maandag 18 oktober 2021

QR-zegen




Nog een paar jaar zelf wat aanmodderen en dan is het klaar. Hoef ik geen keuzes meer te maken en wordt het allemaal voor me geregeld. Net zoals het nu al een beetje gebeurt. Met bijkomende voordelen. 
Ondanks dat ik corona heb gehad, bleken vorige week van de één op de andere dag al mijn antistoffen verdwenen en gaf mijn QR-app geen groen vinkje meer. 
De meeste horecagelegenheden mag ik niet meer in. 
Degenen die me kennen, begrijpen hoeveel tijd ik nu overhoud. 
En het wordt nog mooier. Ik wil graag sporten maar dat lukt niet altijd. Daarnaast wil ik niet zo graag aan het fastfood zitten. Mijn werk gebruik ik vaak als een excuus om niet te sporten en per ongeluk toch in een drive-in terecht te komen. Nog even en dat is van de baan. Dat QR-dinges op mijn telefoon gaan ze koppelen aan mijn stappenteller en ziedaar; pas na vijftienduizend stappen krijg ik een groen vinkje waarmee de slagboom voor de Mac opengaat. Supervet!
Dat is nog niet alles. Ik mag pas benzine tanken (nou ja diesel in mijn geval) nadat ik aan een aantal sociale verplichtingen heb voldaan. In China werkt dat al perfect. Iedereen bezoekt als een malle zijn schoonfamilie om vervolgens kilometertegoed op zijn app te krijgen om zo ver mogelijk van diezelfde familie op vakantie te gaan. Best gaaf zo'n systeem.
Belastingen en boetes gaan ook verdwijnen. Samen met het alles wat op geld lijkt. Ik krijg punten en bij een overtreding gewoon minder punten. Van de punten die ik wel krijg kan ik mooie dingen kopen. Ik moet wel kopen natuurlijk. De handel gaat door. 


vrijdag 8 oktober 2021

De boom in met de diaconie!




Hollend kom ik langs een gehavende boom aan de rand van de stad. Iets verderop staan zijn soortgenoten in groepsverband.
Zelf ben ik in gedachten bezig met de lezing die ik een paar uur later ga geven. Een verhaal over diaconaat. Een mooi oud woord voor omzien naar elkaar. Net voor mijn renrondje ben ik naar de kerk gegaan. Voor de al klaarstaande, nu nog lege, stoelen heb ik mij een moment de avond ingevoeld.
Het is fijn om de energie van zo'n bijeenkomst al wat in te ademen. Nadat ik me vergewist heb van de werking van geluids-, en beeldapparatuur ben ik gegaan.
Om nog even een rondje hard te lopen, mijn laatste gedachten te ordenen en met  voldoende verse zuurstof de avond in te gaan.
Achter de mij opgevallen boom zijn aannemers druk bezig een nieuwe, tijdelijke, woonwijk uit de grond te stampen. Aan de vlaggen en de heen en weer lopende pakken, voorzien van bouwhelmen, te zien is er sprake van een officieel moment. 
Mijn boom maakt het op afstand mee. Hij heeft het zwaar te verduren gehad zo te zien. Er zijn een soort rubberen banden gespannen om hem vast te houden. Daarnaast is hij helemaal gekortwiekt. Waarschijnlijk om energie te sparen, zodat er geen levenssappen naar uiteinden van takken en al bijna vallende bladeren gaan. Alles concentreert zich op het levensbehoud van dit moment. 
Ik vraag me af wat hem uiteindelijk zo gemaakt heeft. De langsrazende auto's en scooters heeft ie jaren overleefd. Ook de optrekkende of juist afremmende treinen vlak achter hem, hebben hem nooit gedeerd. De huizen tegenover hem heeft ie blijkbaar geen last van gehad. De school en het verzorgingshuis dichtbij, met het nodige leven of soms het gebrek eraan, heeft hij aangekund. 
Is het de oplevende bedrijvigheid van de nieuwbouw om hem geweest? Het gestamp en getril van machines? Of zat er gewoon wat zieks in zijn genen? Is de afzondering van zijn broers en zussen iets verderop hem fataal geworden? Wie het weet mag het zeggen.
Ik word blij van de boomverzorger die hem gewoon heeft laten staan. Wel de aandacht gegeven met de juiste middelen om hem straks in het nieuwe voorjaar weer zelfstandig zijn gang te laten gaan. Deze man of vrouw heeft de boom aan alle kanten bekeken en voor nu, misschien wel wat onder protest, weggehaald wat in de weg zat. Zodat ook deze boom ooit in vol gejuich zijn bloei kan vieren.
Met een blij gevoel ren ik mijn rondje uit. Ik ben er klaar voor. Ik hoef vanavond alleen maar te zeggen dat diaconaat takkenwerk is. 

woensdag 22 september 2021

Volksverlakkerij

Volksverlakkerij

Het meest werd ik getroffen door de uitspraak van een vooraanstaand politicus die gisteren stelde dat er snel weer eens gepraat moest worden.
Hij had het over de partijen die de huidige regering vormen. Of niet vormen eigenlijk. Toen de verslaggever hem vroeg hoe snel dat moest, antwoordde de beste man: 'Nou ik vind dat ze volgende week toch wel bij elkaar aan tafel moeten zitten'. 
Laat ik nou denken dat ze in Den Haag altijd praten, dat dit de hoeksteen van onze democratie is; met elkaar praten. Maar blijkbaar is dat niet zo. Blijkbaar kloppen de beelden die ik zie als ik een keer per ongeluk een debat voorbij zie komen. Ik dacht dat het altijd voor de bühne was. Dat met de rug naar een spreker toe gaan zitten. Of druk op je mobieltje terwijl iemand een toespraak houdt. 
Ergens vond ik het altijd een beetje zi
elig voor de ambtenaar die desbetreffende stukken had voorbereid en eventueel zelfs de speech had geschreven. Om dan vanachter zijn bureau de eigen woorden terug te horen in de belangrijkste kamer van het land. Een kamer waar de meeste mensen die we er voor betalen om er te zitten, gewoon wegblijven. 
Een kamer waar het volk niet meer vertegenwoordigd wordt maar ieder zijn eigen haan koning laat kraaien. Waar mensen elkaar onbeschoft in de rede vallen, niet eens meer luisteren naar elkaar en heel duidelijk op de man in plaats van op de bal spelen. 
Waar perceptie van wie je bent, belangrijker is dan waar je voor staat. Waar inhoud al heel lang geofferd is aan imago.
Maar goed daar zit je dan op afstand te kijken hoe jouw bijdrage ontvangen wordt. Wat er mee gedaan wordt. Nou ik zal het je zeggen. Niets. Steeds meer wordt duidelijk dat iedereen vooral bezig is met haar of zijn eigen agenda. 
In een huis waar ruim twintig zetels gewoon genegeerd worden als het op formeren aankomt. Twee grote wettig gekozen partijen doelbewust uitsluiten, voedt de onvrede. Ook al deel je niet hun idealen, negeren heeft nog nooit gewerkt in politiek opzicht.
Een kamer die wetten doorgejast om een pandemie te bestrijden en vervolgens doodleuk, tijdens de door hun genoemde grootste crisis aller tijden, maanden met vakantie gaat, moet niet gek op kijken dat respect afkalft en gezag inboet.
Een regering, demissionair of niet, die geen kans ziet om binnen een paar maanden ons land een beetje ordelijk te besturen, neemt zichzelf niet serieus.
Een overheid die roept dat we toch wel in een heel gaaf land leven, die heeft blijkbaar geen enkel benul wat er binnenskamers leeft.
Ik wil niet flauw doen maar hoe denkt u dat dit voelt voor de Afghanen die het niet gered hebben, voor de toeslagenslachtoffers die nog niet bijgekomen zijn. De Groningers die elke beving voelen. Een jaar achter ons met heel veel functies elders. 
Wat denkt u hoe gaaf het is voor een klein theatergezelschap dat moest opdoeken, het café dat moest sluiten, en de kerkmens die thuis moest blijven. De mensen die oprecht van mening zijn dat ze zich niet willen laten vaccineren. Niet omdat ze een virus ontkennen maar omdat ze het echt een slecht idee vinden.
Ja ons land is een gaaf land, we hebben het echt niet zo slecht, maar doe eens waar u voor gekozen bent. Vertegenwoordig ons. 


zaterdag 18 september 2021

Herfstheimer



De dag dat verdriet
niet oplaait of uitsterft, 
maar gewoon ertussen ligt. 
Komt mijn verlangen naar herfst,
waar witte avondmist nevelig neerdaalt.
Boomtoppen die verdwaalt de hemel insteken.

De eerste gaten vallen, herinneringen vagen weg.
Leven sluipt naar binnen want buiten kouder.
Bladeren vallen maar niet ver van boom,
vruchten verdwijnen als voedsel
voor komend leven rondom
blijft wortel en tak
voor altijd
nu.









zaterdag 28 augustus 2021

Wassen

Ik was

Het begint op het moment dat ik de spiegels ingeklapt heb. De beslissing om te doen wat ik doe is al genomen. Het kiezen van een programma en het afrekenen, ligt dan al achter me. 
Vanaf nu ga ik nog één keer verzitten, een tikkie onderuit en mijn armen ontspannen naast me. De radio gaat uit en de telefoon negeer ik. Dat laatste lukt niet altijd maar de intentie is er wel.
Dan komen de eerste stralen schuim die als dikke, maar altijd zachte sneeuwvlokken zich hechten aan de diverse onderdelen die mij omringen. De wetenschap dat er niets overgeslagen wordt, stemt me gelukkig.
Intussen beginnen er wat rollen te draaien. Stevige harde, laag-bij-de-grondse borstels pakken mijn velgen aan. Sporen van weide- en bosavonturen worden woordeloos uitgewist. Voor mij komt een brede, langzaam op gang komende rol naar beneden zakken. De streling van de voorbumper en gril gaat over in een hardhandig schrobben van de laklaag. Of misschien voelt dat zo omdat het dichterbij komt.
Al deze minuten zit ik roerloos, als in een trance te genieten van het gespetter en de luidruchtige maar kloppende bewegingen om mij heen.
Ik weet mij niet alleen veilig in het mij compleet omhullende rijdende verblijfplaats maar veel meer voelt het als mijn eigen kosmos waar niets of niemand invloed heeft op gebeurtenissen. Waar gemaakte keuzes gewoon hun vervolg vinden in iets zuiverends.
De climax komt op het moment dat geluiden langzaam wegsmelten. Zelfs het geraas van de droger verstomt en maakt plaats voor een heerlijke zachte strokendans. Lange zijdezachte, ietwat harige, linten zetten mijn auto weer in de was en poetsen dit glansrijk op.
Ik wacht altijd op de laatste strook die, alsof ze geen afscheid kan nemen, als enige nog een keer extra zwaait via het zijraam. 
Niet veel later rijd ik, gelukkig als een monnik na zijn ochtendbiecht, de wasstraat uit de wijde wereld in.


zondag 8 augustus 2021

Vallende sterren

Vallende ster

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik graag de positieve kant bekijk. Van wat dan ook. Maar soms word ik een beetje boos.
Kijk dat je midden in de nacht levensgevaarlijke capriolen uithaalt en boven op het huis van onze achterburen klimt, is niet handig. We wonen in een buurt met vrij hoge huizen met platte daken.
Dat je onze achterbuurvrouw liet schrikken om vier uur 's morgens, is niet echt netjes te noemen. Jij besluit stenen te gaan gooien die onder andere in onze tuin terechtkomen. 
Met niet alleen wat schade maar vooral een hoop rotzooi tot gevolg.

Op al het lawaai komen een stuk of zes agenten af die jou klaarblijkelijk in de kraag vatten. Of op de vlucht jagen. Ik weet het niet, maar met de komst van de de ordehandhavers stopt het gegooi met stenen.
Wij zijn op vakantie in Spanje en krijgen bericht van een alleraardigste buurman die één en ander gevolgd heeft en zelfs bij de politie al een melding heeft gemaakt van de vernieling. 
We bedanken onze buurman en genieten verder van onze prachtige vakantie. Vandaag kwamen we terug en troffen niet alleen een ravage aan in onze tuin maar bovenal een lege brievenbus. 
Geen kaartje van een schuldbewuste stenengooier, geen sorry van een tot zichzelf gekomen zondaar. En daar baal ik een beetje van. Niet heel erg maar toch.
Weet je; dat je midden in de nacht tuintafels van anderen kapotmaakt, ach dat zal wel niet de bedoeling zijn geweest. 
Je had je redenen of je middelen die je aangezet hebben tot deze daad. Soms is het leven echt een beetje naar. En ja dan doe je wel eens stomme dingen. 
Maar dat jij na een kleine week niet de ballen hebt om hier een briefje in de bus te doen met een: 
'Sorry, ik was het sterrenstelsel aan het bekijken en kreeg ineens de neiging om vallende sterren na te doen met een baksteen. En tja toen vertoonde u tafel een eigenaardig sterrenbeeld. Sorry, als u terug bent van vakantie kom ik de troep opruimen. Ik hoop dat u niet boos bent.' 
Dat zo'n kattebelletje of iets wat er op lijkt niet de moeite waard bleek. Daar baal ik van.

Stenen gooien kan, maar kom dan wel de zooi opruimen. Mensen hebben het over aangifte doen en over verzekeringswerk. Weet je? Dat hoeft van mij allemaal niet. Kom die glasresten opruimen, halen we samen een nieuwe tafel die jij in elkaar zet. Ik maak ondertussen een bak koffie waar we onze nieuwe tafel mee inwijden. 
En dan, maar alleen pas dan, vertel je me waarom je uberhaupt die stenen gooide. Wat je ook vertelt, ik zal niet teruggooien. Hooguit luisteren.

donderdag 5 augustus 2021

Ode aan de kok

Ode aan de kok

Na een paar uur rondgestruind te hebben door de schrijversbuurt van Madrid, ben ik neergestreken in een kleine taberna met stapeltjes boeken voor de ramen. Het restaurantje draagt de prachtige naam La Entretinida. De naam doet het hem; ik ben wel toe aan een beetje onderhoud. 
En dat doen ze hier goed. Terwijl ik deze woorden schrijf, zit ik nog na te genieten van één van de heerlijkste salades die ik ooit geproefd heb.
Ik koos voor een eenvoudige Madrileense ensalada de tomate. De manier waarop de tafel gedekt werd en ik een linnen servet aangereikt kreeg, was al een voorproefje op mijn exquise maal.
Iets later verscheen gelijk met een mooi glas wijn een mandje met chips en eentje met brood. Al bij eerdere bezoeken aan dit land is me opgevallen dat ze hier niet karig zijn. Bij allerlei maaltijden krijg je mandjes, schaaltjes of plateautjes met kleine gerechtjes of brood.
Iets later arriveert mijn salade in een grote glazen bokaal. Deze is voor de helft gevuld met sla waarop grote vierkante stukken tomaat liggen die bestrooid zijn met kleine kromme groene boontjes.
Terwijl ik met twee zware, echt zilver lijkende, lepels een paar scheppen op mijn bord deponeer, zie ik dat mijn middagmaal is aangemaakt met een lichte dressing waar wat kruiden in zichtbaar zijn.
Vanaf de eerste hap is het alsof engelen mijn tong strelen. Ik meen al best één en ander geproefd te hebben, dit verslaat het meeste. Natuurlijk smaken zongerijpte tomaten en andere groente anders dan die uit de kas. Maat zulke eenvoudige gerechten klaarmaken en serveren met zo'n verrukkelijke vinaigrette verraadt de hand van de meester. Komt nog bij dat deze de verhouding precies goed is. Mijn kok heeft zich niet laten verleiden; hij heeft de dressing subtiel aangebracht. Genoeg om mijn smaakpapillen te verwennen en te weinig om mijn lunchbord in een soepbord te veranderen. 
Eigenlijk wilde ik schrijven over de twee grote schrijvers die deze buurt voortbracht. Hun meesterwerken en hun schelmenstreken. Ik besluit dat dit kan wachten en me op mijn eten te richten.



Het was in dit huis waar Mario woonde en waar Lope Felix de Vega y Carpio op 26 augustus 1635 de Felix de los Ingenios noemde, wiens literaire vruchtbaarheid de grenzen van geloofwaardigheid overschreed en alle genres van literatuur cultiveerde.

dinsdag 3 augustus 2021

Spaanse spanning

Spaanse spanning

Midden op de rivier, aan beide zijden omgeven met steile rotswanden en uitkomend op een stuwmeer, houdt onze motor er mee op.
De sterke stroming zorgt dat we in beweging blijven maar de vaart is er uit. Drie paar ogen draaien zich naar me om met blikken die hopen dat ik een grap uithaal. Maar dit is niet de dag van grappen.
Dat was gisteren. Een echte M-dag. De M van Madrid en mooi. Van marmer en ander keihard materiaal. Autopedjes met een motortje en monumentale spoorstations omgebouwd tot moderne 'Mall's'.
Vandaag is anders. Na een prachtige ochtendwandeling door de bergen waar herinneringen van gisteren nog opgeslagen liggen in woest gesteente. Waar vergezichten van natuurlijke zachtheid gekoppeld aan hard marmer voor het grijpen liggen.
Bij thuiskomst in ons tijdelijk verblijf zie ik een appje van onze buren in Nederland. Iets met zes agenten op jacht naar een inbreker achter ons huis vier uur 's nachts. Na onderzoek bleek het een baldadige puber uit de buurt te zijn die keien in onze tuin aan het gooien was. Een foto van onze glazen tuintafel met twee grote gaten erin diende als bewijs dat het leven in ons thuisland gewoon doorgaat.
Even later word ik opgeschrikt door een auto die voor ons huisje langs rijdt en ondertussen allerlei dreigende geluiden uitbraakt. Ik versta alleen 'casa' en 'inmediat'. Met de bosbranden van afgelopen weekend, op een kilometer of tien, nog vers in het geheugen, ren ik naar buiten. Om daar een langzaam rijdende auto te zien met een megafoon op het dak. 
Het uiterlijk van de bestuurder ziet er niet uit als een Spaanse politieman die verantwoordelijk is voor het evacueren van toeristen in een bedreigde zone. Gelijktijdig besef ik dat ik geen flauw benul heb hoe een S
De Spaanse politieman die verantwoordelijk is voor het evacueren van toeristen in een bedreigde zone, eruit moet zien.
De beste man ziet me naar buiten komen, gaat boven op de rem staan en klimt uit zijn voertuig. Hij rent naar achteren en opent zijn kofferbak. 
Ik ben inmiddels bij het vehikel aangekomen en buig me voorover. In de veronderstelling blusapparaten, brandwerende vesten of andere antibosbrandtuigen aan te treffen. 
Wat ik zie is een apparaat om messen mee te slijpen. En een bak met messen ernaast. Meneer komt aan huis, dat is die 'casa', om messen te slijpen. En hij heeft geen wachttijd, vandaar de 'inmediat'.

Vanmiddag huren we een motorbootje van een dame die onder een tentje op het strand een bootjesverhuurbedrijfje runt. Het gele bootje wat ervoor ligt. Het oogt als een retro-speedbootje uit de jaren zeventig; we zijn verkocht.
De onderhandel-bedragen schrijven we in het zand. De dame spreekt geen Engels maar leest wel cijfers. 
Ik vraag haar een aantal keren of de tank vol genoeg zit voor onze geplande tocht. Nu, ronddobberend op een Spaanse rivier in de wildernis, besef ik dat het weinig helpt om je vraag te herhalen als je elkaar toch niet verstaat.
Ik weet ook nog dat ik vroeg waarom er geen peddel in de boot ligt. Zelf in het bezit van een zeilboot met aanhangmotor weet ik hoe belangrijk het is om altijd iets bij je te hebben om je te kunnen redden. Toen de dame het woord, of misschien meer mijn gebaren, begreep en begon over het huren van een kano, heb ik het erbij laten zitten. Dat betreur ik nu.

Een kwartiertje later komt er een reddingsboot van het Rode Kruis voorbij. Wij zwaaien als een stel 'Robinson Cruso's' op een verlaten eiland. 
Deze mensen regelen een andere boot die ons een halfuurtje later op sleeptouw neemt naar onze haven.

De bootverhuurdame houdt bij onze aankomst hele toespraken die we niet verstaan. Inmiddels zijn er een stuk of vijf Rode Kruismensen bij betrokken. Iedereen is alleraardigst en we worden behandeld of we tien dagen zoek zijn geweest. Ik moet nog een handtekening zetten onder een formulier wat de chef van het stel heeft ingevuld. Daarna nog even tegen de bootverhuurdame zeggen dat de rest van onze tocht heel gaaf was en we vertrekken richting terras. Het leven is hier best mooi en goed. Ook hier deugen de meeste mensen.

donderdag 29 juli 2021

Spoorloos

 'Toe maar, ga terug', zeg ik streng. Ze luistert niet, blijft alleen iets verder achter en volgt me de volgende bocht door.
Mijn iets meer op vleiende toon gesproken woorden: 'Blijf nou lekker thuis, het wordt warm en ik ben de rest van de morgen onderweg', helpen ook niet.
Ze kijkt me niet meer aan maar blijft achter me lopen.
'Nou dan moet je het zelf maar weten', zeg ik berustend.
Deze morgen ben ik vroeg opgestaan en na een klein ontbijt de bergen ingetrokken. Stevig de pas erin terwijl de zon opkomt boven de heuvels achter me. De rood-oranje gloed wordt geler en groter. Op de eerste berghelling voor me zie ik de schaduw langzaam naar beneden zakken.
Wat net nog groen en grijs was, licht nu op in de eerste ochtendstralen. Het zandsteen verandert langzaam van geel in prachtig roodbruin.
Om me heen lijkt alles te verstillen. Zelfs de krekels houden even op met hun eeuwig getjirp. Dan barst het zonlicht in alle glorie los en is het ineens helemaal dag geworden.
Mijn pad loopt door een boomgaard vol met amandelbomen. De bomen hangen vol met opengebarsten hulzen waardoor de steenvruchten te zien zijn. 
Iets verderop maken de korte houterige stambomen plaats voor graspollen en een soort heide afgewisseld met hier en daar een steeneik. Ook meen ik wat jeneverstruiken te herkennen.
Inmiddels ben ik een gesprek met mijn reisgenootje begonnen. Ik vertel haar over mijn romanfiguren in het boek dat ik aan het schrijven ben. 
Dat ze niet reageert, is een kleinigheid; ik ben al lang blij dat ik, zonder een oordeel terug te krijgen, mijn gedachten hardop kan uitspreken.
Af en toe holt ze er vandoor achter één van de vele konijnen aan die veelvuldig in deze streek voorkomen. 
Dwars door een lege rivierbedding vervolgen we ons pad. Aan de ander kant wordt het steiler en kaler. Hier veel meer rotsen en zand. Bovenop de heuveltop aangekomen zie ik een dorpje onder me liggen. Ik besluit om daar op zoek te gaan naar een bakje koffie.
Ik geniet inmiddels van mijn reisgenote. We hebben hele gesprekken. Nou ja gesprekken; ik praat en zij luistert. 
Een uurtje later ben ik aangekomen aan de rand van het dorpje. Hier neemt mijn maatje afscheid van me. Ze loopt gewoon terug. Zonder om te kijken. Ik haal mijn schouders op en wandel het dorpje in.
Een vader met een zoon is bezig een steiger te plaatsen naast een huis in aanbouw. Het zijn de eerste mensen die ik zie vandaag.
In het centrum lig het Plaza de la Libertad; een mooi en schoon plein der vrijheid, al is het omringd door menshoog gaas.
Iets verderop zie ik de resten van een treinstation. Een stootblok staat nog als een stille getuige van wat ooit was. Daarnaast zie ik nog wat vergrasde spoorrails liggen. 
Het statige stationsgebouw heeft een andere bestemming gekregen. De dame die de stoep aan het vegen is, vertelt me dat het nu een kantoor is waar ze iets met computers doen. 
Het is niet het eerste verlaten station dat ik zie, maar telkens overvalt me een gevoel van melancholie. Wat het precies is weet ik niet, het heeft denk ik te maken met beelden van drukke oude stations en een tijd waarin een treinreis nog een belevenis was.  Waar een dorp of stadje ademde door de aankomst en het vertrek van het rollend gevaarte. Rijtuigen die nieuwe mensen brachten en oude verhalen meenamen. Treinwagons waaruit opgelucht gezwaaid werd. Als het niet bij aankomst was dan wel bij het afscheid. 
De laatste trein is hier al lang geleden vertrokken. Zij liet een spoor van heimwee achter.
Ik vind mijn bak koffie en haast me weer het dorpje uit. En voel me teleurgesteld als daar niemand op me wacht. Blijkbaar ben ik toch meer hondenmens dan ik dacht.

dinsdag 27 juli 2021

Bitterballen

Bitterballen

Na een lange wandeling en een uitgebreide siësta is het tijd om een stadje te
bezoeken. Deze ligt een kilometer of dertig van ons huisje, dus pakken we de auto. Al snel rijden we heuvelafwaarts richting een wat grotere weg die ons naar een volgende vallei brengt. 
Onderweg verbaas ik me over de nieuw aangelegde wegen hier. Zo hobbelig en vol met gaten de bergweggetjes zijn, zo glad en prachtig zijn de doorgaande wegen. 
Na een halfuurtje parkeren we de auto naast een drooggevallen rivierbedding in het centrum van de stad. De auto staat nogal scheef, en boer die ik toch een beetje blijf, schop ik een paar stenen voor de wielen.
Na een paar uur strijken we neer op een terras van een leuk restaurantje. Via een QR-code die vastgeplakt zit op de plastic tafel kunnen we het menu inzien. 
De digitale menukaart biedt een zee aan tapasgerechten; precies de reden waarom we hier neergestreken zijn. De helft van ons gezelschap is vegetarisch, ook daarin bieden ze voldoende keus. Alles staat vermeld in het Spaans waar we redelijk uitkomen. Tomaten en olijven, klinken niet veel anders in het land waar ze vandaan komen. 
Tot iemand ineens bitterballen ontdekt. Gewoon zo, in het Nederlands. We zitten niet aan de Costa Brava; ik heb nog geen geel nummerbord gezien vandaag. We besluiten om ze er bij te nemen.
Bij een drukke, rennende ober bestellen we onze gerechtjes. Met de bedoeling om de tafel gewoon vol te zetten, dreunen we met Hollandse precisie onze bestellingen op. De man schrijft alles op een kladblokje. Halverwege stopt hij met schrijven, steekt twee handen in de lucht en roept dat het genoeg is. Meer krijgen we niet. 
Wat we ook doen, het helpt niet. Hij verdwijnt en laat ons verbluft achter.
Misschien zijn de portie toch groter dan de kaart doet vermoeden, misschien is de keuken overbezet of misschien heeft ie het gewoon niet. Of moet je per ronde bestellen. We speculeren er op los maar snappen het niet echt.
De beste man levert een kwartier later de eerste bestelling uit. Een mandje met een paar frieten en drie bitterballen. Gelijk komt er een mandje met twee kaasstengelachtige dingen. Ook hier wat friet op de bodem. Niks tafel vol zetten, 
vanaf nu komen er telkens een paar gerechtjes op tafel.
Het smaakt ons prima en we komen niets tekort. 
Om af te rekenen moet ik naar binnen. Daar vind ik onze vliegensvlugge ober die daarnaast ook de afwas en de keuken blijkt te doen. Geen wonder dat ie het gewoon genoeg vond. Hij heeft zijn fooi meer dan verdiend.


zondag 25 juli 2021

Frans bakje onderweg

Ons huisje in Andalusië, ligt bovenop een heuvel. Het dorpje, Llanos del Peral geheten, bevindt zich op de helling onder ons. Daarachter loopt het land langzaam af tot een vlakte die zich uitstrekt naar de Middellandse Zee, dertig kilometer verderop.
De andere kant van de heuvel verdwijnt in een vallei. In de verte zie ik de uitlopers van de Sierra Nevada.

Het verblijf heeft een tot extra kamer omgebouwde bergruimte die alleen

buitenom te bereiken is. Een onlangs geplaatste glazen schuifpui geeft een magnifiek uitzicht op de omgeving. 
De rest van mijn gezelschap vindt voldoende kamers in het huisje zodat ik het buitenkamertje kan annexeren als mijn persoonlijke schrijfkamer voor de komende dagen.
Het sober ingerichte kamertje is perfect geschikt om met letters aan de slag te gaan. 

Bij al dit moois denk ik even terug aan de tentenman in Parijs. We waren net een uurtje of vijf onderweg en kwamen op de Périphérique tot stilstand. Zoals altijd wanneer we de ringweg rond Parijs nemen. Het is zeker niet het mooiste stuk weg als je richting het zuiden gaat maar het zorgt er wel voor dat je weet dat je Nederland achter je hebt gelaten. 
De zinderende hitte van het asfalt onder je en de smerige grauwheid van het beton rondom je, geven een aardig besef van tevredenheid in je van alle gemakken voorziene gouden koets. En dat heeft meer met een gevoel van veiligheid te maken dan dat het over luxe gaat.
Ik geniet van rijden. Altijd al gedaan. Als twintigjarige reed ik net na de omwenteling naar Roemenië. Ook dat was niet altijd veilig maar het voelde wel helemaal goed. 

Maar nu onze tentenman. Hij liep van auto naar auto met een bakje waarin wat kleingeld lag. Ergens denk ik dat dit bakje misschien wel zijn grootste bezit was. Het maakt nogal wat verschil of je een bakje ophoudt of dat je een lege hand uit moet steken. Dat laatste voelt wel heel erg naakt en kwetsbaar. 
Bij een bakje moet je in ieder geval je hand nog iets samenknijpen om het vast te houden. Een lege hand moet je omdraaien om je niet-bezit te tonen. Schaamtegevoel dat het verliest van honger. Of van de dorst voor het geval iemand roept dat ie het waarschijnlijk gaat verdrinken. Dat drinken doet hij ook alleen maar omdat water niet afdoende meer helpt tegen wat dan ook dat zo'n dorst geeft.
Het verhaal wordt erger. Ik had niets voor hem. In een auto volgeladen met spullen zodat we redelijk zelfredzaam een paar weken in Zuid-Spanje kunnen doorbrengen, had ik niets om weg te geven.
Alles wat we bij ons hadden was van een digitale orde waar meneer niets mee kon. Pasjes, creditcards, opladers, powerbanken en andere dingen waar je stroom voor nodig hebt. 
Achter de man zag ik zijn tent staan. Gewoon op een verdorde grasstrook tussen het asfalt. Ik keek de tentenman aan die met zijn bakje naar me toekwam. Zijn hoopvolle blik maakte plaats voor berusting toen hij zag dat ik met een schuldige blik mijn schouders ophaalde. 
Pas een paar honderd kilometer verderop had ik weer vrede met mijzelf. Ik besloot om te blijven genieten van de overvloed waarin ik mag leven. En vanaf nu te zorgen dat ik nooit meer een Frans bakje hoef af te slaan.


 

woensdag 21 juli 2021

Vrijslinger


Vrijslinger


Tussen Grafhorst en Gouda
pauzeer ik op Oranjehof.
Bewoners schuifelen 
of rollen in rustig tempo.

Koffie met gekookte melk
in kamer waar kabaal
en ander werelds rumoer
buiten muren blijft.

Mij treft de hangklok
die niet meer opgewonden
zijn slinger heeft gestopt
en roerloos voor zich staart.

Eindelijk heb je tijd
al sta je helemaal stil.
Twee keer daags
is het kwart voor tien

Men noemt je oud
maar prefereert antiek.
Kostbaar maken 
mij jouw jaren. 








dinsdag 22 juni 2021

Kriebel

Puur toeval' kopt een landelijk krant een dag nadat een hevige valwind Leersum teisterde. Verderop in het artikel wordt uitgelegd wat een valwind is en waarin het verschilt van een windhoos.
Als ik die kop lees denk ik: Ja en?
Waarom is het belangrijk dat we gelijk te horen krijgen dat het toeval is? Maakt het voor die mevrouw aan de rand van het dorp uit nu haar auto platgedrukt onder een omgevallen beuk muurvast op de oprit staat?
Zou het de twee hardlopers die ternauwernood aan een vallende tak ontsnapten echt uitmaken dat het toeval is?
Is er een kans dat ze anders zouden denken dat het bewust gebeurde? Dat er opzet in het spel zat? 
Eén of ander mysterie van de natuur? Of een menselijke fout? Had er geen code knalrood afgegeven moeten worden? Niet alleen een waarschuwing maar ook een verplichting om met een valhelm op onder de keukentafel te gaan zitten tot er een signaal zou komen dat alles veilig is?
Hebben we geen kernteam nodig die van tijd tot tijd samenkomt en ons bewaart voor dit soort natuurrampen? En als dat niet mogelijk is, dan in ieder geval ons handvatten geeft hoe we er mee om moeten gaan?
Maakt de kop 'puur toeval' niet dat we nog angstiger gaan worden? Wat een ander vandaag toevallig overkomt kan mij morgen gebeuren.
Kom nou niet aan met het verhaal dat wij christenen het allemaal anders zien. Ook ik herinner me Zondag tien van de Heidelberger (een leerboek van de kerk uit de zestiende eeuw). Niet alleen de vraag wat wij 'van den voorzienigheid Gods geloven' maar ook het antwoord dat alle dingen 'niet bij geval geschieden en we in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig moeten zijn'.
Natuurlijk geloven we dat in theorie nog, maar praktisch hebben we dit allang uitgeschakeld. We moeten bij alles wat ons overkomt oorzaken weten en als het enigszins kan gelijk een systeem in het leven roepen dat er voor zorgt dat dit niet weer gebeurt.
Ergens snap ik dat het zo werkt en doe ik er aan mee. Ook bij mij gaat 's nachts de deur op slot. En als ik straks een paar weken richting Spanje ga, controleer ik ook of de reisverzekering deugt en laat mijn auto nog even checken in de garage. 
Maar het kriebelt. Het voelt alsof we denken de natuur de baas te kunnen zijn. Niet alleen de natuur maar ook alles wat buiten en misschien wel boven onze macht ligt, kunnen beheersen.
Zoals we een jaar lang gehoord hebben dat we samen het virus onder controle gaan krijgen. En misschien is dat het geval. Misschien zijn we samen in staat geweest om een middel te ontwikkelen dat er voor zorgt dat we dit virus kunnen verslaan en we onze leefstijl van voor de komst van dit virus hadden, voort kunnen zetten.
Maar wat als het niet aanviel om ons te vernietigen maar om ons wat te leren?