dinsdag 19 juni 2018

Biggetje

Vandaag gaan we met de klas naar een zeugenhouderij. Dat is een varkensbedrijf waar biggen worden gefokt. 

Voordat u meent dat we naar een leuke boerderij gaan waar een aantal zeugen lekker rond baggeren in de modder, eventueel met een bronstige beer die ze af en toe bespringt, moet ik u uit de droom helpen.
Heb namelijk met de klas vooraf wat onderzoek gedaan.
De gemiddelde zeug mag twee jaar produceren. Zo heet dat. Zij wordt geïnsemineerd (ja, met een rietje) en moet dan zwanger worden. Na twee pogingen nog niet zwanger? Dan wordt ze geruimd. Dat betekent dat ze afgevoerd en geslacht wordt.  
Als ze zwanger wordt, streven we in Nederland naar een productiegetal van dertig. De zeug perst  dertig keer per jaar een biggetje uit de baarmoeder. Hiervoor is een worpindex van 2,5 nodig. De zeug moet dus om de vier en halve maand een stuk of twaalf, dertien biggen werpen. Dit betekent dat als het biggetje bij de zeug weg gaat, de zeug weer zo snel mogelijk geïnsemineerd moet worden. De dagen vanaf het moment dat de biggetjes bij de zeug worden weggehaald totdat ze weer opnieuw zwanger is noemen ze verliesdagen. Dan staat de fokmachine stil zogezegd.
Naast de zeugenhouderijen kennen we in Nederland ook de vleesvarkenshouderij. Hier komen de biggen terecht die voor consumptie vetgemest worden. Ze wegen vijfentwintig kilogram bij aankomst en gaan vijf maanden later met een gewicht van ruim honderd kilo richting de slager.

We zijn inmiddels aangekomen op de boerderij. Het heeft meer weg van een modern industrieterrein dan een landelijk sfeertje. We moeten eerst door een kantoorsluis annex doucheruimte. We schrijven allemaal onze naam in een logboek. Vervolgens krijgen we een overall en laarzen aan. Dan lopen we onder een soort neveldouche door een voetbad. Dit is allemaal bedoeld om de fabriek redelijk steriel te houden.
We komen in de stal. Een ruimte zonder ramen. Nu mogen we kiezen wat we gaan doen. Eén groep gaat helpen bij het castreren van de mannetjesbiggen. Door een snee in de balzak te maken wippen ze de beide balletjes eruit. Biggen zonder ballen produceren beter vlees.
Een andere groep gaat helpen bij het afsnijden van de staarten. Doordat de biggen dicht op elkaar leven, kauwen ze op elkaars uitsteeksels zoals oren en staarten. Waarom oren niet verwijderd worden, weet ik niet.
Elk jaar worden er in Nederland dertig miljoen biggen geboren. Vijf miljoen gaan er gelijk dood, bij de bevalling of ze worden doodgedrukt. Uitval noemen we dat. Van de overige 25 miljoen biggen eten we er zes miljoen op. De rest exporteren we.
Dit betekent dat we per huishouden per jaar zo’n zes biggen hebben. Waar er dan één van dood gaat. Een ander eten we op. De andere vier jagen we de grens over. Dood of levend.
Een varken kan vijftien tot twintig jaar oud worden. In Nederland halen ze in de meeste gevallen het eerste half jaar niet.
Eén van mijn leerlingen, degene die gisteren het best oplette bij de voorbereiding, komt met een dood biggetje aangelopen. Net geboren en doodgedrukt zo te zien. 'Kijk meneer, dit is de gelukkigste.' Op mijn ietwat verbaasde blik antwoordt hij: ‘Ja, ze blijven nu van zijn ballen af, niemand bijt in zijn staart of oor en hij hoeft geen half jaar te lijden voordat hij in een slachthuis eindigt.' Tja, zo kun je het ook zien.
We besluiten te gaan. Genoeg gezien. We moeten nog eten. Ik zeg dat we in plaats van de geplande barbecue,  vegan pannenkoeken gaan bakken. Dit keer is er niemand die boe roept. Of knor. 

maandag 18 juni 2018

Noothoven van Goorstraat

(geschreven voor en gepubliceerd in indebuurt.nl/gouda)
Als je in Gouda vanuit de omgeving van het station richting Oosterwei of Goverwelle wil, heb je de keuze tussen wat verschillende routes. Of via de singels, dan loop of rijd je in een halve cirkel tussen centrum en Kadebuurt. Of je gaat via de Noothoven van Goorstraat. Deze loopt parallel aan het spoor.  Aan de zuidzijde. Bij beide keuzes moet je uiteindelijk een slinger maken om ergens de Karnemelksloot over te steken.
De Noothoven van Goorstraat begint vanaf het Stationsplein. Loopt gelijk omhoog om over de spoortunnel heen te komen. En dan vervolgt de straat zijn weg in een rechte lijn. Kaarsrecht. Tot je niet verder kunt omdat de Karnemelksloot je pad kruist. Op de plek waar deze overgaat in de Burgvliet.
Ondertussen ben je wel een en ander gepasseerd, allemaal aan de rechterkant. Links kijk je tegen de spoordijk waar de trein overheen dendert. Van Gouda richting Utrecht.
De dijk waar een geluidsmuur van een paar meter op staat. Die nog meters hoger gaat worden volgens Marjan en Peter, die ik in de straat ontmoet. Ze zijn net terug van een tripje Oostenrijk en Duitsland en staan nu hun caravan te wassen. De caravan waar gisteren geen plaats voor was, daar zij op het enige stukje straat wonen waar je geen parkeergeld hoeft te betalen.
Leuke mensen die me in een paar minuten zo wat bijpraten. Over die geluidswal die van hen niet hoger hoeft. Over de boompjes die de buurt plantte op de spoordijk. En die vervolgens door een gemeentelijke grasmaaier gekortwiekt werden. Met als gevolg dat er nu geen boompjes meer zijn.
We hebben het ook nog even over de herkomst van de naam van de straat. We blijven steken bij de keuze tussen een burgemeester en een drukker. Dat laatste is wel waar ik denk dat de naam vanaf komt. Uitgeverij van Goor en Zonen. De broer en een zoon van deze uitgever voegden de naam Noothoven toe. Deze naam was afkomstig van de moeder van de uitgever.  De uitgeverij kende een bloeitijd en onderscheidde zich door educatieve drukwerken en jeugdliteratuur uit te geven.
Terug naar de straat zelf. Halverwege zit een trapveldje.  Waarschijnlijk is het erg handig dat er een huizenhoog hek omhoog zit. Het zal best wat gesneuvelde ruiten schelen. Maar mooi is het niet.  Toen ik er ooit voor het eerst langs kwam renden dacht ik dat het een luchtplaats voor gedetineerden was.
Het grappigst vind ik de bordjes met 'gas terug'.  Waarschijnlijk is het bloedserieus bedoeld. Kan me voorstellen dat men op zo'n rechte straat de snelheid terug wil dringen. Of dan een een heel vriendelijk baby-blauw gekleurd bordje waarop een pijl staat van 120 km/h naar 30 km/h helpend is?
Zelfs met de fiets moest ik afstappen om dit te kunnen zien.
De straat wordt een paar keer doorsneden door een soort van oversteekplaatsen voor mensen die vanuit Gouda Noord via een spoortunnel naar de stad kunnen.
Naast de mooie naam is het ook gewoon een hele mooi straat.




zaterdag 16 juni 2018

Dichte doosjes

Deze week heb ik een kerkenraadsvergadering.  Dit  keer moet ik naar een kerkgebouw aan de rand van de stad. Hiervoor moet ik door een wijk die wat problemen gaf in het verleden. Ooit rukte de brandweer alleen uit naar deze wijk als er politie meeging. Een streekvervoerder hief een buslijn op in verband met escalerend geweld tegen hun chauffeurs.
De laatste jaren gaat het beter. Maar het blijft een snel ontvlambaar wijkje. Halverwege de wijk zie ik twee fietsers voor me. Ik herken ze als een dominee en een ouderling.  Terwijl ik wat harder trap, zie ik wat vreemds. Er staat een auto schuin op de straat. Hij blokkeert de fietsstrook. Ik zie dat  rook uit de omhoogstaande motorkap wolkt. Iemand ligt half onder de auto. Alleen de benen en een paar voeten zijn te zien.
Inmiddels zie ik mijn collega's, de dominee en de ouderling, snel doorrijden. Gelijk hebben ze, de vergadering begint over een paar minuten. En deze bijeenkomst is belangrijk. Gaat over missionair bezig zijn in de stad en hoe we ons uit kunnen strekken naar de ander.
Zelf aarzel ik ook niet. Als diaken heb ik wat geld bij me dat ik vanavond nog aan een andere diaken moet overhandigen. Is bedoeld voor een gezin dat met armoede te kampen heeft. Ze hebben de laatste tijd pech gehad, iets met een auto-ongeluk en zo.  
Stel dat dit ongeluk hier in scene gezet is om mij te beroven, bedenk ik me. Ik fiets met een grote boog om de auto heen.
Met dit verhaal deed ik deze week een dagopening voor een honderd leerlingen. Leerlingen die zich gaan inzetten voor een plaatselijk goed doel. Om het verhaal van de barmhartige Samaritaan aanschouwelijk te maken, gebruikte ik deze vergelijking. Ik rondde af met een allochtoon die achter me aan kwam en zich over het slachtoffer ontfermde.
Het verhaal komt deze week een paar keer terug.
In de organiserende, de redelijke en de rauwe vorm. 
De organiserende is het makkelijkst. We plaatsen gevaarsborden.  Een commissie wordt in het leven geroepen om soortgelijke ongelukken te voorkomen. Een andere commissie die mensen opleidt om hulp te bieden. We zoeken uit welke kleur piloontjes we de volgende keer om zo’n incident neer zetten. Wie de hesjes gaat regelen als er weer een auto overdwars op de weg staat.
Dan de redelijke. Komt er op neer dat we iedereen een beetje gelijk moeten geven.  Het slachtoffer, de voorbijgaande fietsers en de wijk. Polderen heet dat. Voor de economie schijnt het te werken. Voor minderheden is het funest. En van water in de wijn word je niet altijd vrolijk.
De rauwe komt ook langs. Pijnlijk. De rauwe zegt: 'Er heeft nooit iemand aan de kant van de weg gelegen.' En als er al iemand lag, was het zijn eigen schuld. Dus maak er alsjeblieft geen theater van. Doe de doos dicht. Het wrak is weggetakeld en het slachtoffer opgelapt. En de buurt is bekomen van de klap. Laten we alsjeblieft verder vergaderen.





zaterdag 9 juni 2018

Januskop

'Waarom zou je het willen?',  vraagt een goede vriendin vanmorgen. Ik had haar posters laten zien. Proefposters waar ik met mijn grote hoofd opsta en die het theaterstuk aankondigen. Het theater waar we nu ongeveer op de helft zijn, voor wat de voorbereiding betreft. De meeste woensdagavonden oefenen, schrijven en spelen. De premiére is op tien november volgens de planning.  Een belangrijke datum, omdat het dan precies tien jaar geleden is dat ik het voor het laatst verloor van mijn verslaving.
'Waarom niet?', geef ik terug.
'Tja, ik denk dat je dat leven nu toch wel langzamerhand achter je gelaten heb, dat je in een nieuw leven staat. Ze noemt een mooie tekst uit de Bijbel: 'Zie, Ik maak alle dingen nieuw' en vervolgt: 'Moet je dan zo nodig achterom kijken?'
Het raakt mij dat het voor haar dus echt iets van vroeger was. Zij ziet mij dus  zoals ik nu ben. Dat voelt goed.
Wat ik tegen haar zeg, is iets over geloven in een vrij leven, dat we los kunnen komen van dingen die ons in de greep hebben. Dat het echt kan lukken, hoe diep je ook zit, dat er een weg terug is. Of omhoog zo je wilt. En ja in mijn geval heeft dat zeker met geloof te maken. 
Maar er is meer.
Steeds meer zie ik dat we allemaal onze behoeftes en verlangens hebben.  Meestal controleerbaar, soms ook ongrijpbaar. De wereld is niet helemaal volmaakt. Soms helemaal niet. 
Puinhopen ver weg en soms dichtbij. Allemaal hebben we er linksom of rechtsom mee te maken. Vervolgens is de stap naar iets wat verdoofd of tijdelijk even wat uitschakelt niet zo ver. Gelukkig hebben de meeste mensen er geen destructieve manier voor nodig. De herkenning van iets dat ons beheerst in plaats van andersom, kan verrijkend zijn. Daarnaast het zien dat mensen meer zijn dan hun obsessie.
Wat dat nieuwe leven betreft, ja dat is er zeker. Geniet ik met volle teugen van. Elke dag opnieuw. Het oude dan maar vergeten? Los van het feit dat sommige dingen te groot of teveel geweest zijn om te vergeten, lukt het jammer genoeg op de manier waarop wij samen maatschappij zijn, niet echt om maar te vergeten. Er zijn altijd mensen of instanties die ons herinneren aan onze gebreken.  
Ik kan u heel veel voorbeelden geven. Hier is er één: We kennen in Nederland een organisatie die registreert wanneer je er financieel een potje van maakt. Niets mis mee. De afspraak is dat vijf jaar nadat iets uiteindelijk opgelost is, je blanco verder mag gaan. Voor ons was het afgelopen december zo ver dat de laatste registratie verwijderd zou worden. In plaats van verwijderen veranderen ze de registratie. Een gesprek hierover helpt niet echt. We komen een advocaat tegen die hier in gespecialiseerd is. Volgens hem maken we een goede kans. Deze week de uitslag. Gezien mijn verleden (nu inmiddels bijna meer dan tien jaar geleden) houden ze de registratie aan. Officieel mag dat. Dat daarmee soms 'gewoon verder leven' lastig wordt, zien niet veel mensen. 
Inmiddels heb ik het volgende geleerd.  God vergeeft ogenblikkelijk. Bij mensen duurt het wat langer. En sommigen lukt het niet.  Ambtelijke molens of instellingen die bureaucratisch gerund worden, vergeven niet maar malen door. 
Op de vraag "Zou je het niet eens achter je laten?' Is maar één antwoord mogelijk: 'Hoe graag ik dat ook zou willen, het komt altijd terug, linksom of rechtsom.'
Nee, ik vraag geen medelijden. Wel weet ik inmiddels dat er maar één ding erger is dan aan je verleden herinnerd worden. Het ontkennen ervan.  

dinsdag 5 juni 2018

Goejanverwelledijk

Goejanverwelle (gepubliceerd in en geschreven voor indebuurtgouda.nl)

Daar waar de Steinsedijk stopt, begint de Goejanverwelledijk. Deze dijk (aan de noordkant van de Hollandse IJssel) is de oude weg van Hekendorp, dat ooit Goejanverwelle heette. 
Waarschijnlijk is de naam afkomstig van een landeigenaar die er ergens in de 15e eeuw woonde. Hij heette Goe Jan Verwellen. Zo simpel kan het dus zijn.

Die plek bestond uit een buurtschap en een sluis. De laaste bekend als de plaats waar Wilhemina van Pruisen, de vrouw van Willem de Vijfde, een tijdje gegijzeld werd door patriotten. Ten gevolge van deze actie, uitgevoerd door een Gouds Vrijkorps, vielen er vijfentwintigduizend Pruisische soldaten Holland binnen. Hierdoor werd uiteindelijk ons koninsghuis gered en kregen we de eerste echte Koning van Oranje.

Goverwelle
Een paar honderd jaar later bouwt Gouda een complete nieuwe wijk. Deze wijk krijgt de naam Goverwelle, een afleiding van Goejanverwelle. Niet zo vreemd, daar de Goejanverwelledijk de zuidelijke begrenzing van de wijk vormt.

IJsselhof
Een tijdje terug schreef ik onderstaand verhaal dat zich voor een jaar of wat geleden afspeelde aan de stadkant van de Goejanverwelledijk. Op de begraafplaats. Die gelukkig weer gewoon IJsselhof heet. Alleen Google noemt het nog naar de verzekering die blijkbaar eigenaar kan zijn van grond waar jij en ik onze dierbaren in begraven.  

De overledene is er al. Ze ligt in een kist die op een draagbaar met grote wielen staat. De begrafenisondernemer naast me blijft op zijn horloge kijken en hardop mompelen dat ie niet begrijpt waar zijn dragers blijven.
Samen vormen we een ietwat raar gezelschap. Een diaken, een doodbidder en een dominee. En de dode. Deze druiligere dinsdag had niet veel triester kunnen zijn. De mevrouw die we gaan begraven is bijna negentig geworden. Haar man is al tien jaar dood. Ze hadden geen kinderen. De meeste verwanten en vrienden zijn blijkbaar ook niet meer in leven. Of niet mobiel genoeg om hier te komen. Of, bedenk ik me nu, gewoon te zeker dat ze binnenkort toch deze kant op gaan.


Rugby
Een heel stukje verderop maakte ik ooit wat vrolijkers mee. Daar waar de rugby-, en tennisvelden zich bevinden. Heel officieel is het zelfs een zijweggetje met de naam Uiterwaardseweg, maar het ligt wel onderaan de Goejanverwelledijk. Je vindt er ook een mooi buiten-volleyballveldje. Dat was de plek waar het gebeurde. Ik deed mee aan een vriendschappelijk volleyballtoernooi. Bedoeling was dat we ons lieten sponsoren en de binnengekomen gelden gingen ergens naar een goed doel. Er heerste een ontspannen sfeer. Het mooie zomerse weer hielp ook. Naast de spelers waren er nogal wat vrienden en bekenden. Er was eten, drinken en gezelligheid. Op het veld naast ons waren de rugbyspelen afgelopen en de jonge heren en  wat oudere stonden aan een soort buitenbar. Met een barbecue. Ze vierden een overwinning of een seizoensafsluiting. Dat weet ik niet meer.
Wat ik wel weet is dat ergens halverwege de avond er een gejoel op ging aan hun kant, en het aan onze kant erg stil werd.  Er kwam een compleet rugby-team het veld op gehold. Naakt. Helemaal. Ze holden een rondje. Niet zomaar een rondje, een beetje midden op het veld. Nee, een complete ronde langs het gehele sportveld. Alle jongeheren achter elkaar. Blijkbaar vonden ze ons iets te tam. Iets met vriendelijke volley, goede doelen en gezinnetjes. 
We konden er wel om lachen. Aan het eind van de avond bleek dat ze ons ook nog eens gesponsord hadden voor een leuk bedrag!  Rare jongens die rugbyers.

donderdag 31 mei 2018

Beetje verdrietig

Ik ben verdrietig. Als christen geloof ik in het gebod van de liefde. Voor God, medemens en mijzelf. Alles wat een ander schaadt, moet ik niet doen. Waar ik kan helpen moet ik het doen.  Heb er zelfs een ambt in de kerk als diaken voor gekregen,  waar in het inzegeningsformulier staat: ’’Helpen daar waar geen helper is.”  
Nu kwamen er een jaar geleden wat homo’s op mijn pad. Daar hebben we het in de kerk niet zo vaak over. Hooguit over hun worsteling, waarvan wordt aangenomen dat ze die hebben.  
Samen met een vriend  in gesprek gegaan  met een groepje gelovige  homo’s. Daar zitten naast de worstelende ook ‘happy’ homo’s bij. Er waren ook verhalen over afwijzing en niet gekend zijn.  Door kerkmensen.  Allen gingen  een weg die ze niet zelf gekozen hebben,  maar die wel voortvloeide uit hun identiteit.
In diezelfde periode werd de geloofsviering op de roze zaterdag een feit. Als Protestantse Kerk Gouda hebben we via de Raad van Kerken de Sint Jan beschikbaar gesteld.  Ik ben er wel blij mee. Mensen die elkaar proberen ten zien.  Snel kom ik er achter dat er ook zijn die dit best heftig vinden. Die zich baseren op teksten over homoseksualiteit in de Bijbel. Heel vaak het gesprek aangegaan. Over lezen in de context. Over vergelijkingen met afschaffen slavernij (ook niet iets waar de kerk bij voorop liep).  Over stoppen met discrimineren van vrouwen (waren we ook niet de eersten mee).  Maar standpunten verharden of we zeggen er maar niets meer over.  Uiteindelijk gaat ook die zaterdag wel weer voorbij.
Desalniettemin, ik ga niet zwijgen. Zoals Martin Luther King ooit zei: “Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.”  

zaterdag 19 mei 2018

Week van Hoop


We sporen niet,
maar reizen wel.
Verloren zonen en
verdwenen dochters.
Wagonladingen vol, 
ook al reizen zij alleen.
IJzer raast op ijzer.
Zelfs dwarsliggers
werken mee.
 Boemelend
naar huis.

Als ik in gedachten deze week
stof en aard ontstijg.
 dan vallen Pinksteren en Pasen
met alle goede dagen op één dag.

Kwijt wat hier kleingeestig
kan narren, sarren en verwarren.
Zwijgt eigen stem of die van anderen luid
 dan stijg ik boven lucht en wolken uit.





zondag 13 mei 2018

Moederdag

Moederdag best lastig
voor kinderloze 
en moederloze
mensen.
Toch vier ik feest
Misschien wel het meest,
omdat we allemaal eens
gedragen zijn
geweest.

vrijdag 11 mei 2018

Hemelvaart voor 't eerst voor moederdag


Valt hemelvaart 
voor moederdag.
Dan te laat 
voor een kado.
Maar misschien
 in hemel
altijd
 moeder
dag.



dinsdag 8 mei 2018

In mijn hempie staan

Buiten is het 26 graden, in het lokaal een vijf graden warmer. Onno blijft door het raam kijken. Buiten is een graafmachine bezig met onderhoud aan de walkant van een sloot.

"Onno, let nou op, straks snap je het niet en zit je de rest van je leven op zo'n kraantje"

Hij kijkt me aan alsof ik iets stoms heb gezegd. "Wie heeft het beter voor elkaar meneer, die kraanmachinist met z'n korte broekie en hempie lekker buiten? Muziekie an? Of u hier?" 

Ondanks mijn jarenlange ervaring met vmbo'ers heb ik dit soort opmerkingen nodig. Om te leren dat toekomstperspectief te maken heeft met verwachtingen. Opmerkingen gemaakt vanuit mijn perceptie kunnen flink arrogant overkomen. 

Daar kan geen lesje verkleinwoordjes tegenop. 

bijdrage aan 120w.nl (weekthema 'onderhoud')

zondag 6 mei 2018

Hollend stilstaan


Voor het laatst
hollend door t bos.
Voordat de lente
uit zijn bomen barst.
Toevend bij t graf
van die mij baarde.
Voor t eerst met
steen de dood bedekt.
En om mij heen
zingt en koert en hamert
merel, duif en specht.
Dat leven altijd overwintert.


zaterdag 5 mei 2018

Doelenstraat


Gepubliceerd in https://indebuurt.nl/gouda op 29 april 2018

Ooit begonnen als Doelensteeg heet zij nu Doelenstraat. De naam waarschijnlijk gekregen door de  aanwezigheid van De Doelen; het oefenterrein van het schuttersgilde. Halverwege de veertiende eeuw was er al sprake van een schutterij in Gouda. Bijna tweehonderd jaar later, in 1542, wordt deze gereorganiseerd. Er zijn dan vier schuttersgilden, elke wijk heeft er één. Het gezamenlijke oefenterrein dat eerst aan de Doelenstraat lag, ligt dan inmiddels tussen  de Lange Tiendeweg, waar ook hun hoofdkwartier is gevestigd, en de Doelenstraat.  Aan de kant van de Fluwelensingel waar nu het Houtmansplantsoen begint.


De straat zelf functioneert als doorsteek naar de binnenstad vanuit de wijk Kort Haarlem. Met aan het begin een meer dan honderd jaar oude bakkerij. Die zelfs het predicaat Koninklijk verdiende in 2015.
Daartegenover zit een winkel in antiek en curiosa. Deze heeft, heel handig en eigentijds, naast de etalage een bakje met visitekaartjes opgehangen. Als de winkel dichtzit kun je bij de webshop terecht. Mooi voorbeeld van kruisbestuiving tussen oude en nieuwe manier van winkelen. 
Daarnaast nog wat etalages die veronderstellen dat er vroeger een winkel zat.

Iets verderop zit een muziekwinkel. Eén van de oudste van de stad heb ik me laten vertellen. Onlangs heb ik hier een muziekinstrument gehaald voor mijn vrouw. Geweldig hoe men mij hielp. Als a-musicale leek voelde ik mij geen moment ongemakkelijk. De leeftijd van de eigenaren en hetgeen ze vertelden maakt me duidelijk dat we deze zaak niet lang meer in Gouda hebben.  Natuurlijk weet ik dat vooruitgang niet te stoppen is.  Maar als ik zie wat deze mensen allemaal doen om van mij een tevreden klant te maken, twijfel ik wel even over wat nu echt vooruitgang is.

Als laatste stap ik bij de slijter binnen. De winkel staat echt vol. Geen gespeel met leegte. Of met licht en ruimte.Nee de paar vierkante meter staan gewoon vol. Meer dan vol. De kruiken op de bovenste plank daarentegen zijn leeg. Weemoedig kijken ze me aan. Ooit werden ze hier gevuld met jenever uit een fust. Alle merken, flessen en aanbiedingen kunnen de melancholie niet tegenhouden.  Dan spreek ik de eigenaar; Jan Snaterse. Ja,ik mag zijn naam noemen. Hij is de tachtig al ruim gepasseerd. En net geopereerd aan staar. "Ik moet veertien dagen rust houden, maar dat lukt me niet. Alleen tillen gaat me wat moeilijker af". Hij vertelt me hoe hier vroeger meer dan twintig zaken zaten in dit kleine straatje. Hoe deze straat vroeger klandizie had van de bezoekers en medewerkers van het Van Itersonziekenhuis.  Dit ziekenhuis lag in de wijk Kort Haarlem.  De route van en naar binnenstad liep via de Doelenstraat. 
Bij mijn vertrek valt mijn blik op de winkeldeur. Boven de naam van de slijter staat de de naam van de winkel, 'Victoria'. Ik vermoed een smeuïg verhaal en draai me om terwijl ik meneer Snaterse vraag hoe hij aan deze naam komt. Hij antwoordt mij lachend: 'Gewoon, van victorie kraaien, de haan kraait victorie'.  Hiermee kan ik het doen. Tenslotte heb je als ruim tachtigjarige, die zich tot vandaag staande weet te houden, alle recht van spreken. Ook als overwinnaar.





donderdag 19 april 2018

Parijs

Stad van licht en liefde. Waar tonnen ijzer en emmers vol met klinknagels werelds meest bezochte bouwwerk tentoonstelt. Waar dichters en schrijvers een opstand begonnen omdat ze het bouwwerk van meneer Eiffel niet zo geweldig vonden.  

Waar een Bastille bestormd werd omdat boeven buskruit benodigden. In tegenstelling tot het oude schoolverhaal dat er gemartelde mensen bevrijd werden. Op de dag van de bestorming dacht men pas, nadat men het buskruit veilig gesteld had, dat het een stunt was om de gevangenen los te laten. Daar waren er zeven van. De meesten werden de dagen erop weer vastgezet omdat dit wat veiliger bleek. Daarna werd het bouwwerk door een sloopbedrijf afgebroken. En niet door een woedende menigte steen voor steen tot de grond gesloopt. 

Over revolutie gesproken. Op een vroege morgen, passeer ik hardlopend, een kerk. Dat is niet zo bijzonder. Wel is het uitzonderlijk dat het een gereformeerde kerk is. Ja die van Luther en Calvijn, niet de meest populaire figuren hier. Wat opvalt, is een doek aan de gevel met vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ik herinner me wat preken uit mijn jeugd, waar de Franse revolutie als de oorzaak van veel kwaad werd aangewezen. En waar de slogan 'liberté, egalité en fraternité' als een vloek in de kerk werd gezien. Al lopend mijmer ik nog even. Misschien is revolutionair zijn wel christelijker dan ik dacht. We heten niet voor niets protestanten.


De stad, die bij elk bezoek mooier wordt. Dit keer is onze uitvalsbasis een appartement in MontMartre. Op de helling van la Butte Montmartre, zoals ze de heuvel noemen waar de Sacre-Coeur op is gebouwd. Prachtige kathedraal waar je niet op uitgekeken raakt. In tegenstelling tot de kerk waar ik zondag's kom, mag je hier door de week gratis naar binnen. Aan de andere kant betaal je in de omliggende straatjes het drievoudige voor een glaasje wijn. 

Parijs ook de stad waar ze kunstenaars bij elkaar begraven. En er zoveel hebben dat er een brug over de begraafplaats loopt om aan de andere kant te komen. Vanaf ons dakterras kijk ik over een dichtbevolkt, hoewel uitgestorven, gebied van graven, zerken en tombes. Drie olmen houden de wacht boven de ingang. 
Op een vroege ochtend, een beetje gedwaald over dit terrein. Ook hier nogal wat verbanden met revoluties. De grote en de kleine. 
Niet te missen is de familietombe van de Zola's. Emile, niet echt een vriend van de gevestigde orde, lag hier begraven. Bij zijn familie, voordat hij bijgezet werd in het Pantheon.
Meer zoeken is het naar de plek waar Heinrich Heine begraven ligt. Ja, die van de Lorelei. Het gedicht zo beroemd, dat het bijna een volkslied werd. Zelfs de nazi's  durfden het niet te verbieden. 
Eenmaal gevonden, verwonder ik me over het witte, waaruit graf en buste opgetrokken zijn. Het steekt af tegen het grauw en grijs rondom. Prachtig zijn de dichtregels op de zijkant. Vrij vertaald zeggen ze, dat waar hij ook zal rusten, Gods hemel hem zal omgeven en de sterren zijn graflampen zullen zijn. Te weten dat hij een banneling was en zijn laatste jaren hier in Parijs verlamd op bed doorbracht maakt deze regels nog mooier.

Daarnaast zitten we niet zover van de plaats, waar Vincent van Gogh twee jaar  doorbracht. Waar hij kennismaakte met het impressionisme Ook weer vertrok omdat het hem te druk was. Vincent, niet de gelukkigste man, wel een soort revolutionair. 

Zo kan ik nog wel doorschrijven. Een lijst met beroemdheden maken, die hier een tijdje rondzwierven. Of een beschrijving van de mooiste plekjes en terrasjes.  Het is allemaal al ergens beschreven. Nee, wat Parijs mij deze keer leert is dit: 
'Geniet', zei menigeen, toen ik vertrok,
Van pracht en praal, dacht ik.
Maar wandelend
tussen versteend verdriet,
bedenk ik, dat het
de aankomst niet,
maar de reis zelf is,
die leven boeiend maakt.