maandag 12 november 2018

De huilende mens

Beste jongens en meiden,

Vandaag heb ik mijn spullen uit het lokaal gehaald. Voor jullie heb ik één schilderij laten hangen. De huilende mens. Tien jaar geleden schilderde ik haar.  In een periode waarin ik voor het eerst leerde huilen en dit niet erg vond.  Dat was best lastig. Vandaar dit schilderij. Niet zoveel vrolijkheid op te ontdekken. En toch ben ik van haar gaan houden. Ondanks het verdriet zit ze al bijna helemaal in het licht. 

Vanaf nu zal ik haar niet meer zien. Maar jij wel. Ik hoop dat elke keer wanneer jij haar ziet, jij haar bekijkt en één vraag voor haar hebt. Eéntje maar. Hoeft niet moeilijk. Kan gewoon iets als 'Wie ben je?' of  "Waarom huil je?' En voordat jij het lokaal uitloopt bedenk jij wie die huilende mens op dit moment is.  Misschien wel de jongen of het meisje naast je in de klas.  Of thuis iemand, op club of sport. In je fietsgroep.  HA, hoor ik je zeggen: "Ik ken niemand die huilt". Kijk dan nog eens goed.. Ook op het schilderij zie je geen tranen. Maar ze huilt wel. 

Jongens en meiden, het ga jullie goed! Ik heb genoten van elk moment met jullie. Onwijs veel geleerd. Wij gaan nu verschillende wegen in. Jullie blijven op school, ik ga een nieuwe toekomst in. Kan bijna niet wachten op alles wat komen gaat en best veel zin in! 

We komen elkaar vast nog wel eens tegen. Al was het op schildersles, want huilende mensen tekenen, moet ik nog steeds een beetje leren. 

filmpje



woensdag 7 november 2018

Dankdagdicht

Mijn God ik wil U danken.
Maar weet niet goed,
waar ik eindigen 
of beginnen moet.

Mijn God ik wil U danken.
Ik heb gekregen.
Zelfs het zeer 
voelt soms als zegen.

Mijn God ik wil U danken.
Voor water en brood,
koel en andere kasten.
Nog lang geen hongerdood.

Mijn God ik kan niet danken
Voor een wereld in brand.
Miljoenen op de vlucht
en verliezers aan de kant.

Mijn God ik kan niet danken.
Voor mensen die mogen leven
bij de gratie van het goed te doen.
Wat als 't niet zo lukt voor even?

Mijn God als ik denk aan danken,
besef ik dat het omgekeerd;
dus danken voor het denken,
het mooiste is wat U mij leert.





Dankdag

De voorstelling is afgelopen.  De zogenaamde première waarbij ik mijn levensverhaal op de planken breng.
Natuurlijk zag ik er tegenop, maar het was tijd. De lat lag hoog, de gunfactor ook. Een zaal met veel mensen uit onze directe omgeving. Deze zaal reageerde. Het meest in stilte. De stilte die soms oorverdovender was dan elk ander geluid.

Nog steeds beduusd van alle reacties die binnenkomen. Het voelt een beetje raar om hier alle positieve reacties te herhalen. Dat ga ik niet doen. Het is goed om na driekwart jaar repeteren het verhaal te brengen. Met mensen die een heleboel energie in mij en het verhaal gestoken hebben. Zij hebben mij het verschil geleerd tussen iets uit je hoofd of uit je buik te zeggen. Ben er rijker door geworden.  
Gelijk besef ik dat we aan het begin staan. Ik kan nog heel veel leren, er valt nog voldoende bij te schaven. Mooie tips gekregen.

Eén van de mooiste reacties kreeg ik van de jongste bezoeker. Tijdens de voorstelling vertelde hij zijn moeder dat het toch wel erg was wat ik gedaan had. Na de voorstelling schreef hij dat ie trots op me was. Hij en ik hebben iets speciaals. Naast dat we vrienden met zijn ouders zijn, heeft ie een bijzonder plekje in mijn hart. In twee zinnen vatte hij de avond samen. De tegenstelling: dat wij als mens niet slecht of goed zijn, dat licht en donker misschien wel in ons allen huist. Voor menig volwassene is dit ingewikkelder dan voor mijn jonge vriend.

Die tegenstelling zit in meer dingen. Iemand appte me: 'Arjan, de bosrand in de voorstelling intrigeert me. In een volmaakte wereld zou niemand naar de bosrand hoeven te vluchten, anderzijds komt die bosrand voor mij het dichtst in de buurt van een volmaakte wereld.' 

Iemand anders heeft het ineens over iemand die al twintig jaar uit haar leven verdwenen is. Kan er meer geweest zijn dan louter slecht? Dit vul ik een beetje in, maar zo voelt het wel.

Ja, er zijn ook reacties van mensen die het moeilijk vinden. De voorstelling zegt dat je mensen niet in hokjes kunt plaatsen. Verslaving is destructief en een vlucht voor de werkelijkheid. Deze vlucht heeft aantrekkelijke kanten. Sommigen vinden dit lastig. 

Wat me raakt is dat ik verhalen terugkrijg. Niet eens inhoudelijk. Dat hoeft ook niet. Het voelt als een cadeau dat mensen even opnieuw kijken naar begrippen als vergeving en boosheid. Naar recht en onrecht. Niet in het minst in hun eigen leven. Niemand wordt volwassen zonder schade op te lopen. We kennen allen ons zeer naast onze zegeningen. Maar nu even uit een ander perspectief. En hierover in gesprek.

Iets met uitreiken naar elkaar en verbinding maken. Mooie reden om dankdag te vieren vandaag. 

donderdag 1 november 2018

Spatiedag





Een . zetten
achter een mooie zin.
Verdient meer dan ruimte
voor een splinternieuw begin.
Vandaag is het de dag
waarin m'n spatie
zwijgend,
spreken 
mag
.




woensdag 31 oktober 2018

Ik was in 't weeshuis

Naar aanleiding van de expositie van Tineke Radder in het Weeshuis in Gouda. 

Naast het andere mooie werk raakt me telkens de installatie 'Verweesd'.
Een groot kunstwerk bestaande uit een wolk van stenen ter nagedachtenis aan de weeskinderen die gedurende driehonderd jaar in dit gebouw hebben gewoond.



Ik ben niet zo'n kunstkenner dat ik alles wat ik zie, kan duiden. Zelfs begrippen als mooi en lelijk zeggen me niet zoveel. Maar deze stenen raken me. En niet zo'n beetje. Vanmorgen was ik er met iemand en we hebben gewoon een tijdje staan kijken.
Zachte pianomuziek geeft de stenen een stem. Net door de ramen vallend zonlicht geeft zwart en wit de grijstinten. En ergens zorgt de wind voor beweging. 
Bij elkaar raakt het me. Maar ook de stenen afzonderlijk. Dat er driehonderd jaar hier verweesde kinderen waren is mooi, of misschien ook niet. Ik weet het gewoon niet. Dat deze kinderen een plekje kregen in dit gebouw is ook iets dat mij niet zoveel zegt. 
Dat er nu na zoveel jaren stenen hangen, ervaar ik als iets heel speciaals. Elke steen vertelt zijn verhaal. Geen steen is hetzelfde. Het gaat niet alleen om het totaal, het is juist de enkeling. Sommigen in een groep, anderen moederziel alleen. Geen één die valt.  
Eentje die mijn aandacht trekt. Elke keer als ik kijk dan draait hij. Om zijn eigen as. Laat zich zien en vangt het licht. 

Alle stenen zijn met de hand gemaakt. Eén voor één. Van papier mache. Dat is het mooiste. De stenen van papier. Het is zwaar genoeg geweest.

dinsdag 23 oktober 2018

Het kost een kansel

Ik ben bijna uitgerekend.  Over ruim een week is de geboorte van een theaterproductie over mijn leven.
Negen maanden geleden werd ik hiervoor gevraagd. We hebben gestoeid met tekst, vormen, muziek en andere contouren die van belang zijn.  Samen spitten in mijn levensverhaal om te komen tot een vorm die op de planken past. 'Kop of munt' is de naam geworden. Telkens sta ik versteld van de creativiteit en het inlevingsvermogen van de mensen die hiermee bezig zijn. Hoe ze hun passie en professionaliteit op een mooie manier gebruiken om dichtbij te komen. Niet bang zijn om vragen te stellen. Ook de lastige. Het is intens en soms ook heftig om twintig, dertig en zelfs bijna veertig jaar terug in de tijd zitten. Met zijn zeer en zegeningen.
Mijn regiseusse kwam met het idee van de première op bovengenoemd weekend. Het is dan tien jaar geleden dat ik de laatste keer een voet in het casino zette. De laatste nacht van mijn verslaving wordt als volgt verwoord in de voorstelling:

'Langzaam maar zeker dringt het tot me door. Ik heb verloren. Niet mijn hand overspeeld maar het spel is over. En uit. Alles staat stil. En ik ben moe. Doodmoe.
Ik voel dat ik deze keer niet anders kan dan me overgeven aan een grotere macht.
Is het Jezus die mij hier bij de hand neemt?
Vanuit mijn geloof zou ik het zo willen noemen. Zeker ben ik zeker niet. Ik geloof.'

Nog ruim een week te gaan dus. En zoals elke zwangere vrouw, kijk ik er naar uit. Kan niet wachten tot het zover is. Maar ik heb ook de beroerde momenten. Niet elke zwangerschap verloopt vlekkeloos. Ook met dit plan gebeurt van alles wat ik niet heb voorzien. Het blijkt voor sommigen een brug te ver. Mijn verhaal op de kansel kan, op het podium niet. Er waait nogal wat stof op. Het blijkt niet samen te gaan. Vanuit een warm nest uit te reiken naar een koude wereld. Maar misschien moet je eerst over de rand geduwd worden om uiteindelijk te kunnen vliegen. 
 
Daarnaast zijn er mensen die nog steeds een beetje boos zijn. Die zich tekort gedaan voelen. Dat ze ooit boos waren begrijp ik. Dat ze een tijdje boos bleven ook. Maar na tien jaar sorry zeggen en sorry doen, is het goed geweest. Met boosheid en haat kan ik niets. Onvergeeflijkheid ook niet. 
Ik leer dat er een keuze is tussen verbittering of leven. Het eerste leidt tot verzuring en ga je uiteindelijk aan dood, het tweede is niet pijnloos maar wel de moeite waard.
Gelukkig zijn er ook mensen die het wel kunnen volgen. Ik voel me omringd door mooie mensen die weten wat liefde is. Ook dwars door de narigheid heen.  En nee, dat zit niet in hele grote dingen. Een dochter die je in vertrouwen neemt over iets moois, een zoon die het lef heeft om tegengas te geven als ik doordram, een vrouw die me op het goede moment de juiste smiley appt. Vrienden die zich als vrienden gedragen. Zo zou ik door kunnen gaan. 
In die tien jaren ben ik geen heilige geworden, maar leef ik wel vrij. En dat machtige gevoel van vrij te leven, zoals we bedoeld zijn, deel ik graag. Zelfs op de planken. Al kost me dat mijn kansel.

vrijdag 5 oktober 2018

H6 Tussenstand

Daar is ie dan. De uitnodiging om te verschijnen voor een commissie. Hoe werkt nu zo iets? 
De school wil mij ontslaan omdat zij mijn handelen in strijd vinden met de levensbeschouwelijke grondslag van de school (de identiteit dus). De school is verplicht dit te laten toetsen door een commissie. 
Deze commissie wordt gefaciliteerd door een schoolbegeleidingsdienst en een soort reformatorische vakbond. Er zitten dominees, rechters en politici in. Deze hebben naast hun andere vaardigheden ook een juridische achtergrond. 
Allen zijn afkomstig uit de reformatorische wereld. 
Voor een eventuele gang naar een reguliere rechter kijken we eerst eens goed naar onszelf en proberen te oordelen of dit allemaal kan. Best een mooie gedachte. Volgende week maandagavond is de zitting.

Ergens zie ik er tegenop, aan de andere kant ben ik blij dat het eindelijk zover is. Ja, ik weet het, ik ben een idealist. In sommige ogen misschien een beetje naïef, maar weet u? Ergens wil ik geloven. Geloven dat we hier samen uitkomen. Het zou zo'n geweldig mooi signaal zijn naar onze leerlingen als we kunnen zeggen: 'Kijk, we hadden als grote mensen een meningsverschil, en ja dat ging best hard. Maar ergens vonden we elkaar en kunnen we weer samen verder.' 

Natuurlijk gaan we als school en als leraar nog eens goed kijken naar de inhoud van mijn plannen. Het erover hebben. Maar voor nu, geen lesuitval meer, geen gedoe, geen achterstanden. Vol gas van start. Ik heb al een voorleesboek klaarliggen; Met open armen.



zaterdag 22 september 2018

H5 Uitputten

De afgelopen nacht heb ik slecht geslapen. Naast wat herfstachtige verkoudsheidsverschijnselen zit me nog wat anders dwars. Nee, niet het feit dat ik ontslagen word, of de gang van zaken rondom dit ontslag. Daar lig ik ook wel van wakker, maar nu niet. 

Ik krijg van mensen die vrij dicht bij me staan op verschillende manieren de volgende boodschap:'Zeg Arjan, wordt het geen tijd om te stoppen? Je hebt je punt gemaakt, moet nu echt heel Nederland dit weten? Denk je niet dat iedereen nu de christenen weer uitlacht en verdacht maakt? We zijn toch ook best een goede school? Jij bevindt je toch al wat op het randje van het gedachtengoed van je school, kun je dan nu niet de gevolgen slikken en doorgaan?' En weet u? Dit zijn de vragen die ik mezelf ook stel, blijf stellen. 
Hopelijk doet u dat ook.

Tot ik vanmorgen een soort antwoord krijg. Van iemand wiens mening ik belangrijk vind. Ik stel de vraag:'Hoe kan het dat ik in de afgelopen jaren alles aan mijn vmbo'ers uit kan leggen en niet in staat ben om wat er nu gebeurt aan de mensen om me heen uit te leggen?' Letterlijk zegt ze: 'Omdat je kop er tussen zit'.  En vervolgt: 'Je leerlingen zien wat jij voelt. Ze kijken met hun hart. Zij lezen kwetsbaarheid, waar wij ons verschuilen onder juridische en andere grote mensenduidingen.
Wat jij doet, is proberen uit te leggen wat er allemaal gaande is. Je vliegt het onrecht aan op een verstandelijke manier. Zelfs af en toe met wat humor erbij. Geen wonder, dat men denkt dat het duidelijk is zo. Dat je het allemaal wel aan kunt. En het nu genoeg is.' 
Daar op dat moment, gaan mijn ogen open.

Vandaag geen zinnen van mij over onrecht, willekeur en inconsistentie in beleid. Niets over grappige aanbiedingen van theaterpasjes. 

Nee, weet u wat hier al vier weken gebeurt? Als ik 's morgens mijn kinderen uitzwaai, weet ik dat ze langs mijn lokaal komen. Mijn lokaal dat vol hangt en staat met mij. Waar ik niet eens bij kan. Hoe stom het misschien ook klinkt, ik mis gewoon mijn spullen. Prullaria in andermans ogen, maar in de loop van een schooljaar komen ze allemaal langs. De glas in lood raampjes aan het plafond, het oenige gedichtje aan de muur, het marmeren steentje naast het bord. De vaak halfdode planten, waar zich altijd wel een leerling om bekommert. De rommelige keuken, waar soms meer wordt gezegd dan gepraat. Afwasborstels dienen als luidsprekers. Afwasmiddel gebruikt als smeermiddel voor stembanden.  En mijn deur. Ja, ik mis mijn deur. Valt niet uit te leggen, wat er allemaal al door die deur gekomen is. Gek genoeg heb ik elke dag de sleutel van die deur op zak, terwijl ik besef dat ik 'm waarschijnlijk niet meer zal openen. Zelfs mijn eigen vervelende grapjes naar leerlingen mis ik. Die van '..en nu is het stil, ik zal geen namen noemen Gijs'.

Natuurlijk zie ik  honderden bemoedigingen, die er op allerlei manieren langskomen. Maar weet u? Het is niet voor niets dat we dit meestal doen als iemand weg is. Het klinkt als een soort afscheid. 
Al die reacties doen me goed, erg goed. Dankuwel! Maar één ding wil ik u vragen; 'Wilt u alsjeblieft geen 'Sterkte' onder deze post zetten? Ik voel me sterk. Meestal. En nameloos verdrietig. Misschien goed om even niet sterk te zijn. Wel zacht, maar toch zichtbaar.

Wat als we onszelf toe staan, te denken dat dit onrecht is. Gewoon verder gaan? Over tot de orde van de dag. 

Of niet verder gaan? Opstaan en christelijk Nederland in opspraak? Als we geen zelfreinigend vermogen hebben, moeten we misschien wel even onder vuur liggen.

Tien jaar geleden zat ik op de bodem van een put, die ik zelf had gegraven. Godzijdank en nog wat mensen om mij heen ben ik eruit gekomen. Geen mens weet wat dat gekost heeft. 
Nu voel ik mij teruggegooid in een put die ik niet gegraven heb. Met alle onzekerheid, gevoel van onveiligheid en kwetsbaarheid die dat met zich meebrengt. Tien jaar terug beschuldigde ik mijzelf en soms doe ik dat nog. Nu sta ik op. 

donderdag 20 september 2018

H4 'Lesuitval'

Bijna vier weken zit ik thuis. Wat dit allemaal kost is niet gelijk in één, twee of drie tellen uit te drukken. Alleen al de papiermassa, die de advocaat van mijn werkgever over mij uitstort. Omgezet in uren kom je al snel aan een half jaarsalaris van een docent. Zeker als je de tijd erbij telt die, zowel mijn werkgever als ik, hier in stoppen. 
Liever wil ik het hebben over gemiste lessen. In vier weken tijd zou ik ruim

2500 keer een leerling vijftig minuten in m'n lokaal gehad hebben.
Samen werken aan werkwoordsvormen, de eerste hoofdstukken uit een boek lezen en beginnen met de basis van de dichtkunst. Ook iedere week een rijtje woordenschat doorlopen en iets doen met begrijpend lezen.
Leerlingen met wat lees-, schrijf- en/of leerproblemen in kaart brengen.
Daarnaast vierhonderd leerlingen waarmee ik de dagopening meemaak. Een moment dat we boeken dicht houden, behalve het meest gelezen boek ter wereld. Daar laten wij ons dan zelf door lezen.
Tien minuutjes per dagopening, waarbij leerlingen en docent zich uitstrekken naar elkaar en naar omhoog.
Vervolgens de vraag naar gastlessen. Mijn werkgever vraagt op de ouderavond eergisteren of er ouders zijn, die gastlessen Nederlands willen geven aan mijn leerlingen. Als vrijwilliger zeg maar. Waarop een ouder antwoordt: 'Dat wil ik wel, maar mag denk ik niet, want ik geef 's avonds theaterles.'
Misschien moet ik niet in een klein tentje voor de school gaan staan. Maar gelijk een grote partytent neerzetten en daar gastles gaan geven. Ik doceer tenslotte 's avonds geen theaterles, krijg het alleen een beetje.

dinsdag 18 september 2018

Open brief aan fractievoorzitter Dijkhoff

Geachte heer Dijkhoff,

Van harte welkom bij ons, protestanten. Een kleine vijfhonderd jaar geleden gingen wij er ook vandoor, bij onze roomse broeders. Dat ging nog wat heftiger. Iets met op deuren hameren, op brandstapels staan en beelden omgooien. We waren echt boos op elkaar.
Ondertussen hebben we de ruzie wat bijgelegd. We praten weer met elkaar en ergens geloven we dat we ongeveer hetzelfde bedoelen, alleen op een wat andere manier. Dit is dus geen vlugschrift om mijn roomse medemensen een klap na te geven. Ik laat niet af, te zeggen dat ook daar heel veel goede, lieve en aardige mensen zitten.
Maar nu u daar toch weg bent, mag ik u misschien onze kerk aanbieden. In die vijf eeuwen hebben we er af en toe een potje van gemaakt. We scheiden ons af waardoor we veel geloofwaardigheid kwijtraakten. En schreeuwden vervolgens over aangedaan onrecht dat het niet mooi meer was.
Dat doen we nog wel eens. We kunnen heel kleinzielig en kleinzerig zijn. Uit op een soort puntenwinst. Wie het hardst schreeuwt, die krijgt soms gelijk.  
We vergeten wel eens wat mensen of groepen. We waren niet altijd lief voor  andersdenkenden. Soms nog steeds een beetje niet.
Maar we doen ons best. Nu ga ik niet opsommen wat we allemaal goed doen, dat is er en dat laat ik voor zichzelf spreken. Nee, ik probeer iets dieper te gaan. Want we willen zo graag. Uitreiken naar omhoog en geloven dat er meer is. Overgeven aan wat verticaals waardoor we onze horizonten kunnen kruisen.
De gedachte dat ik niet alleen in verbinding sta met wat groters dan mijzelf, maar dat het grotere mij kent, ziet en redt.
Omdat ik vaak ook maar een klein mensje ben. Weet u meneer Dijkhoff, er zijn momenten dat ik twijfel. De laatste tijd zelfs best wel veel. Zeker ben ik echt niet, soms geloof ik het wel.
De bries langs een blaadje of de ogen van een oude dame brengen mij dan weer terug. Een oud lied dat mij te binnenschiet. Een tekst. Beiden vertellen me het oude en altijd nieuwe verhaal. Dat ik kind mag blijven, zelfs en misschien wel juist op momenten dat ik geen vader en moeder zie. 
Daarom vraag ik u, ga eens mee. Gewoon de kerk in. En dan bedoel ik niet dat prachtige gebouw hier in het centrum van de stad. Ja dat mag ook, graag zelfs. Nee, de kerk wordt gevormd door mensen zoals u en ik. Ietsje elkaar zien, een beetje verbinden en samen omhoog kijken.
Meneer Dijkhoff, ik ben vaak meer protestant dan christen, en dat laatste niet altijd een hele goede. Maar we hebben wel iets te bieden. Meer dan een dimensie extra zelfs. Het is hemels om verbinding met omhoog te hebben. In Jezus naam. 

Weerzien


Boom werd groter, fiets veel kleiner.
Meer dan dertig jaar later
vindt fiets de boom.
En ik hen beide.

vrijdag 14 september 2018

H3. Schoolkamp

Als christenen zijn we niet van het demonstreren. Best vreemd dat protestanten huiverig zijn voor protesteren. Klinkt als een timmerman die niet timmert. 


Ooit voelden mijn gezagsgetrouwe voorouders zich tot het uiterste getergd. De maat was vol. De zogenaamde Vrije Boeren kwamen in opstand. Een heuse wegblokkade was het gevolg. De koningin werd tegengehouden. Tot de Mobiele Eenheid kwam. Familieleden in politiebusjes. Na een middag op het bureau waren ze, voor het melken, weer thuis. 

De afgelopen weken ben ik geraakt door alle reacties van bekenden en onbekenden, van vrienden, familie, collega's, (oud)leerlingen en hun ouders. De stroom appjes, mailtjes, pb'tjes, kaarten en bloemen wordt eerder groter dan dat ze afneemt. In de reacties hoor en lees ik de verontwaardiging van het onrecht dat er plaatsvindt. Vooral het abrupte en zo zonder enige vorm van gesprek naar huis gestuurd te worden, raakt mensen. 

Best bijzonder ook om reacties te zien veranderen. In het begin zat er naast verontwaardiging de toon van het begrip. Begrip dat theater en mijn school misschien wel een dingetje is. Langzamerhand verandert deze toon in onbegrip nu overal ook de dubbelheid doorsijpelt. Dat er in het voorjaar een theaterstuk opgevoerd is door een examenklas van onze school. Als afstudeeropdracht. Helemaal bizar wordt het, doordat de schoolleiding deze uitvoering heeft goedgekeurd en bijgewoond. Dat dit toneelstuk opgevoerd is in het theater waar mijn prèmiere is, maakt het drama compleet.

Er is nog een overeenkomst. Mijn stuk gaat over een levensverhaal. De weg terug van de verloren zoon zeg maar. Het theaterstuk van de genoemde klas behelst het verhaal van Orpheus die zijn verloren geliefde, de nimf Eurydice, uit het dodenrijk terughaalt. 

Mooie zinnen en zegeningen worden me toegewenst. Ook passeren er nogal wat adviezen. Van het oprichten tot een actie-comité, het starten van een handtekeningsactie tot een sit-inn op school.
Ik ben niet zo'n type die zich aan een hek vastketent, maar kamperen doe ik wel graag. Met een tentje voor de school en een bordje voorzien van wat uitleg, ernaast.
Ik ben niet iemand van de megafoon, maar een protestbord om mijn nek, met daarop puntsgewijs mijn aanklacht, past mij wel. Een aantal stellingen op de voordeur hameren is ook protestants.

Nu komt het bij protesteren op een strategie aan. De eerste anderhalve
week heb ik gezwegen. De tweede anderhalve week heb ik geschreven.  Ook door anderen werd over mij geschreven. 
Het lijkt er op dat we een nieuwe fase ingaan. Van het geschreven woord naar de reportage. Het snelle nieuws zeg maar. En ja, dan doet een beeld meer dan duizend woorden.
Gelukkig heb ik mijn tentje nog niet opgeborgen voor de winter.


dinsdag 11 september 2018

H2. Humor en huilen

Soms is het leven theatraal. En liggen een lach en een traan dicht bij elkaar. 
Op de eerste schooldag word ik ontslagen, omdat ik mijn levensverhaal in het theater ga vertellen. Een week later stuurt diezelfde werkgever mij het verzoek om een cultuurpas (CJP-pas) te bestellen.

Ik citeer: 'Om het gebruik van de cultuurpas binnen de school te stimuleren heeft de directie besloten om alle docenten in de gelegenheid te stellen een CJP pas te bestellen. De pas geeft je een brede keus uit aanbiedingen en kortingen op het gebied van kunst en cultuur, kleding, sportartikelen en tijdschriften.

Toch even neuzen op de CJP-site: 

'CJP is voor cultuurliefhebbers. We organiseren culturele events en werken samen met culturele partners. Op die manier kunnen we korting geven op (film)festivals, concerten en theaters.'

En dan blijven onze niet-refobroeders en zusters zeggen dat we geen gevoel voor humor hebben. Misschien hebben we humor genoeg en huilen we te weinig. Dat laatste halen we snel in.