dinsdag 14 juli 2026

Zeventig

Afgelopen weekend nam ik de trein naar een stadje verderop. Hardloopschoenen aan en waterflesje mee. Het plan was eenvoudig: terug naar huis rennen. Een duurlooptraining voor de marathon. Op de terugweg door de weilanden ontmoette mij een zwanengezin. Een ouderpaar gevolgd door tien jongen. Ik telde ze twee keer. Tien. Een compleet gezin. In een wereld waarin zoveel verloren gaat, verbaasde me dat. Ik rende langzamer en bleef kijken.

Later zag ik op mijn app ik dat het mijn zeventigste dag in herstel was. Zeventig dagen zonder gokken, zonder verdwijnen. De zwanen liepen verder. En ik deed hetzelfde.

Uit met 1945

 Een bijzonder nummer. Het jaar van de bevrijding. Misschien daarom dat ik haar graag rijd.
Buiten is het warm. Met open raampjes waardoor de wind mijn huid aanraakt, luister ik naar Hold on to Let Go van Danny Vera.
Vanmorgen liep ik hard in m'n eentje en daarna stond ik met m'n dochter bij het graf dat vandaag precies een maand oud is.
Nu rijd ik met 1945 over dijken en bruggen, langs stilstaand en stromend water. We brengen mensen eten en ontmoeten ondertussen een stukje van hun leven. Een groet, een glimlach en soms een kort gesprekje.
Ik had een paar maanden geleden niet gedacht dat een klein elektrisch wagentje me iets van vrijheid zou kunnen geven. Toch doet ze dat.
Niet de grote vrijheid van weleer. Geen vlagvertoon of vuurwerk. Maar gewoon dit. Een route, een liedje en beginnende avondlucht boven de polder.
En het besef dat ook een
mens zelf weer een beetje bevrijd kan raken.

Allerbeste tijd

 Vier weken geleden klonk bij het graf Still van Hillsong; 'When oceans rise and thunders roar.' De avond ervoor, tijdens de afscheidsdienst, zong de cantorij Bach; 'Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit.'
De oceanen bewegen nog wel een tijdje en het onweer is niet over. Maar meer dan dat blijf ik bezig met die allerbeste tijd. Ik weet nog steeds niet goed wat ik daarmee moet. Er zijn woorden die je gemakkelijk zingt en er is muziek waar je fijn naar luistert. Tegelijk dringt bij mij de inhoud en de betekenis van de tekst zich snel op en kan ik er lang over na blijven denken.
Gisteren bracht ik boodschappen rond voor Picnic. Onderweg zag ik mensen in hun tuin zitten, op balkons genieten van de avond of binnen televisie kijken. Ik kwam op de twaalfde verdieping van een flat waar het uitzicht eindeloos leek. Ik reed langs brede rivieren en door diepe polders. Ik belandde aan het einde van doodlopende weggetjes en bij borden 'Werk in uitvoering' waar je toch nog net tussendoor kon. Trappenhuizen op en dijkweggetjes af.
Eigenlijk bracht ik alleen maar eten.
En toch voelde het alsof ik even door een klein stukje Nederland heen mocht kijken en wat goeds deed. Aan het eind van een drukke avond zat ik een moment op de dijk. De warmte van de dag hing nog in de lucht. Beneden stroomde de rivier onverstoorbaar verder.
Misschien is dat wel het enige wat ik deze dag begreep van Gottes Zeit.
Niet dat dit de allerbeste tijd is. Dat kan ik niet zeggen.
Maar wel dat er, dwars door rijzende oceanen en bulderende donder heen, ook gewone zomeravonden bestaan. Avonden waarop een rivier blijft stromen en je, heel even, met haar kunt uitademen.

Van tafel

 Vanmorgen vieren we in onze kerk het Heilig Avondmaal. Jarenlang hielp ik als diaken de tafel gereedmaken. Ik zette brood en wijn klaar, zorgde dat alles ordelijk verliep en deelde uit. Zelf ging ik niet aan. Niemand leek het op te merken. Ik vond dat niet erg. Dienen was op zichzelf al een feest.
Nu is alles anders.
Bij de Gamblers Anonymous waar ik sinds twee maanden kom, geldt een eenvoudige afspraak. Wie die dag gegokt heeft, zwijgt tijdens de bijeenkomst. Niet als straf, maar als oefening in eerlijkheid. Na afloop is er alle ruimte om met iemand te praten. Eerst de werkelijkheid onder ogen zien. Daarna pas de woorden. Ik merk dat het Avondmaal daar voor mij op lijkt.
Niet omdat iemand mij heeft weggestuurd. Integendeel. Maar er zijn mensen die door mijn handelen geld en vertrouwen zijn verloren. En misschien nog wel meer. Ik gok sinds twee maanden niet meer. Dat is waar. Maar de puinhoop is daarmee niet ineens verdwenen.
In de twaalf stappen waarin ik nu leef, komt verzoening niet aan het begin. Eerst is er de erkenning dat ik machteloos ben. Dan het zoeken en vertrouwen dat ik het niet alleen hoef te doen. Daarna volgt een eerlijke inventarisatie van wat ik heb aangericht. Pas veel later komt het herstellen van relaties, voor zover dat mogelijk is.
Het is geen omweg maar de enige begaanbare weg voor mij. En toch doet het vanmorgen pijn. Misschien wel meer dan ooit.
Vroeger liep ik als diaken langs de tafel zonder er zelf aan te gaan. Dat was een keuze waar ik vrede mee had. Vandaag voelt het anders. Vandaag verlang ik naar die tafel. Niet omdat ik vind dat ik er recht op heb, maar omdat ik opnieuw begin te begrijpen waar gemeenschap toe dient en wat genade eigenlijk kost.
Misschien is dat ook een vorm van genade: dat verlangen je niet met rust laat.

Another chance

Aan het eind van iedere Gamblers Anonymous wordt deze tekst voorgelezen:
ANOTHER CHANCE
Fellow gambler, take my hand;
I'm your friend, I understand.
I've known your guilt, your shame, remorse;
I've borne the burden of your cross.
I found a friend who offered ease;
He suffered, too, with this disease.
Although he had no magic cure,
He showed how we could endure.
We walked together side by side;
We spoke of things we had to hide.
We told of sleepless nights and debts,
Of broken homes and lies and threats.
And so my weary gambler friend,
Please take this hand that I extend.
Take one more chance on something new,
Another gambler helping you.
Vandaag ben ik zestig dagen in herstel. Zestig dagen zonder gokken. Zestig dagen waarop anderen een stukje met me oplopen.
Nog lang niet waar ik wil zijn. Wel verder dan zestig dagen geleden. Soms is een nieuwe kans precies dat: vandaag 

Pannenkoeken en Picnic

Ik merk dat mensen om me heen het lastig vinden. Dat begrijp ik ook wel. In een maand tijd overleed mijn vrouw, vertelde ik over mijn terugval in mijn gokverslaving en veranderde ongeveer alles wat vanzelfsprekend was. Dat is veel. Ook voor de mensen die met me meeleven.

Van de weersomstuit merk ik dat ik het zelf soms ook lastig vind. Dan rijd ik liever een Picnic-rit een paar dorpen verderop dan in Gouda. Terwijl ik juist een zwak heb voor mijn eigen stad en de mensen die er wonen.

Vanmorgen draaide de was. Ik bakte pannenkoeken omdat Lydia jarig is. We aten ze en gaven cadeautjes en reden samen naar het graf waar we oude bloemen vervingen door verse. Vanmiddag haar verjaardag in een park in Rotterdam. Vanavond stap ik weer in mijn Picnic-vrachtwagentje.
Als ik deze dag een jaar geleden had moeten bedenken, was ik er waarschijnlijk niet blij van geworden. Nu word ik dat wel. Natuurlijk moet er nog veel geregeld worden. Ik weet niet precies hoe de komende jaren eruitzien.

Maar de zee is anders geworden. Ik hoef niet meer voortdurend mijn hoofd boven water te houden. Langzaam verandert de branding in grint en schelpen. Nog steeds scherp onder mijn voeten, maar ik kan weer lopen. Misschien zit daar wel het verschil.

Voor de mensen om me heen is mijn verhaal nog steeds een opeenstapeling van verdriet, verlies en ontregeling. Voor mij voelt het, hoe vreemd dat misschien ook klinkt, ook als rust. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat ik eindelijk niet meer hoef vol te houden dat het goed gaat.

Het leven groeit niet over het verdriet heen. Het groeit eromheen.