwachting bent van een vaccin dat ons moet redden. Ik neem aan dat dit nog wel een halfjaartje duurt. Betekent dit dat we komende winter onze kwetsbare medemens weer gaan afzonderen? Niet bezoeken? Eenzaam achter plastic laten sterven. Dat jij jouw vader, moeder of opa en oma nog alleen via een beeldscherm vaarwel mag zeggen?
Dat je dus je laatste adem, die je naar binnen gehapt hebt, uitblaast en alleen een verpleegkundige, verpakt in een soort ruimtepak, ziet die een bordje omhoog houdt met : 'Ze houden van je'.


zaterdag 26 september 2020

Bless the Lord my soul

Bless The Lord

De meeste dagen zag ik de zon schitterend opkomen en vlammend ondergaan. Ik postte er wat foto's van op Insta. Iemand reageerde met een prachtige tekst. Dezelfde avond zocht ik het liedje erbij en luisterde het.
Aan het eind van een roerig weekje raakt me dit lied nog steeds. Zoveel warmte, zachtheid en omarming.
Over een zon die opkomt met tienduizend redenen tot dankbaarheid. Als de dag aanbreekt waar krachten minder worden. Blijven zingen wanneer de avond valt. De passie die blijft. Geloof verdwijnt, hoop gaat weg, liefde is eeuwig. Ik neem een besluit. Ik zal blijven zingen. Tienduizend jaar tot in eeuwigheid. 

https://www.youtube.com/watch?v=2KaHr_5U9Cg&ab_channel=MattRedman-Topic 







zondag 6 september 2020

Nacht


 

Bijna herfst schemert
Avondduister donkert vroeg
geen hand voor ogen 
 
 

 

zaterdag 5 september 2020

Hemel

Waar zomerzon komt
en herfstblad stilletjes gaat
vallen woorden dood.




Haiku, vijf september 2020





woensdag 2 september 2020

De vrouw in het geel

Deze foto is genomen in Den Haag; het centrum van de politieke macht. De vrouw in het geel intrigeert me. Ik weet dat ze demonstreert uit naam van een sociale beweging die zich bezig houdt met het klimaat en biodiversiteit. Daarnaast maakt deze club zich hard voor een burgerberaad.

Al weet ik haar motieven, graag zou ik weten waar ze zwijgend naar kijkt, uitkijkt misschien wel. Voor mij is ze binnen een dag uitgegroeid tot een symbool van verwachting. Om haar een klein beetje te helpen, heb ik wat organisaties, instanties en groeperingen in kaart gebracht.

- De politiek: Sorry mevrouw in het geel, verwacht hier niet teveel van. Zij zijn zich aan het inlezen. Soms zit de onderbouwing van een nieuwe maatregel in het hoofd van een enkele ambtenaar, die dan ook nog eens met vakantie is. Sowieso gaat onze regering de hele zomer dicht, crisis of niet. Hoe serieus kun je ze nemen? Als ze terugkomen zijn ze bezig met een minister naar huis te sturen. Omdat hij zijn moeder kuste.

- Het onderwijs: Tja, zij zijn het nieuwe schooljaar aan het opstarten. Druk met protocollen, deze keer rond het ventileren van de lokalen. Daar schijnt een nieuwe verordening voor te moeten komen. 

- De zorg: Druk doende met het applaus van een paar maanden geleden. Ze willen deze inruilen voor een loonsverhoging.

- De veiligheidsector: Die is erg voorzichtig geworden. Ze durven niemand meer te bekeuren uit angst voor rascist of fascist uitgemaakt te worden.

- Het bedrijfsleven: Zij hebben andere prioriteiten. Iets met geld verdienen.

- De kerken: Los van het feit dat de meeste dicht zitten zijn ze ook niet echt van de protesten. In het algemeen volgen ze vrij gedwee de lijn die door onze regering uitgezet wordt. 

- De christenen: Verwacht daar ook niet teveel van. De helft van onze coalitie is christelijk. Zij stemden onlangs in met het in de modder laten zitten van vijfhonderd kinderen in een vluchtelingenkamp. 

- Familie: Tja ook daar is het soms makkelijker om één schaap met een ietwat andere kleur helemaal zwart te maken. Daarmee ontstaat er één tegenstander waardoor eigen vlekken minder opvallen en zij zich vooral naar binnen kunnen richten.

- Het gezin: Door de bloei van eetgelegenheden die thuis bezorgen, eet iedereen op zijn of haar eigen tijd. Gedachtengoed doorgeven lukt niet echt.

- De relatie: Die staat onder druk. Door al het thuiswerken komt een goed gesprek nauwelijks meer op gang. Daarnaast is er digitaal zoveel te zien en te volgen dat de tijd ontbreekt.

-Dan blijf ik zelf over. Tja, weet je dame in die gele jurk: 'Ik weet niet of er veel is om voor te vechten. Misschien is ons soort gewoon teveel. Is de aarde een beetje klaar met ons.'

Wel wil ik je vragen wanneer jij als laatste vertrekt, wil je dan tegen die prachtige wereld zeggen: 'Sorry, het is ons niet gelukt. Misschien zijn jullie beter af zonder ons. Hoe dan ook bedankt voor alles.'

En als je dat gezegd hebt, gewoon gaan. Doe de deur maar heel zachtjes achter je dicht.



dinsdag 1 september 2020

Buiklanding

Zij belde mij en zei: 'Ik mis je'. Deze drie woorden voelde ik als eerste in mijn buik. Als een heerlijk bad waarin je onder een dikke laag schuim de hitte welkom heet nadat je uren nat en koud hebt rondgezworven.
De woorden kwamen langs mijn hart voordat ze hoofd en hersens bereikten. Op het moment dat ik besefte dat ik pas een kwartier geleden was vertrokken, had de warmte zich al door heel mijn lichaam verspreid.
'Ik mis je'; een simpele zin die mooi en krachtig is in zijn eenvoud.  

Je kunt ze uitspreken zonder dat daar een bepaalde houding van de ander voor nodig is. Natuurlijk voelt het goed als je iets soortgelijks terugkrijgt. Of weet dat een bepaald gevoel wederzijds is. Het is niet echt bevorderlijk voor je relatie als een 'ik mis je', beantwoord wordt met een 'oh wat balen voor je, maar wees gerust; ik heb nog geen moment aan je gedacht'.

Net zoals:' Ik hou van jou'. Magische woorden die aan betekenis winnen door ze uit te spreken en van een adres te voorzien. 
Aan de andere kant; soms is het fijn als een 'ik hou van jou' ontvangen wordt zonder dat er gelijk een bijna automatisch 'ik ook van jou' op volgt. Even een stilte of een andere uiting waaruit blijkt dat je de woorden van de ander ontvangt, is misschien wel net zo waardevol.

Vanmorgen viel me op dat 'ik mis je'en 'ik hou van jou' zinnen zijn die regelmatig langskomen. Wat als we daar 'ik vergeef je' aan toevoegen? Waarom zeggen we dat niet vaker tegen elkaar? Breiden we daar de liefde niet een beetje mee uit? Ja, hij is moeilijker dan die andere twee. Iemand missen en van iemand houden veronderstelt al heel wat liefde. Om deze uit te spreken, vergt minder van ons dan iemand vergeven. 

De wereld is soms een koude plek en af en toe helemaal niet lief. Als alles mislukt kun je altijd nog vergeven, is een mooie uitspraak. 

Het mooie, van bovengenoemde zinnen, is dat je ze net zo vaak uit kunt spreken als dat je wilt. Aan de persoon die het betreft, en als dat niet lukt aan de lucht, een boom of een grafsteen.
En als dat te lastig is? Zeg ze dan heel zachtjes hardop in je hoofd. Misschien landen ze ooit via je hart, zachtjes in je buik.








zaterdag 22 augustus 2020

De dominee en het zachte eitje

Waar gezag verdwijnt, ontstaat ruimte. De meeste beroepen waarbij ooit sprake was van natuurlijk overwicht, hebben we uitgehold door onze zucht naar efficiëntie. Gecombineerd met een maatschappij die gericht is op autonomie, leidt dit tot een systeem waarbij we getraind worden in het op onszelf gericht zijn. 
Dit brengt mooie dingen met zich mee zoals zelfontplooiing, aandacht voor minderheden en het controleren van macht.
Het is fijn om zaken in twijfel te mogen trekken, mensen te kunnen bevragen op hun handelen en recht te hebben op zelfbeschikking. 

De andere kant ervan is dat we hier knap in doorgeslagen zijn. En we doen er allemaal aan mee. De meester mag uitleggen waarom Annabel moet nablijven. Want moeder staat met de SUV aan het schoolhek en moet zo naar Pilates nadat Annabel is afgezet bij balletles.
De dokter die een diagnose stelt zonder dat er garantie wordt gegeven op een vermindering van het ziektebeeld, wordt nog voordat de door hem voorgeschreven behandeling in werking is gezet, aan de kant geschoven. Er moet en zal eerst een second-opinion komen.
De ordehandhaver is allang geen oom agent meer die de buurt kent, maar iemand die vanachter zijn bureau vandaan gehaald wordt om vervolgens met een busje collega;s naar een buurt te rijden waar ze ingezet worden om vooral de-escalerend op te treden. 
Malle idioten met camera's, te veel vrije tijd en wijde trainingsbroeken hebben een nieuwe sport gevonden. Ik wist dat je meneer agent mocht uitschelden en verwensen in ons land, Maar je mag hem blijkbaar ook duwen, schoppen en bekogelen met alles wat voor handen is.
Vroeger was een dominee iemand met gezag.  Nu als we er één nodig hebben,roepen we een commissie in leven. Deze gaat kijken wat de gemeente nodig heeft. Dan komt er een profielschets. Die wordt voorgelegd aan de gemeente. Vervolgens wordt er gezocht naar iemand die aan het gewenste beeld voldoet. Er volgen gesprekken, diepte-interviews en van allerlei soorten assessments. Tot zover niets aan de hand. Dit is nu eenmaal hoe we het bedacht hebben.

In de praktijk als we een paar jaar verder zijn, blijkt een deel van de gemeente ontevreden te zijn. Of voelt zich niet helemaal gezien. Bepaalde thema's komen  weinig aan bod in de beleving van een aantal mensen. Wat doen we?
We richten een nieuwe commissie op die het probleem gaat onderzoeken. Vaak zitten hier mensen in die ook graag problemen onderzoeken.
Voor hen is een oplossing ook het einde van hun hobby. Iets met een timmerman met een hamer; gegarandeerd dat ie overal spijkers ziet. Of plekken waar hij ze in kan slaan.
De commissie trekt een extern iemand aan en deze gaat aan de slag.
Eerst wordt er geïnventariseerd en alles nog eens goed in kaart gebracht. Dan gaat de nieuwe man of vrouw een plan schrijven. Tegen de tijd dat onderhavig plan uitgevoerd wordt, zijn de ontevredenen verdwenen of men weet niet meer waar ze ontevreden over waren. Gelukkig is inmiddels het tevreden deel dan al wel ergens tegenaan gelopen. 

Ik beweer niet dat bovenstaande mensen schuld treft, wel vraag ik me af of we niet allemaal meewerken aan een systeem dat ontevredenheid voedt. Zelfs mooie waarden als dankbaarheid hollen we uit door een applaus gelijk uitbetaald te willen zien in een loonsverhoging. 

Ik zat vanmorgen aan een ontbijtje in een prima hotel. Het viel me op dat het roerei op was, het gekookte eitje iets te zacht leek en er bij de kaas alleen maar de keuze bleek tussen komijn-, en brandnetelkaas. Bovendien stond er een rij voor de koffie. Ik heb tegen mijzelf moeten zeggen dat er overvloed was en ontdekte gelijktijdig dat tevredenheid een keuze is. Niet alleen bij overvloed maar misschien juist daar wel waar het schuurt of een beetje zeer doet.

zondag 9 augustus 2020

Rustig in de kerk

Op deze zondagmorgen fiets ik naar mijn kerk. De kerk waar ik een beetje ambivalente houding mee ontwikkel. Waar ik in barre tijden de kerk juist zie als plaats van schuiling en troost, liepen we voorop om de deuren dicht te doen als antwoord op een crisis die zijn weerga niet kent.

Ook toen de regels versoepeld werden kwam ik makkelijker het café dan de kerk binnen. Nu was dat in eerder stadium van mijn leven ook al eens het geval. Deze keer deed het zeer.

Zo niet vanmorgen. Uiterst vriendelijk word ik welkom geheten door een steward die goedmoedig blijft zoeken in zijn digitale systeem en mij, na eindelijk mijn naam op de reserveringslijst gevonden te hebben, vriendelijk toegang verleent tot het Godsgebouw. Ondertussen maak ik een praatje met wat andere mensen die blij zijn vandaag naar de kerk te kunnen gaan. Voor het eerst sinds lange tijd, geven ze aan.

Binnen word ik door een aardige buurman, hij zit bij mij op mijn buurtbijbelkring en is gastheer vanmorgen, nogmaals welkom geheten. Ik maak gebruik van een gratis handenwasapparaat en hij wijst me nog even op een blaadje waar alle gezangen en de volgorde van dienst op staat. Ook deze word gratis verstrekt.

Daarna word ik door een dienstdoende diaken, na een mooie plaats gebracht. Hij maakt een praatje en ziet toe dat ik op een veilige manier op genoeg afstand van mijn medekerkgenoten zit.

De kerk is redelijk gevuld. In het kerkdienstgedeelte, het schip zogezegd, kan normaliter een duizend man zitten. Nu zitten er ruim tweehonderd. Links en rechts knik ik of steek een hand op naar een wat uitbundiger broeder of zuster.

Na een tijdje zwijgt het prachtige, driehonderd jaar oude Moreau-orgel. De ouderling van dienst heet iedereen welkom. Waaronder onze vaste kerkbezoekers en gasten die digitaal met ons verbonden zijn. Vanmorgen zijn we ook live te beluisteren bij de stedelijke radio.

De dominee komt naar voren.  Hij spreekt het votum uit. Dit zijn de zegenbede waarmee het vertrouwen in God wordt uitgesproken en de groet waarmee aan iedereen genade en vrede wordt beloofd.

In de mooie dienst gaat het over afhankelijkheid en overgave. Over een betere weg dan aan de ene kant het stoïcijns afwachten of aan de andere kant een allebeheersende drang naar maakbaarheid. Dat er ook een weg van vertrouwen bestaat. Deze dominee die ik soms meer als een vriend zie dan als predikant, weet altijd weer een snaar te raken die mij even thuisbrengt.

Soms met één zin of een gekozen lied. Vanmorgen zingen we mijn lijflied. Ik leerde het in een kliniek en sindsdien houdt het mij van tijd tot tijd vast. Het spreekt van bouwen en geloven. Sterk zijn in een kracht die bescherming biedt. Het gaat over strijd en rust. Wel een beetje de samenvatting van mijn leven. Al twaalf jaar lang lukt het me niet dit lied met droge ogen te lezen of te zingen.

Dan worden we heengezonden. Maar niet met lege handen. De dominee spreekt met geheven handen een zegen uit die ik met open handen mag ontvangen. Die zegen spreekt van genade, liefde en gemeenschap. 

De afgelopen dagen ontmoette ik, in weerwil van de hitte buiten, soms harten van ijs en steen. Maar hier was het goed. Treffend genoeg zongen we bij het afsluiten van de dienst een lied dat sprak over hoop, moed en geduld. 

Heerlijk rustig vanmorgen. 








dinsdag 28 juli 2020

2084


Deel 1
Nummer 17823 stapte uit zijn ogli het heldere daglicht in. Boven de rand van wat ooit de stad was geweest kwam de zon tevoorschijn. 
Zijn naaste buurman links, meneer 17822 had zijn slaapzak buiten aan het lijntje voor zijn eigen ogli gespannen. Net zoals twee ogli's verder, mevrouw 17820 dit had gedaan. Het was de 4e vandaag; dan waren alle even nummers aan de beurt om hun ogli te luchten.
De armband van 17823 lichtte op en er klonk: 'Nog twee minuten voor start'.  Hij bukte zich en pakte zijn hardloopschoenen. Nadat hij ook zijn shirt en broek aangetrokken had, wachtte 17823 op de stem. 
Het was fijn om deze voor te zijn. Het gaf een gevoel van vrijheid. Soms dacht hij glimlachend terug aan de verhalen van 14265; zijn vroegere opvoeder. Aan de tijd dat 14265 elke dag een uurtje met hem sprak via het scherm in de ogli.
Hij wist nog dat deze hem vertelde over lang geleden toen mensen zelf konden kiezen.
'Start nu', klonk zijn armband.  Nummer 17823 keek naar rechts en zag dat 17822 gearriveerd was. Toen zijn buurman de deur achter zich dichttrok, ging
17823 van start.
Hij liep het terrein af en sloeg linksaf; hij wist niet beter dan dat je altijd linksaf sloeg; dat was de regel. Hij volgde het smalle voetpad. Rechts vormde een diep spoor de scheiding met het pad aan de andere kant dat bedoeld was voor de mensen die op veld 18 woonden. 
Al scheelden de velden maar een nummer, nooit hadden de mensen van de verschillende velden contact. Dat was al jaren zo, en zou ook altijd zo blijven. Van tijd tot tijd sloop er een virus ergens een veld op, of waarde er een bacterie rond. In de meeste gevallen betekende dit het einde van een veld, inclusief de mensen die er woonden. Zo wist 17823 dat veld zes en zeven en veld veertien al voor zijn tijd opgehouden waren te bestaan.  
Veld zestien was pas op recentere datum leeg gekomen; twee jaar geleden, in het begin van 2082, gelijk in januari waren de eerste bewoners uitgevallen, binnen anderhalve maand was het hele veld opgehouden met leven.17823 kon zich met name de stank nog herinneren. Vooral toen de dooi inviel was die met een westenwind niet te harden. 
Tot de eerste groep varkens arriveerde. Deze hadden zich in enkele decennia ontwikkeld als natuurlijke opruimers. 
Zijn opvoeder had meegemaakt dat deze varkens nog in stallen gehouden werden. Duizenden dicht op elkaar gepakt voor de voedselvoorziening. Het moesten er miljoenen geweest zijn in totaal. Toen bleek dat deze manier van dieren houden alle ziekten alleen nog maar verergerden en dierziekten oversloegen op mensen, waren ze los gelaten. Slachten ging niet meer; er was niemand die dit nog wilde doen. 
Vooral daar waar een veld ten onder ging, kwamen de varkens. Wat natuurlijk hielp was dat de Voormensen zorgden dat de hekken weggehaald waren bij zo'n uitgestorven veld. Meestal waren ze binnen een maand klaar en was alle stank verdwenen. Ook alles wat herinnerde aan persoonlijk leven trouwens.


D2
Ergens rond 2025 waren de ergste virussen allang verdwenen. Maar de maatregelen die er kwamen, hadden bijna iedereen de das om gedaan. De voorouders van 17823 waren massaal in quarantaine gegaan. Eerst in kleine groepjes en in gezinsverband, al snel kwamen de individuele afzonderingen. Iedereen liep met een mondkapje en niemand raakte elkaar meer aan.
Naast een natuurlijke geboorte-stop, stierven er meer mensen aan ouderdom en andere ziekten. Toen het aantal sterfgevallen daalde, begon de overheid met het doorgeven van het aantal besmettingen. Doordat er meer gemeten werd, stegen die aantallen. De combinatie van angst voor een onbekend virus en de voorlichting van de overheid, maakte dat iedereen uiteindelijk vrijwillig koos voor een solo-leven. 
Pas later, ergens rond 2040, bleek dat met name de angst de grootste vijand was.
Na een paar jaar in volledige afzondering te leven, kon een klein hoestje of griepje de mensen al doden. 
Keelontstekingen of een loopneus, ooit niet meer dan een drempel op weg naar volwassenheid, versloeg in de jaren dertig zijn duizenden.
Ziekenhuizen raakten verstopt, steden begonnen leeg te lopen. Mensen zochten een onderkomen in de natuur. De meesten, al verzwakt en vatbaar voor elke aandoening hielden dit niet lang vol. 

D3
Nummer 17823 had geluk gehad. De overheid had in tien jaar tijd een compleet gebied ingericht op het platteland. Twintig eenheden van duizend mensen werden gehuisvest in ogli's.
Samen met twintigduizend andere kinderen was 17823 hier geplaatst voor een overlevingsprogramma. Een klein huisje met genoeg ruimte om te slapen en alle programma's achter een beeldscherm te volgen. Daar had hij van zijn opvoeder zijn lessen gekregen. Nu deze weg was, volgde hij de programma's van de Voormensen. Drie keer per dag nam hij een capsule waarmee hij voldoende voedsel binnenkreeg. Water werd omhoog gepompt en gezuiverd via een ingenieus systeem. 
Elke avond was er een studie-programma te zien, gevolgd door een komisch programma. Meestal waren dit films over hoe zijn voorouders geleefd hadden. Die mensen waren overal druk mee. Vooral met elkaar. En met iets dat geld heette. Daar deden ze alles voor. En als ze het hadden gaven ze het uit aan mooie dingen. Dan hadden ze nog meer geld nodig om die dingen te onderhouden of te vervangen. Tijd om er van te genieten hadden ze niet.
Mensen woonden in ogli's die allemaal verschillend waren. In plaats van een capsule te nemen, moesten ze elke dag eten maken. Daar was een ruimte voor ingericht in de ogli van toen. Ze aten meestal veel en vet. Ze gingen na het eten met een automatisch vervoermiddel naar een grote ogli toe om daar op een fiets te gaan zitten die stil bleef staan maar waar ze wel op konden bewegen. 
Om tien uur kreeg 17823 een seintje van zijn polsbandje dat hij moest gaan slapen. Hij nam een groen pilletje en viel in een diepe droomloze slaap voor de komende acht uur.

D4
Maar nu eerst liep hij zijn ochtendrondje. De zon was inmiddels hoger geklommen en bescheen het kale terrein tussen hem en de stad in de verte. Elke keer als 17823 dit stuk liep, dacht hij aan de verhalen van zijn opvoeder. Vooral de verhalen over mensen die samen de dingen deden gaven 17823 een goed gevoel. Heel diep in zijn binnenste kon hij soms een beetje dromen dat die tijd ooit terug zou komen. 





















zondag 19 juli 2020

Roomser dan de paus

Gisteren liep ik een kerk binnen. Zoals bijna alle Katholieke kerken was deze open. In de afgelopen tijd ben ik vaker een roomse kerk binnengewandeld. 
Ongehinderd door een welkomstcomité, of zoals die in de protestantse kerken vervangen zijn door beveiligers die je vragen of je aangemeld en/of ingeschreven bent. 
Waarop, als dat niet het geval is, je in het slechtste geval de toegang geweigerd wordt, of in het beste geval je alsnog ingeschreven wordt. 
Bij navraag daarover blijken die gegevens ergens in de cloud opgeslagen te worden. Niks bescherming persoonsgegevens of privacy-dingen. Als de christenvervolging ooit over West-Europa uitbarst kan men met één druk op de knop zien wie de kerk bezocht heeft.
Best raar dat ik momenteel makkelijker een supermarkt dan mijn eigen kerk in kom.

Maar gisteren was het anders. Ver in de Belgische Ardennen stond het kerkje midden in het dorp gewoon kerk te zijn. De deur was open, wel was het schaaltje dat gewoonlijk gevuld is met wijwater leeg. Dat was jammer daar ik echt denk dat het symbolisch dopen van je handen en er een kruisje mee op je voorhoofd zetten, meer kracht heeft en van grotere spirituele waarde is, dan het afschrapen van je beschermlaag op je vingers door welk soort antibacterie-gel dan ook. 

Hoe dan ook, ik ging de kerk binnen. En werd getroffen door het aantal stoelen dat weggehaald was. Er stonden nog stoelen in een soort van orkestbak-opstelling. Met genoeg ruimte voor grote cello's en harpen en bewegingsvrijheid voor het strijken van de stok over de snaren van een viool of contrabas.
Een dun rood plakband gaf de looprichting aan. Meerdere keren splitste deze zich en kon je zowel naar rechts als naar links. 
Kennelijk heeft de katholieke kerk meerdere wegen naar Rome bedacht ik een beetje grinnikend. 
Waar ik de ene richting volgde kwam ik uit bij Maria Goretti; een meisje dat op jonge leeftijd zich verzette tegen haar aanvaller. Zij raakte zwaargewond, vergaf voor haar sterven haar aanvaller wat er toe leidde dat deze aanvaller schuld bekende, straf onderging en zich aansloot bij een monnikenorde. Maria Goretti werd heilig verklaard. Zij staat nog steeds symbool voor jeugdige onschuld en de kracht van vergeving.

Waar ik de andere richting volgde kwam ik uit bij Christoffel. Deze begon ooit als Reprobus. Hij was sterk en zo eigenwijs dat hij alleen maar de machtigste der aarde wilde dienen. Hij kwam van de koning bij de keizer terecht. Deze was bang voor de duivel dus besloot Reprobus de duivel te gaan dienen. Al snel kwam hij erachter dat deze op zijn beurt weer bang was voor Christus.
Vanaf dat moment diende Reprobus Christus. Op advies van een kluizenaar droeg hij mensen over een brede rivier. Op een dag wilde een klein jongetje naar de overkant. Deze werd zo zwaar dat Reprobus dreigde te bezwijken. Toch haalde hij de overkant. Het kind maakte zich bekend als Christus en beloonde Reprobus met een nieuwe naam; Christoforus of Christoffel. Hij staat symbool voor bescherming van de reiziger én, las ik tot mijn verrassing, als beschermheilige tegen besmettelijke ziekten.
Deze kerk was meer groot en leeg dan mooi en toch voelde ik me thuis. Ik bemerkte dat het me goed deed om in een gebouw te zijn waar mensen best wat rekening houden met de waan van de dag, zelfs als het een ongrijpbaar virus is. Maar waar het nog veel meer een plek is van geloof in bescherming, geloof in het goede en een eeuwigheidswaarde nastreeft die diezelfde waan ver overtreft.
Het leek een moment op echt geloven. 

donderdag 9 juli 2020

Glashelder

Nu weet ik het zeker:
Niets is blijvend.
Dit heeft als voordeel
dat er altijd niets is.

zondag 5 juli 2020

Als er vergeving is

Mijn God,

Vandaag kom ik weer
na lange tijd, in Uw gebouw
Uit angst voor ziekt' en rouw
bleef ik uit uw buurt o Heer.

Ik dacht U te kunnen vinden
op stream en beam mijn Heiland
zocht in heide, bos en weiland
tussen berk en eik en linden.

Vergat U uren, dagen soms zelfs weken
ik had mijn werk, de zaak en andere zorgen
vandaag was zeker, niemand wist van morgen
waar vastheid twijfel is gebleken.

Leefde mijn leven,
ik moest toch wat, 
dronk en sliep en at.
Nam en heb gegeven.

Deuren in liefde open.
Andere met haat en nijd
zetten aan tot zinloze strijd.
leeg weer weggelopen.

Nu ben ik als een kind
kan zelf de weg niet gaan.
Klop dus nogmaals aan,
hopend dat U mij vindt.

Laat niet mijn mondgekapte stem
zwijgend de lofzang stommen
Iedereen rond de tafel drommen,
wij op zoek naar Hem.

U breekt het brood en reikt de wijn
in eind'loos schuldvergevend mededogen
Ik vraag met zond'omrande ogen
laat mij met U samenzijn.

















zaterdag 4 juli 2020

Tranen

Grijze hemel huilt
geen boom die troostend bladert
zomerzon verstopt

haiku 4-7-2020