donderdag 13 augustus 2026

Bankje



Vandaag zit ik op een bankje onder de zilveresdoorn. Hij laat veel te vroeg zijn bladeren vallen.
De kastanje boven je.
Waken noemen we dat,
omdat staan
zo weinig betekent.
Straks de kinderen
een steen uitzoeken.
Jouw naam erin,
wat letters en cijfers.
Alsof dat genoeg is
voor een heel leven.
Andere jaren,
andere bankjes.
Andalusie, Toscane
of aan de Zwarte Zee.
Zon op onze kop,
uitzicht voor ons
en altijd nog ergens
om naartoe te gaan.
Nu kijk ik naar jouw graf
Jij onder jouw boom,
Ik onder de mijne.
En tussen ons
valt langzaam
de zomer uit de bomen.

Onderweg

 Vandaag rijd ik weer van deur naar deur. Boodschappen uit het krat pakken. Of hele kratten op het steekkarretje. Aanbellen, glimlachen, soms een paar woorden en weer verder.

Het is prettig werk. Lekker overzichtelijk en niemand vraagt waar ik over een jaar ben. Alleen of ik alles op de deurmat wil zetten. Of op het aanrecht in de keuken.
Soms is er ineens iets moois langs de route. Een kerk die al eeuwen lijkt te weten dat mensen komen en soms ook weer afscheid nemen. Gemetselde stenen waar jaren van lief en leed in zijn opgeslagen.
Even later verdwijn ik tussen honderden appartementen en evenzoveel levens. Mensen zitten zwijgend achter schermen, koken eten en maken ruzie. Of ze lachen en hebben plezier.
Ik zet hun boodschappen neer en vertrek weer. Dat past me op dit moment.
Aan het einde van de dag wordt het landschap leger. De zon zakt en ik ben moe. Niet alleen van het tillen en het rijden.
Er zijn dagen waarop ik graag vooruitkijk en bijna geloof dat ik opnieuw kan beginnen. En er zijn dagen waarop dat niet lukt en ik vooral achteromkijk.
Vandaag zit daar tussenin.
Ik stuur mijn wagentje door het laatste licht. Achter mij ligt de dag. Daarachter nog meer. Voor me ligt de weg. Voor nu is dat genoeg.

Picniccen in Rotterdam

Vanmiddag val ik in voor een collega. Niet in Gouda, maar vanuit de Picnic-hub in de Spaanse Polder. Mijn route slingert door Katendrecht, over de Erasmusbrug en de binnenstad in. Langs het Fotomuseum, Hotel New York en de SS Rotterdam.

Bijna overal ligt wel een herinnering. Sommige nog vers, andere al jaren oud. Grappig hoe een stad dat bewaart, zonder dat je het haar gevraagd hebt.
Toch ben ik vandaag geen bezoeker. Ook geen inwoner. Eerder een toerist met een Picnicbusje. Ik kom op de mooiste plekken, hoef nergens in de rij te staan, betaal geen parkeergeld en blijf nooit lang. Boodschappen afgeven, een glimlach en weer door.
Misschien is dat wel de mooiste manier van reizen. Niet om ergens te blijven, maar om steeds even onderdeel te zijn van een plek. Lang genoeg om haar te herkennen, te kort om eraan vast te zitten.
En eerlijk gezegd, die manier van onderweg zijn, past me eigenlijk best.

Avond

De zon zakt, trekt zich terug uit alles wat was.
Water slikt
het vallend licht.
De laatste boodschappen
staan in een keuken
die ik niet ken.
Ik rijd naar huis.
Stemmen sterven,
andere klinken luider.
Riet weet alles
en ik heb geen idee.
De einder wenkt en lokt
en spreekt van dromen
gewild en ongewild.
Deze avond
komt nooit meer.

Twee verhalen

 Afgelopen weekend stond ik iets na zeven uur 's morgens bij mijn eerste Picnic-klant. Ik zei dat ik bewondering had voor mensen die op zaterdag zo vroeg al wakker waren. Hij glimlachte flauwtjes. Aan allebei zijn benen hing een peuter. Een derde kind stond iets verderop in de gang.
Zonder iets te zeggen keek hij me even aan, knikte bijna onmerkbaar naar de kinderen en verzuchtte: 'Kinderen, hè.' Ik lachte en liep terug naar mijn wagentje.
Onderweg bedacht ik dat we allebei gelijk hadden. Ik zag iemand die al vroeg uit de veren was. Hij zag vooral een korte onderbreking in een nacht die waarschijnlijk veel te kort was geweest.
Twee verhalen. Dezelfde werkelijkheid. Die gedachte bleef bij me. Ook mijn berichten op deze plek worden verschillend gelezen. Sommigen vinden er hoop of herkenning in. Anderen ervaren er juist pijn bij. Dat begrijp ik. Mijn woorden landen niet in een leegte.
Ze komen ook terecht bij mensen die door mijn handelen zijn geraakt. Voor hen kan een bericht over een werkdag, een wandeling of een klein lichtpunt voelen alsof ik alweer verder ben, terwijl zij nog midden in de gevolgen leven.
Mijn bedoeling is niet om medelijden te vragen of mijn verantwoordelijkheid kleiner te maken. Schrijven helpt mij juist om eerlijk te blijven. Om schaamte niet opnieuw de regie te geven en mezelf eraan te blijven herinneren dat herstel meer is dan niet meer gokken.
Maar wat ik hier schrijf, is alleen mijn verhaal. Het is het verhaal van iemand die probeert op te staan. Het is niet het verhaal van de mensen die ik heb beschadigd. Dat verhaal bestaat ook. Het is pijnlijk, ingrijpend en verdient minstens zoveel respect. Daarom voer ik die gesprekken niet hier, maar persoonlijk. Niet omdat ze minder belangrijk zijn, maar juist omdat ze belangrijker zijn dan een bericht op sociale media ooit kan zijn.
Ik blijf schrijven. Niet omdat alles weer goed is. Ook niet omdat mijn verhaal centraal zou moeten staan. Maar omdat zwijgen voor mij geen weg naar herstel is.
En tegelijk hoop ik dat mijn woorden niet verhullen dat herstel pas werkelijk betekenis krijgt als het ook zichtbaar wordt in de verantwoordelijkheid die ik blijf nemen voor wat achter mij ligt.

Kapotte klok

Mijn vader was boer. En daarnaast handelde hij in antiek. Kuifkasten en kabinetten. En klokken.
Soms hing de muur er vol mee. Niet alleen met klokken die liepen, maar ook met exemplaren die stilstonden. Hij kocht ze juist graag als ze kapot waren. Eerst gingen ze naar een oude instrumentenmaker. Daarna begonnen ze weer te tikken.
Deze week moest ik aan hem denken. Ik bezorgde boodschappen in een dorpje en keek even omhoog naar de kerktoren. De klok stond stil.
Ooit hielp zo'n klok een hele gemeenschap. Iedereen wist hoe laat het was. Wanneer er gewerkt werd, wanneer de school begon en wanneer de kerk uitging. Nu vertelde hij niets meer over de tijd.
Of misschien juist wel.
Een stilstaande klok vertelt niet meer hoe laat het is. Hij vertelt wanneer de tijd ophield. Hij bewaart één enkel moment en weigert daar van weg te gaan.
Tegelijk heeft ook die kapotte klok nog steeds twee keer per dag gelijk.