zondag 5 juli 2020

Als er vergeving is

Mijn God,

Vandaag kom ik weer
na lange tijd, in Uw gebouw
Uit angst voor ziekt' en rouw
bleef ik uit uw buurt o Heer.

Ik dacht U te kunnen vinden
op stream en beam mijn Heiland
zocht in heide, bos en weiland
tussen berk en eik en linden.

Vergat U uren, dagen soms zelfs weken
ik had mijn werk, de zaak en andere zorgen
vandaag was zeker, niemand wist van morgen
waar vastheid twijfel is gebleken.

Leefde mijn leven,
ik moest toch wat, 
dronk en sliep en at.
Nam en heb gegeven.

Deuren in liefde open.
Andere met haat en nijd
zetten aan tot zinloze strijd.
leeg weer weggelopen.

Nu ben ik als een kind
kan zelf de weg niet gaan.
Klop dus nogmaals aan,
hopend dat U mij vindt.

Laat niet mijn mondgekapte stem
zwijgend de lofzang stommen
Iedereen rond de tafel drommen,
wij op zoek naar Hem.

U breekt het brood en reikt de wijn
in eind'loos schuldvergevend mededogen
Ik vraag met zond'omrande ogen
laat mij met U samenzijn.

















zaterdag 4 juli 2020

Tranen

Grijze hemel huilt
geen boom die troostend bladert
zomerzon verstopt

haiku 4-7-2020 

zondag 28 juni 2020

Suggestie



'De krant brengt de leugen in het land', gebruikte ik jarenlang om mijn leerlingen iets te leren. In een tijd van opkomende sociale en andere media was dit een mooie ingang om naar de betrouwbaarheid van berichtgeving te kijken. 
We ontdekten leuke dingen. Leerden dat er soms meer dan één waarheid is.
Ook op andere gebieden heb ik geleerd dat 'de waarheid', vaak sterk afhankelijk is van de werkelijkheidsbeleving van de persoon die hem claimt. 
Meestal reageer ik niet als die werkelijkheid iets naast mijn beleving ligt.  Soms weet je bij bepaalde media dat de waan van de dag en een suggestieve kop belangrijker is dan even een bron te checken of op een andere manier zorgvuldig te werk te gaan.
Trouw maakt het wel erg bont. Franca Treur die een deelcolumn beheert in deze krant, doet een suggestieve uitspraak en zegt erbij dat ze het niet heeft uitgezocht. 
Franca, doe eens lief. De uitgever stuurt Jan Siebelink mijn boek Parre. Hij stuurt een lief kaartje terug. Vervolgens vraagt mijn uitgever of ze deze kaart mogen publiceren. Jan Siebelink geeft toestemming, iedereen blij.
Behalve Franca. Kom op collega, kunnen we niet gewoon samen een beetje blij zijn? Ik ben het in ieder geval wel met mijn uitgever. 
Mijn boekpresentatie werd afgelast door corona, alle lezingen en acties bij boekhandels werden gecanceld. Nu probeert mijn uitgever op andere manieren mijn debuut onder de aandacht te brengen. Ik voel ik me enorm gesteund door de mensen daar, die met alle huidige beperkingen, wegen hebben gevonden om Parre onder de aandacht te brengen.
Natuurlijk mag je daar wat van vinden. Maar hun integriteit in twijfel trekken door onwaarheden te debuteren is wat anders. Jij kunt beter. Jouw krant ook.
Je hebt mijn boek nog niet aan de straat gezet, zeg je. Gelukkig maar. Ik daag je uit om Parre te lezen. En zeg daar over wat je wilt.  Wees hard, meedogenloos desnoods maar blijf van mensen af die in alle oprechtheid hun werk doen.

 


maandag 22 juni 2020

Zwerversliefde

Ook na honderd jaar nog razend actueel in een tijd waar meningen zich verharden,  we alleen nog voor of tegen zijn en gewoon lief doen soms al verdraaid lastig is. 

Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -
want o, de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie' in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder den wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same' in 't oude waaien zwijgen
binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.

Adriaan Roland Holst (in 'Voorbij de wegen' 1920)


zondag 14 juni 2020

Failure won't define me

Twaalf jaar geleden trokken we samen op. Beiden waren we de strijd met onze verslaving aangegaan. De afkick en de eerste lessen op het gebied van verslavingsvrij leven lagen achter ons. Nieuw gedrag aanleren, omdat dit makkelijker is dan oud gedrag afleren, hadden we geoefend in de beschermde omgeving van de groep waar we acht weken lang dag en nacht mee optrokken.  
Hierna was het tijd om dit in de praktijk te brengen. Voor mij betekende dit dat ik thuis ging wonen en nog drie dagen in de week naar de kliniek ging voor deeltijdbehandeling. Zij volgde dezelfde behandeling en woonde zelfstandig in een huis op het terrein van de kliniek.
In onze groep waren wij wel een beetje de hardliners. Beiden zagen we de nodige mensen gaan en komen. Zonder dat we nu super goede vrienden werden, herkenden we elkaar in meerdere opzichten. Als het niet in woorden was dan wel in een gekozen lied.
De afgelopen jaren zagen we elkaar nu en dan op wat sociale media. Af en toe reageerden we op elkaars posts.
Vanmorgen deelde ze dat het de afgelopen tijd fout was gegaan. Alcohol had haar weer gevonden. Eten ook. 
Ze legt de verantwoording bij haarzelf maar zegt ook iets over acht weken bijna niemand zien en aanraken. Terwijl ik het in de kliniek langzaam iets begon te leren, was zij toen al een enorme knuffelbeer.
Hoe dan ook ze ging kopje onder en beleefde vervolgens de hele weg van schuld en schaamte opnieuw. Ze heeft het inmiddels gedeeld met mensen om haar heen en is niet alleen opgekrabbeld maar staat weer helemaal rechtop.
Mijn schuldgevoel dat ik haar de afgelopen maanden niet even geappt of gebeld heb, maakte plaats voor een warm blijzijn dat het haar lukte om overeind te komen.
Daarnaast deelde ze een lied. Woord voor woord greep het mij bij de keel en raakte het mij. En dat doet het nog steeds.

donderdag 4 juni 2020

Lieve Lydia

Zes jaar geleden stapten mama en ik samen met jou een lokaal binnen. Er zaten twee leraren die engels spraken. Jij mocht komen uitleggen waarom je koos voor tweetalig onderwijs.
Ik viel van mijn stoel van verbazing, bewondering en trots. Je deed het. En dat is het kernwoord geweest van de achterliggende zes jaren.  Doen. Elke keer weer.
Het bijzondere is dat je niet aan het ploeteren was, ondanks al die uren. Soms midden in de nacht of 's morgens heel vroeg. Jij deed het; je begon en stopte niet voordat je klaar was. 
Met klasgenootjes maakte je verre reizen tot aan Zuid Afrika toe. 

Ondertussen trok het leven buiten school ook de aandacht. Als gezin hadden we prachtige vakanties in Italië, Portugal en Spanje. En soms gewoon een weekendje Parijs of een paar dagen Londen. 

Jij en ik genoten van mooie lunches in De Beurs nadat we de Koopgoot in Rotterdam geplunderd hadden. Jij bent degene die ons ontbijtpannenkoekenritueel op verjaardagen in stand houdt. 
Daarnaast heb je jaren gevoetbald bij de Jodanboys, heb je een bijbaantje bij de Appie en ben je bezig met je rijbewijs. 
Je vriendenkring onderhoud je door van tijd tot tijd op stap te gaan. Zomaar tussendoor of echt even samen weg. Je doet het.
Je ontdekte het liefdesleven en verrijkte ons gezin met je vriend David. 

Daarnaast waren er ook ingewikkelde tijden en gebeurtenissen. We verloren familie en er waren erge ziektes, soms heel dichtbij. 
Nooit vergeet ik hoe we elkaar vonden met een knuffel of een blik als ziekenhuis weer werkelijkheid werd.
Soms deed ik een absentiemelding, tegen alle regels in, voor wat meer dan alleen een ziekenbezoek, gewoon omdat je een vrije middag of morgen verdiend had. 
Je zorgde samen met je broer en je vriend dat een kerstontbijt, met cadeaus en een nepkerstboom in een kaal ziekenhuiszaaltje, een feestmaaltijd werd.
En een week later, met oud en nieuw, verzorgde je samen met David een vuurwerkshow midden in de nacht tegenover datzelfde zaaltje. En tja, dat je dat op de stoep van een wooncomplex voor ouderen deed, kon jij ook niet weten.

Ook de wisseling in werkzaamheden van mij maakte je mee. Een heel leven was je gewend dat je vader 'gewoon' les gaf. Ineens hield dat op en zat je midden in de hectiek die dit met zich meebracht. Jouw broer verliet een jaar geleden met zijn diploma de school. Van ons drieën was je nog de enige waardoor het ook minder jouw school werd. Maar je hield vol, maakte het af en je ontvangt vandaag je welverdiende diploma.

Het leven is niet altijd een feest, wel is er altijd wat te vieren. Al was het maar omdat we in overvloed van liefde mogen leven.
Lydia, ik hou van je om wie je bent. Je bent de prachtigste dochter die een vader zich kan wensen. Dat wordt niet meer door een diploma. Maar vandaag vieren we het allemaal. Ik ben gelooflijk trots op jou!

woensdag 27 mei 2020

Grazige weide

De bekendste preek ooit, is die van Jezus op een berg tegen zijn discipelen. De zogenoemde Bergrede. Later preekt Hij voor een grote groep mensen in het open veld. Daarnaast geeft Hij vanaf een boot Zijn boodschap door.

Op dit moment zijn alle kerken druk doende met gebruiksplannen te maken. Alles om straks weer te kunnen samenkomen in onze gebouwen. Stoelen worden versjouwd, eenrichtingswegen gemarkeerd en banken afgesloten met lint. Daarnaast mag er niet gecollecteerd en gezongen worden. Ingangen en uitgangen moeten voorzien worden van duidelijke instructies.  Alles is te lezen op de site van één van de grootste landelijke kerken die een protocol van negen pagina;s heeft geschreven. Al begrijp ik de goede bedoelingen en twijfel ik niet aan intenties, ergens denk ik dat het anders kan.

De eerste tweehonderd jaar van onze jaartelling, hadden we helemaal geen kerken. We kwamen bij elkaar in huizen, grotten en op het open veld. Pas in de de derde eeuw zijn we begonnen met kerken te bouwen. Wat als we besluiten om de gebouwen even de gebouwen te laten? Misschien niet voor de komende tweehonderd  jaar maar wat als we dit in ieder geval deze zomer eens proberen? 

In vakantietijd vinden we het geweldig om een preek op het gras te beluisteren, waarom zou dat nu niet kunnen?

Iedereen met een fiets naar een stuk weiland, koeien lopen er al lang niet meer sinds we die efficienter binnen kunnen uitmelken. 
Bijkomend voordeel is dat als we allemaal de fiets plat naast ons neerleggen, laten we afspreken aan de rechterkant, dan hebben we gelijk die anderhalve meter geregeld.

De dominee klimt op een podium, die zijn op dit moment voor weinig te huur, en hij of zij begint de preek. In deze tijd 
 zijn geluidsversterkers ook makkelijk vekrijgbaar.

Zingen zou zelfs kunnen als we dat op dezelfde manier als vervolgde christenen doen. Gewoon met de mond dicht; na een beetje oefenen valt er prima te neuriën. Oke, het is niet hetzelde maar het kan wel. En de wat minder toonvaste mensen kunnen eindelijk ook eens los gaan.  Dan blijft nog de collecte. Hievoor zetten we twee melkbussen bij de ingang, die er gelijk voor zorgen dat je er op gewezen wordt dat je achter elkaar fietst in plaats van naast elkaar.

Rechts is voor kerkbeheer en links voor diaconie, symbolisch klopt die verdeling denk ik ook wel.

Dit bovenstaande protocol valt prima over te zetten naar een strand-, of waterrede, Vervang fietsen dan voor windschermen of bootjes.

Gevoelsmatig zitten we op deze manier dicht bij Jezus Zijn manier van preken. Bijkomend voordeel is dat buitenlucht en bewegen op dit moment wel eens onze twee grootste bondgenoten kunnen zijn. 

En als er meer dan dertig mensen komen? Gewoon het volgende weiland pakken. Soms is het alleen een kwestie van een hek open doen. En als we dominees te kort komen? Dan leest er iemand de Bergrede. Mooiere preek is er nooit gehouden.
(Mijn column in het Nederlands Dagblad 27 mei 2030)

zaterdag 9 mei 2020

Kappen nou!

Zou er bij een computervirus ooit gedacht zijn aan een kapje om het toetsenbord? Of aan een regel om anderhalve meter van een touchscreen af te blijven?

We hebben in harnassen en in ruimtepakken rondgesjokt. Sluiers voor als we naar buiten gingen en hoedjes voor in de kerk. In overalls en driedelige kostuums gewerkt en feest gevierd. 
Daarnaast dragen we handschoenen om ons te beschermen tegen schoonmaakmiddelen. Dat is net zo raar als dat er op zakjes chemo staat dat je ze niet zonder beschermende middelen in iemands lichaam mag spuiten. 
We proppen onze komkommers in plastic waarbij ik geen flauw benul heb of dit ter bescherming van de komkommers of van mij is.

Nu gaan we mondkapjes dragen. Knuffelen deden we al niet meer, kussen gaat ook wat moeilijker worden. De spontane, liefdevolle kus is straks helemaal verleden tijd.
Maar daar zaten we al een beetje toch? Wie heb jij vandaag meer gesproken? Je scherm of je geliefden? Wie heb je meer aangeraakt? Je toetsen of de mensen om je heen?


dinsdag 5 mei 2020

Vrij en rijk

Het voelt voor mij als de ultieme vrijheid om met zesentwintig letters zinvolle woorden te vormen. Het lege scherm voor me is als een schildersdoek waar je de eerste strepen nog aan moet brengen.
Al heb ik een raamwerk van ideeën klaar en is mijn bedoeling duidelijk, het vormen van de juiste zinnen, het verwoorden van precies datgene wat me bezighoudt is vrijheid. 
De zoektocht om niet alleen de juiste snaar te raken maar een symfonie te bouwen met gedachten die je woorden mag geven is leven in overvloed.
Natuurlijk ken ik de pijn van het schrappen om met minder meer te zeggen. Mooi geschreven zinnen wegdoen gaat over kiezen en afscheid durven nemen van eigen vondsten.
Vanmorgen feliciteerde ik iemand die deze week een contract met haar uitgever tekende om dit najaar een boek uit te brengen. Het is niet haar eerste boek dus voelt het een beetje aanmatigend om als debuterend schrijver dan woorden aan je gelukwensen te geven. Ik prees haar gelukkig met haar rijkdom. Niet zozeer met de zakelijke kant, alhoewel het echt wel uitmaakt om als schrijver je verzekerd te weten van een mooie uitgever, ik doelde meer op datgene wat ik hierboven probeer te verwoorden.
Of je nu fictie of non-fictie schrijft; ergens leef je zelf in je boek. Een schrijfsel ademt jou zoals je bent. 
Dus een beetje eng blijft het om eigen woorden de straat op te sturen. Waar je als schrijver wil raken, ontkom je niet aan het oordeel van mensen. Daarnaast zijn we vaak zelf onze strengste recensent.
Er zijn veel momenten dat ik me rijk voel. Eén van de rijkste is wanneer ik in de stilte van de nacht achter mijn bureau of bij komend morgenlicht tussen de weilanden en de bomen een leeg scherm mag vullen. Ik heb graag lief, nog liever heb ik veel en intens lief. Ik houd van bossen, bomen en van heide, al dan niet met heuvels en mensen. Het beschrijven van wat en wie ik ooit beminde of bemin, brengt die liefde terug en houdt haar levend.  

vrijdag 1 mei 2020

Tientje

Twee dringende tikken op het raam doen me overeind schieten vanuit mijn ingedommelde houding achter het bureau.
Ik loop naar het raam. Aan de andere kant van het glas zie ik een gestalte die zich vooroverbuigt en door de ruit heen zegt: 'Kunt u me helpen? Ik heb mezelf buitengesloten.'
In de veronderstelling dat het een buurtbewoner is, loop ik naar de hal, onderweg de keukenklok passerend die half één aan geeft en open de voordeur.  
Op de stoep staan een hond en een man. De hond, een redelijk onschuldig ogend type met een soort van corset om zijn lijf waar een riem uitkomt die naar de man erachter leidt.
De man, die mij niet bekend voorkomt, is vrij fors zonder dik te zijn. Ik schat hem op een jaar of vijfenveertig. Hij ziet er ongevaarlijk uit. 
'Kunt u mij helpen? Ik heb mijn hond uitgelaten en de sleutel aan de binnenkant van de deur laten zitten.'
In de veronderstelling dat het een nieuwe buurman is, vraag ik: 'Oh vervelend, waar woont u?'
'Op de Isoldestraat', klinkt het direct. Los van het feit dat je daar alleen al zou willen wonen om je een soort Tristan te voelen, ligt deze straat toch wel een paar kilometer van ons huis.
'Ik heb de politie gebeld en die heeft me verwezen naar een slotenmaker.' vervolgt de man terwijl de hond wat dichterbij komt.
'Kunt u iets achteruit gaan?' vraag ik, terwijl ik met mijn hand een beweging maak die suggereert dat ik hem graag op anderhalve meter heb. Waar corona dan al weer niet goed voor is. 
De man gaat iets achteruit waarbij hij de hond een stukje meeneemt. 
'Komt die slotenmaker 's nachts?' vraag ik.
'Ja, maar dat kost bijna tweehonderd euro. Dat heb ik niet. Ik heb nog wat geld op zak en met een tientje erbij kan ik naar familie in Eindhoven, daar ligt een reservesleutel.'
'U weet dat er 's nachts geen treinen rijden?'
Ondertussen bedenk ik hoe ik verder zou kunnen helpen. Het voelt raar om iemand met een tientje de nacht in te sturen. Ik bedenk dat ik zo ga slapen en dat onze hele benedenverdieping leeg is, ook de tuin en de schuur waar de hond in zou kunnen. Gelijktijdig besef ik dat ik dan een soort risico zou nemen, ook voor gezinsleden die hier geen keuze in hebben. 
'Ik wacht op het station, daar is het droog en kan ik morgen de eerste trein pakken', klinkt het ondertussen.
Ik neem een besluit, ga het huis weer in, zoek twee vijfjes op en geef deze aan meneer. Hij bedankt me drie keer en zegt dat ie dit morgen weer door de bus zal doen. 
Ik koop mijn schuldgevoel af door te zeggen dat dit niet hoeft: 'Geef maar aan iemand die het nodig heeft.'
De hond en de man vertrekken. Ik blijf achter met een onbevredigend gevoel. Iemand vraagt om hulp en ik begin in risico's te denken. Natuurlijk zeg ik tegen mezelf dat ik hem tien euro heb gegeven. 
Ik blijf er vandaag aan denken, me afvragend waarom het me dwars zit. Tot ik besef dat het een beslissing was, gebaseerd op angst. Had het een andere kunnen zijn? 



zaterdag 25 april 2020

Beetje liggen en kijken

Bomen groeien echt tot in de hemel. 
Je moet er wel onder gaan liggen 
en omhoog kijken. 








dinsdag 21 april 2020

Heidehonger

In alle vroegte ben ik voor dag en dauw al opgestaan. Het enige dat ik voel is de honger van mijn huid. En die eronder.
Ik moet echt naar haar toe.
Mijn auto geparkeerd naast een bord met 'Verboden toegang, op last van de burgemeester tot nader order gesloten'. Ik neem aan dat ik er lopend nog wel in mag. Hoewel ik de laatste dagen ook zie dat er hele stukken bos, duin en strand afgesloten worden.
Ooit vestigden we onze sanatoria in de natuur. Heel lang dachten we dat een rustgevend landschap en schone lucht ons konden helen. Nu heerst er het gevaar dat we onze auto's te dicht naast elkaar parkeren. We kunnen hier niet zoals bij de super- en bouwmarkt een winkelwagentje meenemen waarmee we onze naasten op een afstand houden.
Ik loop om het hek heen en verdwijn in het bos. De eerste honderd meter raap ik her en der stukken roodwit lint op. Ik heb niet het idee dat wat hier leeft er iets mee kan. Gelijk met het verdwijnen van het plastic komt de natuur te voorschijn. De hele dag vermaak ik me opperbest tussen boom en berm.
Nu aan het einde van de dag beweeg ik me voort. Het ene slingerpaadje heb ik na het andere gevolgd. Het dennenbos heeft plaats gemaakt voor een beukenbos dat ruimte ademt. De lente die hier niet het gevecht van de winter won maar er uit herboren werd. De eerste groene waas vespreidt zich door dit immens gewelf. Dit is het moment waar de dikke takken nog geen blad bezitten maar alleen het lover uitschiet aan wat wilde twijgjes. Die op hun beurt weer uit de sta
m ontsproten zijn.
Bij het stilstaan je voeten wortelen in bladbedekte grond. Zo volledig dat het reebokje iets verderop, na even de kop omhoog, weer rustig verder graast van de rijk bemoste aarde.
Na honderd jaar vervolg ik mijn pad om uit te komen waar ik een eeuw geleden vertrok.
De heide die meer bruin dan paars zich nu laat zien, verheft zich in heuvels die de horizon vormen.
Ik volg een hertenspoor waarmee ik kronkelend de eerste top bestijg.
Boven aangekomen weet ik de kleine del van jaren her. Ik spreid mijn jas en ook mijzelf uit in horizontale positie. Zodat de wind nog hooguit streelt in plaats van snijdt.
Westwaarts zie ik de zon vlammend geelrood ondergaan. Waar ik anders door deze schoonheid zou zijn gegrepen, mijmer ik mij nu door tijden heen. Herinner hier wat lief was en leed op afstand zette.
Beleef de zachtheid van wat rond en aaibaar voelde. Een ademteug waarin een leven niet alleen geperst maar ook langzaam uitgeademd werd. De vingertop die aarzelend zacht mijn rug beroerde en gelijk zo stevig dat ik de afdruk nog kan voelen. De woorden die nimmer uitgesproken toch hoorbaar binnenkwamen.

Om dan verdwaasd in de stijve avondkoude te bemerken dat het nacht geworden is. De zon is onder, de wind steekt op en de schaduwen zijn opgelost.
Ik sta op, bedenk dat het tijd is om terug te keren. Naar stad en huis waar ieder zich zwijgend op afstand voortbeweegt. Waar we, elkaar ontwijkend, straten oversteken om eigen huizen binnen te gaan. Om achter ondoordringbare muren weg te kwijnen voor schermen die ons doen geloven dat het gras bij de buren echt nog groener of juist doder is.
Aarzelend kniel ik neer en spreid mij onder de jas en op de heide. Om eindeloos te dromen over niet alleen de langvervlogen tijden, maar meer nog over de ochtend die hier altijd weer in 't oosten gloor
t.

donderdag 16 april 2020

Parreplu

Vandaag zou Parre gepresenteerd worden aan het grote publiek. Ruim een week ligt mijn debuutroman in de boekhandel op de planken. 
Nu de heuse presentatie met een burgemeester die het eerste exemplaar in ontvangst neemt, een directeur van kliniek waar ik ooit in behandeling was, een voorzitter van een overheidsorganisatie die kansspelen monitort. 
Nog veel meer met vrienden om me heen die het hele proces gevolgd hebben en van een ongelooflijke grote betekenis zijn geweest bij de verwezenlijking van dit boek.
Met mijn gezin vlak bij me; zij waren het die me hier brachten. Die droegen door lief en door leed. Gezinsleden, sommige al heel lang, andere op een bepaalde manier nieuw, maar allen droegen bij. 
Natuurlijk snap ik dat dit niet door kan gaan. Er zijn in deze tijd mensen die veel grotere verliezen lijden. 
Toch ben ik er een beetje verdrietig van. Graag had ik, met al deze mooie mensen om me heen, er een feest van gemaakt. Mijn uitgever bedankt die me ongelooflijk heeft gesteund. In mij geloofde, ook op momenten dat het ingewikkeld werd.  
Mijn Beppie(sorry, maar ik moet je echt even zo noemen) onder bloemen willen bedelven. Vanzelfsprekend zoudne dat vlinderbloemen zijn geweest. Voor haar die als geen ander zag en begreep.
Daarnaast een boek willen geven aan degene die, gelijk met Parre, een soort van ontstond het afgelopen jaar. Niet in de drukte of op het podium, maar gewoon even in de luwte. Bij de kapstokken ofzo.  
Willen genieten van iemand die met een Parreplu rond zou dartelen. Zij had de letters al uitgezocht en het script al geschreven. Zoals altijd.
Mij over willen geven aan een bekwame presentatrice die er nooit klaar voor is maar het altijd goed doet. 
Samen met Smit, Verkaaik en Samma; de drie Goudse boekhandels die mee zouden werken aan deze presenatie.
Ik mis het om samen met iedereen en alles wat me lief is, te genieten en te feesten onder Vromans dak. Een dak dat ook het afgelopen jaar zo vaak als plu voor Parre dienst deed.

En ik ben ook blij. Blij omdat al die mensen die hierboven genoemd staan, wegen hebben gevonden om dit alles al waar te maken de afgelopen weken. Jullie allen vonden wegen om de laatste anderhalve meter te overbruggen. Dit maakt me naast een beetje verdrietig ook een beetje blij. Meer dan een beetje eigenlijk. Dank jullie wel.