donderdag 5 januari 2017

Chips en stenen

Na een paar hints, subtiel en minder subtiel, begreep ik dat mijn laatste blogs wel wat zwaar op de hand waren. Vandaar mijn voornemen om ietwat lichter te schrijven. Is sowieso makkelijker nu ik meer doe en minder denk.
Ronduit eigenaardig dat ik sinds vorige week van alles meemaak rondom stenen.  
Heb nu zelfs een heuse steen uit de Sint Jan liggen. Tijdens de restauratie van deze kerk werden er grote kolommen uit de oude fundering geboord. De ontstane gaten opnieuw volgestort met staal en beton. 
De kolom, die er als een soort klokhuis uitgeboord werd, is in schijven gezaagd. Worden nu verkocht voor het goede doel. Eéntje heb ik er nu in huis.
Soms staar ik stil naar 't steentje. En bedenk dat hij het allemaal overleefd heeft. Gestort als fundering in de tijd dat Richard III, koning van Engeland, stierf. De Venus van Botticelli werd geboren.
En dichter bij huis; tijd van nachtelijke tochten door Goudse aannemers. Om onder leiding van het stadsbestuur in omliggende gebieden aangebrachte verlaten (schutsluizen) te vernielen. Dit om inkomsten vanuit het verkeer over de Gouwe veilig te stellen.
Laatste periode van bloei door enorme export van bier richting België. België, bierland; waar, door de vlasteelt het water zo vervuild was, dat er bijna geen goed bier gebrouwen kon worden.
Ik heb het over 1485. Een periode, waarin steenbakkerijen op een halve kilometer afstand van de stad moesten blijven. Omdat hun rook de lucht vervuilde. 
En daarmee weer terug bij mijn steen. Afgelopen week best druk mee geweest. Steen op de maag. Steen des aanstoots. Kroonsteentje. Rotssteen (gelukkig met twee essen). Steen der wijzen. Eerste steen gooien. Geen steen op de andere laten. Steen en been klagen. En dan nog iets met een ezel en een steen waar ik me geen twee keer aan moet stoten. 
Trouwens wat te denken van mijn ambtelijke voorganger. De eerste diaken, Stefanus, werd doodgegooid met stenen. Is zelfs een werkwoord voor bedacht. Stenigen. En op steenworp afstand zat iemand toe te kijken met op dat moment nog een stenen hart. 
En nu aan 't eind van de week ben ik jarig. Volgens de astrologie een steenbok. 
Maar daar heb ik niet zoveel mee. Wel iets met Driekoningendag. Ook op zes januari.  En we vieren het door te gaan steengrillen. In Utrecht. Maar niet in de Steenstraat.
Ik begin de steen steeds leuker te vinden. Kan hem versjouwen. Niet te vaak. Is-tie te zwaar voor. Ik kan er om- of overheen. Eén ding kan ik niet. Er doorheen. Hij is er. Staat er. Ligt er. Daar is ie steen voor. 
En nu na een paar dagen brokkelt hij iets af. Misschien moet je sommige stenen ook gewoon laten rusten. Dit is trouwens wel een dilemma, want elke akkerbouwer kan je vertellen dat stenen naar boven komen. En dan zit er maar één ding op: Ze van 't land verwijderen. Want ze blijven omhoog komen. Blijkbaar kunnen sommige erg lang prima in de grond zitten. En andere niet.
Als kind zag ik meer zwerfstenen dan straatstenen. Zelf was ik wel beetje een dondersteen denk ik. Maar dat was in de steentijd. Later volgde er gelukkig nog een kopertijd, bronstijd (ja met één t, die met twee t's is echt iets anders) en ijzertijd. En nu dan het digitale tijdperk. Als je die vernoemt naar een grondstof gebeurt er iets grappigs: Heb me laten vertellen dat chips (die van de computers), gemaakt worden van kiezels. Silicium komt van vuursteen. Silicon Valley is er zelfs naar vernoemd. Dus met al onze bits en bytes zijn we weer terug waar we ooit begonnen. De steentijd.  Al ons appen, mailen, bloggen en ander digitaal verkeer is dus eigenlijk gewoon 'stenen op elkaar slaan'.  Dat vonkt vaak. En soms ontstaat er vuur.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten