Afgelopen weekend stond ik iets na zeven uur 's morgens bij mijn eerste Picnic-klant. Ik zei dat ik bewondering had voor mensen die op zaterdag zo vroeg al wakker waren. Hij glimlachte flauwtjes. Aan allebei zijn benen hing een peuter. Een derde kind stond iets verderop in de gang.
Zonder iets te zeggen keek hij me even aan, knikte bijna onmerkbaar naar de kinderen en verzuchtte: 'Kinderen, hè.' Ik lachte en liep terug naar mijn wagentje.
Onderweg bedacht ik dat we allebei gelijk hadden. Ik zag iemand die al vroeg uit de veren was. Hij zag vooral een korte onderbreking in een nacht die waarschijnlijk veel te kort was geweest.
Twee verhalen. Dezelfde werkelijkheid. Die gedachte bleef bij me. Ook mijn berichten op deze plek worden verschillend gelezen. Sommigen vinden er hoop of herkenning in. Anderen ervaren er juist pijn bij. Dat begrijp ik. Mijn woorden landen niet in een leegte.
Ze komen ook terecht bij mensen die door mijn handelen zijn geraakt. Voor hen kan een bericht over een werkdag, een wandeling of een klein lichtpunt voelen alsof ik alweer verder ben, terwijl zij nog midden in de gevolgen leven.
Mijn bedoeling is niet om medelijden te vragen of mijn verantwoordelijkheid kleiner te maken. Schrijven helpt mij juist om eerlijk te blijven. Om schaamte niet opnieuw de regie te geven en mezelf eraan te blijven herinneren dat herstel meer is dan niet meer gokken.
Maar wat ik hier schrijf, is alleen mijn verhaal. Het is het verhaal van iemand die probeert op te staan. Het is niet het verhaal van de mensen die ik heb beschadigd. Dat verhaal bestaat ook. Het is pijnlijk, ingrijpend en verdient minstens zoveel respect. Daarom voer ik die gesprekken niet hier, maar persoonlijk. Niet omdat ze minder belangrijk zijn, maar juist omdat ze belangrijker zijn dan een bericht op sociale media ooit kan zijn.
Ik blijf schrijven. Niet omdat alles weer goed is. Ook niet omdat mijn verhaal centraal zou moeten staan. Maar omdat zwijgen voor mij geen weg naar herstel is.
En tegelijk hoop ik dat mijn woorden niet verhullen dat herstel pas werkelijk betekenis krijgt als het ook zichtbaar wordt in de verantwoordelijkheid die ik blijf nemen voor wat achter mij ligt.