dinsdag 21 mei 2019

Adderengebroed

Vanavond zoek ik een bijbel op en ga wat lezen. Ik sla hem open bij Mattheus twaalf.  Voor mijn niet-christenvrienden; Mattheus is een landverrader die belasting int voor de vijand. Tot Jezus hem roept. Mattheüs laat zijn geldverslaving achter zich en volgt Jezus. Hij schrijft zelfs een boek over de tijd met Jezus. Dit is een bijbelboek geworden.
In hoofdstuk twaalf beschrijft hij hoe Jezus met zijn leerlingen op de rustdag  door de weilanden loopt. Langs een korenveld plukken zijn volgelingen een paar handen met aren en eten dat op.
De toenmalige kerk gaat uit zijn dak. Hier is het bewijs dat Hij niet deugt! Jezus laat werk doen op de rustdag. Ze kraken Hem af. Jezus probeert ze in alle redelijkheid te laten inzien dat hun manier van denken niet klopt. Dat de rustdag er is voor de mens en niet andersom. 
Vervolgens gaat Jezus een kerk binnen en helpt iemand van zijn lichamelijke kwaal af. Weer komt de religieuze wereld in opstand. Zie je wel, zeggen ze, dat er niets van klopt? Hij gaat gewoon door met zondigen! Iemand genezen op de zondag. Daar klopt niets van. Foei! 
Jezus gaat hier geen discussie aan en schenkt Zijn aandacht aan mensen die Hem nodig hebben.
Even later loopt Jezus de kerk uit. Hij komt iemand tegen die compleet de weg kwijt is. Bezeten noemt men dat.  En ook nog eens blind en stom. Hij geneest deze mens. Helemaal. Nu is de kerk er helemaal klaar mee. Ze noemen Hem
een zoon van de duivel. En zoeken manieren om Hem te doden.
Jezus wordt boos. Hij noemt ze adderengebroed. Messcherp veroordeelt Hij hun kwaaddenkenheid. Prikt dwars door hun zogenaamde vroomheid heen. Omdat Hij doorziet dat ze uit naam van schijnvroomheid de liefde verkrachten.
Ik stop met lezen. Ook met schrijven. Als door een adder gestoken vlieg ik overeind en zet het op een hollen.


woensdag 15 mei 2019

Een hele hoop

Wat een week.  En dan zijn we nog maar op de helft. De week begon met een lezing die ik gaf over verslaving, vergeving en bevrijding.
Ik heb geprobeerd er een boodschap van hoop van te maken. Met geloof en liefde er door heen.
Maandag was er een draaidag van New Faith Network. Zij gaan onze voorstelling filmen. In de aanloop krijg je dan een interview. Dit vond plaats op de boerderij waar ik geboren en opgegroeid ben.
Zo betrad ik voorvaderlijke grond. Met zijn zeer en zegeningen. Steeds meer zie ik dit laatste. Het was een prachtige dag. Zon en een klein zuchtje wind. Uren doorgebracht aan de slootkant, midden tussen de weilanden, omringd door de prachtige Veluwse bossen.
Ergens bij een rondje over het erf stuitten we op de oude veldschuur. Nog steeds in dezelfde staat. Voorbij de bovenste helft gaan de planken over in ijzeren platen. Meer dan veertig jaar oud en afkomstig van een papierfabriek met de naam ' De Hoop'. 
En nu stond er nog steeds, een beetje onduidelijk maar wel leesbaar,  'Hoop' op die veldschuur. Het raakte mij.

Dinsdag gingen mijn oud-leerlingen naar De Hoop; de kliniek waar ik ooit in behandeling was. Zeven jaar ben ik met ze mee gegaan. Nu niet. Blij dat het doorgaat. En heb het ook gemist. De hele dag een beetje.  
Diezelfde dag sprak ik iemand die soms wat uit het oog maar niet uit het hart is. Zij vertelde me dat ze die dag naar een plek van hoop ging. Mooi.
Dinsdagavond hielp ik een stel goede vrienden bij het maken van een soort liefdesmaaltijd. Vijf tafels gedekt voor twee personen. Iemand hield een inleiding over intimiteit en seksualiteit. De nadruk lag er op hoe je dat fris, levendig en bespreekbaar houdt binnen je relatie. Al was ik druk met kokkerellen, toch wat opgevangen hier en daar. Was gaaf. Een boel liefde. Geen geloof en hoop voor nodig.
En nu vandaag. Een drukke dag, vol gepland. Hoop, geloof als ook liefde was een beetje ver te zoeken.
Tot ik vanmiddag besloot om te gaan hardlopen. Al snel belande ik tussen fietsende scholieren. De scholen gingen uit. Ik besefte dat dit de eerste keer was dat ik rond deze tijd hier weer liep. Blijkbaar deze tijd wat gemeden. Niet dat ik mijn leerlingen niet wil zien, zeker niet. Soms kan oude liefde ook een beetje zeer doen. Misschien toch wat vermijdingsgedrag?
Om de paar honderd meter werd ik ingehaald door een fietsgroepje. De begroetingen voelden goed.
Zo ook een groepje aan de rand van de plas; net op het punt om het water in te gaan. Eentje riep: 'Hey, dat is van Essen!' gelijk gevolgd door: 'Hallo meneer Arjan van Essen'. Met een grote glunder stond ze te zwaaien.
Ze had het niet beter kunnen verwoorden. Waar ik na drie mooie dagen het ineens allemaal wat kwijt was, bracht zij het in die ene zin helemaal terug. Ik wil haar bedanken. Het was meer dan een beker koud water. Veel meer.

Vervolgens werd ik achterop gereden door degene waar ik gisteren mee stond af te wassen. We praatten bij. Al fietsend en hollend.  Opgeladen kwam ik thuis. 

zaterdag 11 mei 2019

Hart

Even wat uitademen bij 'De Vijf';  de nieuwe kunstenaars die zich bij de Firma van Drie hebben aangesloten. De nieuwe firmanten zogezegd.
Naast het mooie werk van Tineke Radder, waar ik al vaker over schreef, wordt mijn aandacht getrokken door het werk van Iris Rijntjes, sieraadontwerpster. Naast haar andere werk raakt mij haar lijn van edelstaal. Zowel krachtig als elegant. Maar bovenal kwetsbaar. Zo mooi in haar eenvoud. Ik heb nu al spijt dat ik niet over gegaan ben tot een impulsaankoop. 
Wil hier nog graag heel lang tegen aan kijken.  
De Vijf exposeren nog ruim een week in 'Achter de Kerk 13 in Gouda'.

vrijdag 10 mei 2019

Tenen

De afgelopen weken kwam ik ze veelvuldig tegen. In allerlei vormen en maten. Soms trapte ik erop als ik te kort door de bocht was. Andere keren moest ik erop lopen om iemand niet aan het schrikken te maken. En soms kreeg ik hele kromme van heel erg hypocriet gedrag. Of hadden mensen hele lange van haatdragendheid.
En nu aan het eind van de week heb ik het antwoord gevonden. Overlaad het met liefde. Niet een klein beetje, maar kieper het eroverheen. Emmers vol. Laat maar overlopen. Wat je met liefde overdekt, wordt uiteindelijk geliefd. En wat zich geliefd weet, kan zelf niets anders dan licht en liefde verspreiden. Ik verklaar vanaf nu tenen de liefde. En bedelf ze eronder.

dinsdag 7 mei 2019

Castrum Pellegrini

Een naam die klinkt als de titel van een Ludlum-roman. 
Het is echter een herenhuis in Amsterdam. Een plek van schrijvers en dichters met een naam die wat moois betekent; ‘schuilplaats voor de pelgrim’. Gisteren bleek dat er niet veel te schuilen viel voor de grijpgrage handen van de heren.
En die pelgrim? In de meeste gevallen nog kind en jongen. Ze reisden verder. Ieder op zijn eigen kruistocht.
De rechter oordeelt dat het allemaal verjaard is. Straffen kan niet meer. Wel doet hij aanbevelingen. Als olie op de golven. Zoals het verbouwen van de daderkamer. En het veranderen van de naam. Misschien is ‘Huis van castratie’ iets? Want al behielden zij hun ballen, hun mannelijkheid kwam nooit meer terug.

zondag 5 mei 2019

Bevrijdingsdag

Als ik jou bevrijd.
Ben jij dan vrij?
Of opnieuw 
van een 
ander
mij.
En 
als jij
dan mij
bevrijdt.
Ben ik dan
 vrij of jij?

woensdag 1 mei 2019

Walpurgis



Walpurgisnacht.
De nacht tussen 31 april en 1 mei. Een oud Keltisch voorjaarsfeest. Afscheid van de koude en harde winter en welkom van de warme en zachte zomer
Wie viert dit? En hoe? Na de zoveelste post die ik voorbij zie komen over dit onderwerp vraag ik het maar gewoon.
Door de kerstening van Europa moesten veel (heidense) rituelen er aan geloven. Later met de komst van de Reformatie werd dit nog eens dunnetjes over gedaan.
Toch zijn er gebruiken gebleven. We kennen de paasvuren, de meiboom en het pannenbier. Stamt blijkbaar allemaal af van dit Walpurgisfeest. Ik ben erg benieuwd naar wie dit soort gebruiken (nog) kent, en waar en hoe deze nog gevierd worden.

zondag 28 april 2019

Liefdesloop


Waar Veluwe zoomt
en hei en heuvel 
zich nog even
verheffen.
Waar stilte 
nog eenmaal
zijn stem laat horen.

Daar loop ik hard,
leef ik adem 
benemend
in en uit.
Daar bos
en boom mij 
als gretig minnaar 
voor altijd heeft verkoren.




zondag 21 april 2019

Kom maar

Dit jaar loop ik een keer mee met de paasmorgenwandeling. Deze vindt elk jaar plaats op de begraafplaats. 
Er staan er al wat mensen voor de aula. Ik loop naar de zijkant om de zon wat hoger te zien klimmen en de vroeg krachtige stralen door berk en beuk te zien dringen. Zoals meestal op een begraafplaats voel ik me verbonden met wat nog leeft. De vogels en de bomen.
Inmiddels is het acht uur en zijn er een stuk of twintig mensen bij elkaar.  Misschien ook wel niet echt bij elkaar. Ieder sjouwt zijn of haar doden mee.  We krijgen allemaal een witte roos. Ik help even bij het uitdelen. Sommige vragen er om twee. Het raakt me als ik iemand hoor zeggen 'ook eentje voor mijn zoon alsjeblieft'.  
Dan gaan we. Hier en daar waaiert de groep wat uit. Om even later bij elkaar te komen als er wat voorgelezen wordt. Staan we even in een halve cirkel. Ik draal wat in een hoekje waar allerlei stenen dicht op elkaar liggen. 
Eén steen trekt mijn aandacht. 'Mam' staat er op. Meer niet.  Het is genoeg.  Ergens bedenk ik dat waarschijnlijk alle woorden in de wereld niet genoeg zijn.  Of gewoon teveel. Mam. Ik leg mijn roos ernaast.
Inmiddels hoor ik iemand spelen op een fluit. Later hoor ik van iemand die les van deze man heeft gehad dat hij virtuoos is op dit instrument. Ik heb niet zo'n muzikaal gehoor maar het klinkt fijn. Precies goed voor hier. Hij volgt ons groepje, zet wanneer wij stoppen zijn muziekstandaard neer en speelt weer.
Ergens tref ik een kabouter op een paddenstoel. Hij ligt daar peinzend te staren naar een kindergraf. Mooi en raak.
Na een klein uurtje zijn we uitgewandeld. Voor we aan een koffietafel gaan, zingen we het 'U zij de glorie'.  Naast een mooi beeld van Jezus. Waarop in kleine letters staat 'Kom maar'. 
Nou ja, de rest zingt. Ik luister en zing even niet mee.  Ik vind het best even lastig als ik om me heen kijk. Daar zie ik de man die zijn broer onlangs begroef; een lege plek in de familie. Daar zie ik de vrouw die haar man begroef, ze waren maar even getrouwd en toch denk ik soms dat het 'tot de dood ons scheidt' voor haar niet geldt.  Iets verder staat de mevrouw die de roos voor haar zoon vroeg.
Dan de man die net een roos legde bij zijn goede vriend.  Mijn oog valt op een tiener die haar vader verloor.
Ik denk opeens aan een pony-zadel dat nooit meer gebruikt zal worden. Een stoel die leeg blijft. De vaatwasmachine die een uitruimer minder heeft. Een belastingaangifte die door een ander gedaan moet worden. Alle lege plekken die anders zo vanzelfsprekend gevuld zijn.
Niemand die je een glas water met twee paracetamols geeft en zegt: 'denk erom, elke vier uur er twee nemen, anders werkt het niet'.
En nee, nooit meer horen: ' Kom papa nog één keertje op je rug'. 
In een leeg bed stappen is te doen, in een leeg bed wakker worden misschien niet.
En dan nu 'U zij de glorie'.  Ik kan het even niet.
Na het lied gebeurt er iets moois. Eén van de hierboven beschreven mensen omhelst het beeld van Jezus. Ze past er een soort van in lijkt het wel. Nu zie ik ook wat ik eerder al hoorde. In het beeld zet Jezus een stap naar voren. Alsof Hij zeggen wil; 'Kom maar, dan kom ik je een beetje tegemoet'. 
Onze doden laten leegtes achter. Gelukkig maar, dan blijven we een beetje zoeken. En hopelijk elkaar wat tegemoet komen.

zaterdag 20 april 2019

Stil maar

Stille Zaterdag. De
begrafenis is achter de rug. Het lichaam snel in wat doeken gewonden en het graf ingedragen. Dit graf bestaat uit een spelonkachtige ruimte, uitgehouwen uit de rotsen.  Er wordt een steen voor de ingang gelegd en een stel soldaten als bewakers. Nee, niet als erewacht maar om te voorkomen dat de leerlingen van Jezus Zijn lichaam ophalen en er later gezegd  kan worden dat Hij opgestaan is.
Er is haast bij deze begrafenis. Het moet allemaal gebeuren voordat het Sabbat is. De rustdag waar geen ruimte is voor het begraven van wie dan ook.
Deze dag spreekt niemand. Jezus zelf niet, tenminste niet met woorden, Zijn leerlingen niet en ook Zijn tegenstanders horen we niets van. Het is op alle fronten doodstil.

Doodstil en verstomd 
zachtjes uitgepraat.
De stilte oorverdovend
luid verzachtend.
Zwijgen het meest
veelzeggende.
Zo wordt dood
nooit gewoon.




vrijdag 19 april 2019

Papa

Goede Vrijdag vandaag. Aan al mijn vrienden kan ik Kerst en Pasen uitleggen. Ook aan degene die niet met geloof bezig zijn. Juist aan hen soms. Feest van geboorte en nieuw leven snappen we. In ieder geval kunnen we er blij om worden. Een kindje in een kribbetje vertedert. Leven na de dood intrigeert op zijn minst. 
Maar Goede Vrijdag? Iemand die zich vrijwillig aan een kruis laat hangen? Sterven om voor een ander schoon schip te maken? Je niet alleen voor vrienden opofferen, maar vooral voor mensen die je niet moeten?
Misschien is het ook niet te snappen wat er echt aan dat kruis gebeurt. Wat er naast gebeurt is makkelijker.
De meeste vrienden zijn er vandoor. Een mooie toespraak houden en  daarna vijfduizend man voeden met vijf broden en twee visjes, trekt nu eenmaal meer publiek dan je zelf willoos te laten doden.
Er staan er een paar die niet weg blijven. Maria en Johannes staan er. Zijn moeder en Zijn meest aanhankelijke leerling. 
Jezus ziet ze en houdt één van Zijn laatste preken. Hij zegt tegen Maria:'Vrouw, zie jouw zoon.' Dan zegt ie tegen Johannes: 'Zie je moeder.'
Hij ziet twee mensen die een groot verlies lijden; Maria raakt haar zoon kwijt en Johannes zijn meester. Jezus ziet dit. Hij reikt uit naar hen en verbindt ze aan elkaar.
Misschien gaat het vandaag ook wel om wezende kinderen. Blijkbaar had Johannes geen ouders meer. Vandaar dat Jezus hem 'koppelde' aan Maria. Het gaat ook om huilende moeders, voor moeders die een kind verliezen bestaat geen term. Blijkbaar hebben we daar geen woorden voor. 
En ook een beetje om afwezige vaders. Er staan niet zoveel vaders rondom het kruis. Maar als ik hier opschrijf dat er afwezige vaders waren, dan zijn ze er toch een beetje.  Al is het maar op een taalkundige manier. Soms is dat alles.
Volgens het christelijk geloof moet Jezus dood om iedereen een vader terug te geven. 
Vandaag wens ik ieder haar of zijn vader terug.  Misschien voor een moment, misschien een beetje maar. Omdat afwezige vaders geen niet-vaders zijn.

donderdag 18 april 2019

Vandaag ga ik wat voeten wassen

Het is Witte Donderdag. Op deze donderdag in de laatste week voor Pasen denken en vieren christenen over de gehele wereld dat Jezus tijdens Zijn laatste avond een avondmaaltijd had. In de oosterse traditie werden de voeten van de gasten gewassen. Als gebaar van gastvrijheid, voorafgaand aan de maaltijd. 
Jezus stond er op dat Hij dit zelf deed bij zijn leerlingen als een voorbeeld van dienende liefde.
In sommige kerken worden vandaag de voeten gewassen van een twaalftal mensen. Ondertussen wordt dan de 'Ubi Caritas' gezongen. In het Latijn. Dan klinkt ie ook het mooist. Kijk maar eens naar die eerste regel:  Nu is mij Latijn wat roestig geworden. Vandaar hier de vertaling:

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.


Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.
Christus' liefde heeft ons tot eenheid gebracht.
Laat ons juichen en blij zijn in Hem.
Laat ons oprecht beminnen de God die leeft.
en van harte goed zijn met elkaar.

Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.
Laat ons dus, nu we hier te zamen zijn
Zorgen dat er geen verdeeldheid heerst.
Geen wrok meer, geen onenigheid,
Moge Christus in ons midden zijn.

Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.
O Christus, God, toon ons uw heerlijkheid,
met uw heiligen die bij U zijn.
Die vreugde zal zuiver zijn en zonder maat,
en duren tot in eeuwigheid.

Amen


Witte Donderdag. De inleiding voor Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Dagen die gaan over lijden, eenzaamheid, haat, verraad en pijn. Maar die bovenal gaan over liefde. Daar begon het mee. En eindigde het ook. Ik ga wat voeten wassen vandaag. Omdat liefde altijd het laatste woord heeft.
  

maandag 15 april 2019

Wegen vinden


Vandaag heb ik, in overleg met mijn school, besloten om mijn dienstverband te beëindigen. 
De hoeveelheid aan papierwerk zorgde ervoor zorgde dat mijn baan, in mijn beleving, steeds meer weg kreeg van een kantoorbaan. Op den duur kwamen alle ambtelijke verplichtingen als een muur op mij af. Het kreeg zelfs zijn weerslag op mijn gezondheid.
Deze mooie school en dit mooie team, verdient zoals iedere organisatie en elk team, iemand die er niet alleen volledig voor gaat. Maar bovenal iemand die gelukkig wordt van wat hij doet. Ik werd dat niet. Steeds minder zelfs. Tot mijn schrik besefte ik de afgelopen weken dat ik meer bezig was met berusten in, dan plezier hebben van.
Mijn vuur en sprankel kwamen onder tafel te liggen. Omdat de dingen nu eenmaal gaan zoals ze gaan. Ik werd er somber van.  
Net voordat ik aan mijn baan begon schreef ik:

Die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
zal ook wel wegen vinden,
waarlangs mijn voet kan gaan.

Ik hoef deze wegen niet zelf te vinden. Wegen vinden mij. Zaterdag liep ik op een mooi plekje dicht bij mijn geboortegrond. Daar ook ervaren dat bij alles wat verandert er altijd een bosrand is. Een thuiskomen. Die kracht van dat te geloven, zorgt dat ik me nu al kan verheugen op wat er komen gaat.